SalvationInGod

maandag 5 december 2016

Het oordeel overwinnen

Het verband tussen Christus’ kruis en de Koninklijke wet

Jakobus 2:8-13 is confronterend, net als 2:14-26. In dit hoofdstuk keert Jakobus terug naar het onderwerp van 1:19-27, het belang van gehoorzaamheid aan Gods Woord. Dit hoofdstuk doet pijn. Het maakt ons echt ongemakkelijk en onzeker. En gezien de context is hier ook alle reden toe. We hebben de vorige keer gezien hoe schandalig de rijken in die gemeente omgaan met de armen; dan is een scherp woord niet overbodig.
Misschien is de belangrijkste reden voor onze gevoelde ongemakkelijkheid wel de boodschap dat God meer van ons vraagt dan alleen de erkenning van Zijn genade. Wanneer ik dit schrijf, weet ik dat ik bepaalde problemen over mijzelf afroep; lang niet iedereen neemt dit mij in dank af. Dat is niet meer nieuw voor mij. Het is juist logisch, omdat dit gedeelte ongemakkelijk is en mensen reageren fel vanuit dit ongemak. Aan het eind zeg ik hier wat over.
Wat ik bedoel met “God vraagt meer van ons dan alleen de erkenning van Zijn genade” is dat – en hier komt het pijnpunt – genade en werken samengaan. Dit druist regelrecht in tegen onze opvatting van “verlossing door genade en geloof in Jezus.” We zullen ontdekken hoe Jakobus hiermee omgaat.

Wet en zondebesef
Allereerst zien we – verrassend genoeg – dat Jakobus de Wet nu ter sprake brengt, de Tien Geboden (of de “Tien Woorden”). Hij spreekt hier nog steeds over het onwettige onderscheid dat in de gemeente wordt gemaakt tussen arm en rijk (2:8-11):

“Als u echter de koninklijke wet volbrengt, volgens de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan handelt u goed. Maar als u met aanzien des persoons behandelt, begaat u een zonde en wordt u door de wet ontmaskerd als overtreders. Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden. Immers, Hij Die gezegd heeft: U zult geen overspel plegen, heeft ook gezegd: U zult niet doodslaan. Als u dan geen overspel bedrijft, maar wel doodslaat, bent u toch een wetsovertreder geworden.”

We zien hier iets opvallends gebeuren. Het lijkt erop dat er in die gemeente op meerdere vlakken onderscheid werd gemaakt. Met andere woorden: Jakobus moet niet alleen de verdeelde gemeente weer samenbrengen, maar ook het verdeelde Woord van God. Het heeft er alle schijn van dat men de leuke dingen van het christelijke geloof eruit plukte en ook daar onderscheid in aanbracht.
Maar Jakobus trekt deze foutieve gedachte – als die al bestond – recht. Hoe doet hij dat? Door terug te gaan naar de Bron van de Wet, de Wetgever. En dat is God. En als God een Wet van tien geboden geeft, dan kun je er wel heel vroom negen gehoorzamen, maar wanneer je die ene andere overtreedt, overtreedt je de hele wet, omdat die hele wet door Eén Persoon, Eén Autoriteit gegeven is.
In dit kader is het opvallend dat Jakobus hier met de Wet van Mozes aan komt zetten. In Evangelische kringen weet men waarschijnlijk haast niet wat men hier leest: “Jakobus, wat doe je nu?! We zijn niet meer onder de wet! Ga een studie Paulinische theologie volgen! We zijn rechtvaardig door het bloed van Christus en ja, we zondigen natuurlijk nog wel, maar dat is maar een bijzaak. Wij zijn volmaakt in Christus!”
Ik vrees dat we vandaag de dag niet meer Paulinische theologie nodig hebben, maar een gezonde balans tussen Paulus en Jakobus. De reactie die ik net beschreef, heeft iemand als Luther ertoe bewogen te zeggen dat de Jakobus-brief maar uit de Bijbel gescheurd moet worden, omdat hij Paulus lijkt tegen te spreken.
We zijn niet meer zo gewend aan het hanteren van de Wet binnen de gemeente. En we zeggen al helemáál niet meer tegen elkaar dat iemand een wetsovertreder is, wanneer ontdekt wordt dat iemand in zonde leeft. Welnee, dat ligt allemaal achter ons. Helaas, helaas.

De Koninklijke Wet en het kruis van Christus: de “missing link”
Het zou geen verkeerde zaak zijn wanneer we als kerk weer de balans weten te vinden tussen Wet en Evangelie. En dat is niet alleen nodig omdat ik hier zie dat Jakobus de Wet ter sprake brengt, maar ook omdat we met een ongebalanceerde visie op de verlossing serieus in de problemen komen bij het lezen van de verzen 12-13:

“Spreek zó en handel zó als mensen die geoordeeld worden door de wet van de vrijheid. Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid heeft bewezen. En de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.”

Ai, ai. Hier lijkt onze geweldige evangelische theologie te sneuvelen. De behoudenis is toch door genade? Of is de behoudenis door barmhartigheid? We worden niet geoordeeld volgens – wat de Puriteinen noemen – de “Wet der werken” maar door de wet van de vrijheid? Welke weg slaat Jakobus hier toch in?
Er zijn christenen die ongemakkelijk worden van zulke teksten. Ze reageren ronduit verontwaardigd. Ze kunnen het – net als Luther – niet rijmen met de rest van de Bijbelse boodschap.
Wij zijn gewend om te praten over het kruis. Veel praten over het kruis. Heel veel praten over het kruis. We doen bijna niet anders dan praten over het kruis. En dat is enerzijds terecht. Aan het kruis kocht Christus met Zijn bloed onze verlossing.
Maar je moet eens opletten hoe wij tegenwoordig praten over dat kruis. Negen van de tien keer gaat het over het kruis van Christus, dat mijn schuld wegneemt. Dat doet het ook. Het is een glorieuze waarheid. Maar Jakobus ziet nog een andere glorieuze waarheid in het kruis (ook al noemt hij dit niet expliciet hier), en die blijft vaak onderbelicht. Toen ik dit gedeelte las en ging overdenken wat de “Koninklijke Wet” is, realiseerde ik mij dat deze wet de “missing link” is. Het is cruciaal voor het kunnen begrijpen van 1) de verlossing uit genade, door het geloof en 2) de noodzaak van goede werken. Tegenwoordig staan wij al snel te roepen: “Wij kunnen God toch niet gehoorzamen, wij zijn zwak.” Ik hoor geen enkel woord in Jakobus’ betoog dat in deze richting wijst. Echt niet. Hij spreekt juist over het vervullen van de Koninklijke Wet (vers 8)! Dit is dus mogelijk en daarom ook een vereiste.

Wat het kruis van Jezus Christus werkelijk doet
Sommigen (en misschien wel velen) vragen zich af hoe dit kan. Veel christenen worden verheugd bij de gedachten aan het kruis, want men vindt daarin troost en hoop op de vergeving van zonden. Maar Jakobus wijst hier een evenredig spoor aan. Het kruis van Jezus Christus is de kracht in het christelijke leven om de Koninklijke Wet te vervullen. Het kruis is onze enige hoop op vergeving, maar het is ook onze enige hoop op het vervullen van de koninklijke wet! En het kruis verleent zijn kracht aan ons, om dit mogelijk te maken. Nu kunnen we de woorden van Jakobus in de verzen 12 en 13 beter plaatsen. Omdat God Zijn barmhartigheid heeft getoond in het kruis van Jezus Christus, ontvangen allen die in Hem geloven vergeving van hun zonden. Maar door datzelfde kruis maakt God in allen die geloven een nieuwe schepping, die deze barmhartigheid zal uitleven. Nu snappen we waarom hij in vers 13 kan zeggen: “Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid heeft bewezen. En de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” Jakobus maakt de werken hier niet los van het kruis, maar verenigt deze twee. En als wij dit niet begrijpen, komt dit doordat wij deze zaken juist wel van elkaar hebben losgekoppeld. De waarschuwing van Jakobus is hier niet mals! In feite zegt hij dit: “Jij beweert dat het kruis van Christus jou vergeving gebracht heeft? Als ik niet zie dat het kruis jou een barmhartige houding geeft, ben ik er absoluut niet zeker van dat jij die vergeving werkelijk ontvangen hebt.”
Au! Dit doet pijn. We roemen zo vaak in het kruis dat vergeving schenkt, maar zo weinig in het kruis dat ons Christusgelijkvormig maakt. Maar we moeten deze twee bij elkaar houden. En de reden dat de kerk in het Westen vandaag de dag zo lauw, zo zwak en zo weinig effectief lijkt te zijn, heeft alles te maken met het loskoppelen van deze twee essentiële kenmerken van het kruis: “Vertel mij liever over Gods barmhartigheid voor mij! Maar kom alsjeblieft niet aanzetten met teksten die mijn zaligheid in twijfel trekken of die mij vertellen dat ik mij aan een koninklijke wet te houden heb.” Sorry, ik heb geen andere boodschap. Herstel: Jakobus heeft geen andere boodschap.

Gewaagd spreken, schrijven en de rechtvaardiging hiervan
En hier kom ik terug op het begin, waar ik schreef dat sommigen niet in dank zullen afnemen wat ik schrijf. Het zij zo. Het verwondert mij ook niet dat dit gebeurt in een tijd waarin de kerk de gemakkelijke kanten van het kruis uitkiest en de rest bij het grofvuil lijkt te hebben gezet: als je het weer naar binnen haalt, begint de zaak te stinken. Zo ook hier. Voor sommige christenen (of moet ik zeggen: “christenen”?) stinkt deze materie. En zaken die stinken willen we het liefst verre van ons houden. Maar opnieuw: sorry, ik heb geen andere boodschap.
Ik heb in het verleden gewaagde dingen geschreven en gewaagde dingen gezegd. Dat is mij niet altijd in dank afgenomen en soms heb ik mijzelf ook wel afgevraagd in hoeverre ik het bij het juiste eind had. Maar Jakobus bevestigt hier de gewaagde toon die ik wel eens heb gehanteerd. En die zal ik blijven gebruiken, voor zoverre dat gerechtvaardigd is. Als ik gewaagd klink, dan hoop ik dat dit komt, omdat de Bijbel gewaagd spreekt. Jakobus spreekt hier gewaagd, dat beamen we allemaal. Wij, die van harte de leer onderschrijven dat “wij gerechtvaardigd zijn door het geloof in Christus alleen”, vinden dat Jakobus hier een risico neemt door deze dingen te schrijven. Dan kun je twee dingen doen: óf je scheurt zijn brief uit de Bijbel, óf je gaat door met puzzelen, totdat je de stukjes op de juiste plek hebt liggen en die een geweldig theologisch beeld van de verlossing vormen. Wat Jezus zegt, klopt; wat Paulus zegt, klopt en wat Jakobus zegt, klopt. Alle drie brengen ze dezelfde boodschap en het is aan ons de taak om alle stukjes zó neer te leggen, dat ze een glorieus verlossingsplan –en weg van God vormen.
Dus ja, laten we doorgaan met veel spreken over het kruis van Jezus Christus. Maar laten we afrekenen met het selectief spreken hierover. En laat het zo zijn dat op de Dag van Christus’ wederkomst God Zelf kan zeggen: “Het kruis van Mijn Zoon gaf jou de kracht om barmhartig te zijn voor anderen. Wat geweldig! Deze barmhartigheid overwint het oordeel.” Ik weet het, het is gewaagd. Maar het staat wel in de Bijbel.


By John Piper. © Desiring God Foundation. Source: desiringGod.org


By John Piper. © Desiring God Foundation. Source: desiringGod.org



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief