SalvationInGod

zaterdag 19 januari 2019

Het Centrum van de preek

Wat het manuscript niet haalde

Tijdens de voorbereiding op de meest recente preek, over Psalm 66:8-12, werd ik geconfronteerd met de keuzes waar sprekers voor staan wanneer zij een boodschap mogen brengen. Wat laat ik weg? Wat noem ik wel? En vanuit welke hoek behandel ik een tekstgedeelte? Kortom: ik moest kleur bekennen. De verantwoording die ik hieronder geef, heeft het uiteindelijke manuscript niet gehaald. Toch geloof ik dat hier belangrijke punten worden benoemd en dat het zinvol is om deze dingen in gedachten te houden.

“Gemeente, wat u moet weten, is dat dit gedeelte een rijke inhoud kent. Dit gedeelte gaat diep! We kunnen als het ware drie lagen vinden in dit gedeelte:

1. De historische laag – deze laag past dit gedeelte toe op het verbondsvolk Israël in de tijd van het Oude Verbond (en dan met name ten tijde van de exodus)
2. De Nieuw Testamentische laag – deze laag betrekt dit gedeelte op de actualiteit (de gelovige van nu) en past dit toe op de Gemeente van Jezus Christus
3. De Messiaanse laag – dit is de diepste laag en deze tekent als het ware het portret van de Messias

Wat ik vanmorgen doe, is u als gemeente van Jezus Christus in Bruchem aanspreken vanuit de Messiaanse laag. Ik wil niets afdoen aan de historische laag, maar ik heb hier de vorige keer al redelijk uitvoerig bij stilgestaan. Natuurlijk is het zo dat dit gedeelte nieuwe informatie aanreikt die historisch van aard is, maar ik kan u nu alvast vertellen dat de beproeving waarover de psalmist hier schrijft, niet expliciet wordt vermeld. Wij krijgen geen informatie over welke gebeurtenis hier wordt bedoeld.
Ik heb mij tijdens de voorbereiding afgevraagd of het wel eerlijk is dat ik de historische laag er maar bekaaid vanaf laat komen. Want moet ik niet spreken over het lijden van het verbondsvolk Israël? U snapt wel dat de keuze die op zo’n moment voor mij ligt de beslissende factor is voor de invulling van de preek. Wil ik bewust inzoomen op het lijden van het Joodse volk? Dan blijft er weinig ruimte over voor de Messiaanse laag en de Nieuw Testamentische laag. Ik heb besloten om de historische laag toch wat meer naar de achtergrond te plaatsen – met het risico voor antisemiet te worden uitgemaakt en ervan te worden beschuldigd dat ik een zogenaamde vervangingstheoloog ben – en wel vanwege drie redenen:

1. Ik ben ervan overtuigd dat dit gedeelte gaat over God. Het gaat over Gods werk, Gods handelen en Gods trouw. Ik wil in mijn exegese de accenten van de tekst laten staan. Preekvoorbereiding vraagt keuzes en deze keuzes moeten worden gemaakt in het licht van de accenten die in de tekst zelf worden gelegd. Ik ontken de historische laag ook helemaal niet; ik heb voor de boodschap van deze morgen gekozen om u te voeden vanuit de Messiaanse laag
2. De tweede reden sluit hier dan ook op aan. Het principe om Christocentrisch te preken is wat mij betreft heilig en ik zal dit nooit opgeven. Ik ga hier geen discussie over voeren en ga hierover ook niet onderhandelen
3. Ik richt mij vanmorgen tot een groep Nieuw Testamentische gelovigen. Ik heb een boodschap voor u deze morgen. Misschien hebt u dit ook wel eens meegemaakt, maar het kan gebeuren dat je onder het gehoor zit van een spreker die een gedeelte uit het Oude Testament bepreekt, waarvan veertig minuten over Israël gaat en voor Israël is; dat is dan min of meer de maaltijd, of het voedsel. En de laatste tien minuten krijgt de Gemeente van Christus ook nog wat kruimels. Ik ben het fundamenteel oneens met deze benadering. Ik sta hier vanmorgen voor een groep gelovigen in Christus, en zij moeten gevoed worden! En waarmee wordt de Gemeente gevoed? Met het Levende Brood, Jezus Christus Zelf. En laat mij hier heel duidelijk zijn: ik geloof dat God Zijn trouw in rijke mate zal bewijzen aan Zijn Joodse volk. Geen twijfel daarover. Maar wat ik hier wel heel onomwonden wil zeggen, is dit: Gods beloften gaan nooit in vervulling buiten Jezus Christus om. Als ik op straat word aangesproken door een evangelist en hij zou zeggen dat God in Openbaring 21 een nieuwe hemel en een nieuwe aarde belooft, dan is het voor mijn persoonlijk behoud niet genoeg om die belofte geïsoleerd tot mij te nemen. Als ik voor Jezus Christus kom te staan en Hij zou mij vragen waarom Hij mij zou moeten binnenlaten in het Nieuwe Jeruzalem, dan kan ik wel zeggen: “Heere, ik reken erop! Ik heb ooit iemand over dat Nieuwe Jeruzalem horen spreken en ik geloofde dat het waar was. Dus sindsdien ga ik ervan uit dat ik toegelaten wordt.” Maar dan, als ik uitgesproken ben, stelt Christus mij deze vraag: “Wat heb jij met Mij gedaan?” Broeders en zusters, er komen geen mensen in het Nieuwe Jeruzalem die wel Bijbelse beloften hebben geloofd, maar die deze niet hebben toegepast vanuit Jezus Christus. Paulus schrijft in 2 Korinthe 1:20 dat al Gods beloften “ja” zijn – in Christus!

En wat wens ik voor jullie als gemeente dat alle beloften die God in Zijn Woord heeft gedaan, met “Ja!” en “Amen!” ontvangen zullen worden door het geloof in Jezus Christus. Meer nog, ik wens vurig dat u deze morgen in dit gedeelte het lijden van uw Messias zult zien en dat er kracht zal uitgaan van het Woord om in de beproeving trouw te blijven aan Hem.”

zondag 13 januari 2019

Proclamatie, pastoraat en perspectief

Gedachten over de Nashvilleverklaring

Op 2 december 2018 schreef ik een blog naar aanleiding van Openbaring 14:8 over de geest van Babylon binnen de belijdende kerk. Eén citaat daaruit:

“Ik schreef net heel stellig dat Babylon geen macht heeft in de Kerk van Jezus Christus. Maar nu wordt het wat ingewikkelder. Want ik geloof ook dat er belijdende kerken zijn, die zich laten leiden door de geest van Babylon. “Heb je voorbeelden dan?”
Jazeker. Ik hoef alleen maar te refereren aan een brief van een groep predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland, die stellen dat “alle relaties voor ons gelijk zijn” en dat “het homohuwelijk voor ons geen enkel probleem is.”
Dit is geen genadig woord van Christus, maar Babylon dat haar wil dicteert. Babylon beukt tegen de muren en poorten van de Gemeente van Jezus Christus. Gelukkig mogen gelovigen weten dat Christus heeft gezegd dat “de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen.”
Het is uiterst zorgwekkend dat juist een groep predikanten – zij die Gods Woord moeten kennen en kunnen uitleggen aan gemeenteleden – zich hebben laten verblinden door de tijdgeest, en daarmee ook door de geest van Babylon.
Ik ben benieuwd of bovenstaande woorden over tien jaar nog ongestraft gepubliceerd kunnen worden. Misschien word ik ooit voor de rechter gedaagd en wordt er gedreigd met gevangenisstraf als ik weiger mijn standpunt over het huwelijk – een verbond dat uitsluitend geldt voor één man en één vrouw – te herzien. Then so be it.
Heb in dat geval geen medelijden met mij. Heb medelijden met degenen die claimden Jezus Christus te kennen en zich lieten verleiden door de geest van Babylon. Gevangenschap in deze wereld is van korte duur, maar het oordeel over Babylon is eeuwig. Waar het op aankomt? “Hier is de volharding en het geloof van de heiligen” (Openbaring 13:10).”

Ik besefte niet dat het vuur van deze discussie al zó snel zou oplaaien. Maar de ontwikkelingen van de laatste dagen, naar aanleiding van de Nashvilleverklaring, bepalen mij sterk bij de gedachte dat we wel eens aan de vooravond kunnen staan van intensieve(re) druk op Bijbelgetrouwe gelovigen. In welke vorm of hoedanigheid kan ik uiteraard ook niet zeggen.
Nee, natuurlijk worden christenen nog niet direct belaagd met speren en vuurwapens of zwaarden. Sancties beginnen vaak op het financiële vlak. Je krijgt een boete. Of je krijgt geen subsidie meer. Maar het is als christen goed om je ervan bewust te zijn dat je binnenkort zomaar moet gaan leven met een steeds beperktere vrijheid.

Pijlen op de menselijke identiteit
Als mij gevraagd zou worden of ik mijn handtekening onder de Nashvilleverklaring zou willen zetten, dan zou ik zonder twijfel “ja” zeggen. Het gaat er namelijk om te begrijpen wat de strekking van de verklaring is en wat de verklaring bevestigt of ontkent.
Ik maak mij grote zorgen over twee zaken: de eerste bron van bezorgdheid betreft de agressieve homolobby in de samenleving, die probeert om de identiteit van de mens te herdefiniëren op seksuele gronden. Het onderscheid tussen man en vrouw moet uitgewist worden en alle vormen van seksuele omgang moeten geaccepteerd worden. De grenzen worden steeds verder opgerekt. Want “ik wil vrij zijn om te doen wat ik wil” en “als ik voel dat ik ben aangetrokken tot [puntje, puntje, puntje] dan moet dat gewoon kunnen.” Een stem in dagblad Trouw paste deze “gevoelsethiek” afgelopen week toe op incest.
De seksuele revolutie heeft niet alleen geresulteerd in een andere kijk op menselijke seksualiteit, maar richt haar pijlen ten diepste op de menselijke identiteit. En het is deze aanval waartegen de Nashvilleverklaring zich uitspreekt.
Het COC, de homobelangenorganisatie, streeft uitdrukkelijk de acceptatie van homoseksualiteit of seksuele diversiteit na – via politieke wegen. Maar acceptatie is iets heel anders dan erkenning geven aan het feit dat iets er is. Dit verschil wordt in het debat nauwelijks gemaakt. Ik zie als christen dat er mensen zijn die een andere seksualiteitsbeleving ervaren dan ikzelf. Dat erken ik. En ik zal die mensen ook echt niet disrespectvol behandelen. Maar om mij te dwingen goed te keuren dat die andere vormen van seksualiteit er zijn, gaat in tegen het persoonlijk geweten.

“Profeteer!”
Mijn tweede reden tot bezorgdheid betreft de belijdende kerk in Nederland. De Nashvilleverklaring legt op pijnlijke – en toch, Bijbels gezien, ook noodzakelijke – wijze bloot dat niet alles wat zich in de belijdende kerk als christelijk presenteert, van Christus is. Er zijn wolven in schaapskleren onder ons. De geest van Babylon waait door belijdend christelijk Nederland en de Nashvilleverklaring kan wel eens het beginpunt markeren waarop God de scheidslijn blootlegt. En mensen hebben het niet door. Prominente kerkleiders raken onmiddellijk in paniek, roepen meteen “dat zij de verklaring afwijzen” en “dat het pastoraal onverantwoord is.” Ze denken dat de Nashvilleverklaring een slechte zaak voor de Kerk is, maar dat is allerminst het geval. Het is juist een goede zaak. Lees de Profeten uit het Oude Testament. Lees over de bediening van Johannes de Doper. Lees over de bediening van de Heere Jezus Zelf. Lees over de bediening van de apostelen. Allemaal hadden zij een proclamerende en profetische bediening, waarin de waarheid van Gods werk in verlossing en oordeel, door Jezus Christus, centraal stond. Apostelen zijn gedood, profeten zijn omgebracht, Johannes de Doper is onthoofd en de Heere Jezus is Zelf gekruisigd. Gaat er geen lampje branden? Het christelijk geloof past niet in deze wereld!

Het weldoenersgilde heeft de profetische stem gedood
Ik heb mij de laatste dagen geërgerd aan de reacties van verschillende prominente theologen en kerkleiders (en overigens ook aan alle atheïsten die altijd roepen dat God niet bestaat en nu ineens beweren God beter te kennen dan Zijn eigen kinderen). De onwetendheid en visieloosheid druipen ervan af. Men is bang. Bang voor gezichtsverlies. Nu de pijlen worden gericht op het geloof en de kerk, deinst men terug: “Laten we vooral Gods barmhartigheid en genade en liefde verkondigen,” zeggen zij. En “laten wij ons bezighouden met het klimaat, met armoedebestrijding, slavernij, veiligheid voor iedereen. Laten we in een polariserende samenleving de verbindende factor zijn.” Best weldoenersgilde, dit kan niet. Het is onmogelijk om als Kerk een “verbindende factor” te zijn, als de Koning van het heelal jou erop uitgezonden heeft met de boodschap van verlossing in Jezus Christus. Het is onmogelijk om een verbindende factor te zijn in deze samenleving – tenzij je deze boodschap opoffert. En dat is exact wat de laatste decennia op tal van punten is gebeurd. De uitspraak van emancipatieminister Van Engelshoven – dat de kerk op de goede weg was – komt niet uit de lucht vallen. De belijdende kerk heeft te veel en te lang de verbinding met de samenleving gezocht, en heeft daardoor in toenemende mate de verbondenheid met haar God verloren. De belijdende kerk heeft zich laten manipuleren en intimideren door allerlei geluiden in de samenleving en heeft toegegeven aan het verlangen “relevant” te zijn voor die samenleving. En degenen die vasthouden aan de Bijbelse principes, zullen hier een prijs voor gaan betalen. Want zij worden afgeschilderd als “radicale christenen die discrimineren en homo’s haten.” Het weldoenersgilde binnen de belijdende kerk heeft de profetische stem gedood, en heeft niet door dat zij zelf heeft bijgedragen aan de noodzakelijke totstandkoming van de (vertaalde) Nashvilleverklaring.

Pastoraal profetisch
Er is meerdere malen gewezen op het feit dat de verklaring “niet pastoraal” zou zijn. Er is nota bene een nawoord toegevoegd, die wel degelijk een pastorale boodschap afgeeft. Het probleem is dit: al zouden de vertalers van de Nashvilleverklaring – in navolging van het kabinet bij de deal van het immigratiepact van Marrakesh – er een miljoen pastorale inlegvelletjes bij leveren, dan nog zou de wereld dit niet accepteren. De wereld accepteert de Kerk pas als de Kerk de wereld accepteert. En dat is uitdrukkelijk niet ons doel. Ons doel is om de wereld te wijzen op de ongerechtigheid en zonde waarin zij zwemt, en om vervolgens met luide stem te verkondigen dat in Christus verlossing en herstel gevonden kan worden. Deze wereld gaat ten onder. Maar in Christus is behoud. In Hem is verlossing. Is de Nashvilleverklaring niet pastoraal? Verward de term “pastoraal” alsjeblieft niet met “sociaal wenselijk”. In onze samenleving – en ook binnen de belijdende kerk – hebben mensen nog maar een dunne huid; ik merk het ook bij mezelf. We hebben de hel afgeschaft, want die is liefdeloos. We hebben de kerkelijke tucht buiten werking gesteld, want dat is liefdeloos. We hebben de boodschap van het kruis bij het grofvuil gezet, want die is liefdeloos. We waarschuwen mensen niet meer voor de Dag van het Oordeel, want dat is liefdeloos. Maar is het ook pastoraal? Absoluut niet. Het is grof liegen als we een andere betekenis geven aan het kruis van Christus. Het is grof liegen als we stellen dat mensen niet verloren gaan vanwege hun opstandige houding en zonde ten opzichte van God. Het is grof liegen als we net doen alsof alles in de kerk getolereerd kan worden en er daarom geen tuchtmaatregelen getroffen hoeven te worden. Het is grof liegen als we roepen dat niemand voor God hoeft te verschijnen om verantwoording af te leggen van alles wat in het lichaam verricht is (2 Korinthe 5:10). Als Bijbelgetrouwe christen zet ik mij liever in voor de Bijbelse boodschap van Gods genadige verlossingswerk in Jezus Christus, dan dat ik campagne ga voeren voor duizend warmtepompen en schone energie. Omdat God verlangt naar een “schone” Kerk; een zuivere, reine bruid voor Zijn Zoon, Die Zijn leven gaf om haar te verlossen, te rechtvaardigen en te heiligen.

Perspectief
De overwinnende Kerk ontvangt de kroon van het leven door verdrukking en vervolging heen. De dag zal komen dat Bijbelgetrouwe christenen in het Westen te maken zullen krijgen met vormen van verdrukking. Is dat een teken dat zij ongehoorzaam zijn? Of dat zij iets hebben gedaan wat niet mag? Allerminst. Als er vervolging komt, dan is dat het teken dat de Kerk en de maatschappij voortdurend conflicteren met elkaar. Ze passen niet bij elkaar. Zij kunnen niet één worden. En natuurlijk is het een Bijbelse opdracht om niet onnodig voor maatschappelijke onrust te zorgen. Maar aan de andere kant is daar ook het gebod van de Koning, om de waarheid te proclameren. Als we dat niet meer doen, onder het mom van “tolerantie” en “verbinding”, dan verloochenen wij Hem. Het is ronduit ironisch dat de emancipatieclubs voortdurend spreken over “tolerantie” en “verdraagzaamheid” en “vrijheid” en dat zij dat tegelijkertijd met zo’n houding doet, dat er voor andersdenkenden totaal geen vrijheid meer overblijft. Vrijheidsdenken kan een dictatuur worden. Het draait allemaal om macht. Gelijkheid is een illusie. Hij die zich in het centrum van de macht bevindt, bepaalt hoe gelijkheid eruit ziet. Tolerantie ten aanzien van alles en iedereen bestaat niet. Want in de verdediging van het één zit het ageren tegen het ander. De belijdende kerk zal onder ogen moeten zien dat zij te lang heeft geslapen op het kussen dat “valse vrede” heet; er was nooit vrede. Omdat men voortdurend “in gesprek” was, dacht men dat er vrede was – of in ieder geval binnen handbereik. Hopelijk ontwaakt de belijdende kerk in Nederland uit deze slaap en gaat zij zich weer realiseren dat zij niet zozeer een welzijnsinstituut is, maar het lichaam van Christus, Zijn bruid, die geroepen is om de machtige daden van God te verkondigen en te getuigen van het verlossingswerk van Jezus Christus. Haar roeping is overtuigend proclameren, pastoraal benaderen en dat alles met het perspectief op de eeuwigheid.

Blogarchief