SalvationInGod

zondag 20 mei 2018

De Schrift, de persoonlijkheid en de zonde

B.E.P.T. als pastoraal model

Enige tijd geleden heb ik vanuit Lucas 22:31-34 ontdekt dat de strijd tegen de zonde gericht kan worden gevoerd aan de hand van een specifiek model: B.E.P.T.. Dit is een afkorting van vier elementen:

• Behoefte
• Eer
• Persoonlijkheid
• Tijd


Exegese doen is schitterend, maar zou nutteloos zijn wanneer dit geen effect heeft voor de inrichting van ons leven en de praktische gehoorzaamheid aan het gedeelte wat zojuist bestudeerd is.
In de exegese laten wij God tot ons spreken. We onderzoeken de tekst, bekijken wat de oorspronkelijke boodschap is geweest voor de oorspronkelijke ontvanger(s), halen de universele waarden eruit en betrekken deze op ons persoonlijke leven.
Maar waar beginnen we? Want universele waarden bepalen, dat lukt ons over het algemeen wel. Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat de boodschap handen en voeten in ons leven krijgt?
Allereerst is het van belang het gedeelte juist te interpreteren en dat de conclusies die worden getrokken uit het gedeelte zelf komen. We moeten weten wat het gedeelte over God zegt en in welke context Hij een specifieke boodschap geeft. Is het een bemoediging, een vermaning, een waarschuwing of een belofte?
Daarnaast is het belangrijk te weten wie je zelf bent. Jezelf kennen is eigenlijk minstens zo belangrijk als het juist kunnen interpreteren van een Bijbelgedeelte. Niet om hoogmoedig te worden (integendeel – hoe meer je over jezelf weet, hoe nederiger je wordt!), maar om de verbinding tussen de kennis over God en de kennis over jezelf te gebruiken om geestelijk te kunnen groeien.

Aanmoediging tot geestelijk én persoonlijk gesprek
Het is een leugen en vorm van valse geestelijkheid wanneer mensen denken dat in de Kerk alleen maar over Christus gesproken mag worden en dat het ik helemaal op de achtergrond verdwijnt. Ik bemerk een zekere verlegenheid wanneer dit onderwerp ter sprake komt. We weten onze “geestelijke bijeenkomsten” te vullen met allerlei clichés die voor de driehonderd en eerste keer worden uitgesproken en knikken vervolgens nog maar eens instemmend. Maar als het persoonlijk wordt, dan wordt het haast ongemakkelijk. En ik durf de stelling aan dat iedereen er behoefte aan heeft om persoonlijk te worden in gesprekken. Ten diepste willen wij ook onszelf aan de ander laten zien – de enige belemmering die veroorzaakt dat we dit niet doen is het ervaren van onveiligheid en het gebrek aan vertrouwelijkheid: durf ik mijzelf werkelijk te laten zien aan déze mensen?

Een pijnlijke, fundamentele vraag
Ongetwijfeld zijn er ook mensen die het nut van dergelijke gesprekken onzin vinden. Wat ze op zondag in de kerk horen is genoeg. Het is allemaal best. En volgens de theologie die zij omhelzen is het – op zijn zachtst gezegd – nogal overdreven om persoonlijk diep te gaan. Ze vegen het van tafel onder het mom van heiligingsdweperij. Te fanatiek. Te serieus. Te radicaal. Te moeilijk. En als jouw theologie zegt dat de rol van de zonde in het leven van gelovigen niets te maken heeft met de eeuwigheid (want – we zijn toch gerechtvaardigd door het geloof), dan zijn we, wat mij betreft, uitgepraat.
Maar ik wil – als het even kan – voor eens en voor altijd afrekenen met een dergelijke tegenwerping. Ik wil een uiterst pijnlijke en bovenal fundamentele vraag stellen:

Stel dat je er als gemeentelid of leider achter komt dat een bepaald huwelijk onder spanning staat en dat het stel een echtscheiding overweegt…
of stel dat je te horen krijgt dat een bepaald kind moeilijk op te voeden en corrigeren is…
of stel dat je weet van een gemeentelid dat werkloos is en in een depressie wegzakt en in het verleden ooit een zelfmoordpoging heeft ondernomen…
zou je het dan “heiligingsdweperij” willen noemen wanneer we hier serieus het persoonlijke gesprek aangaan?


Anders geformuleerd: is een huwelijk redden heiligingsdweperij? Is een kind op het rechte pad krijgen en hem ondersteunen zodat hij kan leren verstandige beslissingen te nemen heiligingsdweperij? Is het beschermen van een mensenleven heiligingsdweperij?

Ik ga ervan uit dat niemand, die zichzelf een oprecht christen noemt, deze vragen met “ja” beantwoordt. Maar ik wil wel het punt gemaakt hebben dat een gesprek waarin de geestelijke waarheden van Gods Woord en het persoonlijke verhaal van de mens niet voor de lol worden samengevoegd. Ze horen bij elkaar. Gods Woord kan onmogelijk krachtig werken als wij niet bereid zijn onze persoonlijke context onder de loep te nemen.
Dit maakt een pastoraal model als B.E.P.T. ook noodzakelijk. Hierbij moet wel gezegd worden dat dit een hulpmiddel is, en geen standaardformule. Ik verplicht niemand om dit concept exact zo over te nemen. Ik hoop alleen dat het bijdraagt aan het persoonlijke gesprek, in verbinding met de Bijbelse exegese.
Maar hoe doe je dit? Ter illustratie neem ik een gedeelte waarover ik eerder geschreven heb, Maleachi 1:1-5. Stapsgewijs zullen we dan ontdekken wat de kracht is van het verbinden van Bijbelse exegese en onze persoonlijke context.

Stap 1: Onderzoek het thema van een Bijbelgedeelte
Het Bijbelboek Maleachi behandelt verschillende onderwerpen. Allen zijn ze praktisch en dus kunnen ze worden toegepast op het B.E.P.T.-model. Eén van de terugkerende thema’s in Maleachi is het ongegrond aanklagen en gevoel van miskenning door het Joodse volk. God wordt aangeklaagd.

Stap 2: Betrek dit thema op jezelf
Als je een thema in een Bijbelgedeelte hebt gevonden, ga je erover nadenken. In dit geval moet ik mijzelf de vraag stellen of ik het ongegrond aanklagen en gevoel van miskenning in mijn eigen leven herken en in welke mate dit aanwezig is. Is het een groot thema, dan moet ik er ook een hoge prioriteit aan geven om hier verandering in te brengen.

Stap 3: Identificeer de zonde aan de hand van B.E.P.T.
Wanneer we hebben ontdekt dat een thema een pijnlijke en zwakke plek blootlegt in ons leven, is het goed om te bekijken wat de zwakte is en in welke vorm zij tot uiting komt. We gaan nu een soort geestelijk inwendig onderzoek starten. Dit betekent dat we niet alleen ons handelen kritisch tegen het licht houden, maar dat we ook gaan kijken wat dit handelen heeft veroorzaakt. En op dit punt komen de vier specifieke “toetsstenen” in beeld:

• Behoefte – ontdek welke behoefte ten grondslag ligt aan specifiek zondig gedrag
Mensen hebben behoeften. Behoeften zijn verlangens die een stevige duw of impuls geven aan onze gevoelens en wil. Door de zondeval en inwonende zonde zijn onze behoeften uit koers geraakt en verlangen we niet naar God en Zijn wil, maar naar de vervulling van onze eigen wil. Juist op het moment dat de vervulling van onze eigen verlangens verhinderd wordt, wordt ons gevoel en wil sterker om die vervulling tóch te bereiken. Dit kan resulteren in allerlei zonden. We worden boos, verliezen onze zelfbeheersing, gaan liegen of stelen.
Kunnen we het ongegrond klagen door en het gevoel van miskenning bij de Israëlieten plaatsen in het licht van behoefte? Wellicht speelt in die context een behoefte aan gemakzucht mee. Het is overduidelijk dat zij God van alles verwijten, terwijl zijzelf de kantjes van het godsdienstige leven aflopen.
En hoe zit dit bij mij?

• Eerzucht – ontdek of er een bepaalde vorm van geldingsdrang, trots of eigen verdienste aanwezig is die zonde aanwakkert
Door de inwonende zonde zijn we geneigd alles te doen vanuit eigenbelang. Wij willen de eer, wij willen de resultaten, wij willen met trots iets kunnen presteren! Eerzucht maakt dat wij alleen maar denken aan ons eigen belang, het voedt ons egoïsme. Het geniepige van dit egoïsme is dat het ten diepste zonde is, terwijl velen dit over het hoofd zien vanwege de indrukwekkende resultaten die mensen boeken. Het maakt niet uit wat een mens bereikt, maar met welk oogmerk hij dit doet.
Als we dit overzetten naar de context van Maleachi, dan komen we tot de stuitende ontdekking dat Israël ongepast trots is en God ter verantwoording roept. Dit heeft alles met eerzucht te maken. Eerzucht was in die situatie een grote bron van zonde.
En hoe zit dit bij mij?

• Persoonlijkheid – onderzoek of bepaald gedrag kan worden herleid tot een karaktereigenschap
De persoonlijkheid is een complex thema. Iedereen is anders, iedereen heeft een ander karakter. Dit is de reden waarom het onmogelijk is om elke situatie op exact dezelfde manier aan te pakken. Dit is gewoonweg niet mogelijk. Daar waar de één een stevige preek nodig heeft, moet de ander met tact en bemoedigende woorden worden gestimuleerd. De één is stil, de ander impulsief.
Na verloop van tijd merk je hoe jouw karakter in elkaar zit. Het is jouw eerste natuur. Inwonende zonde heeft invloed op deze eerste natuur. Trots is de uiting van inwonende zonde. Korte lontjes zijn de uiting van inwonende zonde. Het is problematisch voor mensen die moeten constateren dat dit een onderdeel van het karakter is. Het is in de context van Maleachi ondoenlijk om iedereen over een kam te scheren en te zeggen dat de problemen daar te maken hadden met de karakters van de mensen. Wellicht is het in groepsverband beter om te spreken over tijdgeest of groepsdynamiek. Toch blijft de vraag naar het ongegrond beschuldigen en gevoelde miskenning voor jezelf staan. Zou het een karaktertrek kunnen zijn?
Hoe zit het bij mij?

• Tijd – onderzoek of er overeenkomsten zijn in het tijdstip waarop het zondige gedrag tot uiting komt
Tijd is een belangrijke factor, die zeker niet over het hoofd gezien mag worden. Met tijd wordt hier specifieke veranderingen in de omstandigheden bedoeld. Hoe reageren we bij zekere gebeurtenissen? Let maar op, jouw gedrag verandert op momenten wanneer de omstandigheden veranderen. En om het verwarrend te maken: je reageert bij dezelfde veranderingen niet altijd hetzelfde. De ene keer reageer je rustig. De andere keer reageer je verontwaardigd en verlies je de zelfbeheersing. Dit kan te maken hebben met bijvoorbeeld stress.
Als alles goed gaat, hoor je niemand. Maar wanneer tegenslagen komen, dan wordt het protest luider. Zo ook in de tijd van Maleachi. De tijd is duidelijk een factor in het gedrag van de Israëlieten. Ze ervoeren de zegen van God niet meer, terwijl ze erop rekenden dat die wel aanwezig zou zijn. En hier komen we een patroon tegen. Gaat het goed? Dan is Israël stil. Gaat het fout? Dan begint Israël te klagen.
En hoe zit het bij mij?

Stap 4: deel je conclusies met anderen, maak een plan en bid ervoor
Als het goed is, heeft dit onderzoek nieuwe inzichten opgeleverd. En het is nu zaak om deze inzichten te op een rijtje te zetten en te verbinden met het Bijbelgedeelte. Dat betekent: ik moet Gods wil verkiezen boven mijn behoeften. Ik moet mijn eer ondergeschikt maken aan Gods eer. Ik moet mijn karakter enerzijds met dankbaarheid aanvaarden als Gods scheppingswerk, en anderzijds moet ik leren de zondige bron en gedragingen te doden en voor dood te houden. Ik moet bedacht zijn op de omstandigheden en tijdstippen dat mijn zwaktes zichtbaar worden.
Deze strijd is een strijd tot dit leven voorbij is. En deze strijd kun je niet succesvol in je eentje voeren. Je hebt anderen nodig. Daarom bestaan er kringen. Daarom worden binnen de kerkelijke gemeenten groepen gevormd, om ruimte te geven voor het delen van deze ontdekkingen en het elkaar versterken in het geloof.
Maar dan moet deze ruimte wel worden benut. En het tragische is dat naar alle waarschijnlijkheid het grootste deel van deze ruimte onbenut wordt gelaten en wordt gevuld met theologische clichés. Wat kan het een geweldige stimulans zijn om jouw ontdekkingen te delen en samen met andere christenen te bidden om verandering en geestelijke groei! En wat laten wij op dit punt zo ontzettend veel mogelijkheden liggen!
Bijbelkringen en groepen in kerkelijke gemeenten kunnen letterlijk levens redden.
En als dit B.E.P.T.-model hieraan kan bijdragen – in welke vorm dan ook – dan mogen we God prijzen voor Zijn wonderlijke en onmetelijke genade.

zaterdag 12 mei 2018

Jezus Christus, het eeuwige leven

Afgelopen donderdag had ik, in het kader van Hemelvaartsdag, het voorrecht om te mogen spreken over Johannes 17:20-26. Ik heb toen gezegd dat Jezus Christus het eeuwige leven is. Maar hoe kan ik dit zo stellig beweren? De Heere Jezus is gekomen om ons het eeuwige leven te geven, maar waar staat dat Hijzelf dit leven is?

Waar theologische overtuigingen geboren worden
Om te beginnen was het voor mijzelf ook een totaal verrassende ontdekking en heb ik eerder nooit zo over Christus gesproken of geschreven. Dit vind ik meest fascinerende en heerlijke van exegese doen: de Bijbeltekst induiken, kleuren, pijltjes en lijntjes trekken, net zolang tot je de tekst zelf haast niet meer kunt lezen en uiteindelijk de verbanden leggen.
Momenteel ben ik bezig (als vervolg op Johannes 17) met de eerste brief van de apostel Johannes. Bij het maken van een exegese ben ik altijd op zoek naar gemene delers (welk onderwerp, woord, of welke persoon komt bij herhaling voor in dit gedeelte?). Aan de hand van de gemene deler(s) kun je een groter gedeelte structureren. Het begin van 1 Johannes vertoont veel overeenkomsten met de proloog van het Evangelie volgens Johannes:

“Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens – want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard – wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij, opdat uw blijdschap volkomen wordt.”
(1 Johannes 1:1-4)

Eén van de moeilijkste – zo niet, één van de meest onmogelijke – dingen is om een tekstgedeelte te lezen en alleen maar gedachten te ontwikkelen die uit dat gedeelte zelf voortkomen. Iedereen heeft zijn vooronderstellingen, maar die moeten zoveel mogelijk worden getoetst – en worden gecorrigeerd – door de tekst. En áls dit lukt, krijg je op verrassende en onverwachte momenten de meest fascinerende en indrukwekkende conclusies. Zo kwam ik ook tot de ontdekking dat Jezus Christus Zelf het eeuwige leven is.

Johannes verwijst in de eerste vier verzen van zijn brief – geteld in de English Standard Version – maar liefst twaalf keer naar “dat wat er was vanaf het begin.” Hij lijkt hier als het ware opnieuw te beginnen met de proloog van zijn Evangelie. Maar juist omdat hij twaalf keer naar hetzelfde verwijst, is de gemene deler van deze verzen snel gevonden: “dat wat er was vanaf het begin.” Vervolgens zien we dat hij dit aan het einde van vers 1 het “Woord des levens” noemt. In vers 2 noemt hij dit “het leven” en het “eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard.” De vraag is nu: wat was bij de Vader en wat is nu aan ons geopenbaard? Het antwoord maakt dat we niet vragen wat er bij de Vader was en wat nu aan ons geopenbaard is, maar wie. De cryptische omschrijving van Johannes krijgt een gezicht in Jezus Christus. Hij staat in dit gedeelte centraal. En deze ontdekking zet vervolgens een denkproces in gang, waarbij de volgende feiten op een rij kunnen worden gezet:

• Christus is God (vers 1a)
• Christus is Mens geworden (vers 1b)
• Christus is het Woord des levens (vers 1c-2a)
• Christus wordt verkondigd (vers 2b)
• Christus is het eeuwige leven (vers 2c)
• Christus wordt verkondigd (vers 3a)
• Christus brengt gemeenschap (vers 3b)

In vers 4 zien we uiteindelijk de intentie achter Johannes’ schrijven, namelijk “dat de blijdschap van de lezers volkomen wordt.”

Blijdschap in het zien van Christus
Exegese levert nieuwe, frisse vreugde en blijdschap op. Allereerst is het fascinerend te ervaren dat Gods Geest werkzaam is in dit proces. Maar het meest geweldige is dat Diezelfde Geest méér van Christus laat zien. En het hoeft niet te verbazen wat er, kijkend naar de opsomming hierboven, voor mij direct uit het oog springt. Punt 5, Christus is het eeuwige leven.
Dit alles is leuk en mooi, maar wat zegt dit? Als je hier verder over na gaat denken, zegt het verbluffend veel meer dan je vermoedt. En van de meest verbluffende conclusies is deze: als Jezus Christus het eeuwige leven is, dan mag je daar een is-gelijk-teken plaatsen. Jezus Christus = eeuwig leven. Blijf je lezen in de geschriften van Johannes, dan kom je tot verbazingwekkend nieuwe inzichten. De grootste is wat mij betreft de volgende. Lees Johannes 3:16 eens, dat bekende vers:

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

Als Jezus Christus inderdaad het eeuwige leven is, kijk dan eens wat er gebeurt wanneer je Zijn Naam invult op de plaats waar nu “eeuwig leven” staat:

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar Jezus Christus heeft.”

Conclusie: God heeft Christus aan de wereld geven, zodat iedereen die in Hem gelooft, Christus zal hebben. Echt waar? Is dit het Evangelie? Is Christus zowel het Middel als het Doel? Het antwoord is: ja. Het eeuwige leven is Jezus Christus; het is het kennen van Degene Die door God de Vader aan de wereld is gegeven om het verlossingswerk te volbrengen.

Dezelfde vraag, andere woorden
Als de Bijbel ons eenmaal overtuigt van dit inzicht, dan kunnen we ook dezelfde vragen op een andere manier stellen. We kunnen de vraag of iemand eeuwig leven heeft anders gaan stellen. “Eeuwig leven” klinkt nog best abstract. Maar als je aan iemand vraagt: “Heb jij Jezus Christus?” spreekt het direct meer tot de verbeelding en hebben mensen veel sneller in de gaten in welke hoek zij het antwoord moeten zoeken.
Maar de gevolgen van een dergelijke ontdekking gaan nóg verder. In pastoraal opzicht kan het ook een geweldige bevrijding zijn te weten dat Jezus Christus het eeuwige leven is. Als Christus het Leven is, heb ik – voor zover ik met God wil leven – niets anders nodig. De kwaliteit van het leven is niet altijd hetzelfde, soms moeten we veel zegeningen inleveren waaraan we zó gehecht zijn (of waren). En om op die momenten werkelijk te weten en ervaren dat niet al die zegeningen (hoe goed ze ook kunnen zijn) het leven vormen, maar Jezus Christus Zelf – dat is misschien nog wel de grootste sleutel en het beste geheim om te volharden in het geloof, juist ook op die momenten dat de grond onder je voeten lijkt weg te vallen. Het komt aan op betekenissen en definities. Als jij het “leven” definieert met woorden als “gezondheid”, “geluk”, “genieten”, “hard werken” of “eer verkrijgen”, dan hoeft niemand lang na te denken over wat er met je gebeurt als één van deze zaken wegvalt. Maar als je het “leven” definieert met twee woorden, die samen één Naam vormen, komen al die zaken in een heel ander perspectief te staan. Want iemand die het eeuwige leven heeft, kan met recht zeggen: “Ik heb Jezus Christus.”

Blogarchief