SalvationInGod

vrijdag 26 mei 2017

In het licht van de eeuwigheid

Hoe kunnen Gods beloften zorgen voor vrucht in ons leven?

1 Petrus 3:9a is het moeilijkste vers uit de perikoop. Niet omdat het niet te begrijpen is, maar juist omdat dit vers zo duidelijk is, vinden het moeilijk:

“Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen…”

De reden dat ik juist 1 Petrus 3:8-12 overdenk in deze dagen, is niet alleen de noodzaak van een zegenende houding, maar om ook helder te krijgen waarom God het ook juist van mij vraagt wanneer geen mijn zegen verdient.
Tot zegen zijn van hen die jou een gevoel van ellende en vervloeking geven, dat is een onmogelijk opdracht. Toch blijft Gods opdracht overeind: “Zegen hen. Doe het goede voor hen.”
Maar hoe kan dit?

Voor wat hoort wat – en dat zonder geduld
De eerste ontdekking die ik deed, is dat een dergelijke oproep haaks staat op alles wat de wereld zegt. Wij zijn bekend met spreuken als “Wie goed doet, goed ontmoet” en “Lach naar de wereld en de wereld lacht terug.” We zijn geneigd te werken via een beloningssysteem. Als ik het goede maar doe, is iedereen aardig voor mij. Als ik maar succes boek, zie ik vrucht op mijn inspanningen. We zijn zo verwend, dat wij menen dat bij grote inspanningen ook grote beloningen horen. Krijgen we die niet, dan beginnen we te klagen en mopperen.
De wereld kent geen geduld. Ze heeft haast, want ze gelooft dat dit het enige leven is, dat te beleven valt. Dus moet er nu alles uitgehaald worden wat er inzit.
En lijden? Dat past absoluut niet in dit plaatje. Het saboteert ons succes. Het werkt onze verlangens tegen en tast de energie aan, die wij aan willen wenden om resultaat te boeken.

Resultaat-christenen: “Proclameer Gods beloften!”
Dit inzicht is goed. Het is nuttig. Het kan een ware bevrijding zijn wanneer je merkt dat het niet jouw plicht is om mee te draven met de eisen en het tempo van deze wereld. Maar wanneer het aankomt om het onderwerp “lijden”, dan vrees ik dat sommige christenen de last van hen die lijden dubbel zo zwaar maken. Ze gaan haastig over op “genezing”, “Gods kracht” en “ziekte komt van de duivel”. Ik vraag mij af of niet alleen de wereld, maar ook sommige christenen niet verantwoord om kunnen gaan met lijden.
Nog voordat jij jouw moeiten en pijn hebt kunnen uiten met woorden, hebben ze de Bijbel al opengeslagen en citeren een tekst. Uit liefde. Omdat ze het goed bedoelen. Omdat ze ervan overtuigd zijn dat een christen “sterk in de Heere” dient te zijn. Omdat ze geloven dat Christus alles voorbracht heeft om dit lijden op dit moment te beëindigen.
Eenvoudig op Gods belofte vertrouwen en deze belofte voor jezelf proclameren is de beste weg naar genezing.
Wás het maar zo.

Wat zou je zeggen tegen iemand die in emotioneel, psychisch of fysiek opzicht is misbruikt of mishandeld? Tja, je zou in alle haast naar 1 Petrus 3:9 gaan en zeggen: “Zegen ze! God vraagt het van je! Christus heeft jou vergeven, vergeef het hen!”
Deze manier van werken heb ik eerder “bijten op stenen” genoemd. Iemand wordt wel meegenomen naar de put van levend water, maar dringt niet door tot de kern van een Bijbeltekst, waardoor hij zijn tanden erop stukbijt. Je zult ervoor moeten zorgen dat een tekst werkelijk inhoud krijgt.

De dynamiek van Gods beloften: glorieus, hoopvol en eeuwig
Ik sta aan de kant van de lijdenden, simpelweg omdat ik weet wat lijden is. Ik weet hoe pijn voelt. Die ervaringen hebben er ook in geresulteerd hoe God op magnifieke wijze tegemoet komt aan de behoefte om vertroost en bemoedigd te worden. Maar het leert mij nu de noodzaak en diepgang die de inhoud van Zijn beloften bevatten.
Als je het mij vraagt, is de opdracht van 1 Petrus 3:9a teveel gevraagd. Ik kan dit niet opbrengen.
En Petrus weet dat. En daarom doet hij iets geniaals. Geleid door Gods Geest, legt Hij gewicht in de schaal van de opdracht. Hij voegt een belofte toe, in vers 9b:

“…omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.”

Weet je hoe het voelt om te lijden? Je voelt je alleen. Ontroostbaar. Iedereen is voor je gevoel je vijand geworden. En zeker in de context van 1 Petrus is dit laatste geen geringe observatie. Hij schrijft tot lijdenden en hij zal hen moeten vertroosten in dat moment van diepe pijn. Hoe doet hij dat? Door te zeggen dat zij geroepen zijn en dat zij de zegen zullen beërven. Met andere woorden: God riep hen om tot zegen te zijn (en dus de vijanden te zegenen), omdat Hij hen in Christus alreeds de zegen van het eeuwige leven gegeven heeft! Zie je dat? Hier is de vertroosting die lijdende christenen zo nodig hebben – ook al is iedereen tegen mij (of ook al lijkt dit zo), God is voor mij en heeft mij in Christus gezegend met het eeuwige leven. Wat heb ik te verliezen?

Is het niet geweldig om te zien hoe in het lijden de motivatie om het goede te blijven doen, in God Zelf gevonden wordt? Niets geen kille plicht. Niets geen geproclameer van Petrus. Hij is per slot van rekening zelf een mens. Ook hij heeft diepe dalen gekend. Het laatste waar je dan op zit te wachten is een slag met de stok van een harde meester. Het laatste waar je zin in hebt, is om een waslijst aan opdrachten aan te horen.
Je wilt uitzicht. Perspectief. Uitkomst. En hier is dat woord. “Broeders, je bent het eigendom van God in Christus, geef daarom de moed niet op en blijf daarom het goede doen. Je bent gezegend in Christus en de volheid van die zegen zal openbaar worden bij Zijn komst.”

Het grootste gevaar – ook voor christenen – is om te proberen dat lijden uit te bannen. Stiekem hopen we bij een ziekenbezoek dat iemand méér kan doen wanneer we vertrekken dan toen we binnenkwamen. Soms is iemand verstikt in de pijn en in het verdriet, dat je beter niets kunt zeggen om de tranen weg te nemen. Het gaat er niet om dat de tranen verwijden, maar dat de hoop op Gods belofte van eeuwig leven in Christus gaat gloren. Steeds weer opnieuw.
Doorleef het lijden. Ga er doorheen. Als je verdriet hebt, huil dan. Gods Woord zegt dat medechristenen met jou mee dienen te huilen. Wees niet gericht op gehaast resultaat, spoedige genezing. Maar doordenk Gods belofte van eeuwig leven. Denk na over Christus’ verlossingswerk voor jou.
Is de pijn dan weg? Dat zeg ik niet. Ben je dan niet meer verdrietig? Dat zeg ik ook niet. Wat ik wel weet, is dat je als gelovige nu al gezegend bent in Christus en dat God jou tot het voorwerp van Zijn liefde en zorg gemaakt heeft. Dit is Zijn gegeven verlossing – en jouw enige hoop. Verwonder je over deze goddelijke ontferming. En je zult merken dat niet jij, maar Hij in staat is het onmogelijke te doen – door jou heen.

donderdag 25 mei 2017

“Vergeld geen kwaad met kwaad”

Gedicht naar aanleiding van 1 Petrus 3:8-12

Stukgeslagen, gebroken
door het lijden –
geknakt en leeggezogen.

Met schurend venijn
een ziel bekrast en veroordeeld
tot blijvende levenspijn.

“Vergeld geen kwaad met kwaad” –
luidt het Woord van God
tot een ziel die haat.

“Hoe kan het, Heer,
dat U dit gebiedt tot een ziel
met zoveel hartzeer?

Op sterven na dood,
mijn ziel is op;
de liefdesopdracht te groot.

Waarom toch, Heer,
de confrontatie met het lijden
keer op keer?

Zou ik niet in wanhoop eisen
het recht van Uw Wet, en U smeken
Uw gerechtigheid te bewijzen?”

De gerechtigheid van Gods Wet zál
uiteindelijk worden vervuld –
bij het klinken van bazuingeschal.

Het mysterie van het lijden –
nooit doorgrond, noch gepeild
in aardse tijden:

God in het vlees,
Christus Jezus
stierf en verrees.

De loser van weleer,
bekrast als ik ben, zie ik nu
een heerlijke ommekeer.

Dit is mijn eer
mijn glorie, mijn roem –
de verlossing in Christus mijn Heer.

Want de tijd –
die heelt geen wonden,
hoezeer men dit ook belijdt.

En de haat –
ook die sterft niet,
wanneer je zwijgzaam verdergaat.

Terugkijkend op het leed,
is er één ding
dat ik zeker weet:

Christus stief, en ik met Hem,
zodat ik nu
in God geborgen ben.

Een overwinnaar zal ik zijn,
dwars door alle leed,
dwars door alle pijn.

Want juist door al het lijden,
is God bezig mij
van mijzelf te bevrijden.

Christus leed en deed
er het zwijgen toe. Dit is
de manier waarop Hij streed.

De pijn, die niet te dragen is
krijgt bij het kruis
nieuwe betekenis.

De winnaar zal degene zijn,
die het goede is blijven doen
voor de dader van zijn pijn.

Met bloed ben ik gekocht,
enkel omdat Gods genade
mij vol liefde en ontferming zocht.

De toorn van God, gelegd
op Christus Zijn Zoon,
is het einde van dit gevecht.

Op weg naar het eeuwige graf,
was ik, schuldig –
totdat Christus mijn zonden vergaf.

Daarom dit gebod –
“Vergeld geen kwaad met kwaad”,
want Zijn goedheid brengt ons bij de levende God.

Hij droeg Zijn kruis,
en ik het mijne, totdat Hij mij
zal begroeten in Zijn eeuwige huis.

En wie weet, zal door mijn pijn
en Gods genade, een andere bekraste ziel
voor eeuwig bij Christus zijn.



Lees hier het artikel bij dit lied: http://www.desiringgod.org/articles/a-song-for-the-suffering-with-john-piper

Blogarchief