SalvationInGod

donderdag 19 oktober 2017

“Alle dingen nieuw”

Gedicht naar aanleiding van Jesaja 65:17-25

Aan de horizon gloort
het herstel, de hoop
waarvan ik heb gehoord.

God maakt alles, maar
dan ook alles nieuw –
Hijzelf is bij ons, dáár.

Soms zou ik willen dat
ik weer kan worden als
dat jongetje – dat geen zorgen had.

Een dag, buiten lopend –
liggend, verlangend kijkend
en sterk hopend.

Denkend aan die Dag, waarop
ik Christus hoor: “Kom maar, jongen –
de vorige dingen zitten erop.”

Ik wil zijn, dáár, voor eeuwig in
het Nieuwe Jeruzalem – dáár
is het eind van deze gebroken zin.

Dan zal ik huppelen, springen,
juichen – en vol overgave
de lof van mijn God bezingen.

Niemand zal meer weten,
hoe in deze wereld
onze vijanden heetten.

Want God heeft beloofd
alles te gaan herstellen,
voor degene die gelooft.

De traan, vloeiend uit het oog,
veegt Hij eigenhandig
met Zijn vertroosting droog.

De zonde, mijn ongerechtigheid
ben ik dáár, in dat Nieuwe Jeruzalem
voor eeuwig kwijt.

Al het gezwoeg van mij,
tussen dorens en distels,
is daar voor eeuwig voorbij.

Dus zondaar, wat sta je hier
te spotten en vechten
voor onverzadigbaar plezier?

Ga, de uitnodiging ligt
al eeuwenlang klaar –
helder voor het zicht.

De Christus Die jij veracht,
heeft ook voor jou
eeuwige verzoening gebracht.

Delen, dat is wat Hij wil,
van Zijn vreugde – dit alles
maakt voor eeuwig het verschil.

Kom je niet mee, naar Hem,
om te luisteren naar
Zijn gezegende stem?

Zijn boodschap, eens te meer –
luidt vol verlangen: “Kom, wees welkom
in de vreugde van de Heer.”


zondag 15 oktober 2017

Gods herscheppende werk: vreugde, vrucht, vertrouwelijkheid en vrede

Outline Woordverkondiging Jesaja 65:17-25, uitgesproken op 15 oktbober 2017 in Bruchem

Inleiding:

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, ook deze morgen mogen wij elkaar begroeten met de genade van Hem Die is, Die was én Die komen zal. En vooral het laatste aspect – het feit dat Hij komen zal – wordt vanmorgen vanuit de prediking sterk belicht.
Ik wil een gedeelte met u gaan lezen waarvan ik weet dat er verschillende opvattingen over bestaan. Hier wil ik om te beginnen kort op ingaan.
Er bestaan verschillende eindtijdscenario’s met betrekking tot het chiliasme. U kent deze term denk ik wel; zij verwijst naar de leer omtrent het zogenaamde duizendjarig vrederijk. Er zijn globaal genomen drie verschillende opvattingen over dit vrederijk:

- Premillenialisme: de gedachte dat Christus terugkomt, Zijn Koninkrijk op aarde vestigt en voor een periode van duizend jaar – of in ieder geval een hele lange tijd – met Zijn kinderen op aarde regeert. Dit is niet de eeuwige staat, maar een tussenfase.
- Postmillennialisme: de gedachte dat Christus terugkomt op het moment dat de Kerk een geweldige bloeitijd kent en er velen tot geloof zijn gekomen. Men gaat hier uit van een wereldwijde opwekking.
- Amillennialisme: de gedachte dat de duizend jaren niet letterlijk maar symbolisch opgevat moeten worden. Deze regering van Christus met Zijn heiligen vindt reeds plaats, vanaf het moment dat Christus ten hemel voer en de Heilige Geest gezonden heeft, tot het moment dat Hij terugkomt. Amillennialisme betekent dus dat men geen letterlijk duizendjarig vrederijk op aarde verwacht.

Nu is de verleiding voor mij ontzettend groot om deze uitgangspunten te nemen, te wikken en te wegen welk standpunt het meeste rechtdoet aan de tekst, om u er zo van te overtuigen wat de Bijbelse visie is. Ik ontkom hier ook niet aan en zal er daarom ook aandacht aan besteden, maar ik doe dat kort.
En dat kort aandacht besteden aan deze kwestie doe ik met een reden. Eschatologie, de leer over de laatste dingen, is een prachtig onderwerp. Maar het gaat mis wanneer we hier een verhitte discussie over gaan voeren. Laat mij hier op dit moment zo duidelijk mogelijk stellen dat ik niet geïnteresseerd bent in eindtijdschema’s. Je zult mij niet zien zwoegen en zweten om de volgorde van alle gebeurtenissen als een soort kloppende puzzel in elkaar te leggen.
Als u de Bijbel leest, bid God dan in de Naam van Christus of u mag ontdekken Wie Hij is. De laatste keer heb ik hier gesproken over de prediking van Jezus Christus vanuit elk gedeelte van de Schrift. Broeders, het doet er niet toe of wij precies kunnen duiden hoe alles verlopen zal. Het gaat erom dat wij in het gedeelte God in Zijn glorie zien en in verwondering tot Hem kunnen opzien en dat wij ons aan Hem kunnen vastklampen als de God Die verlost. Ik ga dus bewust niet diep in op de discussie over welke periode dit gedeelte gaat; ik wil met u ontdekken Wie de Heere God voor Zijn volk wil zijn.

Laten wij de Bijbel opendoen bij Jesaja 65:17-25.

Context:

Voor we ons verdiepen in dit schitterende gedeelte, is het eerst nodig te weten wat de context is. Om te beginnen kunnen we stellen dat het boek Jesaja uit drie delen bestaat:

• Hoofdstuk 1-39: God reinigt een overblijfsel van het afvallige volk (dit gaat over Jesaja’s eigen tijd, tegen het einde van de achtste eeuw voor Christus)
• Hoofdstuk 44-55: God vertroost Zijn ontmoedigde volk in ballingschap (dit voorziet de Babylonische ballingschap in de zesde eeuw voor Christus)
• Hoofdstuk 56-66: God bereid Zijn ware volk voor op verlossing (met als achtergrond de terugkeer uit de ballingschap en toekomstige generaties van Gods volk)

God gaat door met Zijn plan. Hij heeft vóór de schepping van de wereld het verlossingsplan in Jezus Christus ontworpen. Hij is vastbesloten om dit verlossingsplan succesvol uit te voeren. Het boek Jesaja laat hierin twee belangrijke lessen zien: de ontrouw van het verbondsvolk Israël – dus alle Joden die voor wat betreft uiterlijke kenmerken Jood zijn – en de trouw van God om met Zijn genade uiteindelijk het trouwe overblijfsel te verlossen – dus niet de Joden volgens de uiterlijke kenmerken, maar degenen die zich oprecht tot God bekeerd hebben door hun vertrouwen te stellen op de Knecht van de HEERE, Die verlossing gebracht heeft voor zowel Jood als heiden. Voor ons gedeelte is het van belang te zien dat het boek Jesaja al verder kijkt dan alleen het verbondsvolk Israël. Gemeente, God belooft in Jesaja al dat Hij naar Bruchem zou omzien. Er zijn beloften in het boek Jesaja die duidelijk stellen dat God de verlossing van de hele wereld – en niet alleen van Israël – op het oog heeft!
Het laatste deel van het boek – dus de hoofdstukken 56-66 – heeft tot doel om het gelovige deel van Gods volk op te wekken tot een leven van gerechtigheid, omdat God een geweldige, grootse en heerlijke verlossing heeft beloofd!

Maar wat is deze verlossing precies? Dat zullen we bekijken aan de hand van de volgende vijf punten:

1. Gods vernieuwde schepping (vers 17)
2. Gods vreugde over Zijn volk (vers 18-19)
3. Gods verzadigende zegen (vers 20-23)
4. Gods vertrouwelijke nabijheid (vers 24)
5. Gods vredige schepping (vers 25)

1. Gods vernieuwde schepping (vers 17)
We lezen als eerste het woord “want” in vers 17. Ons gedeelte is dus een vervolg op datgene wat daarvoor is gezegd. En wat is daar gezegd? Daar wordt het oordeel over afgodendienaars uitgesproken. Het zal erop uit lopen dat alleen degenen die de Heere God in waarheid aanbeden hebben, gered zullen worden. Als eerste lezen we in ons gedeelte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde:

“Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart.”

De term nieuwe hemel en nieuwe aarde komen we ook in het Nieuwe Testament tegen, in 2 Petrus 3:13 en Openbaring 21:1. In beide gevallen gaat het om de nieuwe schepping. Gods volmaakte, complete, in eerbaarheid en heiligheid herstelde schepping. Dáár woont de gerechtigheid. De ongerechtigheid zal er niet meer zijn.
En dit maakt God ook hier al duidelijk: de voormalige dingen – of de vorige dingen – zullen er niet meer zijn. Geen mens zal nog een spoor van de ongerechtigheid van deze wereld in zijn hart meedragen. Je ziet ook heel mooi dat dit vers prachtig aansluit en een vervolg is van het vorige, waar we aan het einde lezen:

“Omdat de benauwdheden van vroeger vergeten zullen zijn, omdat zij verborgen zullen zijn voor Mijn ogen.”

Denk hieraan: wat moet het voor de Israëlieten – de trouwe, gelovige Israëlieten die bleven hopen op een machtig ingrijpen van God – een geweldig woord zijn geweest. Want “de vorige dingen” slaan ook op onveiligheid en onzekerheid. Welk volk zou nú weer de aanval openen? En hoe zou het aflopen met het volk als zij de verkeerde weg in zouden slaan? En hoe moest het ooit goedkomen als zij in ballingschap gevoerd zouden worden, en moesten leven als minderheidsgroep te midden van een volk dat de afgoden dient? Deze vragen zullen er definitief niet meer zijn als God de nieuwe hemel en de nieuwe aarde heeft gemaakt. God begint met iets heel nieuws en alles wat met deze wereld mis is, zal daar niet meer gezien, bedacht en herinnerd worden.
Toepassing: Bedenk, gemeente, wat een wonder dit is! De hoop voor het trouwe Israël mag worden doorgetrokken naar de gelovigen in Christus. Uw ongerechtigheid, mijn ongerechtigheid – de ongerechtigheid van Gods eigen volk – zal niet meer worden herinnerd! U weet niet wat ik allemaal op mijn geestelijke CV aan misdaden en overtredingen heb staan – maar geloof mij: het is een hele hoop, en een voor mij ondraaglijke schuld – en ik weet niet hoe uw geestelijke CV eruit ziet. Maar één ding weet ik wel: de ongerechtigheid is weg! Dit, gemeente, is ons uitzicht! Dit is het Evangelie van Jezus Christus; hier wordt de schittering van de Zoon van God zichtbaar! Hier zien wij het Lam, de lijdende Knecht van de HEERE, Die Zijn volk tegemoet komt in genade en zegt:

“Laat Mij maar. Doe jij maar een stap achteruit, dan kom Ik op de voorgrond. Laat Mij dat kruis dragen, laat de spijkers maar door Mijn handen en voeten komen. Laat Mijn bloed maar vloeien. Laat de toorn van God, Mijn Vader, vanwege jouw misdaden maar op Mij komen.”

En waarom heeft Hij dit gedaan?
Zodat God Zelf en wij niet voor eeuwig herinnerd en geconfronteerd zouden worden met onze ongerechtigheid. Nogmaals, het zal weg zijn! Het zal niet meer bestaan. De zonde en de vloek, die door de zondeval de wereld zijn binnengekomen – met alle verschrikkelijke gevolgen daarvan – zullen er niet meer zijn, en er zal niet meer aan worden gedacht. Weg, gemeente! Weg!
En in dit verband is het belangrijk om dit gedeelte naast Genesis 3 te leggen. Straks komen we bij een pittig gedeelte, dat voor veel verschillende interpretaties heeft gezorgd, maar tijdens het bestuderen van dit gedeelte zag ik verwijzingen naar Genesis 3, waar de zondeval wordt beschreven. Ik geloof dat we in onze interpretatie van dat moeilijke gedeelte absoluut niet voorbij mogen gaan aan het verband dat hiertussen bestaat. Houd dit vast, we komen hier straks op terug. In vers 17 zien we in ieder geval een radicale vernieuwing van de schepping, waar alleen nog maar gerechtigheid woont.

2. Gods vreugde in Zijn volk (vers 18-19)
Daaruit volgt dat God blij is met de nieuwe schepping. We lezen in vers 18 en 19:

“Maar wees vrolijk en verheug u tot in eeuwigheid in wat Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde en zijn volk blijdschap. En Ik zal Mij verheugen in Jeruzalem en vrolijk zijn over Mijn volk.”

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden vanaf vers 18 concreet aangeduid met Jeruzalem. God zal er Zelf wonen en de nieuwe schepping zal voor Gods volk zijn. En God verblijdt Zich in dat volk!
Toepassing: Ik heb een overzicht meegenomen van de kerkelijke kaart van Nederland. Kijk, hier zie je de Lutherse Kerk, die na een lange tijd toch maar heeft besloten dat het beter is om samen op weg te gaan. En hier zien we de verschillende soorten gereformeerde kerken. En hieronder – heel erg verdwaald – staan de vrije evangelische gemeenten.
Weet u wat nu het tragische van dit alles is? We kunnen ernaar kijken en erom lachen, maar dit ligt met elkaar in de clinch vanwege doop, eindtijd en wat al niet meer – en dat terwijl God in al deze kerken kinderen heeft zitten en Hij Zich over hen verheugt!
Wanneer ik dit zie, is mijn vraag: “Waar is God?!” Waar is het besef dat God Zijn eigen volk verzamelt met grote blijdschap? Waar is Hij in dit hele verhaal? Weet u wat het beeld van Jesaja 65:18-19 is?
Dit is straks weg! Net als onze ongerechtigheid zullen we er niet meer aan denken wie tot welk kerkverband behoorde.
Toepassing: Broeders en zusters, kunt u zich verblijden in alle anderen die hier deze morgen aanwezig zijn? Kunt u zich verblijden over andere christenen, omdat God Zich over hen verblijdt? Kunt u met plezier denken aan uw geloofsgenoten, of bent u op hen uitgekeken?
Gemeente, willen wij ons goed kunnen voorbereiden op de eeuwigheid en op het Nieuwe Jeruzalem, dan zullen wij hier al moeten leren wat het is om met verschillende soorten christenen te leven en oprecht dankbaar te zijn voor het feit dat God hen tot christenen heeft gemaakt. Misschien hebben ze niet dezelfde smaak als de mijne of de uwe, maar het zijn wél kinderen van God, waarover Hij Zich verblijdt. Als u zich niet kunt verblijden over een christen waar God met blijdschap aan denkt, dan heeft u een probleem. Wat zou ik graag zien dat de geestelijke eenkennigheid zou verdwijnen! Het gaat niet om kerkverband, maar om het leven met de Heere – niet alleen als individu, maar juist ook als gemeente. Dankt u God voor uw broeders en zusters?

3. Gods verzadigende zegen (vers 20-23)
Nu komen we bij het ingewikkelde gedeelte. Tot nu toe hebben we goed kunnen volgen wat God belooft aan het trouwe overblijfsel van Israël. Hij belooft nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, Hij belooft dat Hij met vreugde en blijdschap te midden van Zijn volk aanwezig zijn en nu – wat belooft Hij nu, in vers 20-23? Ik zou het willen samenvatten in één woord: verzadiging. Christen, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen een plek zijn waar jij tot bloei komt en waarin jij in de Naam van God en voor de glorie van Zijn Naam zal werken met prachtig resultaat. In deze wereld is het zwoegen, hier is het ploeteren, hier is het met je hand het zweet van je voorhoofd vegen en je met regelmaat vertwijfeld afvragen: “Waar doe ik dit allemaal voor?!” Maar dáár – dáár zal het leven overvloedige vruchten kennen. Gods tegenwoordigheid zegent je arbeid, niet voor zomaar een korte tijd, maar voor een hele lange tijd.
We lezen in vers 22 dat de dagen van Gods volk op de nieuwe aarde zullen zijn als de dagen van een boom. Een boom kan wel 2.000 jaar oud worden. Dit beeld staat voor een geweldig lang leven. Gods volk heeft niet zomaar een geweldig lang leven, Gods volk heeft eeuwig leven! Het beeld van gelovigen als een boom komen we vaker tegen, bijvoorbeeld in Psalm 1. Daar staat de boom voor stevigheid en onwankelbaarheid.
Het moeilijke van dit gedeelte zit niet zozeer in deze woorden van vers 22, maar in die van vers 20 en 23:

“Daar zal niet meer zijn een zuigeling die maar enkele dagen leeft of een oude man die zijn dagen niet zal volmaken, want een jonge man zal sterven als een honderdjarige, maar een zondaar, al is hij honderd jaar zal vervloekt worden (…) Zij zullen zich niet voor niets vermoeien of kinderen baren voor iets verschrikkelijks, want zij zijn het nageslacht van de gezegenden door de HEERE, en hun nakomelingen met hen.”

De vraag is nu: gaat het hier om een duizendjarig vrederijk, of gaat het hier over de eeuwige staat? Nu heb ik in mijn inleiding gezegd dat ik er niet aan ontkom om hier kort bij stil te staan.
Daarom wil ik u de volgende zes vragen voorleggen ter overweging. Voor mij hebben ze geholpen om een antwoord te geven op deze vraag met betrekking tot het duizendjarig vrederijk en de eeuwige staat:

1. Er wordt gesproken over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Deze term vinden we ook in Jesaja 66:22, in 2 Petrus 3:13 en in Openbaring 21:1. Al deze Schriftplaatsen spreken over een definitief vernieuwde schepping. Zonde, dood, lijden, verdriet, ziekte, rampspoed zijn allen verleden tijd. Is het aannemelijk dat het in dit gedeelte – en alleen in dit gedeelte – over een ander tijdvak gaat dan de eeuwige staat, ondanks het feit dat hier wel de nieuwe hemel en nieuwe aarde als zodanig worden genoemd?
2. De opvallende gelijkenissen met Genesis 3, waar ik net al kort iets over zei.
Genesis 3:16: “Tegen de vrouw zei Hij: Ik zal uw zwangerschap zeer groot maken; met pijn zult u kinderen baren.”
Genesis 3:17: “En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van de vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten. In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren.”
We zien in dit gedeelte zowel een verwijzing naar kinderen baren als werken. Mijn indruk is dat God in Jesaja 65:17-25 duidelijk wil overbrengen dat Hij de wereld op zo’n wijze zal vernieuwen, dat het weer zal functioneren volgens de staat in het paradijs. Zó heeft God het immers bedoeld! Is het verantwoord om de gelijkenis vanuit Genesis door te trekken naar de woorden in dit gedeelte, zodat er een heerlijk en rijk beeld ontstaat van de verlossing waarop wij hopen?
3. Het frame-work of geraamte van de tekst is een heerlijke beschrijving wat iets wat God voor eeuwig tot stand zal brengen. We hebben hier te maken met negen verzen, waarvan er zeven duidelijk begrepen kunnen worden en die bepalen ons bij de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Twee verzen passen wat moeilijker in dit plaatje. Moeten we dan die zeven verzen als het ware “opofferen” omwille van die twee ingewikkelde? Moeten die twee moeilijke verzen nu ineens het uitgangspunt vormen voor het verstaan van de rest van het gedeelte, dat over het algemeen goed te begrijpen is?
4. De tegenstrijdigheid tussen het feit dat de “vorige dingen” voorbij zijn en het feit dat de zondaar en de dood nog steeds aanwezig lijken te zijn. Dit roept grote vragen op. Zijn er dan een nieuwe hemel en nieuwe aarde waar de dood nog steeds een plek heeft? Hoe valt het te verklaren dat er volgens vers 19 geen geween en geschreeuw meer zal zijn, terwijl er zogenaamd volgens vers 20 iemand sterft – iets wat altijd gepaard gaat met rouw en geween?
5. De tegenstrijdigheid tussen de blijdschap van God over Zijn volk en een zondaar die zich hier toch in dit volk lijkt te bevinden. In vers 22 lezen we dat God Zijn volk “Zijn uitverkorenen” noemt. Als het inderdaad waar is dat er zich zondaars in dit volk bevinden, hoe valt dit dan te rijmen met vers 19, waar God heeft verklaard Zich te verheugen in Zijn volk? Sinds wanneer verheugt God Zich in stervende zondaars? Is het niet juist zo dat God Zich verheugt in het verlossen van zondaars, en niet in het feit dat er zondaars zijn?
6. Het einde van het boek Jesaja.
Jesaja 66:22-24: “Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan. En het zal geschieden dat van nieuwemaan tot nieuwemaan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE. En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.”
Kunnen we vanuit het bredere verband opmaken dat God het oordeel verkondigt aan allen die Hem weigeren te aanbidden en dat de urgentie in dit gedeelte niet ligt op het bepalen van het eschatologische tijdvak, maar juist de bekering tot de levende God, Die alles nieuw zal maken?

Op grond van deze zes punten heb ik voor mijzelf het volgende antwoord geformuleerd: ik acht het niet aannemelijk dat we alles in Jesaja 65:17-25 letterlijk moet nemen, maar dat we de rijke, geestelijke boodschap moeten verstaan: God gaat alles nieuw maken; de zonde zal niet meer als scheidsmuur tussen de mens en Hem instaan, maar Hij zal vol blijdschap onder Zijn eigen volk wonen. Daarom heb ik ook niet uitgebreid in willen gaan op de discussie omtrent het duizendjarig vrederijk. Ik zou dit punt willen afronden met een waarschuwing voor hen die doelbewust in de zonde willen blijven leven.
Toepassing: Hoe we dit gedeelte ook interpreteren, wat we hier ook over willen zeggen – verlies één ding niet uit het oog: de zondaar heeft geen toekomst. De zondaar heeft geen toekomst! Wees hiervan doordrongen. Of je nu wél of niet het duizendjarig vrederijk wilt verdedigen vanuit dit gedeelte, de Heere zelf laat heel duidelijk zien dat zonde en zondaar nooit te verdedigen zijn. Mis deze waarheid alstublieft niet, broeders en zusters. De zondaar zal zijn einde kennen. Daarom acht ik vanuit dit punt de oproep tot bekering veel urgenter, verreweg het belangrijkste, dan het gesteggel over de vraag of we hier nu wel of geen duizendjarig vrederijk in kunnen vinden.
Kom tot Christus als u Gods gunst over uw leven wilt ontvangen en als u voor eeuwig in Zijn tegenwoordigheid verzadigd wilt worden van het échte leven. Kom tot Jezus als u voor eeuwig Gods blijdschap wilt ervaren over Zijn prachtige, vernieuwde schepping. De weg naar God is open, ook vandaag.

4. Gods vertrouwelijke nabijheid (vers 24)
En die weg is open om omgang met Hem te hebben. In vers 24 lezen we dat God op een indrukwekkend vertrouwelijke manier betrokken is bij Zijn volk:

“En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ík zal antwoorden, terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.”

God en Zijn volk zullen een omgang hebben die zó intiem, zó vertrouwelijk is – dit is heerlijk! Er zal bij wijze van spreken sprake zijn van voortdurend gebed. Nog voordat iemand een woord tot God heeft gesproken, is Hij al bezig om te antwoorden.
Toepassing: Christen, kent u deze persoonlijke omgang met God? Durft u alles tegen Hem te zeggen? Persoonlijk worstel ik ermee om te werkelijk te geloven en beseffen dat God alles wil horen wat er in mij leeft, wat er mis is gegaan, hoe ik mij voel, wat ik denk, wat ik verlang. Wat dat betreft mag ik nog leren groeien in een meer persoonlijk gebedsleven – om meer mijn hart met de hemelse Vader te delen.
Ik weet niet of hier mensen zijn die dit herkennen. Mensen die zeggen: “Ik vind het moeilijk om persoonlijk tegen de Heere God te zijn. Omdat Hij zó ontzagwekkend heilig is, zó verheven, zó machtig! Wat zal Hij van mij vinden?” Als u zo iemand bent, wees dan niet verschrikt. U bent niet de enige. Talloze christenen worstelen hiermee. We hebben allemaal onze lasten vanuit het verleden, we zijn gevormd door levensbepalende gebeurtenissen waar we liever nooit doorheen hadden willen gaan. De Heere weet dat. Word niet bevreesd als u hierover nadenkt.
Vat moed en put hoop uit de belofte die God hier geeft: Christen, als al die vorige dingen voorbij zijn – de dingen waar je nu nog doorheen moet, de dingen die jou nu nog ontmoedigen, de dingen die jou nu nog tot wanhoop kunnen drijven – dan zal er een omgang zijn tussen jou en de HEERE, die je nog nooit gekend hebt. De tranen zullen van je gezicht worden gewreven, de pijn in je hart en geest zal worden weggenomen, je zult niet meer in onzekerheid verlangen naar zaken waarvan je niet weet of je ze ooit vervuld ziet worden. Dáár is God onder Zijn volk en Hij zal Zich verheugen over jou – zozeer dat Hij nog eerder zal antwoorden dan dat jij tot Hem hebt geroepen.

5. Gods vredige schepping (vers 25)
Dan mogen we werkelijk de vrede met God ervaren op een manier zoals we die nu nog niet kennen. Onafgebroken vreugde, onafgebroken vrucht, onafgebroken vertrouwelijke omgang en onafgebroken vrede. Van die laatste lezen we in vers 25:

“Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden, een leeuw zal stro eten als een rund, een slang – zijn voedsel zal stof zijn. Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, zegt de HEERE.”

Ik wil in het bijzonder wijzen op de woorden die de Heere over de slang uitspreekt:

“de slang – zijn voedsel zal stof zijn.”

Opnieuw wil ik u meenemen naar Genesis 3.
Genesis 3:14: “Toen zei de HEERE God tegen de slang: Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld! Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven.”
Dit is nu het bijzondere. We lezen dat God de vloek van de zonde zal wegnemen. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal geen zonde meer kennen en zal hierdoor dus ook niet vervloekt zijn. Maar er komt geen verandering voor de slang.
Toepassing: Weet u wat dit betekent, gemeente? Zonde, dood en satan – ze zijn allen overwonnen! De slang, die in het paradijs de mens misleidde en als oordeel stof zou eten, zal dit tot in eeuwigheid moeten blijven doen. Het oordeel over satan is onafwendbaar. Er is geen weg terug voor hem. Gemeente, u hebt nu nog een vijand die actief is, maar weet dit – het kruis en de opstanding van Jezus Christus zijn de doodsteek voor hem! U weet wat voor toekomst God u belooft en u kent de toekomst van de satan. U weet van de vrijspraak die u in Christus hebt ontvangen en u weet van het oordeel dat satan te wachten staat. Daarom: sta vast in de genade van onze Heere Jezus Christus en hoop op de verschijning van onze Koning en Verlosser. Wees niet bang in de strijd tegen de zonde en wees niet bang voor de intimidatie van de duivel.
Want – in Jezus Christus zijn wij méér dan overwinnaars en wij zullen eens bij Hem zijn, bevrijd, verlost en vernieuwd.
Gemeente, wees trouw! Wees trouw in deze wereld en weet dat de “vorige dingen” pas echt verleden tijd zijn wanneer u de stem van Christus deze heerlijke woorden hoort uitspreken:

“Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.”

Amen.





Blogarchief