SalvationInGod

zondag 30 juli 2017

Jezus Christus, Schittering in de prediking

Outline Woordverkondiging 2 Korinthe 4:1-6, uitgesproken op 30 juli 2017 in Bruchem

Inleiding en context: Gemeente van onze Heere Jezus Christus, het is goed om ook deze morgen bij elkaar te zijn en het Woord van God te openen. Het is heerlijk om dit Woord te lezen, te bestuderen en door te geven. Ik weet dat hier mensen zijn die dit kunnen nazeggen.

Toch kent de prediking ook een hele ruwe kant. De kant van aanvechting. De kant van vertwijfeling. Teleurstelling. Ik heb het hier niet over de prediking op zich, maar de weerstand die het oproept – niet alleen bij mensen buiten de kerk, maar ook daarbinnen. En laten we hier eerlijk over zijn: wanneer mensen binnen de kerk weerstand bieden, komen de gevoelens van onbegrip en teleurstelling sneller en met groter gewicht omhoog, dan wanneer een ongelovige buurman met kritiek komt.
Ik weet niet of u hier ervaring mee heeft – ik kijk nu even bewust naar de broeders – maar je zult merken dat het pijn doet als mensen bepaald Bijbels onderwijs niet begrijpen en allerlei verwijten maken die niet terecht zijn.
Ik wil hier vanmorgen niet staan als een treurwilg, want ik geloof dat God ons ook door dit soort momenten heen leidt en vormt.

Wat ik vanmorgen wél wil doen, is stilstaan bij iemand die deze ervaring kent. Iemand die ook te maken heeft gehad met weerstand, is de apostel Paulus. Wat heeft die man in zijn bediening weerstand gekend! We zullen zo een gedeelte uit 2 Kortinthe lezen en wat opvalt aan deze brief is dat Paulus ontzettend fel en tegelijkertijd zo persoonlijk is. Wij weten vanuit de context dat Paulus’ apostolisch gezag in de gemeente van Korinthe in twijfel werd getrokken. En ik wil u vanmorgen meenemen naar die situatie en bekijken hoe Paulus hier op reageert. Wat is er aan de hand? De relatie tussen Paulus en de Korintiërs was op zijn zachtst gezegd nogal stroef. Hij heeft deze gemeente vier brieven geschreven, waarvan er één verloren is gegaan – dat is de tranenbrief. De andere twee hebben wij in de Bijbel.
De eerste brief aan de Korintiërs verraad ook al spanningen tussen de schrijver en zijn ontvangers. Deels had dit te maken met de toenmalige cultuur. Het Korinthe rond het jaar vijftig is goed te vergelijken met het Westen van nu: er was sprake van grote welvaart en seksuele losbandigheid. Mensen hadden niet altijd even scherp wat voor consequenties er verbonden waren aan het geloof in Jezus Christus. Geestelijk gezien was de gemeente dan ook terecht een zorgenkindje voor Paulus.
In zijn tweede brief gaat Paulus uitvoerig in op zijn apostolische bediening. Hij moest wel, aangezien zekere mensen de Korintiërs in vertwijfeling hadden gebracht over zijn gezag. Want wat wil het geval? Paulus had een heerlijke boodschap, alleen zijn uitstraling was er niet naar. Hij was geen geweldige redenaar en zijn verschijning was verre van indrukwekkend. Hij had niet het aanzien van een Romeinse keizer of een president van een machtig land. Hij was zwak en moest veel lijden doorstaan. En voor sommigen was dit dé reden om de betrouwbaarheid van zijn Evangelie in twijfel te trekken. Met andere woorden: de verdeeldheid waarvan we lezen in zijn eerste brief, is bij het schrijven van de tweede nog uiterst actueel.
Toepassing: Ik zou de lijn door willen trekken naar vandaag: hoe velen hebben niet de gedachte aanvaard dat een christen alleen geloofwaardig is wanneer hij succesvol is. Het Westen heeft niet veel met het lijden, behalve dat zij het wil uitbannen. We wensen geen kinderen met het syndroom van Down meer te krijgen en voordat het lijden mij treft, moet ik zelf op een – tussen aanhalingstekens - “waardige” manier uit het leven kunnen stappen.
Soms bekruipt mij het gevoel dat een dergelijke houding in de Westerse kerk ook voet aan de grond krijgt: een lijdende christen is ongemakkelijk voor andere christenen. In ieder geval weet lang niet iedereen hier verantwoord en tactisch mee om te gaan. Het lijden van een christen doet immers afbreuk aan de overwinning van de Heere Jezus… of toch niet? Het is wel het argument van Paulus’ tegenstanders.

We lezen 2 Korinthe 3:1-4:6. Dat doe ik bewust, omdat bepaalde woorden in hoofdstuk 4 ook terug te vinden zijn in hoofdstuk 3.

We zullen met elkaar nadenken over de vraag hoe Paulus reageert op de aantijgingen van zijn tegenstanders en we zullen vanuit dit gedeelte specifiek bekijken hoe hij zijn eigen prediking ziet. Ik wil stilstaan bij de volgende zes punten:

1. Prediken met volharding (vers 1)
2. Prediken zonder bedrog (vers 2a)
3. Prediken met een goed geweten (vers 2b)
4. Prediken met tegenstand (vers 3-4)
5. Prediken van Jezus Christus (vers 5)
6. Prediken met bevindelijke kennis (vers 6)

1. Prediken met volharding (vers 1)
Het eerste dat wij lezen in hoofdstuk 4, is Paulus’ volharding en vastberadenheid om door te gaan. Hij schrijft dat “wij de moed niet verliezen.” Nee, Paulus verslapt niet. Hij laat het vuur van de Heilige Geest om Jezus Christus te verkondigen niet doven.
We lezen in hoofdstuk 3 dat Paulus twee bedieningen tegenover elkaar plaatst: de bediening van de verdoemenis en de bediening van gerechtigheid (allebei te vinden in vers 9). Hij is bezig te laten zien dat de bediening van gerechtigheid de glorie en de heerlijkheid van de bediening van de verdoemenis vér overstijgt. Hoe zit dit precies?
De bediening van de verdoemenis is Gods verbondssluiting met Israël in de Sinaï, waar Mozes de twee stenen tafelen krijgt met de Tien Woorden, of Tien Geboden (zie vers 7).
Dit wordt de bediening van de verdoemenis genoemd, omdat deze Wet géén leven kan schenken; zij kan alleen veroordelen. De Wet kan ons alleen laten zien wat zonde is en alleen maar duidelijk maken dat wij door zonde te doen zondaar zijn. Dat is de bediening van de verdoemenis.
Toch spreekt Paulus niet uitsluitend negatief over de bediening van de verdoemenis, want hij stelt dat ook deze bediening wel degelijk heerlijkheid bezit.
Maar – en nu komt de overtreffende heerlijkheid – dan is daar de bediening van gerechtigheid. Als we Paulus’ brief aan de Galaten lezen, zien we dat de bediening van de verdoemenis is bedoeld als heenwijzer naar een bediening die véél heerlijker zal zijn! De Wet is heenwijzer naar Jezus Christus, Degene Die ons het leven en de gerechtigheid kan geven die wij nodig hebben om rechtvaardig voor God te kunnen verschijnen.
Over deze twee bedieningen heeft Paulus het hier. Hij spreekt in vers 1 over de bediening van gerechtigheid. Het is de bediening die de boodschap verkondigt dat Jezus Christus Zijn leven heeft gegeven en is opgewekt uit de doden, om aan iedereen die tot Hem komt, Zijn gerechtigheid te kunnen schenken.

Toepassing: De reden van deze volharding – laat dit een ontzettende bemoediging zijn voor u! – ligt niet in hemzelf, maar in God.
Les 1, voor iemand die ooit in een christelijke bediening wil dienen, is dit: het is niet jouw bediening, het is Gods bediening voor jou. Probeer jezelf niet drie slagen in de rondte te werken voor iets wat alleen kan slagen met de wil en de zegen van de Heere.
Toepassing: Misschien zit je hier en ben je moedeloos geworden in je wandel met God. Je moet jezelf naar de tafel slepen om de Bijbel open te slaan, je moet jezelf er steeds toe zetten om naar de kerk te gaan. Wees je er dan van bewust dat het leven als christen ten diepste niet om jou draait, maar om God. Hij wil gezocht en gevonden worden! Mag het Evangelie van de Heere Jezus een rijke betekenis krijgen!

2. Prediken zonder bedrog (vers 2a)
Vervolgens zien we dat Paulus deze boodschap wil bewaren als zijn grootste schat. In vers 2a lezen we het volgende:

“Integendeel, wij hebben de schandelijke, verborgen praktijken verworpen; wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God…”

Wat zou jij doen als je doorhebt dat de boodschap niet wordt aanvaard? Hoe zou jij omgaan met mensen die jouw boodschap in twijfel trekken? Ben je te verleiden om de boodschap aan te passen, zodat mensen er geen aanstoot meer aan nemen? Paulus weet één ding heel zeker: in zijn leven als christen heeft bedrog géén plaats, en al helemaal niet de verkondiging van het Evangelie. O, hoe gemakkelijk zou het zijn om een aantal details achterwege te laten! Een Christus zonder kruis, een Christus zonder lijden, een Christus zonder vernedering, dát is een boodschap naar de wens van deze wereld. Of een Christus die wel zonden vergeeft, maar niemand heiligt en reinigt. Een Christus die alleen de straf op de zonde wegneemt, maar die niets verandert aan de macht van de zonde in iemands leven. Het klinkt zo geweldig. Zo mooi. Zo lekker vrijblijvend. Ik zit hier lekker op mijn luie stoel en zie hoe Christus mijn troep, mijn ongerechtigheid op Zich neemt en ik blijf gewoon doen wat ik altijd al deed.
Toepassing: Weet u, zo heb ik jaren geleefd. Ik wist van het kruis, en ondanks dat bleef ik maar met mijn zonden de spijkers door Zijn handen en voeten slaan. Er was geen verandering. Alleen de feitenkennis. Vrienden, met christelijke feitenkennis zal niemand de hemel binnengaan. Alleen het Evangelie van Jezus Christus – het enige ware Evangelie – bezit kracht om te redden. Wij zitten niet te wachten op leugens, bedrog of dergelijke troep!
Toepassing: Voelt u de noodzaak van een betrouwbaar Evangelie? Het lijkt wel leuk om te sleutelen aan de boodschap, om het aantrekkelijker te maken, maar als we dat doen, roepen we Gods vloek over ons af (Galaten 1:8-9).
Broeders, ik wil in dit opzicht nadrukkelijk naar jullie kijken: jullie zijn geroepen om jullie vrouwen te leiden, jullie gezinnen te leiden en sommigen van jullie hebben de taak om in deze gemeente de leiding op je te nemen. Wees betrouwbaar in het doorgeven van het Evangelie! Wijk niet af van de boodschap. Heb voor elk onderwijs dat je doorgeeft, dit (de Bijbel) als bewijs. Heb de moed, broeders, om net als Paulus te zeggen: “Dit Evangeliewoord is het enige dat redden kan, met iets anders wil ik niet tevreden zijn. Ik heb niets anders meer nodig.”

3. Prediken met een goed geweten (vers 2b)
Prediking is dan ook een zaak van een goed geweten. In vers 2b lezen we dat Paulus zegt:

“…maar door het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk menselijk geweten, in tegenwoordigheid van God.”

De waarheid en niets dan de waarheid. Paulus ligt hier als het ware onder een goddelijke eed. In Hebreeën 7:20-22 lezen we dat God Persoonlijk heeft gezworen dat Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon dé Priester zou zijn om Borg te zijn van het Nieuwe Verbond.
Toepassing: Deze morgen mag ook hier deze boodschap klinken: Jezus Christus is onze Priester, onze Profeet, onze Koning! Hij is Degene Die ons verlossing geschonken heeft en Die ieder moment bezig is om ons te verlossen. Bewaart u dit getuigenis? Hebt u, wat dit betreft, een zuiver geweten? Kan God met een glimlach bevestigen dat u Zijn eed serieus neemt en in alle betrouwbaarheid dit getuigenis wilt bewaren en verkondigen? Kan Hij vol blijdschap stellen Zijn Zoon uw Alles is?

4. Prediken met tegenstand (vers 3-4)
Tot nu toe hebben we gezien dat Paulus standvastig blijft. Het Evangelie van Jezus Christus is alles voor hem. Toch moet ook hij erkennen dat er ondanks deze boodschap van verlossing mensen in ongeloof blijven leven. Hoe zit dat? Hij geeft hier antwoord op in vers 3-4:

“Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die verloren gaan. Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.”

Zagen we in hoofdstuk 3 nog dat Paulus spreekt over een bedekking door het “verharden van harten” (3:13-16), nu geeft Paulus een satanische betekenis aan deze bedekking.
Op het moment dat ik dit Woord (de Bijbel) mag verkondigen, realiseer ik mij heel goed dat er één bezig is om dit voor de hoorders tot een gesloten Boek te maken – elke keer weer. Mensen kunnen de Bijbel lezen, en toch niet begrijpen wat God te zeggen heeft. En wat heeft God te zeggen? “Mijn Zoon! Mijn Zoon! Hoe prachtig is Mijn Zoon! Zó prachtig, Ik heb bij Mijn eigen Naam gezworen dat Hij de garantie is voor de verlossing van Mijn volk!”
Ja, gemeente, zó prachtig is de Heere Jezus Christus! Paulus heeft het hier over de heerlijkheid van Jezus Christus, het Beeld van God. En waarom geloven mensen niet in Hem? Omdat zij Hem zo niet zien.
Toepassing: In dit opzicht zou het goed zijn om niet aan elkaar te vragen: “Gelooft u in Jezus?”, maar “Wat ziet u van Jezus?” Veel mensen zeggen te geloven in Jezus, maar als je erachter wilt komen of iemand werkelijk gelooft, zal je moeten ontdekken wat iemand van Christus heeft gezien. Ik ben bang dat heel wat mensen gemakkelijk roepen dat zij “geloven dat Jezus hun Redder en Verlosser is” zonder erbij stil te staan dat het van doorslaggevend belang is dat je Christus ziet zoals Hij in de Bijbel wordt geopenbaard. Het betekent helemaal niets als u zegt in Jezus te geloven. Zelfs de duivel is volgens Jakobus een goede theoloog, maar het belangrijkste aspect slaat hij over: in ontzag voor God neerknielen, Hem aanbidden en gehoorzamen. Satan haat dit; hij vindt dit afschuwelijk. En hij zal proberen mensen te misleiden, zodat zij een onzuiver beeld krijgen van de Heere Jezus. Want hij weet: een zondaar met een juist zicht op Christus is hij kwijt! Daarom probeert hij, waar mogelijk, het Evangelie van Jezus Christus te verdoezelen of verdraaien. Daarom ben ik er diep van overtuigd dat grondige Bijbelstudie en exegese van onschatbare waarde is. Begrijp de Bijbel, zie Christus, en u overwint de duivel!

Luister eens naar het volgende opmerkelijke getuigenis van Richard Wurmbrand, een Roemeens predikant die leefde van 1909 tot 2001 en die ook wel “de stem van de ondergrondse kerk” wordt genoemd:

‘Toen de Russen Roemenië bezetten, kwamen twee gewapende Russische soldaten een kerk binnen met het geweer in de hand. Ze zeiden: “Wij geloven niet in uw leer. Allen, die er niet onmiddellijk afstand van doen, worden meteen doodgeschoten! Die hun geloof opgeven moeten hier rechts gaan staan!” Sommigen gingen naar de rechterzijde. Ze kregen bevel de kerk te verlaten en naar huis te gaan. Zij vluchtten voor hun leven. Maar toen de Russen alleen waren met de overige christenen, hebben zij hen omhelsd en tot hen gezegd: “Wij zijn ook christenen, maar we wilden alleen gemeenschap oefenen met hen, die die vinden dat de waarheid waard is om er voor te sterven.”’

En dan voegt Wurmbrand de volgende oproep toe:

‘Zulke mensen zijn het die in onze landen strijden voor het Evangelie. Het zijn ook strijders voor de vrijheid. In de huizen van vele Amerikaanse christenen worden soms uren doorgebracht met het luisteren naar wereldse muziek. In onze huizen kan men soms ook luide muziek horen, maar dat is slechts opdat het spreken over het Evangelie en over het ondergrondse werk niet kan worden gehoord, zodat de buren het niet kunnen afluisteren en aanbrengen bij de geheime politie. Wat een vreugde als zij eens een zeldzame ontmoeting hebben met een ernstig christen uit het westen! De schrijver van deze regels is maar een onbeduidend man.
Maar ik ben de stem van hen die geen stem hebben, van hen die gemuilkorfd zijn en in het westen nooit vertegenwoordigd worden. In hun naam vraag ik om grote ernst in de zaken van het geloof en in het behandelen van de vragen van het christendom. In hun naam vraag ik om uw gebeden en om daadwerkelijke hulp voor de getrouwe, lijdende ondergrondse kerk in communistische landen.’

Toepassing: Weet u waar ik mij het meest zorgen over maak? Dat er in Westerse landen mensen nu nog naar de kerk gaan, maar die net als die paar “christenen” weglopen op het moment dat het er werkelijk toe doet. Sommigen lopen al weg wanneer er nog niet eens met geweren gedreigd wordt!
Ik weet inmiddels dat lang niet iedereen zit te wachten op deze waarschuwing. Niet iedereen ziet het nut van de ernst in. En ik moet u eerlijk zeggen, dat het mij pijn doet dit te moeten constateren. Praktische heiligmaking, leven onder de heerschappij van Jezus Christus en breken met de zonde in je leven zijn vandaag de dag totaal niet populair. Ik heb inmiddels wel het één en ander gezien om te concluderen dat er een bepaald type christen is dat liever blijft zeggen: “Het is volbracht!” dan dat het met oprecht verlangen zegt: “Laten wij onszelf dan reinigen, want Hij heeft ons gereinigd!” Ik kan meevoelen met de pijn die Paulus in zijn brief verwoordt.
Maar ik geef deze waarschuwing voor de uitverkorenen. Ik geef het aan een ieder die het horen wil. Ik ben niet geïnteresseerd in halfslachtig christendom. Ik ben niet geïnteresseerd in de verhalen van mensen die “iets met Jezus” hebben, alleen maar om naar de hemel te kunnen gaan. En weet u Wie mijn grootste Aanmoediger is? God Zelf.
Hij maakt in Zijn Woord duidelijk dat de uitverkorenen zullen reageren op Zijn Woord zoals Hij wil. Dus hoewel er mensen zijn die liever hun oren dichtstoppen voor de waarschuwingen van de Bijbel, zijn er ook trouwe kinderen van God die alles tot zich willen nemen van wat de Heere te zeggen heeft. Voor hén doe ik dit.

5. Prediken van Jezus Christus (vers 5)
In vers 5 lezen de kern van Paulus’ boodschap en het lijkt in vergelijking met vers 3-4 haast wel een verdediging:

“Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Heere, en onszelf als uw dienstknechten om Jezus’ wil.”

In feite zegt hij: Als mensen niet geloven in Christus, dan komt dat omdat zij Hem niet zien zoals Hij is. Wij hebben echter gedaan wat wij konden om hen tot het geloof te bewegen, want wij prediken niet onszelf maar Christus Jezus, de Heere…

De boodschap van de Vroege Kerk was samen te vatten in één belijdenis: “Jezus Christus is Heere!” Weet u wat zo opmerkelijk is aan de boodschap van de apostelen? Zij getuigden van het goddelijke en koninklijke gezag van Jezus Christus. U zegt: “Maar wat is daar opmerkelijk aan?” In vergelijking met onze voorstelling van het Evangelie is het accent verschoven. Wij spreken veel over Jezus Christus als Verlosser, geheel toegespitst op Zijn verlossingswerk aan het kruis en Zijn opstanding. Maar de apostolische boodschap plaatst deze feiten in het licht van Zijn heerschappij, die Hij door Zijn verlossingswerk ontvangen heeft (zie Filippenzen 2:1-11). Wij zijn geneigd deze twee zaken van elkaar los te koppelen, maar dat zie je in de Bijbel nooit gebeuren.
Wat heb je aan een verlosser die geen werkelijke heerschappij heeft? Wat hebben wij aan een verlosser die niet bij machte is om het verblindende werk van satan af te breken? Als Jezus Christus niet echt alle macht heeft, dan kan ik dit boek wel dicht doen en naar huis gaan. Dan is het over. Als Jezus Christus geen Heere is, ben ik verloren. Niet alleen voor de eeuwigheid, maar ook nu al. Ik moet een geheel nieuwe betekenis van het leven gaan ontdekken. En waar moet ik die vinden als Jezus geen Heere is?
Maar God zij geprezen, Jezus ís Heere!

Toepassing: Belijd u vanmorgen dat Jezus Christus Heere is? Is Hij de kern van uw leven? Is Hij de kern van de boodschap die hier klinkt? Gelooft u dat alleen het verkondigen van Jezus Christus, de almachtige Heere, kracht heeft om te mensen te verlossen?
Ik wil u even meenemen naar 3:15-17:

“Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes gelezen wordt [sprekend over de Joden], een bedekking op hun hart. Maar wanneer iemand zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking weggenomen. De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid.”

Als u in het Oude Testament leest, wat leest u dan precies? Beschrijvingen van offers? Geschiedenissen van heldhaftige geloofshelden? Interessante profetieën met betrekking tot de toekomst?
Laat het mij nog een keer vragen: Als u het Oude Testament leest, wat ziet u dan? Weet u wat Paulus hier zegt? U kunt van alles lezen, maar als u Christus daar niet in vindt, blijft het één groot raadsel voor u. Zoek Jezus Christus in elke regel van de Schrift! Zoek Hem, en u zult Hem daar vinden. U zult Hem vinden in gedeelten waar u Hem nog nooit bent tegengekomen. U zult de Bijbel op een geweldig dieper niveau gaan begrijpen. En daarbij, zegt Paulus, zult u werkelijk vrijheid ervaren – want waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid!

Toepassing: Gemeente, waak ervoor – ik wil dit echt benadrukken – dat er geen andere onderwerpen of thema’s belangrijker worden dan de Persoon van Jezus Zelf. Word geen one-issue kerk, gemeente! Ga niet alles door de lens van Israël bekijken, wees niet overdadig bezig met profetie en eindtijd, roep niet bij elke tegenslag “Dit is geestelijke strijd!” en word geen heiligingsdwepers.
Haal Christus weg, en de Heilige Geest is weg. Haal Christus weg en deze gemeente is weg. Haal Christus weg, en uw vrijheid is weg. U kunt bezig zijn met Israël, eindtijd, profetie, de gaven van de Heilige Geest, heiliging – als Jezus Christus hier niet in is, heeft het totaal geen waarde.

6. Prediken met bevindelijke kennis (vers 6)
Het gaat om Jezus Christus, en om Hem alleen. Dit brengt ons bij het laatste punt, namelijk de bevindelijke kennis van Hem. Wellicht heeft deze term een negatieve bijsmaak, maar ik hoop dat u de beschrijving vanuit vers 6 vasthoudt:

“Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.”

Net zagen we dat Paulus zegt: “Wij prediken Jezus Christus, zodat ongelovigen bestraald worden met het licht van het Evangelie van de heerlijkheid van Jezus Christus en wij weten dat satan zijn best doet om dit te verhinderen.”
Hier zegt hij: “God heeft in onze harten geschenen tot verlichting met de kennis van Zijn heerlijkheid in het aangezicht van Jezus Christus!”

Weet u wat het is om een christen te zijn? Het is bestraald worden met Gods licht van het Evangelie om de heerlijkheid en schoonheid van Jezus Christus te zien. Christen zijn is het wonder opnieuw geschapen te zijn. Niet fysiek, wel geestelijk. De woorden die Paulus hier gebruikt, komen uit Genesis 1:3-5. In het begin schiep God de hemel en de aarde… En nu Christus verschenen is en geopenbaard in Zijn heerlijkheid, schept God christenen. Hij schenkt ons nieuw leven. Hij maakt ons door het heerlijke en gelovige zicht op Christus kinderen van Hemzelf.
Toepassing: Opnieuw vraag ik u: ziet u Hem? En zien anderen Christus in u? In 3:18 schrijft Paulus dat wanneer wij de heerlijkheid van Christus zien, wijzelf veranderd worden naar hetzelfde beeld. Jezus wordt zichtbaar in ons. Dat is de heiligmaking. Veranderen door te zien.

Toepassing: Broeders, ziet u Hem? U wilt prediken, en dat is een groot voorrecht met grote genade. Maar is er in uw hart gebeurd wat Paulus hier schrijft? Geen mens kan Christus écht verkondigen als hij niet eerst dit heerlijke zicht op Hem ontvangen heeft door het werk van de Heilige Geest.
Maar oh! – als u Hem gezien hebt, dan weet u ook hoe heerlijk dat is. Dan kunt u met Paulus zeggen: “Het leven is mij Christus en het sterven winst.” Wie ook probeert de boodschap van het Evangelie te bedekken of uit te roeien, wij hebben Christus gezien en wij zien Hem ook vandaag, door Zijn Woord. Eens mag het geestelijke zien worden ingewisseld voor het fysieke zien. Jezus Christus is Heere, de kracht van Zijn overwinnende Woord ligt geheel in Hem. In Hem alleen hebben wij vrijheid. Wij kunnen Hem de glorie brengen, omdat wij Zijn glorie hebben gezien. Houd vol, gemeente, houd vol!

Zie op Hem! Zie op Hem! Ik wens en bid u toe, dat het licht van Gods heerlijke Evangelie deze gemeente met kracht van de Heilige Geest mag blijven bestralen en u mag blijven groeien in de kennis van Jezus Christus, onze Heere.

Amen.











zondag 16 juli 2017

“Toets alles, behoud het goede”

Een persoonlijke notie over “toetsingsbedieningen”

Lezers die mijn geschreven teksten doorgaans volgen, zullen merken dat dit artikel uit de toon valt. Nu een keer niet de bestudering van één bepaald tekstgedeelte, maar een blik op zogenaamde online “toetsingsbedieningen”.

Mijn persoonlijke zoektocht
Voor ik hier verder op inga, begin ik bij het begin: mijn eigen zoektocht naar de waarheid en het liefhebben van God en Zijn Woord. Al op de basisschool was ik gefascineerd door Bijbelse geschiedenissen, hoewel wonend in het Katholieke zuiden en zonder enige reformatorische of evangelische invloed. Alleen dat al is één groot wonder van genade. Ik las boekjes in de serie van wat nu de Kijkbijbel is. Hoewel ik nooit getwijfeld heb aan de betrouwbaarheid van deze verhalen, heb ik flink moeten zoeken naar de echte betekenis van het Bijbelse verlossingsplan. Wie op zoek gaat, komt ook op plekken waarvan je achteraf denkt: daar was ik liever niet geweest. Uitglijders heb ik genoeg gekend. Ik dwaalde helaas af – in leer en praktijk. De halfslachtigheid had mij tot halverwege de twintiger jaren in zijn greep en ik was niet doortastend. Noem het gerust ongedisciplineerd.

Van New Age tot Joseph Prince, ik heb het voor een tijd tot mij genomen en gemeend dat dit de waarheid was. New Age betekent in dit verband overigens het werk van Neale Donald Walsch lezen, die zogenaamde “gesprekken met God” heeft gevoerd. Ik kan mij herinneren dat een leraar op de basisschool onder de indruk was geraakt van deze “gesprekken”. De Amerikaanse schrijver beweert persoonlijke gesprekken met God te hebben gevoerd, mede door een pen die uit zichzelf begon te schrijven. De boodschap van de gesprekken is nogal dubieus: een mix van religies is mogelijk, goed en kwaad bestaan eigenlijk niet en zelfs iemand als Hitler is in de hemel.

In mijn puberjaren verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling. Bepaalde gedeelten printte ik en begon die te lezen. Eén daarvan was de Bergrede. En toen raakte ik in de knoop. Het einde is nogal schokkend. Zelfs áls je Jezus “Heer, Heer!” noemt – heel doelbewust dus – is het nog geen uitgemaakte zaak of je ook Zijn eeuwige Koninkrijk binnengaat. Ik had nog nooit enige genadeboodschap gehoord en meende dat je Gods wil moest volbrengen om de hemel binnen te gaan; zo staat het immers in Mattheüs 7:21.

Ik zocht verder. Via de website van de EO kwam ik terecht bij Jong & Vrij en kwam in aanraking met de leer van Joseph Prince. “Dát is nog eens een genadeboodschap!”, dacht ik. Een hoop werd duidelijk: de bedoeling van het kruis, vergeving, eeuwig leven en… een portie onderwijs over genezing en voorspoed.

Met dit onderwijs begon ik de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool in Ede. Maar gedurende het eerste jaar kwam hier verandering in. De preek van de Amerikaanse evangelist Paul Washer voor een groep jongeren uit 2002 opende de deur naar Stichting HeartCry en het gedachtegoed van de Puriteinen.

Op dit punt komen ook de zogenaamde “toetsingsbedieningen” in beeld. Er zijn een aantal websites te vinden die pretenderen dwaalleer en valse profeten of valse predikers te ontmaskeren. En in een aantal gevallen hebben ze ook echt een punt. Ze hebben mij geholpen in het zien van schadelijke invloeden in het charismatische gedachtegoed.
Er is echter ook een keerzijde.

De aanval op het Calvinisme
Wat mij is opgevallen is dat in ieder geval een aantal bekende “toetsingsbedieningen” in het Nederlandse taalgebied – die ook gebruikmaken van Amerikaanse bronnen – het dispensationele gedachtegoed aanhangen. Dispensationeel gedachtegoed betekent dat de persoon in kwestie de theologie van de Bedelingenleer aanhangt en verdedigt. En dan wordt het een gecompliceerd verhaal. Want ben je nu bezig om theologische standpunten en voorgangers door een Bijbels filter te halen, of door een dispensationeel filter?
Enige tijd geleden is de website www.hetcalvinismeendebijbel.nl opgezet, omdat het Nieuwe Calvinisme bezig is aan een opmars en wint aan invloed en populariteit. Onder andere Paul Washer, John Piper en John MacArthur worden hiermee in verband gebracht. Ze worden afgerekend op hun calvinistische denken en er wordt beweerd dat zij “een felle en agressieve aanval doen op de evangelische beweging.” De Stichting Proclaim voelt zich verwant met dit gedachtegoed. Er wordt door tegenstanders beweerd dat het Calvinisme geestelijk gezien een “zeer gevaarlijke stroming is.” Maar hoe kan het dan dat het juist calvinistische theologen zijn geweest, die bekend zijn geworden en de Kerk voortdurend hebben gewezen op de rijkdommen en verlossing in Jezus Christus? John Owen, John Flavel, Thomas Watson, George Whitefield, Jonathan Edwards, Martyn Lloyd-Jones en last, but not least, Charles Spurgeon zijn nog ver ná het betreden van ’s hemels paradijs bekend en geliefd onder christenen, overal ter wereld. Is het Calvinisme werkelijk zo gevaarlijk als wordt beweerd?
Ik zal het maar eerlijk toegeven: ik ben een calvinist. Ik voel mij eveneens verwant met de hierboven genoemde predikers. Toch hoop ik dat tijdens het bestuderen van de Bijbel mijn exegeses zoveel mogelijk gevrijwaard blijven van theologische systemen en vooringenomenheid. Wel zie ik veelal de calvinistische speerpunten bevestigd worden vanuit de exegese.

Niet alles wat bovengenoemde voorgangers verkondigen, moet klakkeloos worden overgenomen. Ik ben ervan overtuigd dat zij oprecht beseffen dat ieder mens feilbaar is en standpunten kan innemen die twijfelachtig zijn. Paul Washer geeft dit ook ronduit toe.

Calvinisme versus Arminianisme: een nimmer gestorven discussie
We zijn niet geholpen met polarisatie en “toetsing” die wordt gekenmerkt door vooringenomenheid. De “toetsers” zullen moeten erkennen dat zij – in ieder geval ten dele – met theologische vooringenomenheid een oordeel vellen over dogma’s en predikanten. En op dit punt moeten we kijken naar beide kanten: de reformatorische en evangelische hoek. Reformatorische christenen hebben de neiging alles te beoordelen door de lens van het Verbondsdenken en dispensationele christenen hebben de neiging alles te beoordelen met de bril van de Bedelingenleer. Dit is begrijpelijk, maar het wordt een probleem wanneer wordt gesteld dat uitsluitend één van beide visies hét Bijbelse uitgangspunt vormt. Het zou eerlijker zijn wanneer mensen dit durven zeggen. Je mag best voor jouw standpunt uitkomen, maar door jezelf op te werpen als “de beschermer van Gods kudde die bedreigd wordt door – bijvoorbeeld – het calvinisme”, terwijl je theologisch helemaal aan de andere kant van het spectrum zit, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van je boodschap. Het is gewoon niet eerlijk door alleen maar positieve verhalen op te hangen over C.I. Scofield of John Nelson Darby (grondleggers van het dispensationalisme) en negatief te spreken over John Owen of Martyn Lloyd-Jones, omdat zij op bepaalde punten afwijken. Andersom geldt trouwens hetzelfde. Toets alles en behoud het goede, zou ik zeggen – ook al moet je de onprettige ervaring ondergaan degenen gelijk te geven die (theologisch) heel ver van je afstaan.

De zegen van Veritas College
Maar wat is de huidige stand van zaken? Waar sta ik nu? Ben ik zelf als calvinist vooringenomen? Jazeker, dat ben ik (zie nu even denkbeeldig een brede grijns). Toch is er een zegenrijke middenweg: goede, Bijbelse exegese doen. Nauwkeurig de Bijbel overdenken en bestuderen. Dan zal je erachter komen dat zowel reformatorische als evangelische christenen het bos zijn ingestuurd met conclusies die niet terecht zijn. In de tijd dat ik betrokken ben bij Veritas College Nederland heb ik geleerd hoe je heerlijk de tekst tot je kunt nemen, dat God spreekt, Zijn wil en beloften bekend maakt en zo een heerlijker zicht krijgt op Wie Hij is. Wie bij de Bijbeltekst blijft, zijn context bestudeert, de culturele achtergrond kent, kan heerlijk rustig tussen de vloedgolven van de Verbondsleer en het dispensationalisme varen.
En waarom zou je eigenlijk exegese doen? Omdat je wilt begrijpen wat God zegt; omdat je Hem beter wilt leren kennen; omdat je Hem meer wilt gehoorzamen. Dat kan nooit zonder grondige exegese. Het kan wel, maar dan kom je op plekken uit waarvan het nog maar de vraag is óf je daar wilt zijn.

Een praktijkvoorbeeld
Tot slot, alsnog een exegetisch voorbeeld. Neem het “Onze Vader” in Mattheüs 6:9-13. De Bedelingenleer stelt dat het “Onze Vader” niet voor de Kerk van vandaag is, maar voor de tijd van de grote verdrukking (dat is de tijd nadat volgens het dispensationele denken de Kerk van de aarde is weggenomen). Het gebed is voor de Joden, die dan zwaar te lijden zullen hebben in de verdrukking.

Maar wat zegt de context? Tot wie is de Bergrede uitgesproken? En met welk doel? We kunnen in Mattheüs 5:1-2 lezen dat Jezus heel gericht onderwijs geeft aan Zijn discipelen. Dit zijn inderdaad Joden, maar wel volgelingen van Hem! Het onderwijs van de Bergrede is specifiek gericht tot volgelingen van Jezus Christus. Is dit onderwijs dan voor de Kerk of niet? De Bedelingenleer antwoordt hier met twee monden: ja én nee. Lees de volgende bewering:

De Bergrede werd niet aan de Kerk geadresseerd (alhoewel er zeker mensen in het publiek waren die later leden van Christus’ Lichaam zouden worden). De Bergrede behandelt geen specifieke Kerkwaarheid. De onthulling van de Kerkwaarheid en haar geheimenis (Rom. 16:25; Ef. 3:1-12; 5:30-32; Kol. 1:24-27) zou pas later komen, door middel van Paulus als Gods voornaamste instrument in het meedelen van deze onthulling.

Dit klinkt aardig, totdat er gevraagd wordt met welke Bijbeltekst deze stelling kan worden verdedigd. Sinds wanneer is het niet waar dat kerkleden het zout van de aarde zijn? Of het licht van de wereld? En geldt het niet voor mensen die tot de Kerk behoren dat zij een gerechtigheid moeten bezitten, die “overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën”? En het geldt het niet voor christenen dat zij de smalle poort zijn binnengegaan? Vertel mij: welke feiten die Paulus in zijn brieven noemt, zijn niet in overeenstemming met het onderwijs van Christus in de Bergrede?

Zo wordt ook omgegaan met het “Onze Vader”. Neem deze stelling:

De inhoud van het gebed zélf toont aan dat we hier op Joodse bodem staan. Het bevat het verzoek: “En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” (Matt 6:12).
Dit is niet in overeenstemming met het nieuwe (genade)verbond, want voor christenen geldt:

“Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, GELIJK OOK
GOD IN CHRISTUS U VERGEVEN HEEFT” (Ef 4:32).

De grondslag bij dit laatste is niet dat wij vergeven hebben, maar dat Christus ons heeft vergeven. Daarom moeten wij ook anderen vergeven.

Wat hier gebeurt, is niet eerlijk. Hier wordt het onderwijs van de Heere Jezus uitgespeeld tegen dat van Paulus. Maar dit is exact het kenmerkende van dispensationele theologie.
Toen ik exegese deed van het “Onze Vader” (zie afbeelding hieronder) kwam ik erachter dat de Heere Jezus hier een modelgebed voorhoudt met een sterk collectief karakter. In dit licht moet dan ook het verzoek om vergeving gelezen worden. Ik mag vergeving nooit voor mijzelf houden, ik mag het nooit egoïstisch naar mijzelf toetrekken, maar ook op andere mensen betrekken. Dispensationeel denkende mensen beweren dat het verzoek van Mattheüs 6:12 in strijd is met de manier waarop Paulus over vergeving schrijft. Dat is absoluut niet waar. De Heere Jezus is Zich er heel goed van bewust dat alleen God de Zoon (Hijzelf dus) volmacht heeft om zonden te vergeven en dat geen mens vergeving kan verdienen. Te stellen dat het onderwijs van Christus met betrekking tot vergeving een voorwaardelijk karakter heeft en dat van Paulus niet, getuigt van een dubieuze exegese.

Waarom ik dit heb geschreven
Ik hoop en bid dat zij die dit lezen een brandend verlangen krijgen om de Bijbel zelf te gaan lezen en bestuderen en niet langer afhankelijk hoeven zijn van mensen die zogenaamd “Bijbels” toetsen, terwijl er in werkelijkheid een vooringenomen theologische positie achter zit. Zeker, toetsingsbedieningen kunnen nuttig zijn, en bepaalde waarschuwingen zijn zeker terecht. Maar uiteindelijk moet de Heere ons Zelf overtuigen van Zijn waarheid. En die komt uitsluitend door Zijn Woord.
Lees Gods Woord, lees andere boeken en luister naar godvruchtige predikers. En wat je leest of hoort buiten Gods Woord om: toets het en koester dat wat in lijn ligt met Gods openbaring in de Bijbel.











Blogarchief