SalvationInGod

zondag 4 juni 2017

“Loon bij God”

Gedicht naar aanleiding van Mattheüs 6:1-4

Veel van wat ik deed
was de uiting van schijn,
voor het verzachten van leed.

Goede werken, zo ik meen,
zijn niet voor het verborgene,
zichtbaar voor God alleen.

Toch bega ik een grote fout,
door de beloning te zien
in louter het aardse goud.

Ik verlang ernaar te worden geroemd,
door het vele goede werk, zodat
mijn naam veelvuldig word genoemd.

Want is dat niet het pleit,
en de eisende wens,
die wordt gestimuleerd in deze tijd?

Getergd door deuren, gesloten
terwijl die bij anderen
juist werden ontsloten.

Wie, die kennis heeft van mij,
mijn verlangens en kwaliteiten kent,
zegt: “Ik zoek iemand zoals jij!”?

Ik bleef maar anoniem,
en deed mijn werk –
veelal ongezien.

Toen kwam God met het Woord
van het ware loon –
en kieperde mijn drijfveren overboord.

Hij zei: “Jongen, je zet te laag in –
waardering van mensen alleen en
niet van Mij, heeft totaal geen zin.

Stop met het op je tenen lopen –
misschien lukt het bij een mens,
maar Ik ben niet om te kopen.

Zoek niet de eer op aarde;
alleen wat je voor Mij doet,
behoudt voor eeuwig zijn waarde.”

De drang naar aardse eer,
zal breken bij het zien van
Gods beloning in hemelse sfeer.

Dus wat je nu ook doet,
als het hart op God is gericht
maakt het alle werken goed.

En als een mens je nu ziet,
of toch niet – God belooft:
“Jij mist je beloning zeker niet!”






zondag 28 mei 2017

“Vechten tegen de dood”

Gedicht naar aanleiding van Psalm 90

Wie is God dan Hij,
Die jouw leven formeerde –
en dat van mij?

Hij Die eeuwig is
en eeuwig zal bestaan
geeft het leven betekenis.

Ziende op Zijn eeuwigheid
begrijp ik niet, dat de mens
is begrensd met tijd.

Wat is nu toch het geheim,
dat de één hier twintig en de ander
hier wel tachtig jaar kan zijn?

Wat moeten nu die jaren,
wat moet dat korte leven,
toch aan het einde baren?

Wonderlijk aan elkaar gehecht,
het menselijk lichaam –
uiteindelijk weer in het stof gelegd.

Wat gaat er toch achter schuil
dat ook ik ooit het tijdelijke
voor het eeuwige verruil?

Wie, o mens, heeft laten blussen
jouw levenslust, en je ertoe verleid
de dood te kussen?

Wie heeft jou wijsgemaakt dat de dood
in het bittere uitzichtloze lijden
verlossing biedt uit de grote nood?

Niet het lijden, noch de pijn
is jouw grootste probleem, maar
dat je gescheiden van God wilt zijn.

Het lijden en de dood
zijn slechts heenwijzers
naar jouw diepste nood.

De dood is geen vriend
maar het oordeel van God,
omdat je Hem niet hebt gediend.

Jij wilt slechts ontwijken,
pijn en verdriet – zonder waardering
voor God te laten blijken.

Door het korte leven,
en het tellen van de dagen,
wordt een wijze les gegeven.

Echt geluk is geborgen,
in het hart van wie de Heer
zoekt in de morgen.

God bewijst Zijn kracht
aan hem die biddend
op Hem heeft gewacht.

God is jouw ware Vriend,
als jij Hem door Zijn Geest
in oprechtheid dient.

Leer dan in dit korte leven,
wat het is om wijsheid
gestalte te geven.

Bid, dwars door alle pijn,
tot de God van het leven en smeek
om in Zijn Naam van betekenis te mogen zijn:

“Heer, wees ons Leven –
anders zijn wij voor eeuwig
ten dode opgeschreven.”




Blogarchief