SalvationInGod

zondag 3 september 2017

Een teken in de hemel… (1)

Komt Jezus Christus terug op 23 september 2017?

Voordat we naar Openbaring 12:1-6 zullen kijken, moeten we voor het bredere kader eerst 1 Tessalonicenzen 4:13-18 onder de loep nemen. Dit gedeelte wordt beschouwd als dé tekst als het gaat om de leer dat de Kerk van Jezus Christus op een bepaald moment zal worden opgenomen om voor altijd bij Hem te zijn.
Deze leer is in sommige kringen de traditionele opvatting, terwijl het buiten die kringen als controversieel beschouwd wordt en wordt afgewezen. De visie op de opname van de Kerk komt ook naar voren in video’s die gaan over 23 september 2017.

Wat is precies de “opname”?
Om te begrijpen waarom de theorie over de opname zo belangrijk is, moeten we kijken naar de functie ervan. Waarom zou God Zijn Kerk van de aarde wegnemen? Dispensationalisten geloven dat Jezus Christus Zijn wederkomst in twee fasen vervult: eerst komt Hij voor Zijn Kerk, zeven jaar later met Zijn Kerk.
Wat gebeurt er in die zeven jaar? De Kerk is bij Christus, waar zij het bruiloftsmaal vieren. En op aarde wordt Gods toorn uitgegoten, met als dieptepunt de verschijning van de meest verschrikkelijke en barbaarse leider uit de geschiedenis: de antichrist. Het is me nogal een contrast: de Kerk vierend en verlost bij Christus in de hemel, terwijl de achtergeblevenen op aarde een voorproefje van de eeuwige verlorenheid en hel moeten doorstaan. De opname markeert het einde van de “bedeling van genade”, waarin wij volgens de leer van het dispensationalisme sinds het volbrachte verlossingswerk van Christus leven.

Spreekt 1 Tessalonicenzen 4:13-18 over een dergelijke opname?
1 Tessalonicenzen 4:13-18 gaat – ironisch genoeg – in de eerste plaats niet over de hoop van een opname van de Kerk voor de zogenaamde “grote verdrukking”. Wie het gedeelte nauwkeurig bestudeert, komt tot de conclusie dat Paulus een vraag behandelt over gelovigen die reeds gestorven en dus bij Christus zijn (zie afbeeldingen onderaan). De focus is dus niet de aanwezige Kerk op aarde bij de opname, maar de aanwezigheid van gestorven gelovigen bij de wederkomst van Christus!

De focus van Paulus in dit gedeelte ligt op de opstanding en het eeuwige leven in de tegenwoordigheid van Christus. De opstanding van de Heere Jezus wordt door Paulus één op één toegepast op de opstanding van alle gelovigen die gestorven zijn.

Christus stierf → is opgewekt uit de doden
Gelovigen zijn gestorven → worden opgewekt uit de dood

Blijkbaar was het voor de Tessalonicenzen onduidelijk hoe het zit met de gestorven gelovigen wanneer Christus terugkomt. Missen zij deze gebeurtenis? Wat gebeurt er met hén? Zijn antwoord is duidelijk: zij missen de wederkomst geenszins; zij zullen erbij zijn, met verheerlijkte lichamen! Zij zullen uit de doden opgewekt worden en wanneer zij uit hun graven zullen zijn, zullen de dan nog levende gelovigen bij hen gevoegd worden om gezamenlijk – als één volk, één Kerk van de Heere – Christus te ontmoeten in de lucht.

En daarna?

De vraag is nu: wat gebeurt er daarna? Het antwoord is: daar schrijft Paulus in dit gedeelte niet over. We lezen niet dat Christus de gelovigen meeneemt naar de hemel, maar we lezen net zomin dat Christus Zijn voeten op aarde zal zetten. En juist het ontbreken van dit specifieke stuk maakt voor mij het argument sterker dat Christus en de gelovigen gezamenlijk naar de aarde zullen komen.
Immers, als het Paulus’ doel was om de Kerk te voeden met de hoop dat zij niet door de verdrukking zal gaan, waarom stopt hij dan op het punt dat Christus en de gelovigen elkaar ontmoeten in de lucht? Zou het dan niet logischer zijn dat de apostel zijn verhaal “afgemaakt” zou hebben met een opmerking over verdrukking en de wetteloze mens?
Het antwoord lijkt mij dat dit voor hem totaal niet aan de orde was toen hij deze brief schreef. Hij noemt niets over de antichrist, schrijft met geen woord over verdrukking, heeft het niet over zeven jaar schokkende oordelen en rampen die de wereld teisteren. Hij schrijft over de hoop voor gelovigen – nu levend in deze wereld of gestorven. Ik denk dat Paulus hier de algemene christelijke toekomstverwachting verwoordt: Jezus Christus zal terugkomen en Zijn volk, Zijn Kerk zal vanaf dat moment voor eeuwig bij Hem zijn. Dit gelooft iedere christen.

Maar stel dat Paulus zou hebben geloofd dat de Kerk vóór de “grote verdrukking” wordt opgenomen, waarom heeft hij dit nooit expliciet opgeschreven? Laat het mij zo zeggen: je moet in exegetisch opzicht beter je best doen te bewijzen dat Paulus de dispensationele opname-theorie aanhing dan wanneer je wilt onderbouwen dat dit niet zo is! Het is veel moeilijker om de dispensationele opname-theorie te verdedigen. Je mag het van mij doen, je mag het proberen, maar het is een behoorlijk ingewikkelde opdracht. Paulus schrijft alleen in de brieven aan de Tessalonicenzen uitgebreid over de wederkomst van Jezus Christus en in die brieven zie ik nergens dat hij expliciet de hoop verwoordt zoals we die vandaag de dag in de zogenaamde Maranatha-kringen tegenkomen.

Wat gebeurt er als Jezus Christus terugkomt?
Als Jezus Christus terugkomt, is het gedaan met dit leven en deze wereld. Géén tweede kans op genade of verlossing! Laat mij dit heel duidelijk zeggen. Als Jezus Christus terugkomt, is er geen enkele mogelijkheid meer om tot bekering te komen en verlost te worden. Zijn komst het zogenaamde decisive moment. Wie verlost is, wordt verheerlijkt, wie niet verlost is, wordt verdoemd.
Verdedigers van de opname-theorie stellen dat de komst van Christus vóór Zijn Kerk niet dit moment is, maar dat mensen op aarde zich hierna nog steeds kunnen bekeren. Dit moet dan allemaal in een tijdsbestek van zeven jaar gebeuren. Mij lijkt dit een verkapte vorm van second chance-theology, waarin nog éénmaal een kans gegeven wordt aan deze verloren wereld.
Bovendien is het noemen van een termijn – in dit geval zeven jaar – op zijn zachtst gezegd dubieus. De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief over de “zonde tot de dood”, maar geeft hier geen definitie van. Dit is nu Gods wijsheid. Als Hij zou vertellen dat iets wél of niet de zonde tot de dood is, zou Hij daarmee mensen de indruk kunnen geven dat alle zonden behalve die ene heus niet zo erg zijn. Zo geloof ik ook niet dat God expliciet een uiterste bekeringstermijn in Zijn Woord heeft genoemd. Bekering is een zaak van het allergrootste belang. Het moet nu. Niet morgen, maar vandaag. En niet over twee uur, maar op dit moment. Wacht hier niet mee! Christus is geduldig, maar niet met het doel dat jij jouw bekering zult uitstellen.
Kom nu tot Christus, en je zult deelhebben aan de hoop waarover Paulus in 1 Tessalonicenzen 4:13-18 schrijft. Wees bemoedigd, opgebouwd en vertroost door dit Bijbelgedeelte!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief