SalvationInGod

zondag 25 maart 2018

De vreugde van Christus

De subjectieve geloofservaring gegrond op objectieve feiten

Eén van de meest terugkerende problemen in het leven van een christen is de neiging om steeds weer gericht te raken op het ik. De christen die kijkt naar zichzelf en vanuit die observatie een rapport opstelt van zijn of haar geloofsleven. Goede gevoelens? Goede houding? Goede werken? Totaalcijfer.

De Bijbel is duidelijk dat het geloofsleven een objectieve en subjectieve kant heeft. En het Hogepriesterlijk gebed laat dit ook duidelijk zien. Neem bijvoorbeeld de woorden van Christus in Johannes 17:13:

“Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.”

Subjectief wil zeggen dat een objectief feit niet buiten een persoon om gaat, maar juist door de persoon heengaat. De vreugde van Christus is aanwezig in Zijn volgelingen. Elke christen heeft deze blijdschap van Christus in zich.
En het is juist de ervaring, de subjectiviteit, die voor de nodige spanning zorgt in het leven van gelovigen en zelfs hele geloofsgemeenschappen. Want in hoeverre is de ervaring bepalend voor de gezondheid van het geestelijk leven? En als de ervaring er óók toe doet, wat wordt er dan van mij als mens verwacht om te delen in die ervaring? Om deze vragen te beantwoorden zullen we eerst een goed beeld moeten krijgen van de subjectiviteit die Christus in Zijn hogepriesterlijk gebed verwoordt.

De rol van Gods Woord in onze ervaring
We lezen dat Christus stelt – het is voor Hem dus géén vraag, het is voor Hem géén zaak van onzekerheid – dat Zijn blijdschap ten volle in Zijn volgelingen aanwezig is. Wanneer Hij dit zegt, laat Hij ook zien wat het fundament, de bron van deze blijdschap is:

“Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.”

Het spreken van Christus in deze wereld is het fundament voor iedere christelijke ervaring. Willen wij de blijdschap van Christus in onszelf ervaren, dan zullen we dus Zijn Woord tot ons moeten nemen. Een christen die wil groeien in de ervaring van Zijn wandel met God, dient daarom allereerst te weten wat God heeft gezegd in Zijn Woord. Christus getuigt van Zijn blijdschap door Zijn Woord. Wie Gods Woord niet tot zich neemt, zal daarom ook niet verbaasd moeten zijn wanneer het hem aan deze blijdschap ontbreekt.
Het is ongeoorloofd en zelfs gevaarlijk te gaan zitten wachten op een positieve geloofservaring, zonder de objectieve feiten van de Bijbel te behandelen. De feiten die de Bijbel aanreikt – met als hoogtepunt Gods getuigenis in Jezus Christus – zijn de schatkamers naar de gezonde ervaring.

De misleidende kant van subjectiviteit
Als wij niet oppassen, worden we gevangen door een subtiele misleiding. Subjectiviteit is niet per definitie fout, de ervaring speelt een legitieme rol in het geloofsleven. Maar de rol van de ervaring kan bijzonder gevaarlijk worden. Het kan een verworden tot een middel om het ego mee te strelen. De Bijbel wordt gelezen, de beloften geloofd en het gevoel wordt meegenomen en uit zich in enthousiasme. Vervolgens gaat de persoon volledig op in het feit dat hij zo enthousiast geworden is, dat hij de beloften van God uit het oog verliest. Hij heeft een goed gevoel – en o, wat voelt dat fijn!
Kortom: de blik is niet gericht op de God Die in Zijn Woord spreekt, maar op de persoon die de beloften van dat Woord tot zich neemt. Jonathan Edwards schrijft in zijn bekende werk The Religious Affections:

“And as the thoughts of this sort of persons are, so is their talk, for out of the abundance of their heart their mouth speaketh. As in their high affections they keep their eye upon the beauty of their experiences, and greatness of their attainments, so they are great talkers about themselves. The true saint, when under great spiritual affections, from the fullness of his heart, is ready to be speaking much of God and His glorious perfections and works, and of the beauty and amiableness of Christ, and the glorious things of the gospel: but hypocrites, in their high affections, talk more of the discovery, than they do of the thing discovered; they are full of talk about the great things they have met with, the wonderful discoveries they have had, how sure they are of the love of God to them, how safe their condition is, and how they know they shall go to heaven, &c.”
(The Religious Affections, pagina 178)

Het kenmerk van een christen is volgens Edwards dus niet dat iemand kan getuigen van zijn geweldige gevoelens en ervaringen. Nee, de christen getuigt van Gods Zelfopenbaring in Christus. Even later schrijft hij:

“But as to truly gracious affections, they are built elsewhere; they have their foundation out of self in God and Jesus Christ; and therefore a discovery of themselves, of their own deformity, and the meanness of the experiences, though it will purify their affections, yet it will not destroy them, but in some respects sweeten and heighten them.”
(The Religious Affections, pagina 179)

Het is een geweldige waarschuwing aan het adres van degenen die Gods Woord misbruiken om een goed gevoel over zichzelf te krijgen. Hier is de Bijbel niet voor gegeven! Edwards stelt niet dat goede gevoelens fout zijn, maar dat goede gevoelens nooit het fundament van een gezond geloofsleven kunnen zijn. En hier zit het fundamentele verschil tussen een christen en een huichelaar. “Ik voel mij goed, want ik weet dat God van mij houdt” is iets heel anders dan “Ik ben onder de indruk van Gods grote barmhartigheid en genade in Christus.”
We leven in een tijd waarin ons eigen ik centraal staat. Goed voelen is in onze maatschappij volledig gefundeerd op goed zaken doen. En als ons dit niet lukt, zoeken we middelen die ons op de één of andere manier tóch goed laten voelen – of om juist slechte gevoelens te verdoven. Er zit een verband tussen een maatschappij die het strelen van het ego tot centrum en doel van het leven heeft gemaakt én het gebruik van verdovende middelen. Waarom vluchten zoveel mensen in het gebruiken van drugs of het overmatig drinken van alcohol?

Kunnen waarschuwingen ook bijdragen aan blijdschap?
Er schuilt nog een ander gevaar met betrekking tot de ervaring. Christenen moeten beseffen dat het niet gaat om de gevoelens van het ik in de religieuze ervaring, maar om de blijdschap van Christus in hen. Kortom: het gaat er niet om dat ik mijn eigen gevoel voed en dat ik mijn blijdschap voed, maar dat de blijdschap van Christus in mij aanwezig is. Christus moet de christen voeden. Hij is het Brood des Levens (Johannes 6:48). Hij heeft het levende water (Johannes 4:14). Hij is de Goede Herder, Die Zijn leven inzet voor Zijn schapen (Johannes 10:11). Het is niet de ervaring die mij voedt, maar het Woord van Christus! En Zijn Woord heeft in zich dat het blijdschap schenkt aan de gelovigen, omdat het de woorden van Christus Zelf zijn. Blijdschap was immers het doel van Zijn spreken.
Welke rol speelt de ervaring dan? Zijn gevoelens belangrijk in het leven van een christen? Ja, gevoelens spelen wel degelijk een belangrijke rol. De ervaring doet ertoe. Maar ze is niet de kern van het christelijke leven. De kern van het christelijke leven is Degene Die dat leven schenkt en voedt – Christus Zelf. En Hij schenkt en voedt dit leven door de beloften en waarschuwingen in Zijn Woord. Misschien is iemand verbaasd dat Christus ook waarschuwingen gebruikt om Zijn blijdschap in ons te werken. Neem nu de waarschuwing dat het “beter is om met een gehavend lichaam binnen te gaan, dan met twee handen en ogen in de hel geworpen te worden” (zie Marcus 9:45, 47). Hoe kan een dergelijke waarschuwing blijdschap opleveren?
Er zijn christenen die menen dat voor de gelovigen in Christus enkel en alleen beloften gelden. De waarschuwingen liggen achter ons. Immers, een christen is gerechtvaardigd door het geloof en heeft eeuwig leven. En aangezien een christen zijn redding niet kan verliezen, is het niet nodig om dergelijke waarschuwingen ter harte te nemen. Alles wat een christen nu moet doen, is God danken, loven en prijzen voor Zijn verlossingswerk in Christus. Hoe kan een aansporing om je hand af te hakken en weg te werpen nu de blijdschap van Christus in jou bevorderen?
In dit verband moet ik denken aan de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar in Lucas 18:9-14. De Farizeeër staat zichzelf in het gebed schaamteloos aan te bevelen bij God. Wat heeft hij een goed gevoel over zichzelf! Hij is nu echt iemand waar anderen een voorbeeld aan kunnen nemen. Wat mag hij blij zijn dat hij niet is zoals andere mensen. Meneer heeft het helemaal met zichzelf getroffen!
Laten we dit voor een ogenblik overzetten op alle zelfvoldane christenen die menen dat Gods waarschuwingen niet voor hen gelden. Hoe zouden zij bidden? Net als die Farizeeër. Ze zouden zeggen: “Heere, wat ben ik blij dat ik zeker mag weten dat U van mij houdt. Ik ben blij dat ik niet ben zoals de anderen, want zij weten niet eens of U hen wilt verlossen! Ik dank U dat U mijn zonden vergeven hebt. Wat heerlijk om dit te weten!”
En kijk dan eens naar de tollenaar. De worstelende persoon, die uit schaamte niet naar de hemel durft te kijken, omdat hij weet dat hij een grote puinhoop van zijn leven heeft gemaakt. Het enige dat hij kan uitbrengen, is: “Heere God, wees mij, de zondaar, genadig.” En wat is de conclusie die Christus dan trekt? De laatste ging naar huis, gerechtvaardigd voor en door God. En die Farizeeër? De trotse, zelfvoldane, religieuze mens, die het allemaal zo zeker weet en zich nergens zorgen over maakt? Hij ging ook naar huis – onrechtvaardig.
Ik geloof dat Christus blijdschap ervaart over een worstelende, strijdende, struikelende christen die eerlijk en oprecht zijn handen afhakt en ogen uitrukt om de zonde uit zijn leven te bannen. De zelfverzekerdheid van religieuze mensen doet Hem niet zoveel.
Is het niet een ontzettende bemoediging – en tegelijkertijd een ontroerend beeld – dat Christus vol blijdschap kan kijken naar een gelovige die struikelt en strijd voert tegen de zonde, die de waarschuwingen en beloften in Gods Woord serieus neemt en op grond daarvan radicale keuzes maakt? Dat zo iemand voortgaat op de “eeuwige weg” (Psalm 139:24)? We zouden eens de volmaakte glimlach op het gezicht van Gods Zoon moeten zien, wanneer Hij in de gelovige Zijn eigen blijdschap werkt, door beloften en waarschuwingen heen!

Hoe moet ik mijn ervaringen duiden?
Als gevoelens en ervaringen in het geestelijk leven relevant zijn, hoe moeten we hier dan mee omgaan? Ik besef dat iedereen een eigen karakter heeft. De één is meer spontaan en dan ander meer terughoudend. De één kan heel enthousiast klappen en de ander kan intens en stil iets doorleven. Sterke uitingen in het gevoelsleven wijzen niet per definitie op meer aanwezigheid van Gods genade in iemands leven. Het is goed om dit te beseffen. Sterker nog, hoe meer iemand is gericht op zijn eigen ervaringen, hoe meer zorgen hij of zij zich moet maken over de werkzaamheid van Gods genade in zijn of haar leven. Gods genade zorgt er altijd voor dat wij op Christus gericht zullen zijn. De cruciale vraag die wij onszelf moeten stellen, heeft betrekking op de richting die wij gaan. Worden wij meer vervuld met de blijdschap van Christus? Of worden wij meer vervuld van onze blijdschap in onszelf? Misschien is het nog wel het beste om te zeggen: gevoelens en ervaringen in het geestelijk leven zijn relevant, maar blijf altijd gericht op Christus. Onze ervaringen geven blijk van onze focus. Wanneer wij zijn gericht op Christus, dan zal dit zichtbaar worden in onze ervaringen. Zijn wij echter gericht op onze ervaringen, dan zijn we gericht op onszelf, omdat we constant bezig zijn onszelf tot norm van de gevoelens te maken. Jezus’ woorden in Johannes 17:13 wijzen er ook op dat dit niet de bedoeling is. Hij wil dat wij blijdschap ervaren in datgene waarover Hij blijdschap ervaart.
Degenen die worstelen met een onstabiel, wisselend gevoelsleven, zou ik willen adviseren om niet gericht te zijn op die onstabiliteit. Kijk niet naar alle schommelingen. Je zult merken dat een focus op die wisselingen leidt tot een nieuwe golf van negatieve ervaringen. Kijk niet naar je gevoelens, kijk niet naar je ervaringen. Maar vraag aan de Heere Jezus of Hij deze belofte in jouw leven wil vervullen: dat Zijn blijdschap ten volle in jou mag zijn. Hij moet het schenken. Hij moet jou voeden. En dat wil Hij doen door Zijn Woord. Let goed op Zijn beloften en sla acht op Zijn waarschuwingen; het zijn Zijn instrumenten van blijdschap. En wanneer je bent gericht op Zijn karakter, Zijn Persoon en Zijn werken, ga je ontdekken hoe bevrijdend het is dat niet langer jij en jouw ervaring centraal staat, maar Hijzelf. En die ontdekking is een heerlijke ervaring!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief