SalvationInGod

maandag 2 april 2018

“Ik bid voor hen…” (4)

De boodschap van Johannes 17

De laatste keer dat we hebben gekeken naar Johannes 17, kwamen we tot de conclusie dat Gods volk wordt bewaard tot heiligmaking door het Woord. We hebben gezien dat heiligmaking noodzakelijk is in de zin dat het een vrucht van het geloof is. Het is geen vraag of iemand in praktische zin wordt geheiligd. We hebben ook gezien dat God Zijn Woord op mysterieuze vervult – in het leven van gelovigen én ongelovigen.
In dit laatste deel zullen we zien hoe Christus’ woorden in de verzen 20-26 fungeren als een venster die uitzicht biedt op het Nieuwe Jeruzalem.

1. Christus’ verzoek om de eenheid van Zijn volk (vers 20-23)
We lezen in de laatste zeven verzen driemaal het verzoek van Christus tot Zijn Vader dat Zijn volk één zal zijn. We lezen in vers 20-23:

“En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn, en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.”

Opvallend is dat er niet één reden is voor dit verzoek, maar drie:

A. Het weerspiegelt de eenheid binnen de Drie-eenheid (vers 21)
B. Het bevestigt Gods getuigenis in Christus (vers 22)
C. Het overtuigt mensen om tot geloof in Christus te komen (vers 23)

De eenheid van de christelijke kerk is géén zaak van secundair belang. Er zijn verschillende belangen mee gemoeid en het allerbelangrijkste belang is de eer van God. Kerkelijke eenheid én kerkelijke verdeeldheid vertelt ons ten diepste veel over Wie God is. Gods getuigenis in Christus staat of valt met de vrucht van kerkelijke eenheid.
Maar nu wordt het gecompliceerd. Want hoewel we vanuit dit gedeelte duidelijk zien dat de Kerk van Christus één behoort te zijn, hebben we in eerdere gedeelten gezien dat het van belang is om vast te houden aan het zuivere getuigenis van God in Christus. Moeten we nu kiezen tussen beide belangen?
Nee. We moeten niet kiezen tussen deze twee belangen, maar deze belangen de juiste prioriteit geven. Wat komt er eerst: de eenheid of het getuigenis? Als je het Hogepriesterlijk gebed chronologisch bestudeert zie je dat eerst het getuigenis komt (vers 6-8), en daarna de eenheid (vers 11, 20-23). Zoals we ook al zagen in het tweede deel van deze serie, volgt de eenheid op het gedeelde getuigenis. Houd vast aan leer met betrekking tot Jezus Christus en Zijn Evangelie en je zult zien dat de eenheid een natuurlijk gevolg zal zijn. Wie echter de eenheid bóven het getuigenis plaatst, merkt dat dit getuigenis aan kracht verliest. Het is God Die bepaalt hoe Zijn volk tot eenheid wordt gesmeed, en niet wijzelf.
Helaas hebben er in de kerkgeschiedenis veel afscheidingen en scheuren plaatsgevonden, waardoor de kerkelijke kaart op papier eerder lijkt op een kleuterachtige kliederboel dan het leidende werk van de Heilige Geest. Toch geloof ik dat een kerkscheuring niet per sé fout hoeft te zijn. Als het getuigenis van het Evangelie geweld aangedaan wordt, is een scheuring mijns inziens onvermijdelijk. Het probleem is echter dat mensen geneigd zijn sneller afscheid te nemen van een kerk(verband) dan geoorloofd.
En dit laatste komt het getuigenis naar de buitenwereld niet ten goede. Het belemmert mensen om tot Christus te komen, omdat een verdeelde en opzichtig ruziënde kerk zichzelf belachelijk en ongeloofwaardig maakt. En het ergste van alles is dat dergelijke ruzies de suggestie wekken dat Christus Zelf ongeloofwaardig is. Ziehier de verstrekkende gevolgen van kerkelijke verdeeldheid, scheuringen en afscheidingen.

Wat moet ik doen als ik serieus overweeg mijn kerkelijke gemeente te verlaten?
Dit is een punt waar vroeg of laat iedere christen mee te maken krijgt. In elke kerkelijke gemeente is er wel iets waarvan je denkt: “Ik ben het hier niet mee eens. Kan dit niet anders? Moeten we een andere gemeente zoeken, of toch niet?”
Een kerkelijke gemeente verlaten is echter geen beslissing die je zomaar eventjes neemt. Nogmaals, het kan Bijbels gezien geoorloofd zijn. Het kan zijn dat er geen zuiver Evangelie gepredikt wordt. Of dat er een eenzijdige boodschap klinkt, welke kant deze ook opgaat.
Het verzoek van Christus dat de Kerk één zal zijn moet ons echter tot nadenken stemmen. Je moet hele goede redenen hebben om een kerkelijke gemeente te verlaten. “De muziek staat mij niet aan” of “De stoelen zitten niet lekker” zijn geen geldige redenen. Er is één belangrijke vraag die vooraf beantwoordt moet worden: ligt mijn overweging om een kerkelijke gemeente te verlaten ten grondslag aan arrogantie en trotse dienst aan mijzelf, of denk ik dat de eer van Christus in deze gemeente werkelijk op het spel staat? Iedereen kan gemakkelijk redenen aanvoeren waarom zijn of haar kerkelijke gemeente niet deugt, maar dit hoeft nog niet per definitie van doorslaggevend belang te zijn. Het motief onder de bezwaren moet zuiver zijn en geen verborgen, zelfgerichte agenda bevatten. Vanuit het Hogepriesterlijk gebed zie ik drie geldige redenen om een kerk(verband) weloverwogen te verlaten:

A. Men is niet gericht op de eer van God, maar op de eer van mensen (zie vers 1-5)
B. Gods getuigenis in Christus wordt verworpen (zie vers 6-8, 14)
C. Er is geen plaats voor praktische heiligmaking vanuit Gods Woord (zie vers 17-19)

Kortom: een kerkelijke gemeente die de zuivere eer, de zuivere leer en het zuivere leven verkwanselt, mag om Bijbelse redenen worden verlaten, mits degene die vertrekt zijn zorgen en onvrede heeft gedeeld met de leidinggevenden binnen de gemeente. Deze drie redenen zijn zeer breed geformuleerd, en ik denk dat zij veelal de meest voorkomende concrete situaties benoemen. Wie niet uit is op de eer van God, maar op eigen eer, loopt het risico een totalitaire vorm van leiderschap te ontwikkelen. Wanneer de gemeente niet meer wordt gevoed vanuit het Bijbelse getuigenis en Evangelie, zal dit doorwerken in het geestelijk leven van de leden. En als voor praktische heiligmaking geen plaats is, zal de zonde in alle rust haar dodelijke werk kunnen verrichten. Dit zijn drie globale richtingaanwijzers die kunnen helpen bij het nemen van deze belangrijke, en tegelijkertijd moeilijke, beslissing.
Er speelt hier nog wat anders mee: liefde. Als we goed lezen, zien we dat Christus de kerkelijke eenheid koppelt aan het bewijs dat de Vader de Zoon heeft liefgehad en dat de Vader Zijn Kerk heeft liefgehad (zie vers 23). Welke beslissing ook wordt genomen, er mag niet aan getwijfeld worden dat deze de vrucht is van liefde voor Christus én de Kerk. Soms kan bewust in een gemeente blijven meer getuigen van Gods liefde dan vertrekken.

Hoe toont God ons Zijn liefde?
Dit brengt ons bij een ander belangrijke vraag: hoe definiëren wij Gods liefde? Welke aanwijzingen geeft Christus hier? Ik zou Gods liefde willen omschrijven als de openbaring van de heerlijkheid van de Vader in de Zoon – kortom: het bekendmaken van Gods heerlijkheid in Christus. Het feit dat God Zichzelf en Zijn heerlijkheid heeft bekendgemaakt in Christus is een uiting van Zijn liefde.
Gods Zelfopenbaring getuigt van Zijn liefde. Maar dat is nog niet alles. Christus zegt dat God Zijn heerlijkheid aan Hemzelf heeft gegeven en dat Hij deze heerlijkheid aan Zijn discipelen heeft gegeven (vers 22a). Als christenen met elkaar omgaan zoals God Zijn liefde aan Christus bewezen heeft – en dat is door Hem Zijn heerlijkheid te schenken – wordt het getuigenis naar de wereld schitterend! Het is de opdracht van de Kerk om te groeien naar het Beeld van Christus – dat heerlijke Beeld – zodat de wereld zal zien wat werkelijke liefde is.

2. Christus’ verlangen naar de aanwezigheid van Zijn volk in Zijn heerlijkheid (vers 24)
Als we verder lezen, zien we dat Christus ernaar verlangt dat Zijn kinderen Zijn heerlijkheid zullen zien. In vers 24 zegt Hij:

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.”

Het is goed om hier op te merken dat wij de heerlijkheid van Christus momenteel door het geloof kunnen zien (zie 2 Korinthe 4:4), maar nu nog ten dele. Dit komt overeen met de woorden van de apostel Paulus, die in 1 Korinthe 13:8-13 schrijft over de liefde en in dat gedeelte opmerkt dat wij nu nog ten dele kennen. Wij hebben nu nog geen volledig beeld van Christus’ heerlijkheid. Tegelijkertijd valt de parallel op tussen Johannes 17 en 1 Korinthe 13, wanneer het gaat om het verband tussen heerlijkheid en liefde. Gods liefde is een essentieel onderdeel van Zijn liefde; het is liefde vol glorie en glorie vol liefde!
Opmerkelijk is dat het niet Christus’ verlossingswerk het fundament van Zijn heerlijkheid is, maar Gods eeuwige liefde voor Hem. Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die denken dat Christus heerlijkheid ontvangen heeft vanwege Zijn volbrachte verlossingswerk. Hier wordt dit echter niet als reden gegeven. Het is Gods eeuwige liefde voor Hem die maakt dat Christus heerlijkheid ontvangen heeft.
Maar het houdt hier niet op. Christus verlangt nog méér. Hij wil dat alle gelovigen – niet één uitgezonderd! – bij Hem zullen zijn, in Zijn heerlijkheid. Hij wil dat Zijn kinderen Hem in al Zijn glorie zien. En we moeten goed beseffen wat dit betekent voor het karakter van het Nieuwe Jeruzalem. Want als de heerlijkheid van Christus is gefundeerd op Gods eeuwige liefde voor Zijn Zoon, dan is het Nieuwe Jeruzalem de plaats waar Gods liefde voor Zijn Zoon volmaakt wordt ervaren door Zijn verloste Kerk. Het Nieuwe Jeruzalem draait niet allereerst om Gods liefde voor ons, maar om Gods liefde voor Christus! En allen die in Christus geloven krijgen deel aan Gods liefde voor Zijn Zoon. Wie een Bijbelse ervaringsomschrijving van het Nieuwe Jeruzalem wil hebben, zal drie kernwoorden moeten noteren: Christus – heerlijkheid – liefde. In het Nieuwe Jeruzalem is Christus het Centrum. Specifieker: Gods liefde voor Christus is het centrum van alle ervaring. Het is deze liefde die God ertoe heeft bewogen om Zijn Zoon de heerlijkheid te schenken. En het wonder van het Evangelie is dat zondaren, die het absoluut niet verdienen, door genade deel kunnen krijgen aan deze ervaring. Christenen hebben het grote voorrecht te mogen delen in Gods liefde voor Christus!

3. Christus’ heerlijkheid gezien door Zijn volk (vers 25)
Het zien en ervaren van de heerlijkheid van Christus, door het kanaal van de liefde, is exact wat er gebeurt in de wedergeboorte. Zo stelt Christus in vers 25:

“Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt.”

Iedereen die in Christus gelooft, heeft dit te danken aan het feit dat Hij is verkondigd. En in de verkondiging van Christus zien wij Gods karakter. Wie de heerlijkheid van God in Christus niet heeft gezien, kan God ook niet kennen. Dit is de toestand van de wereld. Een christen is iemand die niet langer blind is met betrekking tot het karakter en de heerlijkheid van God. Een christen kent God in Christus, omdat hij God ziet in Christus.
Overigens betekent het niet dat Christus niet verkondigd hoeft te worden aan de wereld, omdat de wereld Hem niet kent. We hebben in vers 22 gezien dat het juist het gedeelde getuigenis aangaande Christus een middel is om mensen uit de wereld tot Christus te leiden.
Opnieuw zien we hier dat onze houding ten aanzien van Christus voor God het beslissende punt is. Wie niet gelooft in de Zoon, heeft ook de Vader niet (zie 1 Johannes 2:23-24). Er bestaat geen leven met God buiten Christus om. Er is geen eeuwig leven buiten Christus. En dit is volkomen rechtvaardig, omdat God Zelf heeft besloten Zichzelf bekend te maken door Zijn Zoon. Dus wie de Zoon afwijst, wijst het getuigenis van de Vader af. De cruciale vraag die iedereen zichzelf behoort te stellen is deze: zijn mijn ogen geopend voor Wie God is in de Persoon en het werk van de Heere Jezus Christus?

4. Christus’ heerlijkheid als uiting van Gods liefde (vers 26)
We hebben in vers 24 gezien dat de openbaring van Gods heerlijkheid en Zijn liefde met elkaar verbonden zijn. In het laatste vers van Johannes 17, vers 26, wordt dit opnieuw bevestigd:

“En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.”

Zagen we in vers 24 dat het Nieuwe Jeruzalem ten diepste de ervaring van Gods liefde voor Zijn Zoon is, hier zien we deze liefde heel persoonlijk toegepast op iedere gelovige. En hier komen we bij de kern van het verlossingswerk van Christus. Want wat gebeurt er nu precies wanneer iemand tot geloof komt? Wat gebeurt er in de wedergeboorte? Volgens het Hogepriesterlijk gebed van Christus vindt het volgende plaats:

Christus is gekomen om de Vader bekend te maken en zo de ogen van zondaren te openen voor de heerlijkheid van God in de Zoon. Op het moment dat de ogen van zondaren werkelijk geopend worden door het werk van de Heilige Geest, wordt op datzelfde moment door Die Heilige Geest het zaad gelegd met liefde voor God in Christus. Wat er dus gebeurt in de wedergeboorte, is dat Gods liefde voor Christus woning maakt in het hart van degene die tot geloof komt.

Hier komen we bij een ontzettend belangrijk en gevoelig punt. Het verlossingswerk van Christus draait in de kern om Gods liefde voor Hem én onze liefde voor Hem. Sommige mensen ervaren dit als een schok, omdat zij altijd hebben gehoord dat het Evangelie gaat om Gods liefde voor ons. En natuurlijk spreekt de Bijbel over de zondaarsliefde van Christus en over de liefde en barmhartigheid van God voor zondaren.
Echter, wanneer we dit gedeelte nauwkeurig bestuderen, zien we dat hier iets bijzonders aan de hand is. De uiteindelijke vrucht van het Evangelie is namelijk niet dat mijn liefde zich richt op mijzelf, maar op Christus!
Talloze mensen denken dat de kern van de Evangelieboodschap inhoudt dat God van ons houdt, dat Hij ons aanvaard, dat Hij ons koestert en dat Hij ons bevestiging geeft. Kortom: het Evangelie is dan een boodschap waarbij God in de kern Zijn “liefdeschijnwerpers” op de zondaar zet. En dat is nu juist niet wat Christus hier zegt. Hij zegt dat Gods liefde voor Christus in het hart van de zondaar wordt gelegd door de Heilige Geest. Kortom: de zondaar raakt niet gefocust op de liefde voor hemzelf, maar krijgt liefde voor Christus. Je zou kunnen zeggen dat de wedergeboorte het “Nieuwe Jeruzalem in het klein” is. Iedere christen ervaart Gods liefde voor Christus. En het doel van de gemeente is uiteindelijk dat Gods liefde voor Christus onderling wordt gedeeld.
Dit is een uiterst ongemakkelijke constatering voor degenen die menen dat God altijd in dienst van de mens staat. Wat mij betreft is dit één van de grootste bedreigingen voor de zuivere verkondiging van het Evangelie in onze tijd. Ik zeg niet dat we moeten ophouden met het zeggen dat God Zijn liefde voor zondaren heeft bewezen, want ook dit staat in de Bijbel (Romeinen 5:1-11). Wat ik wél zeg, is dat Gods liefde voor zondaren een doel heeft, namelijk dat de mens door de zondaarsliefde van Christus Hém gaat liefhebben. Liefde voor Christus is de ervaring van de eeuwigheid. Liefde voor Christus is de ervaring van het Nieuwe Jeruzalem. En degenen die een evangelie hebben omarmd dat niet verder komt dan de liefde voor het ik, degenen die niet toekomen aan de liefde van Christus, zullen nooit deel hebben aan deze ervaring.
Het Hogepriesterlijk gebed is Christus’ verzoek aan de Vader om alles te doen wat nodig is om Gods liefde voor Christus in gelovigen te bewaren in een wereld die God niet kent. En God zal dit werk volbrengen. Op een dag zal de Kerk van Jezus Christus Zijn heerlijkheid binnengaan en ten volle Gods liefde voor Zijn Zoon ervaren. En zij zullen deel hebben aan deze ervaring. Als Gods liefde voor Christus voor eeuwig is, dan zal dit gebed zéker verhoord worden!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief