SalvationInGod

zondag 6 april 2014

90 lessen uit Hebreeën

Het lezen van de Hebreeënbrief is werkelijk een heerlijke bezigheid. Het heeft meer weg van een theologische uiteenzetting dan een brief; het getuigt van de redding en beloften die God ons in Jezus Christus heeft geschonken. Het geeft een indringend, duidelijk en heerlijk zicht op het Evangelie en de gevolgen die dit heeft voor het gemeenteleven en het persoonlijke leven. Hebreeën leert ons...

1. dat God in het laatste der dagen heeft gesproken door Zijn Zoon
2. dat we in Jezus de afdruk van Gods Wezen zien, Die Zijn glorie weerspiegelt
3. dat de glorie van God in de schepping is te zien én in het onderhouden ervan
4. dat wij meer acht moeten slaan op het Evangelie, omdat dit niet een boodschap van een profeet is, maar van de God Die mens werd
5. dat het Evangelie wordt bewezen door drie getuigen, namelijk de Heere Jezus, degenen die Hem gehoord hebben en de Heilige Geest
6. dat de Heere Jezus een korte tijd beneden de engelen is gesteld, om als mens in deze wereld te zijn
7. dat Jezus door lijden en dood glorie en eer ontvangen heeft
8. dat het lijden en sterven van Jezus blijk geeft van Gods genade
9. dat het God het gepast vond om vele zonen tot heerlijkheid te brengen door het lijden van Jezus
10. dat Jezus Zijn kinderen heiligt
11. dat Jezus de macht over de dood uit handen heeft genomen van de duivel
12. dat Gods kinderen uit Hem geboren zijn en Jezus Zich daarom niet schaamt hen Zijn broeders te noemen
13. dat Jezus in alles aan ons gelijk is geworden, zodat Hij een betrouwbaar en getrouw Hogepriester kan zijn, Die in dienst van God heeft betaald voor onze zonden
14. dat Jezus werd verzocht tot zonde en Hij daarom inlevingsvermogen kan tonen en kan helpen wanneer wijzelf wordt verzocht
15. dat wij Jezus nauwkeurig moeten bestuderen om trouw te blijven aan Gods roeping
16. dat bewezen wordt dat wij tot Gods huis behoren door de standvastigheid waarmee wij vasthouden aan de hoop van het Evangelie
17. dat de Heilige Geest gebiedt het hart niet te verharden en God niet te provoceren door ongehoorzaamheid, ondanks dat Zijn werken worden gezien
18. dat wij voor onze medebroeders –en zusters moeten zorgen met het doel dat zij niet afvallen van de levende God door de verharding van hart vanwege de misleiding van de zonde
19. dat wij ernaar moeten jagen om de eeuwige rust bij God in te gaan
20. dat de belofte van in te gaan in de rust nog steeds geldt
21. dat het mogelijk is te denken de eeuwige rust in te zullen gaan, maar deze toch niet bereikt wordt
22. dat iemand het Evangelie wél kan horen, maar hier niet automatisch profijt van heeft
23. dat het Woord van God levend is en daarom Zijn waarschuwingen serieus moet nemen, omdat wij net zo ten val kan komen
24. dat niemand verborgen is voor Gods aangezicht en wij allen verantwoording af zullen leggen aan Hem
25. dat Gods kinderen met vrijmoedigheid tot God kunnen gaan door Jezus, de Hogepriester Die kan meeleven met onze zwakheden
26. dat alleen door Jezus genade en barmhartigheid te verkrijgen is in tijden van aanvechtingen en zwakheden
27. dat Jezus door God is aangesteld als Hogepriester en níet door mensen
28. dat Jezus als Mens tijdens Zijn aardse leven gebeden heeft met luid geroep en huilde, om verlost te worden van de dood – en is verhoord
29. dat Jezus gehoorzaamheid heeft geleerd door Zijn verzoekingen
30. dat Jezus de bron is geworden van eeuwige zaligheid voor iedereen die Hem gehoorzaamt
31. dat de eerste vijf hoofdstukken van Hebreeën melk zijn, en geen vaste spijs
32. dat het geen goed teken is wanneer wij het steeds weer nodig hebben onderwezen te worden in de eerste vijf hoofdstukken van Hebreeën
33. dat het Woord van God dient tot het groeien in geestelijke volwassenheid
34. dat het gezond is wanneer de fundamentele beginselen van Gods Woord achter ons wordt gelaten en we verder gaan
35. dat het onmogelijk is voor mensen om tot bekering gebracht te worden wanneer Christus opnieuw door hen wordt gekruisigd, definitief verworpen
36. dat de gelovige vergeleken kan worden met land dat de regen drinkt die erop valt, zodat hij vruchten draagt
37. dat de afvallige vergeleken kan worden met land dat droog blijft en dorens en distels voortbrengt
38. dat God niet onrechtvaardig is, alsof Hij de goede werken en liefde van Zijn kinderen over het hoofd ziet
39. dat echt geloof wordt bewezen in een voortgaande liefde voor God en het dienen van de heiligen
40. dat God niet kan liegen en Zijn beloften zal vervullen, omdat Hij bij Zijn eigen Naam gezworen heeft
41. dat Gods betrouwbaarheid de zekerheid van onze hoop is
42. dat onze hoop is gelegen in Jezus, Die onze Hogepriester is
43. dat in het Evangelie de mindere wordt gezegend door de Meerdere
44. dat de wet ontoereikend is gebleken bij het aanstellen van de hogepriester, omdat het uiteindelijk iemand moest zijn Die eeuwig leeft
45. dat de wet met betrekking tot het priesterschap aan de kant is gezet en plaats heeft gemaakt voor een betere hoop, waardoor wij tot God kunnen naderen
46. dat Jezus eeuwig Hogepriester blijft, omdat Hij eeuwig leeft en Hij daarom iedereen tot het uiterste kan redden wie door Hem tot God gaan
47. dat wij een Hogepriester als Hem nodig hebben, Die heilig, onberispelijk is en niet tot de zondaars behoort
48. dat Jezus het niet nodig had eerst Zichzelf te offeren voor Zijn eigen zonden, want God heeft Zijn Zoon met een eed als volmaakte Hogepriester aangewezen
49. dat het Oude Verbond een kopie is van de hemelse werkelijkheid
50. dat het Oude Verbond ontoereikend is gebleken, omdat God een Nieuw Verbond heeft aangekondigd
51. dat de toegang tot God niet wordt verkregen door het Oude Verbond, maar door het bloed van Christus, in het Nieuwe Verbond
52. dat het bloed van Christus veel dieper reinigt dan de offers onder het Oude Verbond, omdat het ons geweten reinigt van dode werken, zodat we de levende God dienen
53. dat Christus Zelf, Persoonlijk éénmaal de hemel is binnengegaan om Zijn bloed voor eeuwig voor Gods aangezicht te stellen
54. dat Christus' eenmalige offer volmaakt is, zodat Hij bij Zijn tweede komst niet opnieuw hoeft te lijden voor de zonden, maar zal oordelen
55. dat ons leven een afspiegeling is van de twee komsten van Christus: éénmaal sterven, daarna het oordeel
56. dat Christus bij Zijn tweede komst allen naar de volmaaktheid brengen die Hem verwachten
57. dat God Zelf getuigt dat het Oude Verbond ontoereikend is, omdat Hij Zijn Zoon een lichaam bereid heeft, zodat Hij het volmaakte offer zou brengen
58. dat wij alleen door de wil van God, om Zijn tot offer te stellen voor de zonden, geheiligd zijn en tot volmaaktheid zullen worden gebracht
59. dat God door het Nieuwe Verbond een volk voor Zichzelf zal verzamelen dat Hem zal kennen, Zijn Wet in het hart gelegd heeft en wiens zonde wordt vergeven
60. dat wij alleen vrijmoedigheid hebben tot God te gaan, omdat Christus als Hogepriester bij de Vader is
61. dat de zekerheid van ons geloof in Christus is gelegen
62. dat God de beloften in Christus zal vervullen, want Hij is trouw
63. dat wij acht moeten geven om elkaar door het geloof aan te vuren tot liefde en goede werken in de samenkomsten
64. dat het Evangelie wordt bevestigd door drie goddelijke getuigen, namelijk de Zoon van God, Zijn bloed en de Geest van genade
65. dat er bij een volhardend weigeren om via dit getuigenis tot God te gaan door Christus geen mogelijkheid tot vergeving overblijft
66. dat het noodzakelijk is door alle omstandigheden te volharden, omdat God geen welgevallen heeft in mensen die hun vrijmoedigheid weggooien
67. dat het geloof de werken en beloften van God als zekerheid omhelst, zoals de geloofshelden dit in alle generaties hebben gedaan
68. dat de gelovigen het hemelse vaderland zoeken en zij daarom hier, in deze wereld, niet thuis zijn
69. dat de geloofshelden van toen een motivatie voor ons zijn om de Grootste geloofsheld uit de geschiedenis te volgen, namelijk Jezus Christus
70. dat wij Jezus aandachtig moeten bestuderen om te leren hoe Hij met de smaad en verdrukkingen van het kruis is omgegaan, namelijk door de belofte van eeuwige vreugde bij God Zelf
71. dat het een aanklacht tegen ons is wanneer Jezus wél tot bloedens toe heeft gevochten tegen de zonde en verdrukkingen en wij níet
72. dat Gods kinderen vermaand worden Gods corrigerende handelen als bemoediging te zien, omdat zij hierdoor deel krijgen aan Zijn heiligheid
73. dat Gods kinderen moeten jagen naar deze heiliging, omdat zij zonder deze de Heere Zelf niet zullen zien
74. dat een gebrek aan Gods corrigerende handelen blijk geeft van “illegaal kindschap”
75. dat wij op elkaar moeten letten, zodat niemand afvallig wordt en zo verwarring sticht in de gemeente
76. dat wij niet lichtzinnig moeten omgaan met Gods beloften, zoals Ezau zijn eerstgeboorterecht verspeelde en dit nooit meer kon herstellen
77. dat wij grotere voorrechten genieten door het Evangelie dan de mensen onder het Oude Verbond en daarom het oordeel ook ernstiger zal zijn
78. dat God de hemelen en de aarde nog één keer zal doen beven, zodat alleen het onwankelbare blijft bestaan, namelijk Hijzelf, Zijn Koninkrijk en allen die Zijn wil hebben gedaan
79. dat het komen tot Jezus tot uitdrukking wordt gebracht in een voortgaande liefde tot andere gelovigen, het omzien naar gevangenen en verdrukten en het uitleven van een zuiver huwelijk
80. dat God belooft met hen te zijn die alleen op Hem vertrouwen, in alle omstandigheden tevreden te zijn en geen liefde koesteren voor geld of goed
81. dat wij aan onze voorgangers en leiders moeten denken, hen moeten navolgen in geloof en goed moeten letten op het einde van hun wandel
82. dat Jezus Christus eeuwig Dezelfde is en nieuwe, vreemde leringen daarom met argwaan onderzocht moeten worden
83. dat zij die bij het Oude Verbond blijven geen baat hebben bij de beloften van God in Christus
84. dat wij God voortdurend moeten loven en prijzen omdat Hij door Christus voor ons de weg naar Hemzelf en Zijn Koninkrijk geopend heeft
85. dat wij alles met elkaar behoren te delen en goed moeten doen aan elkaar, omdat wij hierdoor God verheugen
86. dat wij onze voorgangers gehoorzamen, omdat zij waken over de zielen van hen die tot de gemeente behoren
87. dat de voorgangers verantwoording zullen afleggen over de zorg voor de kudde die zij onder hun beheer hebben gehad
88. dat de gemeente de voorgangers niet moet laten zuchten, zodat zij met vreugde hun taken kunnen uitvoeren
89. dat God Zijn wil door het bloed van Jezus in ons uitwerkt, zodat wij het goede doen en Hem verheugen
90. dat alleen aan Jezus Christus de eeuwige heerlijkheid toekomt

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief