SalvationInGod

donderdag 1 september 2016

Read & Apply #13 De weg naar God (3)

Johannes 14:1-14


We hebben de vorige keer gezien dat niet elke volgeling van Jezus een snelle leerling is. Tegelijkertijd hebben we opgemerkt dat Christus’ houding naar trage, bereidwillige leerlingen heel genadig, barmhartig en trouw is. Wanneer het aankomt op Zijn confrontatie met de Farizeeën en Schriftgeleerden, wordt het een ander verhaal. In dit laatste deel over Johannes 14:1-14 zien we hoe rijk de genade van God in Christus is, door een bijzondere belofte te bestuderen.

1. Christus spreekt wat God in Hem werkt
We hebben de vorige keer gezien dat in ieder geval twee van de elf overgebleven discipelen traag in leren waren. Jezus blijft Zichzelf bekendmaken en zegt in vers 10 en 11:

“Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken. Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf.”

Dit is een merkwaardig fragment. Christus stelt namelijk Zijn woorden gelijk aan Gods werken in Hem. Kort gezegd: woord is werk. Wanneer Jezus hier dus spreekt over Zijn woorden, bedoelt Hij te zeggen dat Hij deze alleen kan spreken doordat God dit in Hem werkt. En hier vraagt Hij om geloof. Het meest gunstige scenario is dat mensen geloven dat Christus God is en dat God Zichzelf openbaart in Christus.
Wanneer dit niet gebeurt, zegt Jezus, moeten we kijken naar Zijn werken. Welke werken? Zijn woorden. Zijn getuigenis. Zijn onderwijs. Het moet een consistent, betrouwbaar, onfeilbaar en volmaakt woord zijn. Bovendien moet het in lijn liggen met de openbaring die God in het Oude Testament heeft gegeven. Wanneer iemand oprecht de Bijbel gaat bestuderen en serieus op zoek is naar de waarheid, zal hij erachter komen dat Gods getuigenis volmaakt is en dat Christus geen bedrieger blijkt te zijn. Daarom roept Hij in vers 11 op tot geloof.

2. “Grotere werken” heeft betrekking op het christelijke getuigenis
Wanneer Jezus verder spreekt over het geloof, zegt Hij in vers 12 dat wie in Hem gelooft, de werken zal doen die Hij doet. En dat is nog niet alles, want daarna stelt Hij:

“…en hij zal grotere [werken] doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader.”

Wat betekenen deze woorden precies? Sommige gelovigen stellen dat dit gaat over wonderen en tekenen, zieken die genezen worden, doden die opgewekt worden en demonen die uitgedreven worden door in de voetsporen van Christus’ eigen bediening te gaan. Maar wat zegt de context hierover?
In ieder geval zwijgt de context over dit soort werken. Hoewel dit niet hoeft te betekenen dat Christus deze werken niet op het oog heeft, ligt het meer voor de hand dat Hij hier spreekt over het getuigenis van Zijn volgelingen. Hij heeft het over “deze” werken en in vers 10 heeft Hij verklaard dat de woorden die Hij spreekt, Gods werken zijn. Logischerwijs is dan de gedachte dat de “grotere werken” van Christus’ volgelingen ook een getuigend karakter moeten hebben.
Dit getuigen betekent in de kern dat het gaat om de verkondiging van het Evangelie. De kern van het christelijke getuigenis gaat over Wie God in Christus is. Dit getuigenis is de laatste 2000 jaar over de hele wereld verspreid, daar waar Christus Zelf alleen in Israël heeft gepredikt gewerkt. In die zin zijn de werken van Christus’ volgelingen dus “groter”. Gods werk wordt bovendien zichtbaar door de vrucht op het christelijke getuigenis – de Evangelieverkondiging – wanneer mensen zich door het werk van de Heilige Geest – Die is gekomen nadat Christus naar Zijn Vader is gegaan, zie vers 12 – bekeren en in geloof tot Christus komen.

3. De kern van gebed draait om de verspreiding van het christelijke getuigenis en de verheerlijking van Gods Naam
De Heere Jezus zegt in vers 13 en 14 dat wat wij ook maar in Zijn Naam vragen, Hij doen zal, zodat de Vader verheerlijkt wordt. Opnieuw moeten we ons niet voor de gek laten houden door woorden als “wat u ook zult vragen” en “iets”, alsof we dan om alle willekeurige dingen kunnen vragen. Vanuit de context is het duidelijk dat dit gaat over gebedsverhoring in situaties waarin getuigd wordt van het Evangelie. Wat Jezus hier belooft, is dat wij alles in ons gebed mogen vragen wat nodig is om te getuigen van God in Christus, dus voor een vruchtbare verspreiding van het Evangelie. Dit is tot verheerlijking van Gods Naam, omdat door een dergelijk gebed wordt ingestemd met Gods plan van verlossing door Jezus alleen én omdat aan Hem wordt gevraagd Zichzelf als de verlossende, trouwe God te tonen Die Hij hier belooft te zijn!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief