SalvationInGod

zondag 8 januari 2017

Read & Apply #39 Een Evangelie dat één maakt

Galaten 3:23-29


We hebben de vorige keer gezien dat de Wet nooit is gegeven om Gods belofte aan Abraham op te heffen. Sterker nog, de Wet wijst juist op de noodzaak van de belofte. De urgentie van Gods belofte, die in Christus is vervuld, wordt daarmee niet minder, maar juist groter! In Galaten 3:23-29 gaat Paulus verder met waar hij in vers 22 eindigde, namelijk het geloof in Jezus Christus. Het geloof in Christus als het ontvangen van Hem als Belofte, zet alles in een ander perspectief!

1. De Wet heeft zijn functie vervuld
De vorige keer hebben we al gezien dat Gods Wet de belofte niet opgeheven heeft. In vers 23-24 gaat Paulus nog een stap verder:

“Voordat het geloof echter kwam, werden wij door de wet bewaakt, als gevangenen opgesloten, totdat het geloof geopenbaard zou worden.”

Merk op dat Paulus hier niet zegt dat mensen onder het Oude Verbond – het Verbond dat God met het volk Israël sloot met Mozes als middelaar – gerechtvaardigd werden door de Wet, maar dat zij werden bewaakt door de Wet. De Wet heeft een pedagogische functie, met het oog op de belofte. Hoe dan? Hier volgt een stukje herhaling van vers 19, waar Paulus ook al heeft gesproken over de functie van de Wet. God heeft de Wet gegeven als instrument om zonde bloot te leggen. De Wet maakt duidelijk wat zonde is. Voor die tijd stond dat niet helder op schrift, maar door de verbondssluiting van God met Israël via Mozes, zijn de zaken anders komen te liggen. De Wet was een zondeblootlegger, maar geen verlossingsschenker; zo is het nooit bedoeld. Opnieuw zien we Paulus hier duidelijk zeggen dat óók de Wet vooruitwijst naar de Belofte, want in vers 24 schrijft hij dit:

“Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden. Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester.”

De Wet maakt zonde bekend. De Wet legt zonde bloot. Maar wat kun je daar nu concreet mee? Zondekennis alléén is niet genoeg; het drijft een mens tot wanhoop! Als jij onder de last van zondeschuld gebukt gaat en je hebt geen enkel uitzicht op vergeving, reiniging en verlossing, dan maakt dit alles het leven ondraaglijk. Er is geen oplossing voor die enorme schuld die je voor God hebt. Daarmee heeft God ook in de Wet duidelijk gemaakt: “Je moet voor de oplossing niet bij die Wet blijven, maar goed kijken naar de belofte die Ik aan Abraham heb gedaan. Zijn Nageslacht, Mijn Zoon, zal de zegen voor jou verkrijgen door de vloek van deze Wet te dragen, zodat jij vergeving, reiniging en verlossing kunt ontvangen.” Volgens Paulus leert de Wet ons wat zonde is; niet meer en niet minder. Maar nu Jezus Christus is gekomen en Zijn verlossingswerk volbracht heeft, kunnen wij met deze zondeschuld naar Hem toe en gerechtvaardigd worden.
Op deze manier kunnen we met Paulus over de Wet schrijven in de verleden tijd: haar functie is vervuld. Ze wijst naar de vervulling van de Belofte. Christus is gekomen, en daarmee is ook de belofte vervuld. Je zou kunnen zeggen: het doorverwijzen van de Wet zit erop. We hebben nu het Evangelie, de vervulling van de belofte, ontvangen!

2. Iemand wordt een kind van God door het geloof in Christus
We kunnen alleen door het geloof in Christus de zegen van Gods belofte aan Abraham ontvangen. We kunnen alleen door het geloof in Christus gerechtvaardigd worden voor God, omdat Hij de vloek van de Wet over ons leven heeft weggenomen en deze Zelf gedragen heeft. In vers 26 zien we dat Paulus niet alleen in juridische zin over rechtvaardiging of vrijspraak spreekt over het verlossingswerk van Christus, maar ook over een vader-zoonrelatie:

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed.”

Door het geloof in Christus zijn wij door God aangenomen; niet alleen in de zin dat wij vrijspraak ontvangen, maar ook dat wij nu officieel tot Zijn huisgezin behoren. We treden toe tot Zijn familie, door het geloof. Christus is de vervulling van de belofte en daarmee liggen al Gods zegeningen in Hem opgeborgen. Door het geloof krijgen wij als wettelijke kinderen, of erfgenamen, deel aan die zegeningen! Dat drukken de termen “gedoopt” en “bekleed” ook uit. Het geeft woorden aan het ontvangen van Christus als Belofte door het geloof. Vanaf dát moment krijgen wij deel aan Christus en worden wij bekleed met Zijn gerechtigheid. Het moment dat wij tot geloof in Jezus komen – of zijn gekomen – is een duidelijke markering. Het is een bijzonder kostbaar moment, een moment van levensbelang. Ik draag niet meer mijn eigen ongerechtigheid, maar ben in de gerechtigheid van Jezus Christus geborgen. Ik hoor bij Hem, Hij is mijn grote Broer! En daarmee is God mijn Vader geworden.
Dit is belangrijk om te blijven zeggen (of schrijven), want er bestaan verkeerde en levensgevaarlijke opvattingen over het zogenaamde “vaderschap” van God. In vrijzinnige kringen kunnen ze niet met deze tekst uit de voeten, omdat volgens hen “God de Vader van iedereen” is, ongeacht of iemand in Jezus gelooft of niet. Dit maakt de boodschap van het Evangelie uiterst exclusief: je ontvangt maar op één manier vrijspraak en eeuwig leven bij God, en niet op verschillende manieren. Paulus is op dit punt volkomen duidelijk.

3. In Christus vallen alle verschillen tussen mensen weg
Nu wij als gelovigen in Christus delen in Zijn zegeningen en dezelfde erfenis, en nu wij door het geloof deel zijn geworden van Gods huisgezin, heeft dit ook grote gevolgen voor de relaties tussen mensen:

“Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.”

Paulus zegt hier nogal wat: de gelovige, trotse minister van infrastructuur is gelijkwaardig ten opzichte van de gelovige putjesschepper! Het geloof in Jezus Christus zet de maatschappelijke, sociale en economische waarden totaal op zijn kop. Iedereen is gelijkwaardig. Allen delen in dezelfde erfenis, allen zijn kinderen van één Vader, allen zijn bekleed met de gerechtigheid van één Verlosser en Heere. Etnische afkomst, geslacht en beroep doen totaal niet ter zake binnen de gemeente van Jezus Christus. In Gods huisgezin wordt de schilder net zo behandeld als de architect. Tenminste, zo zou het moeten zijn...
Toch is de waarheid ook dat wij als mensen enorm vasthouden aan de kernwaarden van onze afkomst. Denk aan de ontzettend lange discussies over welke liederen gezongen mogen worden, uit welke bundel dit moet gebeuren en welke instrumenten hiervoor gebruikt mogen worden. Je bent niet één avond zoet, maar hele generaties – helaas! En in het licht van deze woorden moeten wij als kerk ons achter de oren krabben en afvragen: is dit nou de bedoeling?
De kerk moet weer ontdekken dat ze een gezamenlijke erfenis heeft. We bouwen zelf weer vrolijk – of verhit – de scheidsmuren die Christus met Zijn verlossingswerk heeft afgebroken.
Ik heb één wens, één verlangen, één gebed als het aankomt op dit punt: dat deze scheidsmuren wegvallen en dat wij elkaar als gezinsleden in Christus zullen leren kennen. Dat Jezus Christus de kern van ons geloof is, blijft en dat reformatorisch aan tafel kan zitten met evangelisch. Hoe? Door samen de Bijbel te bestuderen en niet onze eigen theologisch systeem te verdedigen. Het kan! Bij Veritas College Nederland ervaren we echt deze eenheid door het Evangelie. En geloof mij, de verschillen onderling zijn er wel degelijk, maar allen hebben we één ding gemeen: een hartelijk geloof in Jezus Christus als onze Verlosser en het delen in dezelfde erfenis. Deze eenheid is mogelijk wanneer gelovigen in Jezus samenkomen, de Bijbel openen en vers voor vers de tekst doorlopen, om de schatten van Christus en de gezamenlijke erfenis te ontdekken. Op deze manier hoop ik ook dat Read & Apply tot zegen zal zijn voor ieder die het leest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief