SalvationInGod

zondag 25 december 2016

Read & Apply #31 Een vormend Evangelie

Galaten 1:18-24


Nadat Paulus in het vorige gedeelte van zijn Galatenbrief heeft stilgestaan bij zijn eigen verleden (de tijd voordat hij een volgeling van Christus was), vertelt hij in vers 18-24 wat er is gebeurd vanaf het moment dat Christus aan hem verschenen is. We krijgen een inkijkje in het leven van de Paulus die gevormd wordt als apostel. Het is niet zozeer een inhoudelijk kijkje; wat vooral opvalt is de tijdspanne die hij benoemt.

1. God heeft geduld met de mensen die Hij gebruikt
Om te beginnen lezen we in vers 18-20 het volgende:

“Daarna, drie jaar later, ging ik naar Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem. En ik heb niemand anders van de apostelen gezien; alleen Jakobus, de broer van de Heere. Wat ik u schrijf, zie, ik getuig voor God dat ik niet lieg.”

Drie jaar! Paulus schrijft dat hij pas drie jaar na zijn bekering in contact kwam met andere apostelen, in dit geval Petrus en Jakobus. Wat heeft hij dan in de tussentijd gedaan? Dat is een goede vraag. Als je Handelingen 9 leest, wekt Lucas de indruk dat alle gebeurtenissen zich in een rap tempo elkaar opvolgen, maar dat is volgens Paulus dus niet het geval. Is Lucas’ verslaglegging dan wel betrouwbaar? Jazeker, want we moeten goed onthouden dat elke auteur van een Bijbelboek zijn eigen boodschap wil verkondigen en keuzes heeft gemaakt met betrekking tot het vastleggen van specifieke gebeurtenissen.
Er is nog iets wat we kunnen opmaken uit dit gedeelte: God heeft geduld met de mensen die Hij gebruikt. Paulus is niet hoogdravend naar de andere apostelen gegaan om zijn bekeringsverhaal op tafel te leggen en te eisen nu ook bij de club te mogen horen. Zijn indrukwekkende ontmoeting met Christus heeft hem blijkbaar niet onverantwoord enthousiast gemaakt, en daarmee bedoel ik dat het hem niet naar de bol is gestegen. Hij gedraagt zich niet direct als de “Big Boss” in de groep van apostelen. God neemt de tijd om Zijn instrumenten te vormen en gebruiken. Een Paulus hoeft niet na dag één al met Petrus gesproken te hebben. God werkt geduldig aan de vorming van Zijn kinderen.
Voor ons is dit juist heel moeilijk te begrijpen. Als mens zou je verwachten dat God direct de mensen inzet die Hij tot levend geloof gebracht heeft. We beginnen te twijfelen: ‘Is God écht wel met mij bezig?’ Wij interpreteren Gods geduld soms met stilstand of achteruitgang: “Er gebeurt niets!” Maar er gebeurt juist een hele hoop. Wat er in de periode van Gods vormende geduld gebeurt, zal op Zijn tijd en wijze volledig tot zijn recht komen en prachtige vruchten laten zien!
Paulus schrijft dit alles om te bevestigen dat hij écht door God geroepen is om het Evangelie te verkondigen. Vandaar zijn sterke uitdrukking dat wat hij zegt, niet gelogen is. Het is de volle waarheid.

2. Toerusting voor Evangelieverkondiging is noodzakelijk
Het is belangrijk te zien dat ook iemand als Paulus onderwijs nodig had om het Evangelie te verkondigen. We kunnen wel denken dat hij de boodschap zomaar even uit zijn mouw kon schudden, maar ook Paulus moest leren wat het Evangelie inhoudt, hoe hij dit moest verkondigen en welke gevolgen deze boodschap heeft voor het leven van alledag. Het unieke aan zijn bediening is dat hij het Evangelie van Christus Zelf heeft ontvangen. De Heere Jezus heeft veel aan Paulus persoonlijk geopenbaard (vgl. 1 Korinthe 7:10). En zo moet God ook aan ons leren wat het Evangelie is, hoe wij het moeten verkondigen en hoe wij het laten functioneren in ons dagelijks leven. Het lijkt erop dat Paulus na een vormingstijd erop uit is gegaan. Hij zou het Evangelie gaan prediken aan niet-Joden, de heidenen:

“Daarna kwam ik in de streken van Syrië en Cilicië. En ik was van gezicht onbekend aan de gemeenten van Judea die in Christus zijn.”

Paulus wordt met recht de “apostel van de heidenen” genoemd. Hij gaat naar de regio die wij nu kennen als West-Syrie en het zuidelijke deel van Turkije.
Toch lijkt hier iets ongewoons aan de hand. Tegenwoordig moet iemand getoetst worden om erop uit te mogen gaan en het Evangelie te verkondigen; Paulus lijkt echter nogal solistisch te handelen en op eigen initiatief te vertrekken. In hoeverre mag je zelf bepalen of je erop uit gaat om het Evangelie te brengen? Je zou immers de indruk kunnen krijgen dat áls God je geroepen heeft, je dan ook vrij bent om te gaan en staan waar je wilt.
Dat lijkt bij nader inzien toch wat gecompliceerder te liggen. Zo wijst Paulus er zelf op (1 Timoteüs 3), dat iemand die in aanmerking wil komen voor een leidinggevende functie in de gemeente géén pasbekeerde mag zijn. Waarom niet? Eén van de factoren is ongetwijfeld dat diegene nog nul komma nul toerusting heeft gehad. Hij is nieuw in de gemeenschap van gelovigen, heeft net kennisgemaakt met de basis, het fundament. Hij leeft nog van de melk, niet het vaste voedsel (1 Petrus 2:2). Bovendien, zegt Paulus duidelijk tegen Timoteüs, loopt een pasbekeerde het risico om verwaand te worden.
En eerlijk gezegd is dit geen onterechte opmerking van hem. Hoe velen zijn door hun enthousiasme niet in deze strik gevallen? Ik weet niet precies hoe het mechanisme in elkaar zit, maar er zit bij de ervaring van de bekering inderdaad een gevaarlijke neiging te denken dat je het licht nu helemaal gezien hebt (terwijl het maar ten dele is) en dat je de behoefte hebt om alles en iedereen te corrigeren op grond van Gods werk in jouw leven. Maar dit is uiterst subjectief. Je zult als leider binnen de kerk of zendeling of evangelist een duidelijke visie, een duidelijke strategie, een duidelijk beleid en een degelijk theologisch fundament moeten hebben. Zonder toerusting géén vertrek!

3. Anderen zien de radicale verandering in Paulus’ leven
Paulus is ook niet vertrokken zonder toegerust te zijn. Hij gaat dus allereerst naar de heidenen en heeft niet in kerken in en rond Jeruzalem gepredikt:

“En ik was van gezicht onbekend aan de gemeenten van Judea die in Christus zijn. Maar zij hadden alleen horen zeggen: Hij die ons voorheen vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij voorheen verwoestte.”

Als Paulus niet in Jeruzalem of omgeving heeft gesproken, hoe wisten deze mensen dat dan? Uit betrouwbare bron, want Paulus had Petrus en Jakobus al ontmoet (vers 19). Ik kan mij zomaar voorstellen dat sommigen van verbazing van hun stoel zijn gevallen toen ze hoorden dat de vervolger Saulus nu een volgeling van de levende Christus was geworden. En toch is het prachtig om te zien hoe ze hem omschrijven. Ze zien duidelijk de verandering in Paulus’ leven. Eerst een verwoester, een vervolger; nu een verkondiger. Mooi als mensen je op deze manier kunnen omschrijven! Zien de mensen ook in jouw leven verandering? Niet dat je meteen de zending in moet gaan, maar is er een zichtbare verandering ten opzichte van de Heere Jezus? Eerst haatte je Hem, moest je niets van Hem hebben; nu is Hij je trouwe Meester. Zien de mensen dat? De vraag is niet of mensen kunnen zien dat je voor Hem werkt, maar dat je vriendschap met Hem gesloten hebt!

4. De bekering van een zondaar is tot eer van God
Hoewel de kerken in Judea het niet met eigen ogen gezien hadden, wisten ze wel zeker dat Paulus tot Christus gekomen was. En wat was hun reactie (vers 24)?

“En zij verheerlijkten God in mij.”

Dit is de enige, juiste, gepaste reactie op de bekering van een zondaar. Geen opschepperij als: “Ik heb de keuze voor Jezus gemaakt”, maar tot de erkenning komen dat Gods genade sterker is dan jouw vijandig gezinde wil: “Gods genade heeft mij overwonnen. Ik ben voor Christus gebogen. Ik heb gezien hoe Hij in genade en voor mijn vrede Zijn leven gaf; Hij heeft mij getrokken uit deze tegenwoordige slechte wereld en leef nu voor Hem! En ik ben geroepen om namens Hem te spreken; met woorden, maar ook met daden.”
Zie je hoe anders het is wanneer alle eer naar God gaat? De gelovigen in Judea prijzen Paulus niet om zijn intelligentie. Ze zeggen niet: “Verstandige beslissing, jongen! Een beter besluit had je niet kunnen nemen!” Geen roem voor Paulus (hoe is dat überhaupt mogelijk met zo’n verleden?), maar alle eer aan God. Hij maakt van vijanden vrienden. Dát is de kracht van Zijn genade.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief