SalvationInGod

zondag 17 juli 2016

“Zoek God toch, man!”

Omgaan met hen die lijden wanneer je zelf niet lijdt

Lijden doet pijn. Je voelt het in je lichaam. Je voelt het in je geest. Het perspectief is uitzichtloos. Daar zit je, stil in een hoekje. Of je ligt. Hoe lang moet het nog verder zo? Geen uitzicht, geen hoop op spoedige verbetering van deze situatie. En dit uitzicht maakt het lijden nog zwaarder.

Er is nog een andere factor die het lijden zwaarder kan maken: het onderwijs van andere christenen. Ja, christenen kunnen ervoor zorgen dat hun broeder of zuster nóg meer pijn in het lijden ervaart. En er is één woord die passend omschrijft waar dit aan ligt: ervaring.

Wij als christenen kunnen zoveel zeggen. We praten zoveel. En we hebben ook nog eens de neiging om met de Bijbel – het Woord van de waarheid – te vertellen wat iemand in die hoek moet doen. Want heus, als die arme christen in dat hoekje gewoon de Bijbel zou lezen, God zou zoeken en alles maar in gebed zou brengen, dan zou het leven al een stuk beter zijn.

Hoe vrienden de pijn versterken
Maak kennis met Job. Job woont in het land Uz. Een geweldig mens. Hij leeft met God en wijdt zijn leven aan de gerechtigheid. Geen kwaad woord over die man. Maar zijn leven verandert ingrijpend: zijn kinderen sterven en zijn vee komt om (Job 1:13-19). Daarna wordt hij ziek.
En dan, zoals gebruikelijk is wanneer iemand in lijden verkeert, komt er bezoek voor Job. Het zijn Elifaz, Bildad en Zofar. Ze willen, volgens hoofdstuk 2 vers 11, Job “medeleven betuigen en troosten.”
Tot zover niets vreemds. Het oogt redelijk normaal.
Maar dan, vanaf hoofdstuk 4, verandert de toon. Elifaz neemt als eerste het woord. Hij neemt het woord om iets te doen wat je nooit moet doen bij iemand die in lijden verkeert: de reden van het lijden proberen aan te wijzen.
De korte boodschap aan Job luidt: “Er moet iets fout zijn in jouw leven. Er is iets mis met je. Je hebt ergens een verborgen zonde. En of je dit nu over het hoofd gezien hebt of bewust hebt verzwegen, ergens ben je niet zuiver.”
Dát is nog eens medeleven betuigen en troost bieden! Wat een fantastische vrienden heb je dan, die je in de meest donkere dagen zo’n boodschap komen brengen…!

Nee, Elifaz is eruit. Hij weet wel wat hij zou doen:

“Maar ik zou zelf God zoeken, en mijn woord tot God richten.”
(Job 5:8)

Bildad stemt hier wel mee in:

“Maar als je ernstig God zoekt, en de Almachtige om genade smeekt, als je zuiver en oprecht bent, dan zal Hij nu voorzeker ter wille van jou ontwaken, en de woning van je gerechtigheid herstellen.”
(Job 8:5)

En alsof dit de weg naar geestelijk succes is, voegt Zofar ook nog toe:

“Als jíj je hart bereid hebt, spreid dan je handen naar Hem uit. Als er onrecht in je hand is, doe dat ver weg; en laat er geen onrecht in je tenten wonen. Ja, dan kun je je gezicht opheffen uit alle ellende, dan zul je vast staan en niet bevreesd zijn. Voorzeker, jíj zult de moeite vergeten, je zult er net zo min aan denken als aan water dat langsgestroomd is.”
(Job 11:13-16)

Zó, daar kan Job het dan mee doen! God-gecentreerde, heiligmakende counseling! Maar wat zegt Job zelf? Zijn antwoord liegt er niet om:

“Ik heb al vaak dergelijke dingen gehoord, jullie zijn allemaal moeitevolle troosters. Is er een einde aan de woorden van wind? Of wat maakt jullie zo stellig als jullie antwoord geven? Zou ík ook spreken zoals jullie, als jullie ziel in de plaats van mijn ziel was? Zou ik woorden aaneenrijgen tegen jullie, en zou ik mijn hoofd over jullie schudden? Ik zou jullie met mijn mond bemoedigen; medelijden zou mijn lippen inhouden.”
(Job 16:2-5)

En kort daarna zegt hij:

“Mijn vrienden bespotten mij, maar mijn oog weent tranen tot God. Laat mij een man verdedigen bij God, zoals een mensenkind voor zijn vriend doet. Want er komt nog maar een klein aantal jaren, voor ik het pad ga waarlangs ik niet terugkeer.”
(Job 16:20-22)

Job snijdt hier een belangrijk punt aan. Zijn vrienden springen niet voor hem in de bres, maar vallen hem openlijk af. Terecht stelt hij de vraag: wat zou er gebeuren als de rollen omgedraaid zouden zijn? Zou Job zijn vrienden ook zo wreed toespreken? Zou hij ook voor de belerende benadering gaan?

Twee benaderingen
We gaan van Job naar het heden. Ik wil je meenemen naar twee bronnen die eenzelfde situatie beetpakken, maar op een totaal andere manier benaderen. Het verschil is schokkend. En de conclusie is stuitend.

Normaal gesproken wil ik mij niet uitgesproken kritisch opstellen wanneer het gaat om personen en boeken, maar ik heb recentelijk steeds meer moeite gekregen met de benadering van “Nouthetic Counseling”, zoals deze beschreven wordt in de boeken De Godvrezende man en De Godvrezende vrouw. Vooropgesteld, ongetwijfeld zullen er mensen baat hebben bij dit onderwijs en het ervaren als een geweldige zegen en bemoediging. Geen kwaad woord daarover. Ik maak mij echter zorgen over de benadering van specifieke problemen, zoals eenzaamheid. Op de bladzijden 285 en 286 van het boek De Godvrezende vrouw lezen we het volgende met betrekking tot eenzaamheid:

“Net als Elia, Jeremia, Jezus of Paulus ervaar jij misschien ook intense eenzaamheid. Een vrouw hoeft niet alleengaand te zijn om zich eenzaam te voelen. Ze kan getrouwd zijn en bij haar man wonen. Haar eenzaamheid kan juist versterkt worden door een gevoel van gevangen zitten in een huwelijk met een man die teruggetrokken is en zich afzijdig houdt. Elia en Jeremia werden overweldigd door hun eenzaamheid. Jezus en Paulus niet. Het verschil is dat Elia en Jeremia medelijden met zichzelf hadden, terwijl Jezus en Paulus hun toevlucht zochten bij God. Als je eenzaam bent, lijk je dan meer op Elia en Jeremia of op Jezus en Paulus?”

En dan wordt de volgende – en in mijn ogen een volstrekt misplaatste – conclusie getrokken:

“Als je zegt dat je meer op Elia en Jeremia lijkt, zondig je waarschijnlijk. Eenzaamheid kan een gevolg zijn van je eigen zonde.”

De redenering is dus als volgt:

Persoon voelt zich eenzaam → Persoon krijgt zelfmedelijden → Zelfmedelijden is zonde → Persoon had geen zelfmedelijden hoeven krijgen als hij of zij de toevlucht had genomen tot God → Conclusie: zoek je toevlucht bij God

De overeenkomst met de vrienden van Job is verbijsterend. Beide manieren van “troost” bieden kennen een veel-te-kort-door-de-bocht-benadering die uitstraalt: “Ga God toch zoeken, man!” Het had allemaal niet zover hoeven komen als de persoon in kwestie gewoon, heel simpel, eenvoudig tot God was gegaan. Merk trouwens op dat profeten als Elia en Jeremia er op deze manier ook nog even van langs krijgen.
Ik weet dat geen profeet in de Bijbel volmaakt is, maar om Elia en Jeremia weg te zetten als een stel zelfmedelijdende dienstknechten van de Allerhoogste, zou ik eerlijk gezegd niet durven.

Tot zover de eerste benadering; niet mijn persoonlijke favoriet. Het kan ook anders. Afgelopen week kocht ik een nieuw uitgebracht werk van Charles Spurgeon, getiteld Uit de diepten roep ik tot U. Evenals in De Godvrezende vrouw wordt het verhaal van Elia behandeld. Hij merkt op:

“Maar ik geloof dat wanneer een mens zo goed is als hij maar kan zijn, hij nog steeds slechts een mens is – en een mens, zolang als hij hier op aarde is, is altijd met zwakheid behept. Elia was niet slechts een mens met gevoelens, maar een mens met dezelfde soort gevoelens als wij – een mens die zou kunnen lijden, diep zou kunnen lijden. Zijn geest kon enorm depressief zijn, net zoals de geest van ieder van ons. Hij schoot tekort zoals heel Gods volk gedaan heeft! Ik weet eigenlijk nauwelijks een uitzondering in de levensbeschrijvingen in het Oude Testament.”
(Uit de diepten roep ik tot U, bladzijde 72)

Een bladzijde later lezen we:

“Toch kan het zo zijn dat zowel u als Elia gevoelens hebben gekoesterd die Hij [God] niet goedkeurt. Laten we echter vervolgens ook vaststellen dat deze zwakheid van hart bij Elia ongetwijfeld het resultaat was van een verschrikkelijke reactie van zijn hele gestel.”

Spurgeon heeft dus niet alleen oog voor de situatie waarin de persoon zich bevindt, maar ook voor de manier waarop die situatie er bij iemand kan inhakken. Dit is een belangrijk inzicht, want anders krijgen we dezelfde, vruchteloze opmerkingen die Job van zijn vrienden kreeg. En dat willen we liever niet! In een ander hoofdstuk schrijft Spurgeon:

“Ik ben bang dat als u en ik daar waren geweest, we tegen Elia zouden zijn begonnen te praten en de arme man bezorgd zouden hebben gemaakt door hem te vertellen hoe fout hij had gehandeld. In plaats daarvan geeft de engel hem een koek en laat hem dan weer slapen. Dat was de beste manier om voor hem te zorgen – en er zijn veel hongerige en vermoeide kinderen van God die meer dan iets anders rust en voedsel nodig hebben. De geest moet worden gevoed en ook het lichaam heeft voedsel nodig. Vergeet dit niet! Sommige mensen vinden misschien dat ik zulke kleine zaken als voedsel en rust niet behoor te noemen, maar dit kunnen de eerste dingen zijn om een arme depressieve dienaar van God echt te helpen. Het is niet verwonderlijk dat God voor zijn kinderen een Koekbakker is, want we weten dat Hij ook hun Kamerbediende is.”
(Uit de diepten roep ik tot U, bladzijde 84)

Spurgeon gaat zelfs nog verder. We lezen het volgende op de bladzijden 38 en 39:

“Een ander voordeel dat we plukken van gedeprimeerd zijn, is dat het ons ertoe in staat stelt medelijden te hebben met anderen. Als we zelf nooit in de problemen hadden gezeten, zouden we wel erg slechte vertroosters van anderen zijn. Het zou voor de meeste artsen goed zijn als ze af en toe eens iets van hun eigen geneesmiddelen moesten slikken. Het zou voor een chirurg bepaald geen minpunt zijn als hij uit eigen ervaring weet wat het betekent een gebroken been te hebben. U kunt erop rekenen dat hij u nadien voorzichtiger behandelt! Hij zou niet zo onbehouwen met zijn patiënten omgaan als hij gedaan zou kunnen hebben, wanneer hij die pijn nooit zelf had gevoeld. Toon me een mens die nog nooit beproeving heeft ondergaan en ik zal je een mens zonder hart tonen. Boven alles, verlos me van de mens die in zijn hele leven nooit problemen heeft gekend. Ik zou niet in zijn huis of ook maar ergens bij hem in de buurt willen zijn. Als ik ziek ben, laat hem dan niet langs mijn raam komen, zodat zijn schaduw niet op me valt en me nog zieker maakt. Want wie nooit beproeving heeft gekend of in diepe nood heeft gezeten, moet wel een ongevoelig en onsympathiek mens zijn!”
(Uit de diepten roep ik tot U, bladzijde 38-39)

Echte hulp door ervaring
Wat een verschil in benadering! We krabben ons achter de oren en stellen onszelf de vraag: waar zit nu het verschil in? Hoe kan de één op een directe wijze stellen dat je met zelfmedelijden in eenzaamheid “waarschijnlijk zondigt”, terwijl een ander op een meer troostende en pastorale manier kijkt naar de persoon én de omstandigheden? Het geheim zit in het woord ervaring.
Het feit is dat Charles Spurgeon in zijn leven veel te maken heeft gehad met lijden. Hij kampte met depressies. Hij heeft zelf ervaren wat het is om zonder reden in huilen uit te barsten. Dat kan ons allemaal gebeuren.

Er zijn mensen in ons leven die ons haarfijn kunnen uitleggen wat wij fout doen en die vastbesloten kunnen zeggen dat wij “onze hulp slechts van de Heere” moeten verwachten, alleen maar omdat zij geen idee hebben waar wij doorheen gaan. Dat was in de situatie van Job zo, en het is vandaag de dag niet anders. Ik moedig je aan Job 38-42 te lezen en te ontdekken hoe God omgaat met degene die lijdt én met degenen die denken het lijden zo goed te kunnen duiden en oplossen. Wees gewaarschuwd.


Bekijk hier een twee uur durende, Engelstalige documentaire over het leven van Charles Spurgeon.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief