SalvationInGod

zondag 30 augustus 2015

Voorbeeldig geloof

De apostel Petrus schrijft omstreeks 65 na Christus een brief aan christenen die lijden door vervolging. Het lijkt erop dat het hen overrompeld heeft, wat moedeloosheid in de hand heeft gewerkt. Begrijpelijk. Niemand wil pijn lijden. Maar wat als die pijn gevoeld wordt vanwege iets (of in dit geval: Iemand) dat boven alles zó kostbaar voor je is? Hoe gaat het geloof in Jezus om met het lijden, wat juist door dat geloof kan komen?

Roeping
Schrik niet: Petrus (en alle andere schrijvers van het Nieuwe Testament) noemt lijden een “roeping” (1 Petrus 2:21). Christenen zijn “geroepen” om te lijden. Deze roeping is niet iets waar je onderuit kan. Het hoort erbij. Het moet worden gezien in het licht van een werkgever-werknemerrelatie. De werknemer is niet vrij om te doen wat hij wil ten aanzien van de verplichtingen die zijn baas hem oplegt. Hij kan niet uit eigen beweging zeggen: “Vandaag doe ik eens lekker niets. Ik wil even niets met het bedrijf te maken hebben. Gezien de hoeveelheid werk zie ik het niet zitten om te komen.” Het is goed om hier eens over na te denken. Je kunt niet weglopen van lijden, omdat lijden door God is verbonden aan je roeping als Zijn kind. Weglopen zou opstandigheid zijn, en in het bedrijfsleven zouden ze spreken over contractbreuk.

Het fundament van de roeping: Christus’ lijden
Wanneer Petrus beargumenteert waarom christenen zijn geroepen om te lijden, komt hij uit bij ander lijden: het lijden van Jezus. Jezus’ lijden is het fundament voor mijn lijden. Het is de dubbele dimensie dat Zijn lijden omvat:

1) Hij leed voor mijn verzoening met God, in het dragen van mijn zonde en Gods toorn aan het kruis
2) Hij leed als een voorbeeld om na te volgen

Met andere woorden: Christus is zowel mijn verzoening als mijn voorbeeld. Zijn lijden is de grond voor mijn roeping om te lijden. Deze twee dimensies in het lijden van Jezus moeten we bij elkaar houden: samen vormen ze het hart van ons christelijk leven.

Geloof: in het lijden niet zondigen
Hoe duidelijk een fundament ook geformuleerd kan worden, wanneer pijn tastbaar is, wordt het een reële bedreiging. Petrus weet dit en kent ook de gevaren van het overweldigende gevoel. In vers 22 beschrijft hij Jezus’ positieve reactie op Zijn lijden op een negatieve manier. Ik denk dat hij zich heel goed besefte welke gevaren lijden met zich meebrengt. Als er mannen met honkbalknuppels voor mijn deur zouden staan, zou mijn eerste, natuurlijke reactie zijn om extra goed na te denken over mijn woorden. Ik zit niet te wachten op klappen en slagen. Dat doet pijn.
En dat is nu juist het gevaar van lijden. Want lijden doet pijn. En het is altijd onze eerste, menselijke reactie om vluchtwegen te zoeken. Hoe kan ik het ontwijken? Wat moet ik doen om aan iets te ontkomen? Wat kan ik beter wel of niet zeggen om bepaalde dingen niet te ondergaan?
Zo komen we weer terug bij het begin, de roeping van de gelovige. Bij een aanstelling loop je niet weg. Je bent benoemd tot Gods kind, Jezus’ discipel, door genade alleen. En daar hoort het lijden om de Naam van Jezus bij. Je kunt hier gewoon niet geoorloofd van weglopen. Hij heeft immers zelf geleden.
Hoe heeft Jezus dan gereageerd op Zijn lijden? Samengevat komt het hierop neer: Hij deed niets. Hij schold niet, dreigde niet met geweld, toonde geen wraak – niets. Helemaal niets. Hij onderging het. Maar waarom kon Hij dat zo ogenschijnlijk rustig ondergaan? Vers 23 geeft het antwoord: Hij bleef Zichzelf voortdurend toevertrouwen aan Zijn Vader in de hemel, Die op een dag alles zal herstellen en rechtzetten wat nu kapot en vernield en verminkt is.
Het is dit vaste vertrouwen in God dat Jezus in staat stelde om in Zijn lijden niet te zondigen. Lijden is een geweldige verzoeking tot zonde; een verzoeking om jezelf met geweld te verdedigen; een verzoeking om met woorden veel kapot te maken. Maar Jezus gaf Zich over. Zweeg. Deed niets. En juist door zo te handelen zondigde Hij niet. En daar gaat het Petrus om in zijn tekst: “Wat er ook gebeurt, welk lijden je ook ondervindt, zondig niet.” Het is onze roeping om te lijden, want Degene Die ons roept heeft Zelf geleden. En wij zijn voorbestemd om “Zijn beeld gelijkvormig te worden” (Romeinen 8:29).

Jezus’ menswording en onze tegenwerpingen
Als mens is het gemakkelijker om over het lijden te spreken en schrijven als je het op dat moment niet ervaart. Als je het wél ervaart, kunnen er veel vragen en tegenwerpingen zijn. En eigenlijk leggen veel van die vragen iets bloot van zelfgerichtheid: “Waarom ik? Ik wil dit en dat nog doen. Waar heb ik dit aan verdiend? Ik heb toch altijd mijn best gedaan?”
En is het niet intrigerend dat Jezus Zichzelf bleef toevertrouwen aan Zijn Vader in de hemel en ondertussen ook uitschreeuwde: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” Wij zouden niet snel iemand blijven vertrouwen die ons verlaat. Maar Hij bleef Zichzelf voortdurend toevertrouwen aan Degene Die Hem verlaten had. Dan moet er bij Jezus zeker het geloof Zijn geweest dat het een tijdelijke verlating was.
De apostel Paulus schrijft dat wij dezelfde gezindheid moeten hebben die ook in Christus was. Welke gezindheid is dat? Het is de gezindheid die kan afrekenen met alle zelfzuchtige tegenwerpingen, die het geloof in Jezus verwoesten.
Paulus schrijft in Filippenzen 2:5-7 dat Jezus aan God gelijk was. Maar Hij legde de status af, die Hij had in heerlijkheid. Hij hield het niet krampachtig vast. Jezus was niet “berekenend” in de zin dat Hij een minimale standaard had, voordat Hij iets zou willen vervullen. Hij rekende met volledige “zelfverloochening”, menselijk gesproken. Hij “ontledigde” Zichzelf, schrijft Paulus.
En hier vind bij ons vaak kortsluiting plaats. Wij hebben onze minimale standaard: “Ja, maar ik heb toch die opleiding gevolgd? Ja, maar ik heb toch dit gedaan? Ja, maar ik verlang dit toch niet? Ja, maar dit heb ik toch niet verdiend?”
Dit is het pijnlijke in de pijn: lijden gaat niet om verdienste, lijden gaat om doelgerichtheid. Doelgerichtheid in voorbeeldig geloof.
Dat betekent niet dat het lijden ineens makkelijk wordt, of dat er geen pijn meer is. Jezus zegt dat wie Hem volgen wil [in de gezindheid van “ontlediging”, “zelfverloochening”], zichzelf moet verloochenen en het kruis opnemen. In het roepen van mensen vraagt God om afstand te doen van elke vanzelfsprekendheid. Afscheid te nemen van elke minimale standaard en verwachting. Laat alles van jezelf achter. Je opleiding. Je status. Je geld. Je bezittingen. Als wij hier minimale eisen aan gaan stellen, zijn we niet in staat blijmoedig Gods wil te vervullen. Daarom moet elke vorm van minimalisme afgebroken worden. Wanneer? En hoe vaak? “Dagelijks” (Lucas 9:23).
Dat “dagelijks” is een woord met een belangrijke betekenis. Ik heb de kwalijke neiging om op een bepaald moment te zeggen: “Zo, het gaat nu al een week goed!” Maar wat gaat er precies goed? En wanneer gaat het eigenlijk goed? En gaat het eigenlijk nog wel goed als ik zelf zeg dat het goed gaat? En waarom ben ik eigenlijk zo blij dat het goed gaat? Zit hier eigenbelang bij?
Het woord “dagelijks” geeft aan dat elke dag ertoe doet. De tussenbalans opmaken is goed. Niets mis mee. Wordt in de Bijbel ook aangemoedigd en bevolen. Maar bij die tussenbalans het idee krijgen dat je nog maar een heel klein stukje van de verheerlijking verwijderd bent, is overdreven en vertoont trekjes van hoogmoed.
“Dagelijks” betekent dat ik elke dag word geroepen door God om in de gezindheid van Jezus alle minimalistische normen weg te gooien en te wandelen op de weg die Hij leidt; of ik dit nu leuk vind of niet. De belangrijkste toets van het christelijke leven is de toets van een voorbeeldig geloof. Geen volmaakt geloof, maar een geloof dat leert van Jezus. Leren om niet te zondigen. Leren om mijn mond te houden in het lijden. Leren om mijn handen thuis te houden wanneer ik geslagen word. Leren om Gods wil en Christus’ principes hoger te achten dan mijn eigen normen. Weten dat je menselijk gesproken “iets” bent in termen van status, maar bereid zijn om op de Voorzienige weg ver daaronder te leven.
Voorbeelden moeten gevormd worden. Jezus vormt ons tot een voorbeeld: Zichzelf. Maar voorbeelden hebben ook een gezindheid nodig. Met tegenzin een voorbeeld zijn is wetticisme. Daarom schrijft Paulus over “de gezindheid die in Christus Jezus was” (Filippenzen 2:5). Uiteindelijk wordt het voorbeeld gevormd door de gezindheid, de “vernieuwing van het denken” (Romeinen 12:2). Deze vernieuwing van ons denken kan alleen plaatsvinden wanneer we nauwkeurig het voorbeeld van Jezus bestuderen. Hoe ging Hij om met andere mensen? Wat vertelde Hij over geld, bezit en het huwelijk? Wat leerde Hij over gebed, vasten en omgang met de Vader?

Wat is een voorbeeld?
Het woord “voorbeeld” geeft aan dat er meerdere personen betrokken zijn in hetzelfde proces. De één is volwassen en leeft aan de leerling voor hoe hij moet handelen en spreken. In Johannes 13:15 zegt Jezus dat de voetwassing een voorbeeld is dat Zijn discipelen moeten overnemen. Zoals Jezus ons reinigt en vergeving van zonde schenkt, zo moeten ook Gods kinderen elkaar vergeven. Hij leert ons dat Hij geeft door te doen. En in het doen moeten ook wij geven. Met andere woorden: een voorbeeld zijn omvat zowel een ontvangend als een gevend aspect. Het is God nooit te doen om alleen maar te geven. Geven is bij Hem dóórgeven. Geen zegening mogen wij uitsluitend voor onszelf toe-eigenen. Het is puur egoïsme wanneer wij Gods zegeningen ontvangen, zonder deze te gebruiken tot voorbeelden voor anderen; wie niet doorgeeft kan niet eens een voorbeeld zijn. Dat is het grote geheim van het christelijke leven: niet ontvangen, maar geven maakt gelukkig (Handelingen 20:35).

Een voorbeeld in pijn
Even terug naar Lucas 9:23. Jezus noemt daar de opdracht om Hem te volgen een “dagelijkse” zaak. Maar hoe ziet dat “dagelijkse” eruit? Aantrekkelijk? Leuk? Gezellig? Lekker luierend? De twee uitgangspunten die Hij noemt zijn ronduit schokkend: door “zelfverloochening” en “kruisiging”. Jezus volgen betekent alles van jezelf afleggen en je eigen doodvonnis tekenen. Ik heb niets in te brengen in Zijn weg met mij. Hij is mijn Voorbeeld en daar heb ik mij aan te houden.
Dit is nu exact het punt wat Paulus benadrukt aan de Filippenzen. Niet je eigen belang zoeken, maar God in Christus doorgeven aan de ander. En eigen belang achterlaten omwille van Jezus is jezelf verloochenen. Als je Christus kan doorgeven, gaat dat vóór eigen gemak. De Heiland windt er in ieder geval geen doekjes om: Hij gaf ons een pijnlijk voorbeeld en wie zich aan dat voorbeeld onderwerpt, tekent voor de garantie van pijn en lijden. Zo is Jezus ons voorgegaan, door de weg te gaan van pijn en lijden. Zijn lijden is het fundament van onze roeping om ook te lijden. Daarom zegt Petrus dat zijn lezers niet verbaasd moeten zijn wanneer zij lijden, als iets wat ongewoon is voor christenen.

Een voorbeeld uitgedrukt in daden
Navolging van Jezus en de roeping vervullen, dwars door lijden en pijn heen, worden Bijbels gezien pas als zodanig erkend wanneer het verder gaat dan woorden. De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief dat iedereen die claimt Jezus te volgen – iedereen die claimt te zijn gerechtvaardigd door geloof, claimt vergeving ontvangen te hebben en claimt dat Gods Zoon hem eeuwig leven geschonken heeft – net zo moet leven als Jezus heeft geleefd. Geen belijdend christen kan Bijbels gezien serieus genomen worden wanneer hij een dergelijke claim niet kan bewijzen door een levenswandel die oprecht wordt gevormd door het werk van de Heilige Geest.
De voornaamste opdracht van een christen is het zijn van een voorbeeld. Geen moment in ons leven laat God ongebruikt. Hij werkt alle dingen mee ten goede voor hen die Hem liefhebben (Romeinen 8:28). Ook wanneer pijn en lijden ons leven binnenkomen, mogen we weten dat we deelhebben aan Christus.
Het voorbeeldige geloof in Jezus neemt Zijn voorbeeld serieus. Leert van Zijn onderwijs. Is niet volmaakt – zeker niet – maar in staat om in de gezindheid van Jezus het eigen belang te laten varen, de minimale standaard van wensen en verlangens af te leggen en pijn te verdragen met het oog op de Beloner. Elke dag doet ertoe. Het is een geloof dat niets verwacht voor het eigen ik, maar alles verwacht van Hem Die rechtvaardig zal oordelen. Het is het geloof en voorbeeld van Jezus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief