SalvationInGod

woensdag 6 januari 2016

Vrijheid in Christus [5] Eeuwige vrijheid bij God Zelf

En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft er eeuwig. (Johannes 8:35)

De vorige keer hebben we gezien dat Jezus vrijheid een negatieve definitie geeft. Wij, die de zonde doen, zijn slaven van de zonde. Dat is geen vrijheid. Vrijheid betekent vrij zijn van dienst aan de zonde. In vers 35 lezen we hoe Jezus de overgang maakt van de onvrije persoon naar de vrijgemaakte persoon. Hij zet de zaak op scherp, zeker wanneer we de tijdsbepaling overdenken: het gaat hier om de eeuwigheid. Een toekomst die nooit meer teruggedraaid kan worden.

De eindigheid van de zondaar: “En de slaaf blijft niet eeuwig…”
De plaats waar de zondaar niet komt: “…in het huis…”
De eeuwige toekomst van erfgenamen: “…de zoon blijft er eeuwig.”

De zondaar is eindig
Jezus begint met het beschrijven van het toekomstige perspectief. Het gaat om de eeuwige toekomst! Hij zet twee soorten mensen naast elkaar en begint bij de zondaar. De zondaar is de onvrije persoon. Hij is degene die willens en wetens tegen Gods Woord in handelt en wandelt. Hij veracht God, dankt Hem niet, geeft Hem niet de eer die Hem toekomt. Hij gaat zijn eigen gang en leeft zoals de zondige impulsen het hem ingeven. Hij is een slaaf van de zonde. Maar Jezus maakt duidelijk dat zo iemand geen lang leven beschoren is. Er komt een einde aan. Hij zal – zoals Psalm 37 dat verwoordt – worden uitgeroeid (vers 34) en er niet meer zijn en niet meer gevonden worden (vers 35). Dit is niet bepaald mals. Het zijn de waarheden waar we liever aan voorbij gaan. Maar willen we iets zinnigs kunnen zeggen over de eeuwigheid en eeuwige vrijheid, dan ontkomen we er niet aan hier ook aandacht aan te besteden.
Het leven is eindig. Tenminste, het leven hier in deze wereld. Maar daarna gaat ons leven over in een andere vorm. Wanneer lichaam en geest van elkaar gescheiden worden, sterft het lichaam, maar de geest blijft voortbestaan. De stervende mens gaat niet op in het oneindige niets, maar – zoals de Hebreeënschrijver het verwoordt – het is voor hem beschikt dat hij “eenmaal moet[en] sterven en dat daarna het oordeel volgt” (Hebreeën 9:27). De vraag is nu, bij het lezen van Jezus’ woorden in vers 35, wat hier wordt bedoeld met de slaaf die niet eeuwig in het huis verblijft. We lijken hier te stuiten op een tegenstrijdigheid. De ziel van de mens blijft voor eeuwig, maar de slaaf niet. Is dit een aanwijzing voor wat sommigen de leer van annihilatie noemen? Dat zondaren op een bepaald moment écht ophouden te bestaan? Is dít het oordeel waar de Bijbel over spreekt? Is dit de leer die Jezus hier onderwijst?

De zondaar toegang ontzegd
Voor de beantwoording van deze vraag moeten we kijken welke aanwijzingen de context geeft. Jezus zegt: “En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis…” Allereerst moeten we vaststellen dat Jezus hier een metafoor gebruikt. De slaaf is een beeld en het huis is een beeld. De slaaf staat voor de zondaar. Maar dat huis, waar staat dat voor? Het moet duiden op de plek waar echte vrijheid is. Het moet een plek zijn waar geen zonde meer zal bestaan. Er blijft maar één antwoord over: de plek die door Jezus hier “huis” wordt genoemd, moet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn. Gods volmaakte Koninkrijk in de eeuwigheid. Dan past ook het woord “eeuwig” precies in dit plaatje. Hiermee is echter niet gezegd dat de zondaar in het geheel ophoudt te bestaan, maar dat hij Gods Koninkrijk niet binnen zal gaan. Hij zal buiten blijven. En voor dit toekomstbeeld vinden we genoeg aanwijzingen in de Bijbel (Psalm 2:7-12; 110:5-6; Mattheüs 7:21-23; Mattheüs 25; 1 Korinthe 6:9-10; Galaten 5:19-21; Openbaring 20:11-15). Met deze metafoor worden we daarom meteen bepaald bij de ernst van het onderwerp “vrijheid”. Het is onmogelijk om Gods Koninkrijk binnen te gaan wanneer wij niet vrijgemaakt zijn door het woord van Jezus. Het is zwart-wit, en voor de postmoderne mens van deze tijd té zwart-wit, maar wanneer we de woorden van Jezus nauwkeurig bestuderen is dit de enige juiste conclusie die we kunnen trekken. De zondaar is geen leven lang beschoren in die zin, dat hij misschien wel met gemak en luxe en succes leeft in deze wereld, maar wanneer Christus terugkomt, krijgt hij te horen: “Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet” (Mattheüs 25:12). Christus verwelkomt alleen de mensen in het Koninkrijk die door Hemzelf zijn vrijgemaakt. Mensen die hun hele leven hebben geleefd in dienst van de zonde, kent Hij niet. En wie Hij zó niet kent, zal Hij ook geen toegang verlenen.

Van slaaf tot erfgenaam
Het zou een sombere boodschap zijn, wanneer we moeten blijven stilstaan bij de eeuwige verlorenheid van de onbekeerde zondaar. Vers 35 gaat echter verder: “…de zoon blijft er eeuwig.” Voor de slaaf is er dus geen plaats in Gods Koninkrijk, maar voor de zoon wel. Het is dus mogelijk om voor eeuwig bij God te zijn. Hier komen we bij het hart van het Evangelie. Het is werkelijk mogelijk om van een slaaf te veranderen in een zoon. God biedt in Zijn genade een vrij aanbod van statuswisseling. En niet alleen van statuswisseling, maar ook – zoals we de vorige keer hebben gezien – een nieuw leven van een andere categorie! Wat moet daarvoor gebeuren? De metafoor die Jezus hier gebruikt, verwoordt het als volgt: God ziet ons als slaven van de zonde. Wij dienen de zonde. Ons leven staat in het teken van de zonde. De slaaf blijft niet eeuwig. Hij komt niet in Gods eeuwige heerlijkheid. Het Evangelie is het goede nieuws dat God in Zijn genade Jezus Christus heeft geschonken; Hij kan ons vrijmaken van de zonde en daardoor de status van “slaaf van de zonde” wegnemen en veranderen in “zoon” van God. Wanneer wij door Christus worden vrijgemaakt, behoren wij tot Gods huisgezin en hebben wij voor eeuwig deel aan de heerlijkheid van God, waarop wij hopen (Romeinen 5:2). Het is een geheel nieuw leven. Het is de wedergeboorte. Het is de vrijmaking waar Jezus in dit gedeelte over spreekt. Wanneer wij in geloof vertrouwen op Degene Die deze woorden spreekt, en wanneer wij in geloof aanvaarden wat Hij zegt, doet en gedaan heeft, zullen wij de vrijmakende kracht van Christus ervaren. Hoe definitief deze vrijmaking is, en hoe wij dit exact moeten opvatten, hopen we de volgende keer te bekijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief