SalvationInGod

zondag 24 september 2017

De Geest van Christus (1)

De boodschap van Romeinen 8

Romeinen 8 is een bekend en prachtig hoofdstuk in de Bijbel. Het boek Romeinen is een brief, geschreven door de apostel Paulus aan de christenen in Rome, zo rond het jaar 57 na Christus. Het is een uitgebreide brief, die – als je het zo wilt noemen – Gods verlossingsplan van schepping en zondeval tot de voleinding beschrijft. In deze serie zullen we aan de hand van vijf delen bekijken wat de boodschap van het achtste hoofdstuk is.

Vraag vooraf: Is het de oude of nieuwe mens?
Voordat we in kunnen gaan op het begin van Romeinen 8, is het goed op te merken dat de positie van vers 1 misleidend kan zijn. Ze is mijns inziens ongelukkig geplaatst. En dat is jammer, omdat Paulus echt middenin een betoog zit. Nu is dit bij een brief altijd het geval en gewoon onvermijdelijk, maar bij dit gedeelte speelt nog wat anders mee. Paulus heeft in vers 21-26 namelijk op zo’n manier over zichzelf geschreven, dat in de kerkgeschiedenis een discussie is ontstaan (die duurt tot op de dag van vandaag) met de vraag over wie hij het daar nu precies heeft: is het Paulus vóór zijn bekering, of de Paulus ná zijn bekering? Ik heb een antwoord gevonden, met dank aan Romeinen 8. Het is echter wel jammer dat de discussie zich helemaal richt op Romeinen 7, zonder verder te lezen in het begin van hoofdstuk 8. Want daar zitten juist aanknopingspunten om 7:21-26 te kunnen begrijpen. Laten we onszelf daarom niet beperken door hoofdstuk –en perikoopindelingen (of tussenkopjes), want ze kunnen ons soms op het verkeerde been zetten.

Omdat ik al over Romeinen 7 ben begonnen, lijkt het mij goed een korte indeling te geven van dat hoofdstuk; dan weten we ook waar we aan beginnen op het moment dat we het achtste hoofdstuk binnenstappen. Globaal genomen kun je Romeinen 7 als volgt indelen:

A. Vers 1-6: in Christus zijn gelovigen gestorven aan de Wet, zodat zij zouden leven door de Heilige Geest
B. Vers 7-12: de Wet is niet slecht, maar maakt door het gebod zondige begeerten wakker in ons
C. Vers 13-20: de Wet is niet de oorzaak van mijn dood, maar de zondige begeerten die in mij wonen
D. Vers 21-26: de Wet is ontoereikend om praktische gerechtigheid voort te brengen, hoezeer ik hier ook mee instem

Romeinen 8 borduurt dus voort op de laatste stellingname. Dit zien we ook wanneer we het eerste vers lezen:

Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.”

Je zou het eerste vers van Romeinen 8 dus een conclusie kunnen noemen naar aanleiding van het laatste gedeelte van hoofdstuk 7. Maar een conclusie van wat? En welke vraag wordt hier nu mee beantwoordt? Om hier achter te komen, moeten we verder lezen, tot en met vers 11. Hier zien we Paulus een aantal contrasten schetsen. Ik zal ze één voor één benoemen.

1. Het contrast tussen de Wet en de Heilige Geest (vers 1-4)
Het is, zoals al eerder gesteld, belangrijk om nu de woorden van Romeinen 7:21-26 bij dit gedeelte te betrekken. We zullen anders niet goed kunnen begrijpen waarom 8:1 begint met “Dus…”
We zullen de logica van Paulus’ denken hier moeten volgen die rechtdoet aan alles wat hij hiervoor heeft geschreven. Een belangrijk aanknopingspunt zijn de woorden van vers 3 en 4:

“Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.”

Wat is de bedoeling van Gods wet? Dat deze vervuld wordt in ons door gehoorzaamheid. Maar het punt van Paulus is nu in Romeinen 3-5 dat geen mens rechtvaardig verklaard kan worden, omdat geen mens de Wet volmaakt kan gehoorzamen. En daarom heeft God ervoor gezorgd dat mensen buiten de Wet om rechtvaardig verklaard kunnen worden. En dat niet alleen, mensen kunnen ook rechtvaardig gemaakt worden – dit betekent praktische gehoorzaamheid!
Mis deze waarheid niet: geen mens is in staat om Gods heilige Wet te gehoorzamen. Geen mens! Maar nu komt het cruciale aspect. Hoe zit dit nu met christenen? Want als zij rechtvaardig verklaard worden en vanaf dat moment ook heilig gemaakt worden, wat voor functie heeft Gods Wet dan nog in het leven van de christen?
Het antwoordt wordt gegeven in vers 4: de Wet is ontoereikend om praktische gehoorzaamheid tot stand te brengen. Ook voor christenen? Ja, ook voor christenen is de Wet ontoereikend om praktische gehoorzaamheid te produceren. Er is namelijk in de christen een ander mechanisme aan het werk en dat beschrijft Paulus in 7:21-26. Wat is dat mechanisme? Het mechanisme dat je wel weet dat de Wet goed is en dat je instemt met Gods geboden, maar je dit goede niet kunt doen door de zonde die in je woont. Daarom roept Paulus het in vers 24 en 25 uit:

“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.”

Door het geloof in Jezus Christus ontvangt de christen de Heilige Geest. En het ontvangen van Die Heilige Geest heeft volgens Paulus twee belangrijke gevolgen:

A. De veroordeling over de zonde wordt weggenomen (vers 1)
B. De macht van de zonde – die wordt aangeduid als de wet van de zonde – wordt gebroken (vers 2)

Nu hebben we de lijn te pakken die Paulus uiteenzet vanaf Romeinen 6 en 7. De vraag van Romeinen 7 is niet of hij over de oude of nieuwe mens schrijft. De vraag van Romeinen 7 is uiteindelijk: hoe kan ik praktisch gehoorzaam zijn aan Gods Wet in de wetenschap dat dit door diezelfde Wet niet mogelijk is? Het antwoord luidt dat praktische gehoorzaamheid uitsluitend mogelijk is door de Heilige Geest. Er is geen andere weg. En op dit punt moeten we een radicale conclusie trekken: de Wet is niet alleen ontoereikend met betrekking tot onze rechtvaardiging, maar ook voor wat betreft onze heiligmaking kan de Wet niet slagen in haar opzet. Kortom: voor zowel onze rechtvaardiging als heiligmaking moeten we niet bij de Wet zijn! We moeten dus niet met al onze aandacht op die Wet gericht zijn, al is deze nog zo goed, heilig en rechtvaardig (Romeinen 7:12).

2. Het contrast tussen de gedachten van een godvruchtig en goddeloos persoon (vers 5-8)
Dit brengt ons bij de verzen 5-8, waar Paulus spreekt over aandacht en focus. Hij schrijft over ons gedachteleven. Hij onderscheidt hier twee groepen mensen: zij die “de dingen van het vlees bedenken” en zij die “de dingen van de Geest bedenken”. Iedereen behoort tot één van deze twee groepen. En om de essentie van deze verzen te begrijpen, kun jij jezelf deze vraag stellen: waarop zijn mijn gedachten gericht? Wat gaat er precies in jou om? Waar denk je aan? Wat bedenk je? Ben je gericht op de Wet, uiteindelijk erachter komend dat dit op een teleurstelling uitloopt? Of ben je bezig met “de dingen van de Geest”? Ben je in jouw gedachten veel met de zonde bezig? Of juist met heilige, rechtvaardige en goede dingen?
Het is belangrijk om te weten wat Paulus hier bedoelt met “de dingen van de Geest”, omdat het onderscheid maakt tussen gelovigen en ongelovigen én omdat we nu weten dat alleen door de Geest rechtvaardig leven mogelijk is. Het antwoord – heel algemeen, en toch ook weer concreet – luidt dat de “dingen van de Geest” betrekking hebben op de Heere Jezus Zelf. In gedachten houden Wie Hij is, wat Hij doet en wat Hij heeft gedaan. In de heiligmaking is het gedachteleven van groot belang, omdat dit de basis vormt voor de weg die een mens met zijn leven gaat.

3. Het contrast tussen het einde van de godvruchtige en goddeloze weg (vers 5-8)
De richting die een mens met zijn leven gaat, bepaalt uiteindelijk of dit de weg naar het leven is, of de weg naar de dood. Iemand die bewust met zijn gedachten gericht is op de zonde en deze uitleeft, zal de dood oogsten, terwijl iemand die met zijn gedachten gericht is op Christus, het leven én vrede heeft. Hij is gerechtvaardigd door het geloof en door de Heilige Geest is hij in staat God te gehoorzamen en behagen, zodat hij vrede met God en in zijn eigen geweten kan ervaren. De goddeloze mens, die met zijn gedachten bij de zonde is, ervaart dit niet. Hij is op geen enkele manier in staat God te gehoorzamen of God te behagen. Hij kan God geen plezier doen met zijn leven, zelfs wanneer hij ook goede dingen doet. Hij schiet tekort doordat de zondemacht heerst in zijn hart en leven. Hij kan zich gewoon niet onderwerpen aan Gods Wet, omdat hij geen kracht ontvangen zijn weerstand tegen die Wet te overwinnen. Hij bezit niet de kracht om God te gehoorzamen en de zondige begeerten de baas te zijn. Hij heeft geen “heilige Leidsman” Die hem bijstaat zijn gedachteleven zó in te richten, dat hij werkelijk kan leven voor de gerechtigheid. Je zult het merken aan iemand. Je gaat uiteindelijk een verschil in levenshouding zien. Let niet alleen op iemands handen en voeten, dus wat iemand doet; probeer ook te peilen waar iemand veel met zijn gedachten zit. Er zit een direct verband tussen deze twee. Je zou kunnen zeggen dat heiligmaking begint met de “vernieuwing van onze gezindheid” (dus ons innerlijke leven) door de Heilige Geest – en dit is exact wat Paulus schrijft in Romeinen 12:2!

4. Het contrast tussen de positie in of buiten Christus (vers 9)
Daarom is het geloof in Jezus Christus van levensbelang. Jouw houding en positie ten opzichte van Hem is allesbepalend. Ben je in Hem of buiten Hem? Heb je door het geloof in Hem de Heilige Geest ontvangen? Als dit zo is, dan behoor je Hem toe. Dat betekent: je bent verlost, gerechtvaardigd, verzegeld voor de eeuwigheid. Heb je de Heilige Geest niet ontvangen, dan geldt het tegenovergestelde: je bent verloren, veroordeeld en staat bloot aan Gods toorn over de zonde.
Laat ook hier geen misverstand over bestaan: iemand moet eerst rechtvaardig verklaard worden door het geloof in Jezus Christus, voordat hij werkelijk in staat is heilig te leven. Jouw positie bepaalt jouw praktijk – en niet andersom! Maar jouw praktijk is wel een belangrijke indicatie van jouw positie.

5. Het contrast tussen de geest die leeft en het lichaam dat dood is (vers 10-11)
Het onderscheid van positie en praktijk is belangrijk, omdat de zonde nog steeds in ons woont. Paulus schrijft zelfs dat ons lichaam dood is. Dat wil zeggen dat wij sterven door de zonde. Ons lichaam is onderworpen aan de vergankelijkheid. Iedereen moet een keer sterven. Dat is de consequentie die vanaf de zondeval bittere realiteit is in deze wereld. En ook vandaag merken christenen dat ze een strijd te voeren hebben tegen de zonde. En de zonde brengt de stank van de dood met zich mee. Ook christenen kunnen, ja zullen zondigen – helaas. Het is niet normaal voor een christen; immers, hij is vrijgemaakt van de wet van de zonde! Maar door de inwonende zonde kan een christen nog wel zondigen. Heiligmaking betekent niet dat een christen hier en nu al volmaakt kan worden. Maar Paulus stelt daar tegenover dat de geest van een christen leeft! Hoe dan? Door de Heilige Geest én door de gerechtigheid! Welke gerechtigheid? De gerechtigheid van Christus, waarmee wij worden omkleed bij onze rechtvaardigmaking, maar ook onze praktische gerechtigheid, die zichtbaar zal worden naarmate wij meer op Christus gericht gaan leven.

Ik in Christus en Christus in mij
In vers 9 en 11 vinden we als het ware de kern van het geloofsleven. Door Christus te ontvangen als de Belofte van gerechtigheid ben ik gerechtvaardigd en word ik positioneel in Hem geplaatst. En als ik positioneel in Hem ben geplaatst, ontvang ik de Heilige Geest, zodat Christus met Zijn Geest in mij komt wonen. De Geest van Christus maakt mij werkelijk levend – ik ben mijn veroordeling kwijt, ik ben vrijgesproken voor de hemelse Rechter en ik ben in staat om deze hemelse Rechter in gerechtigheid te kunnen dienen als Vader, Die mij Zijn Geest heeft geschonken. En dat niet alleen – ik mag uitzien naar het moment dat de zonde in mij volledig vernietigd, weggenomen wordt. Niet door de Wet, maar door de Heilige Geest, Die – als ik ooit kom te sterven – mijn lichaam zal opwekken uit de dood, net zoals Hij heeft gedaan bij de Heere Jezus Zelf. Zo leren we een wonderlijke les heilige geestelijke wiskunde: wil ik Gods Wet door de Wet zelf vervullen, dan lukt het mij niet; wil ik Gods Wet door de Heilige Geest vervullen, dan lukt het mij wel. Daarom kan ik het nu ook met Paulus uitroepen: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere!”



1 opmerking:

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief