SalvationInGod

zaterdag 26 mei 2012

Recensie: The Gospel According to Jesus (John MacArthur)

Wat is het Evangelie? Deze vraag staat centraal in het controversiële boek van de Amerikaanse predikant John MacArthur, The Gospel According to Jesus. De eerste uitgave dateert uit 1988. De publicatie ontbrandde een felle discussie. Een aantal kernwaarden uit het Evangelie staan op gespannen voet met elkaar. Hoe gaan gehoorzaamheid, verbintenis aan Christus en afkeren van zonde en de behoudenis uit genade door het geloof samen? Wat betekent het dat Jezus niet alleen mijn Redder is, maar ook mijn Heer? Kan iemand Jezus aannemen als Redder, maar Hem verwerpen als Heer? MacArthur probeert vanuit Jezus’ eigen bediening een Bijbels antwoord op deze fundamentele vragen te formuleren.

Het boek heeft veel weg van Arthur Pink’s Studies on Saving Faith. Net als de Engelsman begint MacArthur met het betogen van de gevaren die de wijdverbreide evangelisatiemethoden met zich mee brengen. Zij hebben de christelijke gemeenschap niet altijd gediend, maar ook schade berokkend. Het opsteken van handen tijdens massabijeenkomsten, ten teken dat mensen Jezus ‘aannemen’ en een kaart invullen waarop je noteert dat je op die dag en dat uur ‘de keuze hebt gemaakt’ om Jezus als Redder te aanvaarden zijn twee voorbeelden die volgens MacArthur een gemakkelijk geloof in de hand werken.

Lordship Salvation versus Free Grace
Gemakkelijk geloof (easy-believism) wordt veelal getypeerd als een intellectueel gebeuren. Het staat in verband met de weinig charmante term Four Spiritual Laws (link: http://www.godheeftulief.com/). Als iemand met die vier ‘wetten’ instemt en het aansluitende gebed bidt, kan diegene ‘christen’ worden genoemd. MacArthur protesteert tegen deze benadering. Dit protesteren gebeurt niet vanuit een ivoren toren. De man is allerminst te verwijten dat hij teveel vanaf de zijkant heeft staan toekijken naar processen in de kerk en vervolgens als een betweter de pen ter hand heeft genomen om te benoemen wat er allemaal aan schort. Hij heeft zelf meegemaakt dat hij tijdens een vliegreis werd ‘gestoord’ tijdens het Bijbellezen, doordat de man naast hem vroeg hoe hij een relatie met Jezus Christus kon krijgen. Een aantal maanden later doopte MacArthur deze man, maar moest later toezien hoe hij geen enkele interesse meer had in de zaak van Christus. MacArthur begon zich af te vragen hoe dit mogelijk is. Hoe is het mogelijk, dat mensen eerst een belijdenis afleggen en hun geloof een tijd later compleet vaarwel zeggen en afzweren? Zijn deze mensen behouden? ‘Ja’, zeggen mensen die easy-believism aanhangen; ‘nee’ zegt MacArthur, die zich schaart onder de verdedigers van Lordship Salvation. Zijn bezorgdheid over deze gang van zaken heeft hem ertoe aangezet de discussie nieuw leven in te blazen door The Gospel According to Jesus te schrijven.

Acht voorbeelden
Nadat hij in het eerste deel van zijn boek de hedendaagse evangelisatiemethoden onder de loep heeft genomen, noemt MacArthur in het tweede deel acht voorbeelden uit de Evangeliën waarin Jezus Zijn boodschap verkondigt.

1. Wedergeboorte
De mens wordt eenmaal fysiek geboren, maar kan het Koninkrijk Gods niet binnengaan als hij niet ook geestelijk geboren wordt. Omdat mensen in zonde worden geboren, hebben zij van nature een afkeer van God – Gods toorn over de zonde ligt alreeds op die persoon. De fysieke geboorte maakt dus dat iemand totaal niet geschikt is om in Gods Koninkrijk te komen – want wie begeert een plek te krijgen in een leefgebied waar iemand heerst waar hij een afkeer van heeft? Wedergeboorte maakt de mens dus geschikt om het leven in te richten dat gefundeerd is op de fundamenten van Gods Koninkrijk. De enige mogelijkheid om tot dit leven te komen is het geloof in Jezus Christus. Tekst om te bestuderen: Johannes 3.

2. Ware aanbidding
God is de Eeuwige. In Hem is het leven en door Hem leven wij. De enige reden dat wij in een verdorde en corrupte wereld leven ligt in onze ongehoorzaamheid en dwaze keuze om leven buiten God om te zoeken. Er zijn mensen die moe raken van alle teneur en verdorvenheden die dit leven met zich meebrengt. Ze hebben zich vol op wereldse gemakken en lusten gestort, hebben geprobeerd het leven te zoeken in alles wat de wereld te bieden heeft, maar hebben meer dan ooit dorst naar echt leven. Als Jezus deze mensen ontmoet, biedt Hij hen het levende water aan en verzekert dat eenieder die van dat water drinkt nooit meer zal dorsten, want Hij is de Messias Die mensen het leven schenkt. Pas dan zullen mensen waarlijk leven en inzien dat alle genotsmiddelen van de wereld niet verzadigen kunnen. Zij zullen God eren, prijzen en loven dat Hij hen van de ijdele en onvruchtbare wegen heeft gered. Tekst om te bestuderen: Johannes 4.

3. Het ontvangen van zondaars en weigeren van rechtvaardigen
Een steeds terugkerend thema in de Evangeliën is de spanning tussen Jezus en de Joodse religieuze leiders. Doelbewust zoekt Jezus mensen op die tot het uitschot van de maatschappij worden gerekend. De elite voelt zich te groot om met hen om te gaan, maar Christus zoekt hen op. Zondaars, hoeren en tollenaars worden bevrijd van hun schuld en opgeroepen achter Christus aan te gaan. Eén voorbeeld is het verhaal van Levi. Rabbijnen meenden dat een man als Levi onmogelijk tot bekering kon komen. Sowieso meenden veel Joden dat het verkeerd was om belasting aan de keizer van Rome te betalen. Het is daarom een bewuste actie van Jezus om juist iemand als Levi te roepen. Bewonderenswaardig verlaat hij zijn plek en volgt Christus. Daarmee nam hij overduidelijk afscheid van het leven onder het gezag van de Romeinse keizer – zijn plek zou weldra opgevuld worden door een andere tollenaar. Hij zette dus alles op het spel om gehoorzaam te zijn aan Jezus’ roepstem. De Farizeeën en Schriftgeleerden zagen dit met de nodige laatdunkendheid aan. Hoe durft die Jezus zo iemand achter Zich aan te roepen? Dit laat zien waarom Jezus niets met deze groep mensen kon beginnen: zij meenden dat zij waardig waren om met de Messias om te gaan. Zij waren zelfvoldaan. Zíj bepaalden de verhoudingen. Maar niets is minder waar: het is arrogantie uit de grond van het hart. Tekst om te bestuderen: Matteus 22:1-12.

4. Het openen van de ogen van blinden
Geestelijke ogen bepalen hoe iemand naar het bestaan aankijkt. Wereldbeeld, mensbeeld, Godsbeeld en alles wat hiermee samenhangt wordt bepaald door het geestelijke oog. Als dit oog niet of onscherp ziet, zal iemand gegarandeerd ronddolen en in het duister tasten. Alsof dit niet erg genoeg is, kan iemand ook beweren niet blind te zijn. Als Christus Zich openbaart als Messias en mensen verzetten zich hier hardnekkig tegen, houden zij hun schuld. Maar wie zich de ogen laat openen door Gods Zoon zal een helend beeld op de werkelijkheid ontvangen. Tekst om te bestuderen: Johannes 9.

5. Het uitdagen van een ernstige zoeker
Mensen kunnen oprecht vragen wat zij moeten doen om het eeuwige leven te beërven en als zij het antwoord te horen krijgen toch teleurgesteld weglopen. Het verhaal van de rijke jongeling is illustratief. Er bestaan verschillende uitleggingen van deze geschiedenis. MacArthur kiest voor de volgende: de rijke jongeling is oprecht zoekend naar het eeuwige leven en vraag Jezus wat hij daarvoor moet doen. Christus houdt hem, heel opvallend, de laatste zes geboden voor. De jongeman stemt in: ‘dat alles heb ik vanaf mijn jeugd onderhouden.’ Dan volgt de ultieme test: ‘Verkoop alles wat u hebt aan de armen, kom dan terug en volg Mij.’ Dat weigert hij. Bedroeft gaat hij zijn eigen weg. Hij durft het niet aan. Jezus heeft met Zijn opdracht exact het lek in zijn leven aangewezen. Er klinkt geen roep om genade. Er klinkt geen belijdenis van schuld. Er klinkt helemaal niets, slechts voetstappen die zich verwijderen van de Bron van Zaligheid. De hamvraag is natuurlijk waarom de Messias hier niet ronduit verklaart dat de man ‘gewoon’ in Hem moet geloven. Volgens MacArthur toont dit verhaal aan dat intellectueel bezig zijn met geloven niet per definitie zaligmakend geloof is. Nadat Jezus heeft verklaard dat het voor een rijke moeilijk is het Koninkrijk Gods binnen te gaan, vragen Zijn discipelen Hem: ‘wie kan dán zalig worden?’ Jezus geeft ten antwoord dat wij ons vertrouwen op Gods soevereine genade moeten vestigen en niet op de bereidwilligheid van mensen. Blijkbaar wordt de zaligheid niet beschouwd als iets wat zo even door een zondaar uit de mouw kan worden geschud. Tekst om te bestuderen: Matteüs 19:16-30.

6. Het zoeken en behouden van wat verloren is
Christus kwam in deze wereld, die in het boze ligt (1 Johannes 5:19). De ganse schepping is onderworpen aan de vergankelijkheid; de wereld is op weg naar de troon van God, alwaar het rechtvaardige oordeel over allen uitgesproken zal worden. Wie kan in dat oordeel bestaan? Alleen de rechtvaardigen; zij zullen zalig worden. Maar als allen onrechtvaardig geboren worden en de toorn van God rust op hen, hoe kunnen mensen in dat oordeel rechtvaardig bevonden worden? Er is maar één oplossing: de rechtvaardigheid moet buiten mensen om gezocht worden. En die rechtvaardigheid is gekomen en te verkrijgen door Jezus Christus. Hij is gekomen en heeft gezocht naar wat verloren is. Een goed voorbeeld is het verhaal van Zacheus, die, om Jezus te kunnen aanschouwen te midden van een menigte, in een boom is geklommen. Jezus roept hem bij naam en maakt vervolgens duidelijk dat Hij diens gast wil zijn. Zoals te verwachten fronst de religieuze elite de wenkbrauwen. ‘Hij wil de gast zijn van een zondaar..!’ Jezus is vastbesloten en gaat met Zacheus naar binnen. Tijdens het gesprek zegt de gastheer spontaan dat hij de helft van zijn bezittingen aan de armen zal geven en aan degenen die hij met bedrog iets heeft ontvreemd het vier maal zoveel zal vergoeden. Wat zegt Jezus dan? ‘Heden is in dit huis zaligheid geschied’. Is Zacheus behouden omdat hij deze belofte heeft afgelegd? Zeer zeker niet! Maar Jezus weet dat Zacheus het in zijn hart meent, en dat de aanwezigheid van de Messias hem ertoe bewogen heeft. De verandering van Zacheus tonen dus de vrucht van de verlossing – niet de basis ervan; die ligt immers alleen in Christus. Tekst om te bestuderen: Lucas 19:1-10.

7. Het veroordelen van een hard hart
Er bestaat een gevaarlijk type mens: de onoprechte meeloper. In het Nieuwe Testament vinden we het meest dramatische voorbeeld in Judas Iskariot. Drie jaar lang verkeerde hij in de meest intieme kring van mensen die Jezus omringden. Uiteindelijk viel hij het diepst van allen: hij verried zijn Meester, kreeg wroeging en pleegde zelfmoord. Het is de trieste anticlimax van het leven van een mens die laat zien dat er nooit affectie voor Gods Zoon is geweest; nooit een levendmakende en reinigende ontmoeting, maar slechts schijn. Judas was geen echte discipel en MacArthur vreest dat dit voor veel mensen in kerken geldt. Zij praten mooi over Christus, over de zaken van het geloof, maar hebben hun leven niet toegewijd aan Jezus. Tekst om te bestuderen: Matteüs 27:3-10.

8. Het aanbieden van een juk van rust
In Jezus’ dagen was het geestelijke klimaat wettisch. Schriftgeleerden en Farizeeën sprongen op een ondraaglijke wijze om met de Thora, waardoor de gewone man van de straat gebukt ging onder een enorme last. Jezus’ oproep om tot Hem te komen voor rust moet dan ook als een verademing zijn ontvangen. Immers, men had door dat Hij met gezag sprak en het was ook opgevallen dat Hij genadig en barmhartig anders met mensen omging dan de religieuze leiders. Jezus wist wat het met mensen doet als zij zware lasten op de schouders gedrukt krijgen. Niemand is in staat deze last te dragen en vroeg of laat zakt men er doorheen. Daarom roept Hij allen vrijmoedig op tot Hem te komen om rust te vinden voor de ziel. Vrijblijvend is Zijn uitnodiging echter niet: ‘Neemt Mijn juk op u en leert van Mij.’ Wie tot Jezus komt, moet bereid zijn van Hem te leren en Zijn onderwijs serieus te nemen. Tekst om te bestuderen: Matteüs 11:28-30.

Redding en Discipelschap
In zijn boek bestrijdt MacArthur de gedachte dat verlossing en discipelschap zijn te scheiden. Sommige mensen maken onderscheid tussen geloven in Jezus en het navolgen van Jezus. Zo wordt discipelschap losgekoppeld van de evangelieboodschap en kan de suggestie worden gewekt dat de navolging van Christus een optionele weg is, een soort ‘hoger christelijk leven’, terwijl alle auteurs van het Nieuwe Testament unaniem verkondigen dat de weg van het discipelschap helemaal geen keuzeoptie is, maar een noodzakelijk gevolg van het tot geloof gekomen zijn. John Piper werkt dezelfde gedachte uit in zijn boek De vreugde van God : ‘Wij moeten nooit denken dat gehoorzaamheid verkrijgbaar is zonder het reddend geloof, alsof het één langere tijd kan bestaan zonder het andere. Gehoorzaamheid aan Christus is een noodzakelijk gevolg van het geloof.’
De weg van de navolging nam ook in het onderwijs van Jezus een vrij centrale rol in. De manier waarop Hij dit onderwijs gaf, was radicaal; het was aardig zwart-wit. Enerzijds nodigde Hij mensen uit om achter Hem aan te komen, anderzijds wees Hij hen ook eerlijk op de gevolgen die het zou hebben voor de verdere verloop van het persoonlijk leven. Soms lijkt het zelfs, of Jezus mensen eerder ontmoedigt Hem te volgen dan dat Hij actief Zijn best doet hen mee te krijgen (zie bijvoorbeeld Johannes 6).
Gezien het hiervoor besprokene is het niet verwonderlijk dat MacArthur veel inzoomt op de zogenaamde ‘discipelschapsteksten’ – en niet geheel ten onrechte. Er zit namelijk een grote spanning tussen Gods genade en menselijke verantwoordelijkheid. Als het geloof in Jezus het enige criterium is om behouden te worden, waarom spreekt Jezus Zelf dan over zelfverloochening, kruisdragen en je eigen leven verliezen omwille van Hem? Sommigen hebben geprobeerd deze spanning weg te nemen door te zeggen dat Jezus een ander Evangelie heeft verkondigd dan Paulus. Jezus bracht de boodschap van het Koninkrijk, Paulus verkondigde het Goede Nieuws van Gods genade. Deze uitleg is echter ontoereikend en onverenigbaar met de eenheid van de Schrift. Zo verklaart Jezus Zelf dat Hij is gekomen om Zijn leven te geven als een losprijs voor velen, dat Hij door toedoen van zondaars verworpen moest worden, moest lijden, moest sterven en uiteindelijk ook weer moest opstaan uit de dood. Dit is in wezen helemaal geen andere boodschap dan het Evangelie dat Paulus verkondigde. En als we het onderwijs van Paulus nader bestuderen, zien we dat hij vooral in het eerste deel van zijn brieven schrijft over de inhoud van het geloof en in het tweede deel over de praktijk van het geloof. Waarschuwingen aangaande een slordige, christen onwaardige levenswandel gaat hij hierbij niet uit de weg. Aan de Filippenzen schrijf hij zelfs over mensen die leven als ‘vijanden van het kruis van Christus’ (3:18) en laat er geen twijfel over bestaan wat hun uiteindelijke lot zal zijn: het verderf (3:19). Aan de gemeenten te Korinte, Galatië en Efeze waarschuwt hij dat geen mens een immoreel leven kan blijven leiden en tegelijkertijd het Koninkrijk Gods beërven (dat betekent: toegelaten worden in Gods Koninkrijk – Paulus bedoelt met ‘het Koninkrijk beërven’ niet het ontvangen van beloningen voor bewezen diensten). Wat MacArthur keer op keer benadrukt, is dat de redding van een zondaar het werk van God is en niet louter tot stand komt door een menselijke beslissing – iets wat geheel in lijn ligt met Johannes 1:13. Zowel in de evangeliën als de apostolische brieven bespeuren we de zekerheid dat als God eenmaal een goed werk in iemands leven is begonnen, Hij het zal volbrengen (Filippenzen 1:6). De ondertitel van MacArthur’s boek luidt treffend What is Authentic Faith? Wat is nu het soort geloof dat blijk geeft van Gods werken in het leven van een individu? John Piper heeft ooit een heldere uiteenzetting geschreven over deze kwestie.

Conclusie
De controverse rond het Lordship-debat is een taaie hobbel. In Nederland is dit (nog) een beduidend onbekend vraagstuk. Het is goed te beseffen dat de kerkelijke kaart van Nederland verdeeld en gevarieerd is. In de reformatorische gezindte wil men geen goedkoop Evangelie prediken, maar loopt men in sommige kringen het gevaar te vervallen in hypercalvinisme. In meer evangelische gemeenten loopt men het risico de kosten van het discipelschap ongemoeid te laten en mensen sneller aan te moedigen om een ‘keuze’ te maken. Dit brengt ons terug bij de cruciale vraag wat de Bijbel nu verstaat onder redding. Zonder een Bijbels begrip van dit cruciale thema zullen wij nooit in staat zijn de inhoudelijke punten geoorloofd op een rij te zetten. Petrus verwoordt in zijn eerste brief (1:13-25) de essentie van de verlossing:

1. Het is Gods barmhartige intentie geweest om ons vrij te kopen
2. Dit vrijkopen betekent dat mensen worden verlost van een levenswandel die niet tot het leven leidt
3. Gelovigen zijn vrijgekocht met het bloed van Jezus Christus
4. Dit vrijkopen is louter genade
5. Deze genade is de hoop die in elke gelovige leeft
6. Deze genade is de motor van het nieuwe leven
7. Het nieuwe leven kenmerkt zich door gehoorzaamheid aan de waarheid door de Geest en een oprechte liefde voor broeders en zusters in Christus


Petrus noemt dit de wedergeboorte (vers 23). Redding betekent dus dat we zijn verlost uit een dood leven, waarin we God niet zochten en Hem op geen enkele wijze konden behagen. Nu wij geloven in Jezus Christus, heeft God Zijn toorn over onze zonde weggenomen en heeft deze op Zijn eniggeboren Zoon doen neerkomen, waardoor Hij in onze plaats de straf heeft gedragen. Dit is de ene kant van de medaille. De andere kant is dat wij door het geloof in Jezus de Heilige Geest hebben ontvangen om een nieuw leven te leiden, waarin wij gelijkvormig worden gemaakt naar het beeld van Christus (Romeinen 8:29). Dit nieuwe leven zal gepaard gaan met verschillende vormen van lijden. Nu we niet meer onder de heerschappij van de vorst der duisternis staan, maar onder de heerschappij van de Koning der koningen, zal de wereld ons verachten, bespotten en vervolgen – net zoals dat met onze Koning is gebeurd. Tegelijkertijd betekent het dat deze wereld ons op geen enkele wijze nog langer iets te bieden kan hebben tot volkomen verzadiging van ons hart. Daarom roept Jezus ook op om je kruis te dragen, om jezelf te verloochenen en om in Zijn spoor te volgen. Deze weg is niet gemakkelijk. Maar het is wel de weg die God met Zijn kinderen in deze wereld gaat. Het is daarom niet meer dan eerlijk en noodzakelijk om dit te benoemen als wij mensen oproepen tot Christus te komen. Ja, je mag tot Jezus komen, in alle vrijmoedigheid, maar weet dat dit verzet gaat oproepen in je naaste omgeving – weet dat jij jezelf identificeert en verbonden hebt met de Heer waar deze wereld niets van wil weten. Weet dat jij nu onder het gezag van een andere Vorst staat, die je leert om te haten wat Hij haat en lief te hebben wat Hij liefheeft. En als jij niet bereid bent om die weg te gaan, begin er dan niet aan.


Resources
An Introduction to Lordship Salvation
Letter to a Friend Concerning the So-Called 'Lordship Salvation'
Free Grace or Lordship Salvation?


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief