SalvationInGod

zondag 19 februari 2012

I will by the Spirit put to death the deeds of the body

Het geloof van christenen is een geloof dat de wereld overwint (1 Johannes 5:12). Dit kan alleen als God Zijn Heilige Geest geschonken heeft. Het christenleven kan met recht een ‘overwinningsleven’ genoemd worden. Toch zullen er altijd momenten in het leven zijn dat je hier weinig van ziet en het kan zomaar zijn dat je seizoenen doormaakt waarin je eraan twijfelt of je wel Gods kind bent.

Als je in je persoonlijke ervaring merkt deze twijfel wel eens tot leven komt, dan ben je niet de enige. Je bekijkt je eigen leven en het lijkt net alsof je alleen maar zonde kunt zien. Maar hoe kan dat? Het is een ervaring die ook mij niet vreemd is. Het is de zonde die de vreugde van het christenleven wegneemt. Er komt een smet op. Zonde laat zijn sporen na in het leven. Mensen zijn getekend met littekens. Grote en kleine. Dat kan terugkijken ook confronterend maken.

Een van de grootste frustraties in het christelijke leven is zeer waarschijnlijk één of meerdere boezemzonden waar je maar geen overwinning over lijkt te kunnen krijgen. Het is een felle strijd die zich in jezelf afspeelt – en telkens weer lijk je het onderspit te delven. Je leven als gelovige lijkt meer op een leven vol goede voornemens: ‘ik zal dit niet meer doen, ik wil dat laten, ik zal mij meer toeleggen op…’ Het is niet moeilijk om te raden hoe het afloopt met al deze goedbedoelde plannen en ideeën: de meeste zullen na moedeloze pogingen stranden.

God heeft iets beloofd wat de goede voornemens van mensen oneindig ver ontstijgt: Zijn Heilige Geest. Iedereen die in Jezus gelooft heeft de Heilige Geest ontvangen, waardoor zij het voorrecht hebben in vrijmoedigheid tot God te naderen en Abba, Vader tegen Hem mogen zeggen. Maar wat moet je nu met die vervelende boezemzonden? Vele christenen zullen schroom ervaren om ermee tot God te naderen. Boezemzonden nemen de vrijmoedigheid weg. Dus, wat moet je daar nu mee? Om te beginnen heeft het geen zin om ze er met geweld uit te slaan. Wettische behandeling zal leiden tot wettisch gewicht. Uiteindelijk zul je eronder bezwijken. Je kunt simpelweg niet de enorme last op je schouders meezeulen. Het belangrijkste is om te erkennen dat er sprake is van boezemzonde. Er is gedrag in je leven wat zijn routine heeft gekregen. Of dat nu aangeleerd gedrag is of het zich geniepig heeft ingenesteld, feit blijft dat het aanwezig is. Als je Romeinen 8:1-17 leest, zien we dat Paulus er geen doekjes om windt. Hij neemt als het ware in Romeinen 7 al een soort voorschot op wat hij in Romeinen 8 zal behandelen: in het vlees woont geen enkel goed (7:18). Het vlees is zo corrupt als maar zijn kan! Er valt van mij, uit mij, dus niets goeds te verwachten. Dat is een ontnuchterende gedachte. Maar ook een eerlijke. Stel jezelf maar eens de vraag: wil ik eigenlijk wel van mijn boezemzonde(n) verlost worden? Er zullen hele hordes mensen zijn die met strijdlustige taal het gevecht aangaan. ‘En ik zal dit, dat, zus en zo te lijf gaan!’ Dat kan oprecht bedoeld zijn, maar de vraag blijft wel waarom mensen vervolgens weinig lijken te overwinnen. De ontnuchterende gedachte is vervolgens dat die boezemzonde zijn greep op jouw leven houdt. Er moet dus iets in jou zijn wat de zonde niet wil loslaten. Ontnuchterend en eerlijk tegelijk.

Worstelen met zonde is in het leven van de christen een gezond verschijnsel. Waar geen worstelen is, kan ook geen sprake zijn van een gevecht. In de sport zijn er ook mensen die tegen elkaar worstelen: zij proberen zich van elkaar te ontdoen en om de tegenstander hun wil op te leggen. Het is een nederlaag als de ander zich van jou weet te ontdoen en vervolgens zijn wil aan jou oplegt. Zo is het ook met de strijd tegen de zonde. Maar hebben wij zojuist niet van Paulus geleerd dat in onszelf, dat is ons vlees, geen goed woont? We hebben dus een probleem. Als wij in eigen kracht proberen de zonde te overwinnen, zijn we bezig om een corrupte macht met een corrupt werktuig te bestrijden! Daarom komt hier ook geen overwinning uit voort. Het vlees is zo corrupt, dat de corruptie van de zonde haar in mum van tijd kan omkopen, zodat het wapen waarmee je eerst wilde strijden zich nu tegen je keert. En zo volgt een nieuwe nederlaag.

We zijn dus afhankelijk van een externe bron om deze wereld en de zonde te overwinnen. Het is Gods verlangen dat deze overwinning meer gestalte krijgt in het leven van Zijn kinderen. Op papier klinkt dat mooi, maar in de praktijk kent het ook een bitter element. Misschien hink je op twee gedachten, wil je wél en géén overwinning tegelijk. Je wilt wel overwinning, omdat je weet dat zonde schuld opbouwt en het God onteert en resulteert in schuldgevoelens. Je wilt geen overwinning, omdat er ergens iets in je is dat eraan gewend is geraakt of omdat je denkt dat het nog enige vorm van verzadiging oplevert. Deze constatering is cruciaal. Deze eerlijkheid vormt, zo heb ik in mijn leven mogen ontdekken, de weg naar herstel en reiniging. Het heeft geen zin tegen God te zeggen dat je van een zonde bevrijdt wilt worden, als je het ten diepste koestert of wilt blijven koesteren. Wie dit in alle nederigheid en eerlijkheid voor Gods troon brengt, zal merken dat de HEERE Zich om hem of haar zal ontfermen. Simpelweg met een oprecht hart belijden, dat je gevoelens en verlangens recht tegen Gods wil ingaan, toont een bereidwillig hart om alles bij God te brengen. Zo simpel als het klinkt, is het echter niet: het kan een hele strijd zijn om dit uit te spreken.

Wetend dat wij nooit zullen overwinnen in onze eigen kracht, worden we wel genoodzaakt ons uit te strekken naar de genademiddelen die God ons wil schenken. De Heilige Geest is essentieel. We moeten elke dag bidden om de Heilige Geest en de vervulling ervan. Het zondeprobleem lossen we niet op met een normenoffensief, daarvoor is de zonde nog te nadrukkelijk aanwezig in onszelf. God verandert ons naar het beeld van Zijn Zoon, door middel van Zijn Geest. Door het geloof in Christus zijn wij aangenomen als Gods kinderen. Aangenomen zijn betekent dat we eerst niet degene toebehoorden die wij nu wel toebehoren. Niemand is van nature een kind van God, maar wel een schepsel van God. En het meest bemoedigende in de strijd tegen zonde is dat Jezus duidelijk heeft gemaakt dat God Zijn Heilige Geest maar al te graag wil schenken aan hen die Hem erom bidden (Lucas 11:13). Zelfs slechte mensen weten goede gaven niet te onthouden aan hun kinderen, zo stelt Hij. Als zelfs slechte mensen bereid zijn om goede gaven te schenken, hoeveel temeer onze Goede Vader die in de hemel is!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief