SalvationInGod

zondag 25 december 2011

I will walk in the light and flee from darkness

De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief, dat ‘God licht is’ en dat ‘in Hem in het geheel geen duisternis is’. Opnieuw benadrukt hij de menswording van God in Jezus Christus. Hij heeft het hemelse licht tijdelijk achtergelaten om in deze duistere wereld Zijn ‘leven te geven als losprijs voor velen’. Bij christenen is het juist andersom: Johannes getuigt ervan, dat christenen in een duistere wereld komen en door wedergeboorte dienen te wandelen in het licht. Maar wat betekent dat? Bijna alle religieuze of spirituele stromingen hebben wel iets met ‘het licht’. Hierdoor bestaat het gevaar dat er lukraak met termen wordt gesmeten, die kant noch wal raken, maar die toch een bepaalde – zij het valse – tederheid en hoop oproepen. In zijn Evangelie verhaalt Johannes over een voorval dat plaatsvond in de tempel (8:12-30). Niet voor het eerst raakt Jezus verwikkeld in een twistgesprek met de Farizeeën. Elke keer komt de hamvraag terug: is deze Jezus nu een krankzinnige gek, of is Hij werkelijk wie Hij zegt te zijn? Is Hij werkelijk de Zoon van God? Is Hij werkelijk de geïncarneerde God in het vlees? Al in het eerste vers van die perikoop raakt Jezus de kern van wat wij later in Johannes’ eerste brief lezen. ‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben’. Daarom meen ik dat het mogelijk is vanuit dat specifieke onderwijs af te kunnen leiden wat Hij bedoelt met ‘wandelen in het licht’. Drie elementaire definities komen naar voren:

1. Ik zeg en doe niets op eigen gezag. Er is een radicaal verschil tussen christenen en niet-christenen. Niet-christenen handelen op grond van eigen begeerten, eigen inzichten en eigen vleselijke wijsheid. ‘Ik voel mij hier prettig bij, dus…’ Christenen zijn mensen die door wedergeboorte een ‘gezagsoverdracht’ hebben meegemaakt. Ze zitten niet meer zelf op de stoel om te zien wat hen bevalt. Ze zijn niet meer hun zogenaamde eigen baas. En is dat niet de zaligheid? Een aanklacht van Jezus aan de Farizeeën is dat zij niet weten waar Hij vandaan komt en waar Hij naartoe gaat. Een relevante vraag voor ons vandaag de dag is deze: weten wij wel waar wíj vandaan komen? Er bestaat geen groter probleem dan de zogenaamde ‘Oorsprongsverloochening’.

2. Ik zeg en doe dat wat de Vader mij heeft geleerd. Christenen hebben Christus als hun HEERE. Hij is hun Leermeester. De basis van het handelen van een christen is de geopenbaarde wil van God. Als God licht is, en ik doe wat Hij mij heeft geleerd in Zijn Woord, kan ikzelf onmogelijk in de duisternis wandelen. Bijbellezen is daarom geen spel. Het is een zaak van licht en duisternis!

3. Ik doe altijd wat mijn Hemelse Vader behaagt. Waren wij eerst mensen die handelden op grond van eigen gewin, eigen belang, eigen inzicht en eigen verlangen (een begrip dat overigens ook vaak in kerkelijke context voorkomt), door de wedergeboorte hebben we de Geest van God ontvangen, die ons motiveert de Vader te behagen.

Zondeloze perfectie?
Twee vragen moeten hier getackeld worden: de eerste is, of je de woorden van Jezus’ getuigenis over Hemzelf één op één toe mag passen op christenen. In dit geval meen ik van wel, aangezien Hij stelt dat wie Hem volgt, nimmer in de duisternis zal wandelen. In hetzelfde gesprek geeft Hij Zijn hartsgesteldheid, Zijn houding weer. Daarom schrijft Johannes in zijn eerste brief ook, dat christenen moeten wandelen, zoals Jezus gewandeld heeft (2:6). De tweede vraag is, of het voor ons mogelijk is om, zoals Jezus, zonder zonde te zijn en onafgebroken, elk moment van ons leven ná de wedergeboorte, God ten volle te behagen. Ook op deze vraag voorziet Johannes in een antwoord in 1:7 en 9. Als wij wandelen in het licht, zoals Hij in het licht is, en we hebben gemeenschap met elkaar, reinigt het bloed van Jezus, Gods Zoon van alle zonde. Indien wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om onze zonden te vergeven. Zondeloze perfectie is dus niet mogelijk in het leven. We mogen dankbaar zijn dat Johannes zijn geadresseerden oproept om in het licht te wandelen, maar dat, indien wij falen, het bloed van Christus ons reinigt van alle zonde. Laat dit een bemoediging zijn voor twijfelende, zwakke en ontmoedigde zondaren en christenen, die door de ‘lichtelijk omringende zonden’ en verzoekingen verwikkeld zijn in een gevecht om in reinheid en het licht te leven. Belijdenis van zonde aan God werkt helend; breng ze in het licht. Belijdenis van zonde aan medegelovigen werkt helend; deel je zwakheden met de broeders en zusters die het dichtst bij je staan. Dan zal de gemeenschap met God en met elkaar vol licht zijn!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief