SalvationInGod

vrijdag 23 december 2011

I will make repentance a daily labour

Rechtvaardiging – Heiliging – Verheerlijking. Dit zijn de drie kernwoorden waarmee het leven van de christen getypeerd kunnen worden. Het zijn drie stadia. Rechtvaardiging geschiedt op één moment, maar die status wordt niet veranderd. Wie eens gerechtvaardigd zijn door het geloof in Jezus, blijven rechtvaardig.

Heiliging staat er tussenin en dat voedt de gedachte dat het een soort scharnierpunt is. Het proces van de heiliging kan niet geschieden zonder dat de zondaar in geloof tot Christus is gekomen – immers, zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen (Hebreeën 11:6). Dit is iets wat de meeste christenen nog wel kunnen volgen. Maar heb je er ooit bij stilgestaan dat je zonder de heiliging de verheerlijking op je buik kunt schrijven?

Dit is geen hernieuwde vertaling van een Rooms-Katholiek dogma of het leren van rechtvaardiging door de werken der Wet. Wat is het dan wel? Het is een Bijbelse lijn die stelt dat de zaligheid begint met de juridische vrijspraak van de goddeloze in de rechtvaardigmaking en vervolmaakt, voltooid wordt op het moment dat Christus wederkomt en de Zijnen toegang verschaft tot het Koninkrijk Gods. Dit proces der zaligheid kenmerkt zich dus door de drie kernwoorden waar deze tekst mee begon. Er bestaat geen zaligheid als één van deze stadia ontbreekt.

Het vereist een heldere, Bijbelse kijk op het begrip zaligheid. De behoudenis betekent dat de zondaar het nieuwe leven geschonken wordt (uit genade, om niet) door het geloof in Christus. Het betekent niet alleen dat Gods toorn over die persoon is weggenomen – want Christus heeft in diens plaats de toorn van God over de zonde gedragen aan het kruis van Golgotha – maar het resulteert ook in het breken van de macht van de zonde in iemands leven. De zondige levensstijl wordt radicaal gebroken en de zonde heerst niet langer over de persoon. Velen hebben het over de ‘voorrechten die ze mogen genieten in Christus’, maar misschien is het grootste voorrecht nog wel dat we eindelijk bevrijd zijn van de zinloze strijd om te rebelleren tegen God en zodoende toorn op toorn stapelen.

Maar wat met de zonden die we nu nog begaan? Het nieuwe leven mag dan aangevangen zijn, de mogelijkheid om te zondigen is nog niet weggenomen. Dat is nu de dagelijkse strijd met onze zonden. Als je wilt weten waar het heiligingproces toe leidt, lees dan Openbaring 21 en 22. De heiliging bereikt namelijk zijn climax in de verheerlijking en onze verheerlijkte staat zullen we genieten in het Nieuwe Jeruzalem. Zoals gezegd is de heiliging een proces – het is daarom normaal gesproken onmogelijk dat grove, onbekeerde zondaars in één klap van volledig zondaar naar een volledig verheerlijkte staat gaan – als er geen proces van heiliging waar te nemen is, dan klopt er iets niet. Er zijn uitzonderingen, zoals de misdadiger aan het kruis, maar we mogen van dergelijke voorbeelden nooit standaardsituaties maken. Het moet voor de christen een prachtig uitzicht zijn om te weten dat er géén zonde meer zal zijn in het Koninkrijk der hemelen; hij staat niet te juichen met de wetenschap dat er op dit moment nog zonde aanwezig is in deze wereld en zegt ook niet: ‘laten we er nog even in rollebollen, voor je het weet komen we het Koninkrijk binnen en dan kan het niet meer…’ – alleen verloren zondaars redeneren zo. Soms wordt een soort liefde beschreven die Christus niet kent, namelijk zo’n grote ‘liefde’ die het toestaat om de zondaar lekker in de zonde te laten wroeten. Laat je niet gek maken: Christus is gekomen om zondaars te roepen tot bekering; Hij is gekomen om zondaars te genezen van hun zonden. De gevaarlijkste persoon die je ooit kunt tegenkomen is degene waartegen je een zonde belijdt en die dan opmerkt: ‘ach weet je, als je maar gelooft in Jezus, dan ben je behouden. Maak je maar niet druk om de zonde.’

Daarom het besluit om elke dag te bekeren van zonden – alles wat in het christenleven hier gedaan wordt, moet een voorbereiding zijn op het leven in de verheerlijkte staat. Als ik weet dat er in de hemel geen leugens de ronde doen, dien ik mijzelf hier te disciplineren en de leugen af te leggen. Als ik mij realiseer dat seksuele immoraliteit geen plek heeft in het Koninkrijk God, dien ik mij te onthouden van elke vorm van hoererij. Als ik besef dat Gods Naam in Zijn hemelse Rijk niet meer ijdel in de mond genomen zal worden, dan moet ik mij oefenen om mijn tong hier te beteugelen. Volmaakt ben ik hier nog niet, dus het kan voorkomen dat ik in zonde val – maar dan dien ik mij ook te bekeren. Het vlieden van de zonde en dagelijkse bekering is het hart van de heiliging. Wil de kerk een herleving meemaken, dan dienen de individuen die haar vormen schoon schip te maken in hun leven – het breken met en bekeren van zonde. Dat hoef je de toenmalige gemeenten in Efeze, Pergamum, Tyatira, Sardis en Laodicea (Openbaring 2 en 3) niet meer te vertellen: Christus waakt over Zijn Kerk en Hij laat niet met Zich spotten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief