SalvationInGod

zaterdag 24 december 2011

I will come to the cross to be slaughtered every day and die on self

Wie Romeinen 6 leest, krijgt een heldere beschrijving van Paulus, waarin de wedergeboorte en het kruis aan elkaar gekoppeld worden. Deze twee kunnen simpelweg nooit van elkaar losgekoppeld worden. De symboliek van de doop komt er volop in terug. Confronterend is het stuk echter wel. Het gaat regelrecht in tegen alle verhalen die vandaag de dag de ronde doen. Geen psychologische therapieën die gaan over zelfbeeld, zelfaanvaarding, en de boodschap van het recht op genezing en een voorspoedig leven. Vandaag de dag moet het kruis dienen als een middel waarin toch vooral Gods liefde, acceptatie en de zelfaanvaarding van een twijfelaar gevonden moet worden. Maar in hoeverre steunt de Schrift deze self help practices? Ik vrees zeer weinig. Het is een tendens in tijden van zelfverwerkelijking, waarin de nadruk wordt gelegd op identiteit. Welke pragmatische grappenmaker heeft het ooit bedacht om de psychologie en de theologie van het kruis zodanig met elkaar te verbinden, dat we niet meer zozeer spreken over de dood van de zondaar, de gerechtigheid Gods en het uitgieten van Zijn toorn over de zonde, maar over het ontwikkelen van een positief zelfbeeld, omdat het kruis laat zien dat Jezus alles voor jou en mij overhad? Ik ontken niet dat Jezus Zijn leven heeft gegeven als een losprijs voor velen – dit is immers Zijn eigen getuigenis – maar ik stel vraagtekens bij de toepassing die hier gemaakt wordt op het punt van identiteitsontwikkeling. Als het kruis moet fungeren als centraal punt voor een positief zelfbeeld, wordt het dan niet moeilijker om een heilige walging te krijgen over de zonde? Schuldgevoel is immers niet bepaald bevorderlijk voor een leuke kijk op mijzelf. Maar ook hier is iets op gevonden: elk mens maakt fouten, maar mag bij God komen zoals hij is. En zo gaat het riedeltje van zelfaanvaarding maar door.

In werkelijkheid is het kruis een martelwerktuig waar Christus Zich als perfect offerande gaf voor de zonde. En zo dient ook de zondaar tot het kruis te komen om verbrijzeld te worden en te sterven aan zichzelf. Geen prominente rol voor zelfaanvaarding, maar zelfverloochening. Het is noodzakelijk om bij het kruis te komen en om daar met Christus te sterven – de verloren zondaar zou nooit tot het kruis mogen komen voor zelfaanvaarding: hij moet komen om daar ter plekke te sterven aan zichzelf. En dat niet één keer, maar elke dag. Zolang we nog in een wereld leven, waarin zonde zijn plek heeft, is het noodzakelijk om elke dag te komen tot dit kruis en om jezelf over te geven in de handen van Christus. Het betekent niet, dat ik niet meer zal zondigen, maar het betekent wel dat de dag begonnen wordt in het besef dat er geleefd mag worden in de genade die geschonken wordt, waarin ik God mag eren met vrucht. Dat betekent een bereidheid tot het overgeven van mijn leven in Zijn handen. Niet mijn wil geschiede, maar Zijn wil geschiede. De Robert die geboren werd in zonde, heeft nog steeds de zonde in zich zitten – maar in overgave tot het kruis van Christus komen betekent dat de macht van de zonde gebroken wordt. De oude Robert wordt steeds meer verbrijzeld in het heiligingproces, waarbij de nieuwe Robert gestalte zal krijgen, levend tot eer van God en niet langer als slaaf van de ongerechtigheid, maar als dienstknecht van de gerechtigheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief