SalvationInGod

maandag 16 januari 2017

Read & Apply #43 Een Evangelie dat de Schrift vervult

Galaten 4:21-27


Nu Paulus onomwonden heeft geschreven dat hij zich ernstig zorgen maakt over de Galaten, zien we hem in het tweede gedeelte van Galaten 4 opnieuw het Evangelie verkondigen. Hij herhaalt het belang om onderscheid te maken tussen Gods belofte aan Abraham en het geven van de Wet. Het onderstreept opnieuw hoe belangrijk is om het Evangelie te blijven verkondigen, ook wanneer mensen het al gehoord hebben.
We zien in vers 21-27 dat Paulus gedeelten uit het Oude Testament voor het voetlicht brengt om zijn verkondiging te onderbouwen.

1. Paulus zoekt aanknopingspunten in de Bijbel om het Evangelie te verkondigen
Als eerste zien we dat Paulus in vers 21 een vraag stelt en hier zelf een antwoord op geeft:

“Zeg mij, u die onder de wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet? Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije.”

Paulus daagt de Galaten hier uit: “Jullie willen toch zo graag onder de Wet zijn? Jullie willen toch gerechtigheid voor God verkrijgen door de Wet te gehoorzamen? Maar hoe goed lukt dat eigenlijk? Doen jullie wel alles wat die Wet zegt?”
En dan maakt hij de overgang – wederom! – naar Abraham. Hij komt nu met het Oude Testament om de Galaten een voorbeeld te geven. Het voorbeeld wordt ingeluid met de geschiedenis van Abraham die bij zowel Sara als Hagar een kind verwekte. Eén ervan is de zoon van een slavin, en de ander is de zoon van een vrije.
Voordat we gaan kijken naar de inhoud en les van dit voorbeeld, is het belangrijk te beseffen dat we in het Oude Testament aanknopingspunten vinden om te verkondigen wat Jezus Christus heeft gedaan. Het is een essentieel principe om in de gaten te houden dat de gehele Schrift en dus ook het hele Oude Testament wijst naar de Heere Jezus. We leven in een tijd dat er veel aandacht is voor onderwerpen uit het Oude Testament, maar die niet verbonden worden met Christus. Dit is gevaarlijk. Paulus stelt in Galaten klip en klaar dat in Jezus Christus de belofte van God vervuld is. Kijk naar het hele Nieuwe Testament, en zie hoe alles is gecentreerd rondom de Persoon en het verlossingswerk van Jezus Christus. We moeten in de Schrift niet zoeken naar interessante onderwerpen en thema’s, maar naar Christus! Ook hier, in Galaten 4:21-27 opent Paulus het Oude Testament om het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen.

2. Oud Testamentische verhalen kunnen een diepere, geestelijke betekenis bevatten
Hoe past Paulus nu precies het Oude Testament toe in de context van Galaten? Zoals gezegd is hij opnieuw bezig hen ervan te overtuigen dat niet de Wet, maar de belofte de weg naar ware vrijheid is.
Maar wat heeft Abraham, de vader van de gelovigen, hier nu precies mee te maken? We lezen in vers 22-25:

“Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte. Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.”

Paulus doelt hier op twee kinderen van Abraham: Ismaël en Izak. Beide zoons zijn van Abraham, maar op een totaal andere “wijze” verkregen. En met “wijze” wordt de betekenis geestelijk bedoeld. Dat kunnen we zien aan de woorden vlees en belofte. Wat bedoelt Paulus hier nu mee? Door de geboorte van Ismaël en Izak met elkaar te vergelijken, komt hij uit op een andere situatie van ‘vlees’ en ‘belofte’.
Laten we beginnen met Izak. Hij is door God beloofd. God belooft in Genesis 15 dat Abraham een nageslacht zal krijgen, een ontelbaar nageslacht. Zoveel sterren als er aan de hemel staan en zoveel zandkorrels aan de zee te vinden zijn, zo zal Abrahams nageslacht zijn.
Het blijft echter stil. Sara baart geen kinderen. En dan, in Genesis 16, lezen we van een plan waarmee Sara op de proppen komt. Ze heeft een briljant idee! Want zij kan geen kinderen krijgen, maar Abraham heeft ook nog een slavin, Hagar. Wellicht biedt dit meer perspectief... Hagar wordt inderdaad zwanger. Dit tot groot ongenoegen van Sara, die nota bene zelf met het ‘briljante’ idee kwam aanzetten.
Maar was dit nou allemaal de bedoeling?
Een hoofdstuk later, in Genesis 17, lezen we dat God de geboorte van Izak aankondigt en dus aan Abraham belooft. Geen menselijke constructies of plannen komen eraan te pas. Sara zal een zoon baren en zijn naam zal Izak zijn.
En op dit punt legt Paulus deze geschiedenis op tafel bij de Galaten en zegt het volgende: niet de zoon die door menselijke inspanningen is verwekt en geboren is de vrije persoon, maar de zoon die door God beloofd is. Hier zien we Paulus uitdrukkelijk – en dit is belangrijk – stilstaan bij de manier waarop Ismaël en Izak zijn verwekt. Nu trekt Paulus deze lijn door naar de Wet en de belofte en zegt: ook hier geldt dat geen mens de zegen verkrijgt door eigen inspanningen, maar door de belofte!

3. Terugkeren naar een slavenjuk wordt ook in het Oude Testament niet beloond
Paulus maakt hier meer duidelijk dan op het eerste gezicht gedacht wordt. Het is zeker een herhaling van de waarheid dat geen enkele geestelijke zegening wordt verkregen door eigen gehoorzaamheid aan de Wet, maar het gewicht van Paulus’ argument wordt nu nóg zwaarder, omdat hij het Oude Testament – nota bene dat deel van de Schrift waar de Wet zo’n prominente plek inneemt! – gebruikt om aan te tonen dat zelfs daar nooit de zegen door menselijke inspanningen is beloond, noch beloofd. Ook in het Oude Testament handelt God op grond van beloftes, en niet op grond van onze eigenzinnige, welwillende daden van gehoorzaamheid. Dit beeld moet echt landen in ons hart. Er is nooit een moment geweest, waarop God mensen beloont op grond van inspanningen aan de Wet. Dat is de les die Paulus hier wil meegeven. Hoe goed jij je best ook doet, het geeft jou totaal geen recht op de zegeningen die God heeft weggelegd voor de rechtvaardigen.

4. Opnieuw probeert Paulus de Galaten terug te brengen bij de vrijheid in Christus
Verbazingwekkend is het feit dat Paulus al zo lang energie steekt in het verhelderen van de wijze waarop mensen de gerechtigheid voor God kunnen ontvangen. We zitten al bijna in hoofdstuk 5 van deze brief, en nog steeds is Paulus bezig met de fundamentele leer aangaande Christus en Zijn verlossingswerk! Dit geeft aan hoe ernstig de dwaalleer zich binnen de kringen van de Galaten heeft genesteld, maar ook dat Paulus hen op een overtuigende wijze terug wil brengen bij Christus.
Toch blijft ook in dit hoofdstuk Paulus’ bijzondere hoop doorklinken. Hij ziet de situatie van de Galaten niet hopeloos in, zo blijkt uit de verzen 26-27:

“Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, barst los in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft.”

Met andere woorden: Paulus sluit de Galaten juist in bij de groep gelovigen in Christus en hij rekent hen dus tot degenen die vrijgemaakt zijn! Hoewel hij zich zorgen maakt over de geestelijke toestand, heeft hij er toch genoeg hoop op dat de Galaten delen in dezelfde erfenis als hij.
Maar hoe kan dit? Hoe kan Paulus zich enerzijds ernstig zorgen maken over de Galaten en tegelijkertijd schrijven dat hij erop vertrouwt dat zij delen in dezelfde erfenis als hij? Ik denk dat dit te maken heeft met Paulus’ inspanningen om de Galaten weer bij Christus te brengen. Ja, zij dwalen af. Ja, zij lopen geestelijk gezien gevaar.
Maar het is ook waar dat het Evangelie de boodschap van hoop is. En de vorige keer hebben we gezien dat die hoop ertoe leidt dat er voortdurend herstel wordt gezocht, en niet voor één keer. Wat voor zin heeft het om de Galaten de grond in te trappen en achter te laten met een hopeloze boodschap? Zou dat iets goeds kunnen bewerken? Ik betwijfel het.
Toch zien we hier ook de ernst en de hoop samen opgaan. Juist omdat de hoop betrekking heeft op de eeuwigheid, is het zo ernstig als mensen hiervan afwijken. Hij wil hier zeggen: niet het de mensen die zalig willen worden door de werken van de Wet te doen, zullen gered worden, maar degenen die door het geloof in Christus zijn vrijgemaakt! Verlossing is alleen mogelijk door het gelovig ontvangen van de Belofte.

5. De Schrift gaat in de kern om Jezus Christus
Tot slot moet er beslist ook iets worden gezegd over Paulus’ gebruik van het Oude Testament. Want kan dat zomaar wat hij hier doet? We zullen in het volgende deel zien dat dit Schriftgedeelte een gedeeltelijke behandeling is van wat Paulus schrijft. Zijn voorbeeld loopt door tot en met vers 31.
Toch is het niet onbelangrijk te kijken naar zijn Bijbelgebruik, of in dit geval zijn gebruik van het Oude Testament.
Wat Paulus hier doet, wordt vaak ‘allegoriseren’ genoemd. Eigenlijk gebruikt hij in dit gedeelte geen allegorie, maar een ‘typologie’. Een allegorie wil zeggen dat degene die interpreteert in een Bijbelgedeelte allemaal geestelijke betekenissen geeft aan wat natuurlijk wordt beschreven. Een bekend voorbeeld hiervan is Augustinus’ uitleg van gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Als je zijn voorbeeld leest, zie je ook meteen het gevaar van allegorie, want je kunt veel te snel dingen zoeken achter omschrijvingen die totaal niet bedoeld zijn. Het is creatief, bijzonder creatief van die man. Ik kan het hem niet nadoen. Maar een allegorische benadering neemt de eigenlijke betekenis van de tekst weg.

Je ziet echter dat Paulus in dit gedeelte niet alle elementen van Abrahams geschiedenis met Sara en Hagar een geestelijke betekenis geeft; hij haalt er maar één aspect uit.
Een typologie – wat Paulus hier dus gebruikt – is het wijzen naar een persoon en daarin de gelijkenis zoeken met de Heere Jezus. Hier zie je dat Paulus het verlossingswerk verbindt met de geboortes van Abrahams zonen. De ene is naar het ‘vlees’ (en dus tevergeefs, niet volgens Gods bedoeling) en de ander is naar de belofte. De zoon van de belofte trekt Paulus vervolgens door naar het verlossingswerk van Christus (Die de Belofte Zelf is!) en toont zo met het Oude Testament aan dat vrijheid alleen in de belofte wordt gevonden.
Wie gaat bladeren naar de gedeelten die Paulus aanhaalt (Genesis 15, 16, 21 en Jesaja 51:1), vraagt zich af hoe hij zijn uitleg Bijbels kan onderbouwen, want er wordt niet over het Evangelie, Christus of vrijheid gesproken. Mag het wel wat hij doet? Kun je teksten een betekenis geven die je er letterlijk gezien niet in kunt lezen? Je kunt natuurlijk zeggen: ja, dat mag, want Paulus doet dat hier ook. Maar dat is een te goedkoop antwoord, want hiermee hebben we wel de toestemming, maar niet de grondprincipes voor een geestelijke uitleg van ‘letterlijke’ teksten.
Het voert te ver om hier allerlei principes te behandelen. Het belangrijkste dat we kunnen leren van dit voorbeeld is dat de Bijbel in de kern om de Persoon van Jezus Christus gaat. Daarom kan Paulus ook gedeelten aanhalen die op het eerste gezicht niet over Christus lijken te gaan, maar waarbij de principes van het Evangelie wel gezien kunnen worden. Wees hier wel voorzichtig mee, en voorkom dat je met voorbeelden aan komt zetten die te ver gezocht zijn. Dat risico bestaat namelijk ook. Mag je vergeestelijken? Ja, dat mag. Maar altijd met het oog op de Persoon en het verlossingswerk van Jezus Christus! De Bijbel gaat over Hem! Als niet meer Christus centraal staat, maar een thema of onderwerp, pas dan op. Men glijdt daar weg van het fundament. Hoe interessant onderwerpen ook kunnen zijn, ze zijn onderschikt aan de verkondiging en het kennen van de levende Christus. Het is een trieste zaak dat vele kerken gescheurd zijn, omdat niet Christus maar een ander onderwerp belangrijker geacht werd. En dit heeft zeer zeker te maken met een niet Christocentrische benadering van de Bijbel. Daar waar wij in de Naam van Christus samenkomen, daar zijn wij één; niet daar waar wij samenkomen rondom een thema, los van Jezus Christus. Bijbellezen heeft alles met Hem te maken. Benader Gods Woord dan ook zo, dat je alleen Hem wilt ontmoeten en dat je ná die ontmoeting kunt vertellen Wie Hij is. Paulus deed dit. En hier zegt hij: “Ga naar Christus, want Hij is de Belofte Die vrijheid schenkt!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief