SalvationInGod

woensdag 11 januari 2017

Read & Apply #42 Een Evangelie dat herstel blijft zoeken

Galaten 4:12-20


In vers 8-11 hebben we kunnen lezen hoe Paulus oprecht twijfelt aan de authenticiteit van het geloof van de Galaten. Hij vraagt zich ernstig af of zij werkelijk Christus als de Belofte ontvangen hebben. Gezien de huidige stand van zaken op geestelijk gebied, zijn voor de apostel alle alarmbellen gaan rinkelen. Hij ziet duidelijk kenmerken van onvrijheid, gebondenheid aan een slavenjuk. In vers 12-20 zien we hoe hij teruggrijpt op de eerste keer dat hij en de Galaten elkaar ontmoetten.

1. Afwijken van het Evangelie heeft gevolgen voor relaties
Het eerste opvallende aspect in dit gedeelte, is dat Paulus een smeekbede noteert. Uit de grond van zijn hart laat hij zien hoezeer het hem aan het hart gaat wat er bij de Galaten gebeurt (vers 12):

“Wees zoals ik, want ook ik ben zoals u, broeders; ik smeek het u! U hebt mij in geen enkel opzicht onrecht aangedaan.”

Opvallend is dat Paulus, hoewel hij vreest voor de echtheid van het geloof, hen hier toch broeders noemt. Blijkbaar is de twijfel over de geestelijke staat niet onmiddellijk aanleiding om hen als ongelovigen te beschouwen.
Maar we mogen in dit opzicht ook helemaal niet voorbijgaan aan het feit dat Paulus zich wel degelijk ernstig zorgen maakt. Of hij hen hier nu broeders noemt of niet, de intensiteit van zijn smeekbede zegt alles. We kunnen daarom niet achterover leunen en zeggen: “Zie je wel, Paulus noemde hen over wie hij zijn twijfels had óók broeders, dus we hoeven ons niet zo druk te maken over het geloofsleven van anderen.” Dat is in dit gedeelte nu juist niet de boodschap! De boodschap is juist het tegenovergestelde. Onderschat de bedoeling van het woord “broeders” hier niet. Paulus wil met dit woord eenheid uitdrukken – die eenheid die er ooit was. Maar nu is het weg. Het is kwijt. En het feit dat hij hier zegt: “Wees zoals ik”, heeft betrekking op herstellen van die eenheid en die goede band die er ooit was.

2. Evangelisten moeten worden beoordeeld op grond van de boodschap die zij brengen
In vers 13 en 14 lezen we iets over die goede band. Hij gaat terug, helemaal naar het allereerste moment van ontmoeting tussen hemzelf en de Galaten. Hij zegt hier het volgende over:

“U weet toch dat ik u de eerste keer het Evangelie heb verkondigd in lichamelijke zwakeheid. En toch hebt u mijn beproeving, die in mijn lichaam plaatsvond, niet veracht of verafschuwd, maar ontving u mij als een engel van God, ja, als Christus Jezus.”

Hoe beter kan de band zijn, als je iemand ontvangt als een engel – zelfs als de Heere Jezus Zelf! We kijken hier recht in het hart van de vriendschap die er ooit was tussen Paulus en de Galaten. Gezien de lichamelijke toestand van Paulus was het geen gemakkelijke ontmoeting, maar de Galaten hebben hier gelukkig doorheen geprikt.
En hier ligt voor ons ook een belangrijk principe. Verkondigers van het Evangelie moeten worden ontvangen op grond van de boodschap die zij brengen, en niet omdat zij niets mankeren of omdat ze in welvarende omstandigheiden verkeren. Een mens kijkt als eerste naar de buitenkant en beoordeelt dan of iets deugt. Uiterlijke, fysieke kenmerken kunnen ervoor zorgen dat iemand applaus krijgt of weggehoond wordt. Maar daarmee verdwijnt het accent op de boodschap. Dit risico liep ook Paulus toen hij voor het eerst bij de Galaten kwam. Gelukkig ging het hen uiteindelijk om de boodschap die hij bracht, en niet om zijn lichamelijke zwakte.
Omgekeerd kan trouwens ook: mensen proberen je juist te imponeren door aan de buitenkant dingen groter te laten lijken dan ze zijn. Tijdens een preek harder praten of schreeuwen, het gebruiken van indrukwekkende taal of het manipulatief toewerken naar emotionele uitbarstingen kunnen allemaal subtiele manieren zijn om een publiek mee te krijgen. Trap ook daar niet in! Wat moet blijven staan is de boodschap en niet de boodschapper!

3. Dwaalleer doet de onderlinge liefde bekoelen
Zoals we hierboven al hebben kunnen lezen, is de situatie drastisch veranderd. Voor de Galaten is Paulus inmiddels niet meer zo’n engel. Hij wordt niet meer als de Heere Jezus Zelf ontvangen. Paulus heeft ernstig moeten inleveren voor wat betreft zijn geloofwaardigheid. En juist op dat punt vestigt hij de aandacht:

“Waarin prees u zich dan gelukkig? Want ik kan van u getuigen dat u, zo mogelijk, uw ogen zou hebben uitgerukt en aan mij gegeven zou hebben. Ben ik dan uw vijand geworden door u de waarheid te zeggen?”

Wat! Paulus een engel? Nee, zo langzamerhand een vijand! Wie had dat kunnen denken? Ogenschijnlijk niemand (sorry, dit lees als een slechte woordgrap), want hij zegt dat de Galaten zelf bereid waren zijn fysieke zwakte te verhelpen! Paulus had last van zijn ogen; hoe of wat precies lezen we hier niet, maar zijn lichamelijke zwakte bestond uit het slecht functioneren van zijn gezichtsorgaan. De vriendschap tussen Paulus en de Galaten was zó sterk, dat áls de Galaten kans hadden Paulus te genezen, zij dit onmiddellijk zouden doen.
Hier is niets van over. De dwaalleer van bepaalde Joden heeft deze vriendschap behoorlijk doen verkoelen. Het Evangelie is uit beeld geraakt, en daarmee ook degene die het heeft verkondigd. Dwaalleer is ontzettend gevaarlijk voor een gemeente. Het maakt scheiding tussen mensen. Nu moeten we niet – zoals sommigen ook doen – bij elk verschil van inzicht in paniek raken. Een verschil van visie voor wat betreft de doop, eindtijd en dergelijke onderwerpen is geen reden om ontstemd naar de kerkenraad toe te stappen. Maar wanneer – zoals bij de Galaten – de kern van het Evangelie op het spel staat, moeten we ingrijpen. En dat doet Paulus dan ook. ‘Hoe kan dit toch?’ vraagt hij zich af. Eerst hadden hij en de Galaten in liefde alles voor elkaar over, door het geloof in Christus en door het Evangelie. Is nu datzelfde Evangelie de reden voor vijandschap?

4. Een reputatie is een combinatie van goede bedoelingen en goede werken
In vers 16 en 17 wijst Paulus naar de werkelijke reden van deze “vijandschap”: de dwaalleraars. Zij gaan heel geniepig te werk:

“Zij beijveren zich niet met goede bedoelingen voor u, maar zij willen ons uitsluiten, opdat u zich voor hen zou beijveren. Nu is zich te beijveren voor het goede altijd goed, en niet alleen als ik bij u ben...”

Wat is nu zo geniepig aan deze mensen? Ook hier moeten we een belangrijke les trekken: niet alles is wat het lijkt. Paulus beschrijft hier mensen die aan de buitenkant allerlei goede dingen doen. Inzet, inspanningen en zo mogelijk dienstverlening.
Het motief is echter verkeerd. Ze willen zieltjes winnen. Ze willen mensen bij Christus vandaan trekken. Ze willen zelf invloed in andermans leven.
Laten ook wij daarom serieus verder kijken dan onze neus lang is! Niet alle goede werken worden gedaan vanuit goede intenties! Je zult moeten achterhalen waarom mensen zich zo inspannen voor jou. Zelfs doortrapte dieven gaan op deze manier te werk! Trek het pak van een postbode aan en mensen vertrouwen je. Trek twee seconden later een pistool en mensen weten niet wat hen overkomt. Een aflevering Opsporing Verzocht kijken levert op zo’n manier nog nuttige, geestelijke lessen op. Mensen kunnen “dienstbaar” zijn om er zelf beter van te worden. Ze denken puur aan hun eigen belang. “Als we nu ... zeggen of doen, zal die ander vast overstag gaan en zal hij zich bij ons aansluiten.” Zo gaan deze Joden te werk in de gemeenten van Galatië. Wees gewaarschuwd!

5. Christus’ gestalte in ons betekent dat wij ons blijven vasthouden aan Hem
We hebben de vorige keer al gezien dat Paulus zich ernstig zorgen maakt over de geestelijke toestand van de Galaten. In vers 19 en 20 onderstreept hij deze zorg nog een keer:

“...mijn lieve kinderen, van wie ik opnieuw in barensnood ben totdat Christus gestalte in u krijgt. Ik wilde echter wel dat ik nu bij u was en op een andere toon kon spreken, want ik ben in twijfel over u.”

Ik was tot voor kort gewend te denken dat “Christus’ gestalte in mij” betrekking had op de heiligmaking van een christen. Brian Hedges heeft een boek over heiligmaking zelfs vernoemd naar dit vers! Maar gezien de context lijkt mij de gedachte aan heiligmaking hier niet terecht. De Galaten moeten eerst maar eens standvastig bij Christus blijven. Daar schrijft Paulus over. Hij wil dat het Evangelie gaat wortelen. Hij wil dat het fundament vaster en vaster komt te liggen. Hij vreest zelfs dat het fundament er grotendeels is weggenomen! Die heiligmaking komt daarna pas. Eerst wil hij zeker weten dat de Galaten alleen op Gods belofte in Christus vertrouwen en niet op de eigen gehoorzaamheid aan de Wet!

6. Het Evangelie moet verkondigd blijven worden
Nu we hebben gelezen hoezeer Paulus zich zorgen maakt over de Galaten, valt ons nog iets anders op: de oplossing die hij brengt.
Wat zou jij doen als je merkt dat de gemeente begint af te wijken van Christus? Ga je dan Bijbelverzen citeren? Ga je oproepen tot een dag van bidden en vasten? Ga je hameren op het belang van geestelijke disciplines (Bijbellezen en bidden)?
We zien Paulus tot op dit moment eigenlijk maar één ding doen. Hij komt eigenlijk maar met één oplossing aanzetten: het Evangelie prediken. Opnieuw. Opnieuw. Opnieuw. En opnieuw. Maar de Galaten hebben het Evangelie toch al gehoord? Dat interesseert Paulus helemaal niets. Ze moeten het horen. En ze moeten het blijven horen. Of de gemeente nu wordt bedreigd door een leer van wettische strekking, óf door een leer van losbandigheid, de enige oplossing – wat Paulus betreft, wat God betreft – is het verkondigen van het Evangelie. Niet tot het moment dat het geland is, maar ook daarna. Iedereen heeft het iedere dag weer nodig om het Evangelie te horen. Want iedereen heeft het iedere dag nodig om zich aan Jezus Christus vast te klampen. Stop daarom nooit met het verkondigen van Hem, Die het Evangelie Zelf is!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief