SalvationInGod

zondag 4 mei 2014

God is mijn Geluk

Overdenking van Psalm 1

Wat betekent om als mens gelukkig te zijn? Waaruit bestaat geluk?
Psalm 1 begint met dit woord. “Gelukkig…!” Het geeft ons een fundamenteel en intrigerend antwoord op deze belangrijke vraag. Is het verkeerd om gelukkig willen zijn? Nee. Als dit wel zo was, begon Psalm 1 zo niet.
Wat we echter wél uit de Psalm leren, is dat geluk niet afgemeten moet worden aan de definities die wij eraan geven.

Gods geluk versus ons geluk
Psalm 1 bestaat uit zes verzen. Elke keer zijn er twee verzen samengevoegd, omdat deze bij elkaar horen. Het belangrijkste dat we leren zien, is dat hier een contrast wordt geschilderd tussen de gelovige en goddeloze.
Vers 1 begint met zowel een positieve als negatieve formulering van het karakter van de gelovige. Positief geformuleerd is hij “gelukkig” en negatief geformuleerd “wandelt hij niet in de raad van de goddeloze.” Maar wat is het geheim van dit geluk? Wat zit hier achter?
Vers 2 geeft het antwoord: hij vindt zijn zielsgenot, zijn vreugde in de Wet van de Heere, oftewel: het Woord van God. Hij leest het, bij dag en bij nacht. Hij leest het niet alleen, hij overdenkt het. Hij bestudeert het. Wat zegt God hier nu?

Tegenwerping 1: Gods Woord zorgt toch alleen maar voor beperkingen in je geluk? Je wordt toch niet gelukkig als je dingen niet mag doen die je graag wílt doen?

Dit is een grote en tragische misvatting. Uit deze gedachtegang blijkt hoe corrupt en onzuiver onze gedachten zijn. Het grote geheim van het leven is niet dat ik zelf bepaal hoe ik gelukkig wordt, maar Degene Die mij geschapen heeft. Vrijheid is iets heel anders dan wetteloosheid. Vrijheid is niet dat we ongeremd alles kunnen doen waar wij zin in hebben.
Paulus legt dit helder uit in Galaten 5. Hij definieert het woord “vrijheid” op twee manieren.
1. Vrijheid is de vrijheid in de Heere Jezus. In Hem zijn wij vrij – op geen enkele andere wijze! – en dit betekent dat ik geen enkele “toevoegingen” nodig heb om volledig vrijheid te bezitten. Ironisch genoeg is het juist is het juist de eis van deze toevoegingen dat ik mijn vrijheid verlies. Over welke eisen gaat het hier? De eis dat ik zelf, vanuit mijn vlees, gehoorzaam moet zijn aan bepaalde inzettingen om rechtvaardig verklaard te worden door God. In Christus is eens en voor altijd duidelijk geworden dat ik dit niet kán en dat ik dit ook niet hoef. Zijn gerechtigheid is genoeg voor mij en doordat ik in geloof met Hem ben verenigd wordt Zijn gerechtigheid aan mij toegerekend.
2. Vrijheid is het wandelen in de Geest. Wetticisme is het ene gevaar, maar wetteloosheid is het andere uiterste. Paulus waarschuwt dat beide groepen het Koninkrijk van God niet binnen zullen gaan. Wil jij met eigen gerechtigheid voor God verschijnen? Vergeet het! Zet het uit je hoofd! Maar wil je Christus’ gerechtigheid misbruiken om de werken van het vlees te volbrengen? Ook dan kun je het vergeten! Dat is de boodschap van Paulus in Galaten 5.
Dat ik zelf, vanuit mijn eigen vlees, geen gerechtigheid voor God kan verkrijgen, is duidelijk. Maar nu ik met Christus ben verbonden door het geloof, is het een automatisch gevolg dat ik wandel door de Geest.

Tegenwerping 2: Gelovigen zien er niet zo gelukkig uit, dus de Psalm verkondigt meer dan Gods Woord bieden kan.

Of het nu een goedkoop excuus is om niet te gaan geloven, of dat er inderdaad gelovigen zijn die treurig overkomen, feit blijft dat ook dit niet Bijbels is. Ik zou haast willen zeggen, dat een structureel ongelukkige christen een contradictio in terminis is. Wij mogen nooit het beeld schetsen, dat God dienen ons een uitgestreken, somber gezicht bezorgt. Zijn er aanvechtingen? Oh, zeker! Zijn er momenten van zwakheid en falen? Ook die zijn er. Maar is het de bedoeling dat we alle dagen van ons leven terneergeslagen rondlopen, tot we als vermoeide pelgrims thuiskomen in het Koninkrijk? Absoluut niet!
Het feit dat (belijdende) christenen terneergeslagen rondlopen wil niet zeggen dat God een terneergeslagen volk voor Zichzelf verzamelt. Sterker nog, het doet volstrekt afbreuk aan Gods bedoeling met de gelovige!
Psalm 1 is het bewijs. Onder andere Psalm 1, kan ik beter zeggen. God wil dat wij gelukkig zijn. Echt. Hij wil écht dat wij gelukkig zijn! Maar wel op Zijn voorwaarden.

Wie dit begrijpt, gaat de essentie zien van Psalm 1. Als God wil dat ik gelukkig ben, en God heeft mij aanwijzingen en concrete voorschriften gegeven om dit geluk te verkrijgen, dan zou ik mijn eigen ellende bezegelen door Gods aanwijzingen te verwerpen. En dit is nu exact wat velen doen.

Wat Bijbels geluk is
Wie God verwerpt, verwerpt zijn eigen geluk. Dat is de stelling van Psalm 1. Wie God niet als fundament van zijn leven wil hebben, bouwt op zichzelf. Maar het probleem is dat Gods Woord zegt dat juist deze mensen ongelukkig zijn; het is dít contrast dat wordt neergezet! Immers, “gelukkig is de mens die niet wandelt in de raad van de goddelozen…” Gelukkig is hij die niet voor zichzelf leeft en zijn eigen gedachten en begeerten volgt.
Maar hoe ziet het geluk eruit dat God voor ons heeft ontworpen? Hoe wil Hij dat wij dit geluk verkrijgen?
Door vurige vreugde. Door zuiver zielsgenot. In God. En Zijn Woord.
Hoe werkt dit? Niet voor niets staat er dat de gelukkige mens Gods Woord overdenkt, dag en nacht. Hij kan niet zonder. Hij wil niet zonder. In Gods Woord ziet Hij Gods Wezen, Zijn heerlijke Persoon, Zijn wil – maar ook wie hijzelf is. En hij komt tot de conclusie dat zijn verlangens niet hetzelfde zijn als Gods verlangen, zijn wil niet dezelfde is als die van God en zijn gedachten niet hetzelfde als die van God. Dus enerzijds ziet hij zichzelf strijden tégen God, en anderzijds denkt hij juist in deze strijd het geluk te vinden.
Niets is minder waar. Juist de strijd tegen God is de strijd tegen je eigen welzijn en eigen geluk. Wie zo leeft, is nog steeds “dood door zijn overtredingen en zonden” (Efeze 2:1). Goddelozen bewijzen dat zij tegen God strijden door de bedenkingen die ze hebben. Ze zeggen het niet; ze strooien niet altijd rijkelijk met deze boodschap, maar uit alles blijkt dat ze er wél mee bezig zijn.
Zij hebben niet het verlangen en niet de wil om hun eigen raad in te wisselen voor die van God. Daarom verwerpen ze de Bijbel. Ze vinden het wel best hoe het nu gaat.
Tot God genadig Zijn leven in de ziel van een mens schenkt. Dat is de wedergeboorte. Het is de radicale verandering die het contrast van Psalm 1:1-2 treffend weergeeft. Het geluk wordt geschonken en is gevonden!
Wie dit geluk geschonken wordt, zal ontdekken dat de schatten van dit geluk opgesloten liggen in God alleen. En dat deze schatten alleen opgegraven kunnen worden door te graven in Gods Woord. Hij overdenkt het. Hoe meer hij het overdenkt, des te meer schatten van geluk komt hij tegen. De zaligheid van zijn ziel, zijn geluk wordt vormgegeven.

Vruchten en zekerheid van de zaligheid
Het overdenken van Gods Woord kan in het leven van Gods kind niet vruchteloos blijven. Als Gods leven in de gelovige aanwezig is, door de Heilige Geest, zal de Heilige Geest het Woord toepassen op het hart en vervullen in het leven. De letters van de Schrift zullen door de Heilige Geest tot tastbare werken gemaakt worden.
De Psalmist gebruikt hier in vers 3 een beeld voor: een boom, geplant aan waterstromen. Hij geeft zijn vruchten op zijn tijd.
Geluk dat God geschonken heeft, wordt zichtbaar. Het is simpelweg iets dat ik niet voor mijzelf kán houden. God is volmaakt wijs door het geluk dat Hij aan mensenzielen schenkt, te tonen aan de wereld door goede werken en woorden. Zoals de vruchten van een boom zichtbaar is, zo zijn de vruchten van Gods leven in Zijn kinderen zichtbaar. God Zelf is een rotsvast fundament. Als wij bouwen op Zijn Woord – het lezen, overdenken en bestuderen – zal dit een levensreddend fundament zijn.

Nu, wees opmerkzaam op de logica van de Psalmist. De heilszekerheid van de gelovige wordt gevormd door het geluk dat hij van God ontvangt en wordt gevormd door Zijn Woord. Dit betekent dus dat het “beschouwend pleiten” op beloften ontoereikend is. Zijn Gods beloften waar? Ja. Zijn Gods beloften heerlijk? Ja. Zal God Zijn beloften vervullen? Ja.
Maar ik mag nooit op een afstandje blijven kijken naar deze beloften. Ik moet ze in het geloof omhelzen, in Christus alleen. Met andere woorden: ik kan beweren het geluk te hebben ontvangen dat God mij schenkt, maar als ik in mijn woorden en daden laat zien dat dit geluk op geen enkele wijze aanwezig is, dan lieg ik. Als geluk alleen te vinden is in God, en als ik zeg dat God alleen mijn Geluk is, dan zal ik leven op de manier die God heeft ontworpen om geluk te ontvangen en uit te dragen. En dat is door mij te verheugen in Zijn Woord. Het geluk van Gods kind wordt ontvangen door het Woord, en uitgestraald door het te gehoorzamen.

Fundament bij het oordeel
Niet bij de goddeloze. Hij is geen boom. Hij is slechts kaf. Net zoals Jezus waarschuwt voor een boom met slechte vruchten, zo waarschuwt Johannes de Doper dat Jezus het kaf zal verbranden (zie Mattheüs 3:1-12). Dit beeld gebruikt Hij met betrekking tot het oordeel over allen die Hem niet gehoorzaam zijn geweest. Zij worden in het “eeuwige vuur” geworpen (Mattheüs 25:31-46).
De goddeloze, die meende te kunnen leven zonder God, die zijn geluk vond in zaken die God niet zijn, zal dan voor Hem verschijnen en tot zijn verbijstering te horen krijgen dat Christus hem “vervloekt” noemt en naar het eeuwige vuur verwijst. Waarom? Omdat Hij bij het oordeel geen enkel fundament heeft om op te staan. Zijn geluk draaide om hemzelf; niet om God.
In het oordeel heeft hij geen enkele grond om waardig voor Hem te verschijnen. Hij genoot het meest van zichzelf, de dingen die hij bedacht, de manieren die hijzelf uitvond om voorspoedig te worden en door de tijdelijke schatten te verzamelen. De echte schat heeft hij verworpen. Hij komt voor de Schat te staan Die hij heeft verworpen. En dan zal de Schat hem verwerpen.
De psalmist is er helder over in de verzen 5-6. Hij zal niet staan in het gericht. Hij heeft geen schijn van kans.

Tegenwerping: Is dit geen behoudenis door werken?

Deze vraag zal altijd gesteld blijven worden, zolang het begrip “genade” niet geheel juist begrepen wordt. Genade is niet alleen “onverdiende gunst”. Jazeker, dat is het óók – maar het is meer. Genade is Gods onmetelijke kracht waarmee Hij werkt in gelovigen.
Het is opvallend dat de psalmist juist heel praktisch is wanneer het oordeel ter sprake komt. Hij vergelijkt twee levensstijlen op grond van het fundament en de vruchten ervan. En zijn conclusie is: als het fundament fout is, komen er ook slechte vruchten. Met andere woorden: Psalm 1 ligt geheel in lijn met de leer van de Bijbel en (dus ook) het Nieuwe Testament, namelijk dat de zaligheid geheel uit genade is, door het geloof. En daar waar écht geloof aanwezig is, daar werkt het.
Deze Psalm verwoord wie zalig is; niet hoe iemand zalig wordt. Het beschrijft de uitwerking van Gods onmetelijke kracht, door genade.

Levensstijl en gemeenschap
De conclusie is dat onze daden en woorden verraden waar wij ons geluk op baseren. En als we vers 5b lezen, komt de gemeente van Christus ter sprake: de kerk. Alle wedergeboren christenen herkennen zich stuk voor stuk in de beschrijving dat alleen God het ware geluk schenkt – ja, het ware geluk is. Maar dan staat er nog iets. De psalmist zegt dat de goddeloze niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen blijft.
Als een goddeloze en godvruchtige persoon elkaar ontmoeten, dan botst dat! Zij kunnen elkaar niet verdragen. Zij voelen zich totaal niet thuis in de gemeenschap van de ander.
Hier komt een belangrijk aspect van de gemeente van Christus ter sprake: haar zuiverheid en handhaving daarvan. Hoe is het gesteld met toezicht op elkaars levensstijl? Is de prediking ontmaskerend? Worden onrechtvaardigen ongemakkelijk van de prediking? Van de uitstraling die Gods kinderen hebben? Het mag niet anders en het kan niet anders – als het tenminste goed functioneert.
Er zijn twee soorten “gevaarlijke” prediking. De ene soort is prediking die redt. De andere is prediking die goddelozen gemakkelijk in hun onrechtvaardige staat laat zitten. Volgens de Bijbel móet er een conflict bestaan tussen deze twee groepen mensen.

Tegenwerping: Moet de kerk dan niet aantrekkelijk zijn voor buitenstaanders om hen binnen te krijgen?

Als met deze vraag bedoelt wordt: moet God in al Zijn heerlijkheid verkondigd worden, dan zeg ik: “ja!” Maar ik vrees dat deze vraag vaak gesteld wordt met een andere gezindheid. De gezindheid van “laagdrempeligheid” en “tolerantie” en “liefde.”
Als we denken dat laagdrempeligheid en tolerantie de sleutel vormen tot het krijgen van vollere kerken, dan zijn we niet eerlijk bezig.
Deze conclusie trek ik op grond van het verband tussen vers 5a en 5b. Juist omdat de goddeloze niet staande zal blijven in het gericht, heeft het geen enkele zin de norm en de standaard van het christelijke leven en de christelijke gemeenschap te verlagen tot het niveau dat de goddeloze het ook prettig gaat vinden. Het zou een grove vergissing zijn. Niet de mensen bepalen de normen voor de gemeenschap, maar God. En wij kunnen de normen of drempels zogenaamd “verlagen” en “verleggen” maar God zal dit niet doen. Daar waar wij zeggen: “Kom binnen en blijf binnen, wie je ook bent en wat je ook doet!” zegt God: “Ga weg van Mij, gij vervloekten!”

De roeping van de kerk is groots. Ontzagwekkend groot. Zij heeft de normen van Gods heerschappij ontvangen om hier op aarde te handhaven en zo Zijn heerlijkheid te weerspiegelen. Aan Zijn Wezen valt niet te sleutelen; Hij verandert niet om “aantrekkelijker” te worden voor ons. Dat zou godslastering zijn! Het zou betekenen dat Hij nu niet volmaakt is, of heilig, of rechtvaardig, of goed. Hij is gans begeerlijk. Alleen niet voor goddelozen. En daarom houden zij het niet uit in de gemeente van Christus.
Laat de gemeente daarom een duidelijk en waarschuwend signaal afgeven: “We vinden het geweldig als je wilt toetreden tot het huisgezin van God, maar als jij je niet wilt bekeren en je eigen geluk niet wilt baseren op Gods Woord, Hem niet wil dienen en je eigen denkwijze wilt blijven volgen, dan ben je hier aan het verkeerde adres. Nu geven wij, als gemeente die God dient, deze waarschuwing. Maar als je deze verwerpt, zal je ook uit Zijn mond dezelfde boodschap horen.”
Dit klinkt hard, maar bedenk: het heeft geen zin mensen te tolereren in de gemeente waarvan wij weten dat God ze ook niet zal toelaten tot Zijn eeuwige heerlijkheid. Immers, Hij “kent de weg van de rechtvaardige, maar de weg van de goddeloze zal vergaan.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief