SalvationInGod

zondag 24 maart 2019

Delen in Gods tevredenheid over Zijn eigen werk

Een les voor het leven

God overwint
in het leven
van Zijn kind,
daar waar Hij niets
dan Christus vindt

God verrast. Steeds weer. En het is geweldig om van Zijn genadige verrassingen te kunnen getuigen en om aan anderen uit te delen wat Hij heeft gegeven.
Eén van de grootste verrassingen die mij blijft verwonderen en bezighouden is een aspect van het Evangelie dat in mijn eigen leven van tijd tot tijd zwaar onder vuur wordt genomen – de waarheid dat God alleen tevreden is met Zijn werk.

Wellicht zijn er mensen die zo’n stelling met de nodige argwaan en bedenkingen lezen. Want hoe zit het dan met mijn eigen werk? Doet het werk van de mens er niet toe voor God?
Ik ben de laatste om dát te beweren. De vraag is echter: welke werken? En hoe doen deze werken ertoe voor God?
Mijn betoog op grond van Psalm 66:13-15 is dat we alleen maar met voldoening de werken van het geloof kunnen doen wanneer we eerst hebben geleerd om tevreden te zijn met de Persoon en het werk van Jezus Christus Zelf.
En eigenlijk heb ik het nog niet helemaal goed verwoord. Als ik het zo zuiver mogelijk wil communiceren, dien ik eigenlijk te schrijven dat we eerst en bij herhaling moeten leren tevreden te zijn met de Persoon en het werk van Christus. Het is een les voor het leven, niet voor één middag.
Wanneer ik het heb over het werk van Christus, betekent dit niet dat ik er één enkel aspect uit wil halen, om dat te benadrukken. Veel dwalingen met betrekking tot de Persoon en het werk van de Heere Jezus zijn het gevolg van het benadrukken van bepaalde aspecten, ten koste van andere. Zijn werk in mij is net zo essentieel als Zijn werk voor mij. Gaan we deze twee tegen elkaar uitspelen, dan lopen we enerzijds het gevaar aanmatigende christenen te worden, die menen dat “omdat Christus alles voor mij heeft gedaan, het er niet toe doet wat ik met mijn leven doe.”
Anderzijds bestaat het gevaar dat we heiligingsdwepers worden, “omdat Christus gestalte in mij moet krijgen.” We kunnen op twee manieren in de fout gaan:

A. Werk van Christus voor mij = ALLES, dus ik doe NIKS
B. Werk van Christus voor mij = NIET ALLES, dus ik doe HET NODIGE ERBIJ

Dit is echter niet de manier waarop God Zijn Evangelie uitwerkt. Als het Evangelie in ons leven functioneert zoals het zou moeten, dan ziet het er zo uit:

Werk van Christus voor mij = ALLES voor Zijn werk in mij

Het Evangelie: de bevrijdende boodschap dat God rust van Zijn verlossingswerk in Christus
Het grootste probleem in ons geestelijk leven is dat wij onszelf zo ontzettend serieus blijven nemen. We zijn pas tevreden als wij in onszelf redenen zien tevreden te zijn over onszelf. Maar dit is niet het Evangelie zoals de Bijbel dit verkondigt! Toch zal iedere gelovige kunnen beamen dat deze houding van tijd tot tijd zichtbaar wordt. We hebben allemaal onze periodes dat het – ook geestelijk – niet lekker gaat. We hebben gefaald. We hebben iets dierbaars verloren. We koesterden ijdele hoop. En één van de eerste vragen die dan door het hoofd spoken, kan wel eens heel goed deze zijn: “Kan God met mijn leven tevreden zijn?” Het antwoord dat wij geven (en in sommige gevallen wellicht ook al het stellen van de vraag zelf) verraad waarmee wij onze tevredenheid voeden.
Zo kan iemand beweren: “Ja, God kan tevreden zijn met mijn leven, want ik ben ondanks alle tegenslagen blijmoedig gebleven!” Maar wat zeg je dan tegen degene die als antwoord geeft: “Nee, God kan niet tevreden zijn met mijn leven, want ik kan momenteel geen loflied zingen.” Is het waar, dat God uitsluitend tevreden is met het leven van de eerste persoon? Het antwoord is nee. Beide personen houden zichzelf namelijk voor de gek.
Wat zij over zichzelf zeggen, kán waar zijn. De één kan ondanks tegenslagen blijmoedig gebleven zijn en de ander juist niet. Maar dit zegt nog niets over de tevredenheid van God.
Het mag misschien vroom klinken, dat geklaag over het eigen falen en tekortschieten. En waarschijnlijk klinkt de juichkreet over de “volharding in beproeving” nog wel veel vromer. En toch: als er geen enkele verwijzing naar het werk van Jezus Christus wordt gemaakt, dan is zowel het geklaag als het gejuich op verkeerde grond gefundeerd.
Velen denken waarschijnlijk dat alleen het roemen in eigen werk een vorm van wetticisme is. Maar het structureel en onafgebroken klagen over eigen falen is net zo goed een vorm van wetticisme. In beide gevallen kan iemand pas écht tevreden zijn wanneer hij of zij voldoet aan de gestelde norm. Degene die juicht, meent de norm gehaald te hebben. Degene die klaagt, beseft dat hij hier niet in is geslaagd.
Wat is hier het probleem? De schijnwerpers staan verkeerd. Beide personen hebben de schijnwerpers gericht op zichzelf. Zij beoordelen zichzelf op grond van wat het licht van deze schijnwerpers openbaart.
Zo is het echter nooit bedoeld. God heeft de mens nooit gemaakt en bedoeld om in de schijnwerpers te staan. Wij zijn niet geroepen om ons leven onafhankelijk van Hem in te vullen. De mens is gemaakt als schijnwerper voor God Zelf. Hij moet schitteren. We bewijzen Zijn boodschap bepaald geen dienst wanneer we alle aandacht en eer naar onszelf toetrekken.

God gaf Christus om méér Christus te ontvangen
Het geheim van het Evangelie is dat God Zichzelf verheerlijkt door het verlossingswerk van Jezus Christus en dat Hij uitsluitend tevreden is met Díe Persoon en dát werk. Want de Christus Die gestorven is, is in geestelijk opzicht niet alleen gestorven; Hij heeft Zijn volk meegenomen in Zijn dood (zie Romeinen 6:3). En de Christus Die is opgewekt, is in geestelijk opzicht ook niet alleen opgewekt; Hij is met Zijn volk opgewekt (zie Romeinen 6:4).
Wie het Evangelie dieper wil leren begrijpen (en de vraag is of we de diepste diepten ervan ooit kunnen doorgronden en bevatten) zal moeten begrijpen wat de roeping van de mens is. De mens is geschapen als beelddrager van God (zie Genesis 1:26-27). Beelddrager betekent dat Gods karakter en morele wil zichtbaar wordt in het leven van de mens. Door de zondeval is dit beeld dodelijk beschadigd.
In Christus wordt dit beeld hersteld. De menswording van God de Zoon was in dit opzicht noodzakelijk. Christus kwam niet om gevallen engelen te verlossen, maar gevallen mensen – mensen die geschapen om beelddrager van God te zijn.
God neemt geen genoegen met de meest moralistische persoon op aarde. Hij neemt slechts genoegen met Zijn eigen werk. Omdat een dodelijk beschadigde beelddrager nooit de eeuwige redding tot stand kan brengen. Daarom kwam Hij Zélf – in Christus.
In God de Zoon heeft God de Vader Zelf het beeld van de Schepper hersteld. God neemt de zondeschuld weg. God breekt de zondemacht. God maakt een einde aan de tegenwoordigheid van de zonde.

Is Hij tevreden met het werk dat Zijn Zoon heeft volbracht? Zeer zeker! Net zoals we in de Schrift kunnen lezen dat Gods schepping zeer goed was (zie Genesis 1:31), zo is het ook mogelijk te bedenken dat God met een tevreden en vreugdevolle stem heeft verkondigd dat het “zeer goed” is, toen Christus met Zijn bloed de hemelse tabernakel is binnengegaan (zie Hebreeën 9:11-13). Tevreden kijkt God naar al die mensen die Zijn geborgen in de gerechtigheid van Zijn Zoon, door het geloof. Niet omdat deze mensen elke dag geestelijke topprestaties leveren, of nooit meer zondigen.
Maar wél omdat Hij Zijn Zoon in deze mensen ziet. Wie durft als mens, met zo’n tevreden blik van God de Vader op Zijn eeuwige Zoon, nog naar zichzelf te kijken?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief