SalvationInGod

zondag 27 januari 2019

Aanbidding – overgave aan de God Die Zichzelf geeft (4)

Woordverkondiging Psalm 66:13-15, uitgesproken op 27 januari 2019 in Bruchem

Broeders en zusters, de vorige keer hebben we gekeken naar Gods handelen met Zijn volk. We hebben toen gezien dat het volk door God in beproeving werd gebracht, en dat Hij hen uitleidt naar de overvloed. Vanmorgen zullen we zien – en dat is een zeer belangrijk detail in deze Psalm – wat dit verlossingswerk van God [dat is: het brengen van Zijn volk in de overvloed] doet met de psalmist. Ik heb eerder gezegd dat we “trechterstructuur” kunnen herkennen. Eerst wordt de schepping opgeroepen God te prijzen, daarna wordt de focus gericht op het volk Israël en nu, in vers 13, zien we dat de psalmist vanuit zichzelf gaat schrijven.
Voordat we Psalm 66:13-15 zullen lezen, wil ik eerst een inleidende opmerking maken. Want er zijn gedeelten in het Oude Testament, waarvan je als lezer kunt denken: “Wat kan ik nu met deze tekst? Wat kan en mag ik hier uit halen?” In het kort gaat het om deze vraag:

“Hoe moet ik als Nieuw Testamentisch gelovige, die gelooft en belijdt dat de offerdienst van het Oude Verbond in Jezus Christus zijn vervuld, omgaan met teksten uit het Oude Testament?”


Broeders en zusters, wat u moet weten, is dit: prediking is de verkondiging van de Persoon en het werk van de Heere Jezus Christus. Mijn taak als spreker is om vanuit het geschreven Woord van God het vleesgeworden Woord van God aan u te laten zien. De Heilige Geest verleent de kracht aan de prediking, zodat u vanuit dit Woord inderdaad het vleesgeworden Woord gaat zien. Met andere woorden: elke preek die er niet op gericht is om Christus te laten zien en schitteren, weerstaat het werk van de Heilige Geest. En dat is sterk uitgedrukt, maar duidelijkheid is ontzettend belangrijk – ook binnen de Kerk.
Ik zeg het nog een keer: een preek, die er niet op gericht is om de Heere Jezus te laten zien en schitteren, weerstaat het werk van de Heilige Geest. En dit betekent niet dat in iedere preek vijfhonderd keer de Naam van Christus genoemd moet worden. Als hoorder kun je aanvoelen of Christus als het ware in de prediking geschonken is. Als je aan het einde van een preek het idee hebt, dat je aan jezelf bent overgelaten, of dat je het idee hebt dat je nu keihard je best moet doen om God tevreden te stellen door het houden van allerlei regels, dan is de Heere Jezus niet geschonken. Als jouw ziel echter in ontmoeting is gebracht met Christus, dan heeft Gods Woord jou gezalfd met de olie van Zijn Geest.
En als Gods Geest kracht verleent aan de boodschap dat Christus Zichzelf eenmaal als volmaakt offer heeft gegeven, dan wil dit zeggen dat jij jouzelf als christen – in navolging van Hem – kunt geven als offer.
Wat ik deze morgen wil doen, broeders en zusters, is om als het ware het bewandelbare pad door de Rode Zee voor u schilderen en u vanuit dit gedeelte laten zien wat het is om God te aanbidden vanuit de gezindheid die Hem vreugde geeft. Ik wil het offer van de Heere Jezus Christus verbinden met het offer van de Nieuw Testamentisch gelovige en laten zien hoe aanbidding in de kern functioneert tot eer van God. En ik wil niet alleen het offer van Christus verbinden met het offer van de Nieuw Testamentisch gelovige; ik wil boven alles laten zien dat het van essentieel belang is dat het offer van Christus het fundament is voor het offer van de christen.
Laten we vers 13-15 met elkaar lezen:

“Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan;
ik zal aan U mijn geloften nakomen,
die mijn lippen hebben geuit
en mijn mond heeft uitgesproken in mijn nood.
Brandoffers van mestvee zal ik U brengen,
samen met de offergeur van rammen;
ik zal runderen met bokken als offer bereiden.” Sela

Broeders en zusters, wanneer we dit gedeelte lezen worden we met twee belangrijke vragen geconfronteerd. De eerste vraag heb ik zojuist al benoemd:

“Hoe moet ik als Nieuw Testamentisch gelovige, die gelooft en belijdt dat de offerdienst van het Oude Verbond in Jezus Christus zijn vervuld omgaan met teksten uit het Oude Testament?”


Een andere belangrijke vraag moet hier ook worden gesteld:

“Hoe voorkomen we dat we terechtkomen in een krampachtig activisme, terwijl we Gods opdracht tot praktische heiligmaking voluit laten staan?”


U vraagt zich misschien af: “Hoe kom je aan die laatste vraag?” Die laatste vraag moet worden gesteld in de wetenschap dat de psalmist in dit gedeelte maar liefst vier keer zegt: “Ik zal.” Lees maar mee:

Vers 13a – “Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan…”
Vers 13b – “…ik zal aan U mijn geloften nakomen…”
Vers 15a – “Brandoffers van mestvee zal ik U brengen…”
Vers 15b – “…ik zal runderen met bokken als offer bereiden.”

“Ik zal.”
“Ik zal.”
“Ik zal.”
“Ik zal.”

Zo op het eerste gezicht komt dit nogal activistisch over. Toch is het een feit dat God Zijn kinderen opdrachten geeft om te vervullen en geboden geeft om te gehoorzamen. Hoe kunnen we op een Bijbelse manier deze woorden ontvangen?
Om deze twee vragen te beantwoorden wil ik met u kijken naar de kern van het Evangelie dat in dit gedeelte zo mooi zichtbaar wordt. En tegelijkertijd zien we hoe het werk van Christus en het leven van de gelovige worden verbonden en verweven met elkaar. En dat wil ik doen aan de hand van de volgende drie punten:

1. De motivatie om te offeren (vers 13b-14)
2. De plaats om te offeren (vers 13a)
3. De kwaliteit van het offer (vers 15)


Misschien verwondert u zich over het feit dat ik bij vers 13b begin. Dat doe ik bewust, omdat we hier het motief van de psalmist lezen. Waarom gaat hij een brandoffer brengen? De motivatie die hij hier beschrijft, zegt alles over de rest van dit gedeelte.
Toepassing: Zo is het met alles in het christenleven, broeders en zusters. U kunt wel aan allerlei dingen beginnen, maar als u niet duidelijk hebt waarom u dingen doet, dan loopt u het gevaar in oude, vastgeroeste en dode traditie terecht te komen. Er gebeurt nog wel wat, maar het is niet levendig.

1. De motivatie om te offeren (vers 13b-14)
Laten we eens kijken naar de verantwoording die de psalmist geeft in vers 13b-14:

“…ik zal aan U mijn geloften nakomen,
die mijn lippen hebben geuit
en mijn mond heeft uitgesproken in mijn nood.”

De psalmist zegt hier dat hij een gelofte heeft gedaan. In het Oude Testament zien we dat mensen een bijzondere gelofte aan God doen, wanneer zij smeken om Zijn hulp of Zijn verlossend ingrijpen. Ik noem er twee:

- Genesis 28:20-22: “Jakob legde een gelofte af en zei: Als God met mij zal zijn en mij zal beschermen op deze weg, waar ik op ga, en mij brood zal geven om te eten en kleren om aan te trekken, en ik in vrede in het huis van mijn vader zal terugkeren, dan zal de HEERE mij tot een God zijn. Deze steen, die ik als gedenkteken overeind gezet heb, zal een huis van God zijn. En van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven.”
- Jona 1:14-16: “Toen riepen zij de HEERE aan en zeiden: Och HEERE, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man! Leg geen onschuldig bloed op ons! Want U, HEERE, doet zoals het U behaagd heeft. Daarop pakten zij Jona op en wierpen hem in de zee. En de woedende zee kwam tot bedaren. Toen werden de mannen zeer bevreesd voor de HEERE; zij brachten de HEERE een slachtoffer en legden geloften af.”

Het mag duidelijk zijn dat al deze situaties worden gekenmerkt door een sterk gevoelde nood of dreiging. En dat is nou precies wat de psalmist ook benoemt. Hij zegt aan het einde van vers 14:

“…mijn mond heeft gesproken in mijn nood.”

De psalmist was in nood. Hij was op de één of andere manier in verdrukking gekomen. Hoe precies, dat weten we niet. Dat is ook niet belangrijk voor de psalmist. Wat echt belangrijk is, is dat God hem heeft verlost uit zijn nood!
De psalmist verkeerde in nood en in die nood heeft hij tegen God gezegd: “Als U mij hieruit verlost, dan zal ik U een brandoffer geven.”
Toepassing: Gemeente, leer hieruit hoe belangrijk het is om in alle gebeden eerlijk te zijn en dat als je ergens om bidt of als je iets belooft of een voornemen of streven uitspreekt, je dit ook werkelijk meent. De psalmist meende wat hij in de nood zei. Hoe weet je dat? Omdat hij doet wat hij in het gebed aan God heeft beloofd.
Komen wij dit vandaag de dag ook tegen?
Ja, ik denk aan de doop. Dit is een getuigenis en symbolische handeling voor Gods aangezicht. Als jij je hebt laten dopen, dan heb je daarmee getuigenis afgelegd van jouw verbondenheid met de Heere Jezus. Je hebt daar op symbolische wijze laten zien dat je met Hem bent gestorven en opgestaan. En dat vraagt vervolgens om inzet, door jezelf onder het gezag van de Schrift te plaatsen en te leren gehoorzamen aan Gods geopenbaarde wil.
Gemeente, stamp dit als een geestelijke wet in het geheugen: de enige reden om aan God te kunnen geven wat Hij van jou vraagt, is door te blijven zien op Zijn goedheid en genade en Hem te danken voor alles wat Hij jou in Christus heeft gegeven.
En leer hieruit dat wij geen offer brengen om te laten zien hoe goed wij zelf zijn; wij brengen een offer om te laten zien hoe goed God is!

Bedenk wat de Heere Jezus zegt in Mattheüs 5:16:

“Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

“Uw licht schijnt” en “Uw Vader wordt verheerlijkt.”

Misschien herkent u deze valkuil ook in uw eigen geestelijke leven, maar ik ken momenten dat ik eerst gericht ben op de Heere Jezus, Zijn verlossingswerk en Zijn grote, vrije genade. En na een tijdje is de blik langzamerhand verschoven van Hem en Zijn werk voor mij naar Zijn werk en de vrucht van de Heilige Geest in mij. Weet u wat er is gebeurd met mij? Ik ben gaan zien op mijn eigen vermeende goedheid. Ik heb mijn blik afgewend van Gods bewezen goedheid en genade in Christus, en ben gaan leven met de blik naar mijzelf gericht. En daarmee verduister ik het licht in mijn leven. Want er kan alleen maar licht van mij uitgaan als ik vanuit de vreugde en dankbaarheid over Gods bewezen goedheid verbonden blijf met Hem. De sleutel van gehoorzaamheid ligt niet in wilskracht; het licht in het zien van Gods goedheid in Jezus Christus.
Ik kan God niet verheerlijken als ik niet eerst zie dat Hij Zijn Zoon verheerlijkt heeft en Hem aan de wereld heeft geschonken als een verzoening voor de zonden van de hele wereld. Mijn licht kan niet gaan schijnen als ik niet eerst erken dat Christus het ware Licht van de wereld is. De verheerlijking van God in mijn leven moet zijn gefundeerd op de verheerlijking van God de Zoon door God de Vader.
En het licht dat in en vanuit mij schijnt, moet zijn gefundeerd op het Licht van de wereld, waardoor genade, gerechtigheid en waarheid zijn geopenbaard. Met andere woorden: niet alleen voor een rechtvaardige verhouding met God moet ik Christus ontvangen, maar ook voor vruchtbare gehoorzaamheid aan Zijn Woord.
Toepassing: Broeders en zusters, ik wil het heel persoonlijk aan u vragen deze morgen. Waarom wilt u gehoorzaam zijn aan God? Waarom wilt u Hem dienen? Waarom bent u eigenlijk hier?
Ziet u, ik wil u als het ware door de Rode Zee, het pad van de heiligmaking leiden, terwijl zich links en rechts van u de golven van het wetticisme en het antinomianisme bevinden.
Toepassing: Ik denk dat de meesten wel weten wat deze twee termen betekenen, maar ik zal ze kernachtig vanuit dit gedeelte definiëren, waar het gaat over het brengen van offers.
Wetticisme betekent het brengen van offers met als doel om goedkeuring en verlossing van God te ontvangen. Kortom: ik bied zelf een offer aan – ik, niemand anders, geen hulpje, geen priester, nee – ik zelf – om op grond daarvan vanuit Gods troon te horen: “Voldoet! Toegelaten tot de eeuwige heerlijkheid en vrede.” Ik verdien de hemel. Dat is wetticisme.
Antinomianisme betekent het misbruiken van het offer van Jezus Christus met als doel om een leven met zonde en zonder toewijding te rechtvaardigen. Met andere woorden: het enige dat ik aanbied, is het éénmaal volbrachte en volmaakte offer van Christus aan het kruis op Golgotha. Ik ga Gods heiligdom binnen en wanneer Hij gaat zoeken naar de vrucht van Christus’ lijden, sterven en opstanding in mijn leven, dan kan Hij het niet vinden. Waarom niet? Omdat ik zogenaamd alleen wil roemen in het offer van Zijn Zoon, maar daarin eenzijdig ben geweest en geen rekening heb gehouden met het feit dat God niet alleen kijkt naar het werk van Christus voor mij, maar ook naar de vrucht van Zijn werk in mij.
Samenvattend: wettiscme zegt dat goede werken en goede offers nodig zijn om verlossing te verdienen en antinomianisme zegt dat goede werken niet nodig zijn als vrucht op de verlossing. En als u goed luistert, hoort u waar het bij deze twee varianten fout gaat.
Ik zie mijzelf staan voor God als verloren zondaar. Hij kan mij niet rechtvaardigen. Ik ben geboren in zonde en ik heb in de 30 jaar dat ik op deze aarde leef een torenhoge zondeschuld opgebouwd. Wetticisme faalt aan de voorkant van de rechtvaardiging, door te zeggen: “Ja, ik weet wel dat ik gezondigd heb, maar er is ook nog een flink portie Robert dat wél deugt! En met dat portie ga ik naar God en zeg als het ware tegen Hem: “Kijkt U eens! Hoewel ik niet volmaakt ben, heb ik hier toch genoeg materiaal in handen voor u om mij rechtvaardig te verklaren.”
Het antinomianisme maakt een andere fout. Het stemt er volledig mee in dat verlossing door geen enkel goed werk – en zelfs door geen fractie van een goed werk – te verdienen is. Dus je zou kunnen zeggen: de visie op de voorkant van de rechtvaardiging is goed. Maar het antinomianisme maakt een fout wanneer het gaat over de achterkant van de rechtvaardiging. Want dan zegt het: “Goede werken zijn niet nodig om mijn verlossing tot stand te brengen, en het is ook niet nodig tijdens mijn leven als christen. En dat ik nog zondig – ja, dat is wellicht een onplezierige ervaring, maar ervan wakker liggen doe ik niet. Immers, Christus heeft hét volmaakte offer gebracht! En alles wat ik moet doen, is om dat offer door het geloof, uit genade te ontvangen en toe te passen op mijzelf.”
Toepassing: Ik denk dat het goed is om te onderzoeken of u geneigd bent om volgens één van deze twee misvattingen te denken. Het kan u helpen om beter zicht te krijgen op uw motivatie voor aanbidding en gehoorzaamheid.
Kijk goed naar uw houding ten aanzien van de Persoon en het werk van Jezus Christus. Wilt u nog iets voor Hem presteren? Denkt u dat u een hogere waardering kunt verwachten als u meer toegewijd bent aan Hem? Denkt u dat Zijn genade afhankelijk is van uw werken?
Het is belangrijk om dit fundament te leggen, broeders en zusters. Als het gaat om aanbidding, als het gaat om heiligmaking, als het gaat om het brengen van offers, besef dan altijd dat u moet beginnen met God. Begin met God. Begin met wat Hij voor u heeft gedaan in Christus.

2. De plek van het offer (vers 13a)
Dat fundament is belangrijk, broeders en zusters. We lezen dat de psalmist naar een specifieke plaats gaat om zijn offer te brengen:

“Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan…”

Onder het Oude Verbond was het gebruikelijk dat mensen een offer brachten in de tabernakel of in de voorhof van de tempel. Het brandoffer kon worden gebracht als genoegdoening voor zonde, maar kon ook als vrijwillige gave worden geofferd.
Echter, nu Christus is verschenen, nu wij deelhebben aan het Nieuwe Verbond, zijn wij zelf die tempel geworden. U en ik vormen de tempel, waar de Heilige Geest Zijn intrek heeft genomen. Want in 1 Petrus 2:1-10 leze we:

“Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien, indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is,
en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen die uitverkoren en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de hoeksteen geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok;
voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn. Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.”

Toepassing: Het is geweldig om u deze morgen als gemeente te ontmoeten, maar bedenk wel dat u hier deze morgen niet binnen hebt kunnen komen zónder offer.
U kunt de gemeenschap der heiligen niet binnenkomen zónder offer. U kunt niet naderen tot God en Hem aanbidden zónder offer.
Broeders en zusters, als het goed is bent u hier allemaal gekomen dankzij het verzoenende bloed van Jezus Christus.
Binnengaan zonder dit bloed is dodelijk! Maak niet de fout van de wettische opvatting, die denkt dat het volstaat om alleen binnen te komen. Alleen met jezelf. Met je eigen werken. Met je eigen tekortkomingen. Je eigen falen. Je eigen zonden. Het is dodelijk. Als je op de Dag van het Oordeel zó voor God verschijnt, zonder Jezus Christus als Hogepriester, zonder Zijn bloed toegepast op jouw leven, heb je een verloren zaak.
Wij moeten met Christus binnengaan, gemeente! En pas dan, als wij zijn gefundeerd op Zijn offer, kunnen wij onszelf geven als vruchtbaar offer, tot vreugde en eer van God Zelf. Het heeft geen enkel nut om kerkelijk actief te zijn en jezelf voor geestelijke zaken in te spannen, terwijl je niet geborgen bent in het offer van Gods Hogepriester.
Is het Evangelie niet een wonderlijke boodschap, broeders en zusters? Wij kunnen God alleen maar vreugde bezorgen als wij met Zijn eigen werk tot Hem gaan! Is dat niet een heerlijke en bevrijdende boodschap? Is het niet geweldig te mogen weten dat we niet met eigen werken bij God aan kunnen komen om onszelf aan te bevelen – niet alleen omdat het niet kan, maar ook omdat het vanuit God bezien niet hoeft?
Toepassing: Waak ervoor, gemeente, dat u niet vol blijdschap over Gods verlossingswerk, vol blijdschap over het offer van Christus de samenkomst binnengaat, om vervolgens met een gevoel van trots en hoogmoed de zaal weer te verlaten.
Nogmaals: wij zijn hier niet om te laten zien hoe goed wij zijn. Wij zijn hier om ervan te getuigen dat God goed is.
Het is zo verleidelijk om te zien op je eigen geestelijke werken en om jezelf dan een schouderklopje te geven en te zeggen: “Goed gedaan, jongen. Mooi gezegd, jongen. Kon niet beter, jongen.” Maar je realiseert je niet dat er tijdens de samenkomst ergens iets gruwelijk moet zijn misgegaan. Je bent zelf met de eer aan de haal gegaan. Je kwam met vreugde over Gods verlossingswerk in Christus binnen en je gaat weg met blijdschap over jezelf.
Met dat ik dit zeg, moet ik ook eerlijk vertellen dat als ons leven werkelijk is gefundeerd op het offer van Christus, dat de vrucht van Zijn verlossingswerk ook zichtbaar wordt in ons leven. Mag ik het deze morgen eens zo omschrijven? U kunt niet binnengaan in Gods heiligdom zonder de Christus, Die volgens 1 Korinthe 1:30 uw wijsheid, gerechtigheid, heiliging en verlossing is.
Gemeente, u gaat Gods huis niet binnen met een gedeelde Christus, maar een volmaakte. Hij is niet alleen uw Gerechtigheid, maar ook uw Wijsheid, Heiliging en Verlossing.
Dit betekent heel concreet dat u in geestelijk opzicht alles bezit wanneer uw leven is gefundeerd op Zijn offer. Als u met Christus tot God gaat, zal de Vader u zien met de gerechtigheid van Christus. En als de Vader naar u kijkt, ziet Hij nog iets. Hij ziet de vrucht van Christus’ offer: uw heiligmaking. Hij ziet dat het offer van Christus niet vruchteloos is gebleven in uw leven. Hij ziet eigenschappen van Hemzelf terug in u. Hoe?
Door Christus! Door het reinigende en heiligende werk van “de Geest van Christus”, zoals de Heilige Geest ook wel genoemd wordt.
Dit, broeders en zusters, is het kenmerk van Gods kinderen. Dat door het offer van Christus voor de gelovige en het werk van Christus’ Geest in de gelovige de gelovige meer gaat lijken op Degene met Wie hij is verzoend: God.
Toepassing: Wees bemoedigd, gemeente! Als u met Christus Gods heiligdom binnengaat, zult u niet vruchteloos blijven. Dat is onmogelijk. U zult vrucht gaan dragen.

3. De kwaliteit van het offer (vers 15)
Tot slot kijken we naar de kwaliteit van het offer. We lezen in vers 15:

“…ik zal runderen met bokken als offer bereiden.”

In de tijd van het Oude Testament was het zo dat bij een brandoffer een kwalitatief goed dier geofferd moest worden. Het gaat dan om een rund, geit, schaap of duif. Het moest een mannetje zijn en het mocht geen gebreken hebben. Het moest een dier zijn waar niets op aan te merken
viel. Hieruit leren we een belangrijk principe: alleen het beste telt. En niet alleen dat, het betekent ook dat God – oneerbiedig gesproken – geen genoegen neemt met de restjes.
Toepassing: Gemeente, ik geloof dat dit het grootste gevaar is voor de christelijke kerk in onze
tijd. Wij weten niet meer wat offeren is. Wij weten niet meer wat het is om toegewijd te zijn aan God. Wij weten niet meer wat het is om Hem op de eerste plaats te zetten. We kijken eerst naar onze eigen verlangens. Wij kijken eerst naar de uitgaven die we zelf willen doen en als er
vervolgens een collecte wordt gehouden, stoppen we daar de laatste restantjes bij. En dat is niet alleen op het financiële vlak zo.
Christen, jij bent niet van jezelf! Jij bent gekocht. Je bent het eigendom van God door het bloed van Zijn Zoon. Jij identificeert jezelf met Christus. Vergeet niet dat bij het brandoffer degene die offerde zijn handen op het hoofd van het dier legde om daarmee op symbolische wijze te laten zien dat dit dier hem representeert.
Maar nu Christus is verschenen, hoeven wij dergelijke offers niet meer te brengen. Wij zijn gekocht door Zijn bloed. Wij identificeren ons met Hem. Hoe zou jij, die door Gods genade en het bloed van Christus eigendom is geworden van de Koning van het heelal, nog met een verdeeld hart kunnen leven? Hoe kun jij nog dingen voor jezelf houden? Hoe kan het dat je nog gebieden in jouw leven hebt, waarvan je zegt: “Hier mag God niet over heersen; hier mag Hij niet bij”?
Vandaag exact drie weken geleden maakte de Nederlandse samenleving kennis met de Nashvilleverklaring; een verklaring die voor nogal wat ophef zorgde. Waarom? Omdat het niet in lijn is met de wereldse opvattingen.
Toepassing: Gemeente, ik ga inhoudelijk niet in op de Nashvilleverklaring, maar ik wil u met klem verzoeken om alles wat er gebeurt in deze samenleving en de wereld in het algemeen te bekijken met de ogen van een profeet. Weet u waar u zich zorgen over moet maken? In eerste instantie niet eens zozeer over de reactie van de samenleving. Die is niet nieuw. Die reactie hadden we kunnen verwachten.
Waar wij ons zorgen over moeten maken, broeders en zusters, is de reactie van kerken en prominente leiders. Er gaat een scheiding komen. Een scheiding tussen belijdende christenen die de vaandel van Gods Woord en het Evangelie dragen en belijdende christenen die de regenboogvlag dragen. De scheiding gaat komen, gemeente.
Weet u wat dat hele gebeuren rondom de Nashvilleverklaring heeft blootgelegd? Dat een deel van belijdende christenen de praktijk van deze Psalm op een verschrikkelijke manier heeft omgedraaid. In plaats van om in gehoorzaamheid aan Gods Woord naar het altaar te gaan en zichzelf daarop te leggen, hebben ze Gods Woord op het altaar gelegd. Deze mensen zijn niet bereid zichzelf op te offeren voor Degene Die zij belijden te kennen en waarvan zij stellen dat Hij hen in genade heeft ontvangen. En dit is één specifiek thema, één specifieke zonde, maar we kunnen de lijst gerust aanvullen. Hoeveel mensen zitten er in de kerk, die in het verborgene vast blijven houden aan zonde? En die de zonde vervolgens gaan rechtvaardigen?
Dit is het antinomianisme binnen de belijdende kerk, broeders en zusters. Thomas Watson schrijft in zijn werk over de Tien Geboden:

“Het niet gehoorzamen van God komt door een gebrek aan zelfverloochening. God gebiedt het ene en de begeerte van de mens gebiedt het andere [dat betekent: het tegenovergestelde, RB]. Zij zullen eerder sterven dan hun begeerten verloochenen. Als de begeerte niet kan worden verloochend, kan God niet worden gehoorzaamd.”
(Eigen vertaling)

Toepassing: Wil ik dan voorbij gaan aan alle gebrokenheid en pijn die mensen in hun leven kunnen ervaren? Absoluut niet. Maar ik wil mensen wijzen op de kernboodschap van deze Psalm, namelijk dat het gaat om overgave aan de God Die Zichzelf geeft! Wij zijn God kwijt, gemeente! En daarom raken mensen zichzelf kwijt. De belijdende kerk is teveel gaan heulen met de vijand die wij kennen als de tijdgeest. Alles moet maar kunnen. Voor sommigen is God de grote tolerantieknuffelaar geworden. Hij moet voldoen aan onze eigen verlangens, gedachten en wil. En wat dit concreet betekent, hebben we de afgelopen weken kunnen zien. En mensen die mijn woorden horen of lezen, denken: “Wat een haatdragend figuur! Wat een arrogante kwast! Wat een hoogmoed! Wat liefdeloos!” Over offers gesproken, gemeente – bent u bereid de prijs te betalen voor uw aanbidding van God, die gefundeerd is op Zijn Woord? Hebt u de Heilige Geest ontvangen, zodat u standvastig en krachtig kunt zeggen ten overstaan van al die zogenaamde tolerante jongens en genderideologen: “Wij buigen niet!”? Durft u te zeggen: “Welke strafmaat u ons ook oplegt, wij zullen het ondergaan en vinden het een eer om te lijden voor Degene Die Zichzelf voor ons heeft gegeven.”?

Gemeente, ik hoop en vertrouw op Gods genade, dat u standvastig zult zijn in het uur van beproeving. Ik hoop en vertrouw op Gods genade dat u blijft staan voor het getuigenis van Gods Woord en het Evangelie van Jezus Christus, zoals u dat tot op heden hebt gedaan.
Toepassing: Draai de zaak alstublieft niet om, gemeente. Draai de zaak niet om. Leg niet Gods Woord op het altaar, maar uzelf. Dat is de opdracht. Dat is uw roeping. De Heere Jezus zei het zo:

“Laat wie achter Mij aan wil komen zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.
Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en om het Evangelie, die zal het behouden. Want wat zal het een mens baten als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Of wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel? Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben in dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal de Zoon des mensen Zich ook schamen wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met de heilige engelen.”
(Marcus 8:34b-38)

En de apostel Paulus schrijft in Romeinen 12:1-2:

“Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.”

Toepassing: Alles wat u achterlaat en opgeeft om het eeuwige leven te winnen, is geen verspilling, broeders en zusters. Blijf het beeld voor ogen houden dat ik u de vorige keer heb meegegeven: op de Dag van het oordeel zal Christus al uw verliezen en tekorten vergoeden en aanvullen.

Kijk naar Jezus, broeders en zusters. Kijk naar Jezus! Wilt u weten hoe u met de offers in het Oude Testament om moet gaan? Wat u moet doen als u teksten in de Bijbel leest, waarvan u denkt: “Wat moet ik hiermee?” Kijk dan naar de Heere Jezus; Hij is de vervulling van wat u op dat moment leest.
En hoe voorkomt u dat u in een krampachtige variant op heiligmaking terechtkomt? Door te beseffen dat het offer, dat u als christen mag brengen, alleen maar vruchtbaar kan zijn door het offer van Diezelfde Christus. Uw offer is ingebed in Zijn offer. Dit brengt gezonde ontspanning, broeders en zusters. Het voorkomt hoogmoed en wanhoop.
Een christen die zijn leven heeft gefundeerd op het offer van Christus, hoeft niet hoogmoedig te worden, omdat hij weet dat alle vrucht in zijn leven door dat volmaakte offer van Gods Zoon tot stand is gebracht.
En er hoeft ook geen wanhoop te zijn in het leven van een christen, omdat zelfs bij falen en zonde – hoe verdrietig dit ook is – God ons door dat ene volmaakte offer van Zijn Zoon als rechtvaardig in Christus ziet.

Dit is in de kern waar het om gaat, broeders en zusters. Aanbidding is het in overgave teruggeven wat God aan jou heeft gegeven. God gaf Zijn Zoon aan jou en Hij verlangt ernaar – nee, dat is te zwak uitgedrukt – Hij garandeert dat jij de vrucht van deze Gave zult teruggeven aan Hem. En wat is deze vrucht? Christusgelijkvormigheid.
Dit is toch zo’n bijzondere, geweldige boodschap, gemeente? Dit is toch zo’n diepzinnige boodschap dat alleen ontworpen kan zijn een goede en genadige God?
Hij geeft Zijn Zoon aan verloren zondaren. Hij rechtvaardigt deze zondaren door het reinigende bloed van Zijn Zoon en wat krijgt Hij van de gerechtvaardigde zondaar terug? Zijn Zoon! Dit is toch adembenemend mooi?
God gaf Christus, opdat Hij steeds meer Christus zou ontvangen. God gaf Christus, opdat Christus alles en in allen zou zijn (Kolossenzen 3:11).
Dit is mijn hartelijke wens en gebed voor u: dat u Christus zult blijven ontvangen als uw Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing, zodat u Hem steeds meer aan God de Vader kunt teruggeven door het heiligende werk van Zijn Heilige Geest.

Amen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief