SalvationInGod

dinsdag 19 juli 2011

'Waar is uw geloof?'

En het geschiedde in een van die dagen, dat Hij in een schip ging, en Zijn discipelen met Hem; en Hij zeide tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer. En zij staken af.
En als zij voeren, viel Hij in slaap; en er kwam een storm van wind op het meer, en zij werden vol waters, en waren in nood.
En zij gingen tot Hem, en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan! en Hij, opgestaan zijnde, bestrafte den wind en de watergolven, en zij hielden op, en er werd stilte.
En Hij zeide tot hen: Waar is uw geloof? Maar zij, bevreesd zijnde, verwonderden zich, zeggende tot elkander: Wie is toch Deze, dat Hij ook de winden en het water gebiedt, en zij zijn Hem gehoorzaam?

(Lucas 8:22-25, Statenvertaling)


Zoals vaker aangeduid, gebeurt alles op het juiste moment, op de juiste plek en met een geheel volmaakt doel; zo ook dit avontuur op het meer.
Jezus weet vooraf altijd wat er staat te gebeuren en wat Hij zal gaan doen. Met Zijn kennis vooraf, wat wij en – in het bijzonder – de discipelen achteraf pas hebben kunnen aanschouwen, nodigde Hij hen uit om met een boot naar de overkant van het meer te gaan, van Galilea naar het land van de Gerasenen. Zo op het eerste gezicht niets bijzonders. Het lijkt op een gewone boottocht van de Meester met Zijn discipelen. Een tocht om even onder elkaar te zijn, om even tot rust te komen – en gezien de hectische periode daarvoor een niet al te verrassende keuze.

Maar van een echt onderonsje komt het nauwelijks, althans niet volgens het relaas van Lucas. Geen nieuwe leringen met goddelijk gezag, geen nieuwe gelijkenis om het Koninkrijk der hemelen mee te typeren en ook geen nieuw met woorden gevormd visioen over de Vader in de hemel. In plaats daarvan lezen we dat Jezus in slaap valt en dat er plotsklaps een hevige storm komt opzetten.

Teneinde raad en vol wanhoop storten de discipelen zich op Jezus: ‘Meester, Meester, wij vergaan!’ Blijkbaar hebben de twaalf de hoop om levend uit deze storm te komen min of meer al opgegeven. Een aantal tellen later ziet hun situatie er niet meer zo reddeloos uit: Jezus bestraft de wind en watergolven – de rust keert weder. Van het angstaanjagende woeden van natuurkrachten is geen enkele sprake meer.

Maar het verhaal eindigt hier niet. Nadat Jezus eerst de wind en het onstuimige water heeft bestraft, wendt Hij Zich tot de discipelen: ‘waar is uw geloof?’ De vraag kan ook als volgt gesteld worden: ‘waar is jullie rotsvaste overtuiging dat God Incarnate in jullie midden is, God Die mens is geworden?’ Het geloof waar Jezus naar vraagt, heeft alles te maken met Zijn Persoon. We moeten niet vergeten dat dit verhaal in Lucas 8 opgetekend staat en dat we vanaf Lucas 4 kunnen lezen van de publieke bediening van Christus; daar lezen we van het uitdrijven van een onreine geest en de genezing van velen. In hoofdstuk 5 lezen we over het vaste vertrouwen van Petrus, nota bene één van de mannen die ook in die boot zat op dat onstuimige meer! Het wil niet vlotten met de visvangst en Jezus geeft als raad om de netten aan de andere kant van de boot uit te gooien – daar is vis in overvloed; zozeer zelfs, dat de netten erdoor dreigen de scheuren. In datzelfde hoofdstuk lezen we van de genezing van een melaatse en een verlamde. In hoofdstuk 6 lezen we van de genezing van een man met een verschrompelde hand, in hoofdstuk 7 van de genezing van een dienaar van een centurio, de opwekking van een jongeman en de vergeving van een zondares. Wanneer we deze lijst met indrukwekkende wonderen en tekenen bestuderen, zien we dat Jezus niet een incidentele Weldoener is, maar de eeuwige Zoon van God. Op deze manier krijgt de vraag ‘waar is uw geloof?’ van Jezus aan Zijn apostelen iets tragisch over zich. Om een vergelijking te schetsen: de situatie van de weduwe uit Lucas 7 zag er menselijk gezien hopelozer uit dan die van de apostelen op het meer; zij liep in de rouwstoet om haar zoon te begraven. De kille gedachte dood is dood zou ongetwijfeld uitsluitend rouw en droefheid tot gevolg gehad hebben. Maar zelfs op dat moment is Jezus in staat om alles te veranderen: Hij geeft de jongen terug aan zijn moeder. En nu, gezeten op een boot, te midden van een storm, schreeuwen de discipelen uit wanhoop dat ze vergaan. Een contrast om eens bij stil te staan. Hoe later in de evangeliën Christus de vraag ‘waar is uw geloof?’ aan Zijn discipelen moet stellen, des te tragischer en ernstiger wordt de situatie. Zelfs ná de opstanding moet Hij tegen de Emmaüsgangers verklaren dat zij onverstandig en tragen van hart zijn, omdat zij niet geloofd hebben wat de profeten gesproken hebben (Lucas 24:25-26).

Soms komt de vraag op of de discipelen werkelijk hebben begrepen Wie werkelijk in hun midden was, terwijl ze met Jezus onderweg waren – waren zij zich werkelijk bewust van het voorrecht dat de Messias hen heeft uitgekozen als Zijn kring van intieme vrienden en volgelingen? Misschien hebben zij zich beklaagd over het feit dat Jezus tijdens de boottocht in slaap is gevallen. Vast staat in ieder geval, dat het beter is om een slapende Jezus aan boord te hebben, dan géén Jezus. Ik ben ervan overtuigd dat het in slaap vallen bewust gebeurde om het geloof van de discipelen te testen. Hij wilde weten met welk gemoed zij Hem wekken zouden. Hij hoopte op het gemoed van geloof, maar het werd het gemoed van wanhoop. Vandaar de vraag ‘waar is uw geloof?’ Het geloofsleven kent niet alleen maar pieken – het kent ook dalen en soms ook hele, hele diepe; als er één voorbeeld te noemen is van een persoon bij wie het leven in geloof met vallen en opstaan is gegaan, dan is het wel dat van Petrus - en dat zal bij ieder van ons gebeuren.

Doelbewust treedt Jezus met momenten op de achtergrond. Met volle verstand doet Hij soms die stap achteruit, om te zien of de mens in nood de stap vooruit doet in geloof. Denk niet dat Jezus Christus in de roerige tijden van het leven afwezig is – dat is Hij niet. Maar soms doet Hij bewust die stap achteruit, houdt Hij Zich even stil, en soms geeft Hij ruimte aan bepaalde vormen van onheil om te zien of het rotsvaste vertrouwen van de mens in Hemzelf aanwezig is. Het is geen treiteren, het is geen tarten, maar het is het louteren en beproeven van het geloof. De eerste vraag is ‘wát is uw geloof aangaande Mij?’ en als het in Bijbels opzicht ontoereikend is, dán pas zal Jezus de vraag stellen – ‘wáár is uw geloof?’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief