SalvationInGod

dinsdag 28 juni 2011

Het kruis lieflijker dan alles wat ik ben en heb

Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet [op zich] neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.
Die zijn ziel vindt, zal [dezelve] verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.


Eén van de redenen waarom ik een zekere behoefte voel mij af te zetten tegen alle psychotherapeutische opkikkertjes die vandaag de dag in Bijbeltekstinterpretaties en overdenkingen gepropt worden, heeft ermee te maken dat we er bij voorbaat al vanuit gaan dat God ons zo bijzonder waardevol vindt, terwijl dat nergens in de gehele Schrift te vinden is. Zijn we soms de zondvloed vergeten? Heeft God binnen een aantal millennia Zijn mensbeeld bijgesteld in het voordeel van ons? Wat is er toch gebeurd dat wij in deze tijd zulke taal uitkramen? Zouden de apostelen ook vol zijn geweest van dit soort ‘devotionals’ (‘broeders, laten we het glas heffen, we zijn parels..!’)? Jezus laat ons hier in ieder geval zien, wie Hem waardig is: degene die Hem wil volgen en die zijn kruis op zich wil nemen en die bereid is boven alles Jezus te dienen en te gehoorzamen. ‘Als je Mij wilt volgen en je kruis op je wilt nemen, dán kunnen we pas met elkaar praten’, zou Jezus zeggen. Wat zou Jezus tegen mij zeggen als het hierop aankomt? Het zal je maar gezegd worden: ‘Jij volgt Mij niet, jij bent mij niet waard…’ Eén van de grootste gevaren die ik vandaag de dag zie, en dan met name in de evangelische beweging, is dat Jezus tot middel gemaakt wordt ter versterking van onze eigenliefde en zelfwaardering, terwijl Hij Zelf heeft opgeroepen om een groot kruis door onszelf te zetten – niet ik leef, maar Hij moet leven door mij. We roepen maar wat raak over ‘Gods onvoorwaardelijke liefde’, ‘onze kostbaarheid in Gods ogen’ en ‘zijn als een parel in Gods hand’. Jezus praat niet zozeer in deze termen – in plaats daarvan spreekt Hij van waardigheid. Sommigen merken vast op: ‘Niemand is waardig!’ Dat is helemaal waar: van nature zijn we dood in onze zonden kunnen we God niet behagen. Daarom zijn enkel navolgers van Christus, die bereid zijn hun kruis op te nemen en het dragen, Jezus waardig. Het evangelie is niet de boodschap van: ‘Dank U, Heer, dat ik er helemaal mag zijn zoals ik ben’ – wat een zotheid om God te danken dat je zo mag zijn in je zondige staat! Ik durf zelfs te beweren dat zulke uitspraken de boodschap van het evangelie tegenstaan. Als we gaan redeneren vanuit de acceptatie, vanuit het gedogen – welk nut heeft dat dan? Met dit doel was en is het evangelie nooit de wereld ingezonden. Het gaat er niet om dat een zondaar zich geaccepteerd weet bij God, maar dat hij genezen wordt dóór God. Hoe valt Johannes 3:36 te rijmen met dit soort ‘positief-denken-psychologie’? Eenieder die de Zoon ongehoorzaam is, op hem blijft de toorn Gods rusten. Hallo?! Wij blijven maar verkondigen, dat God ons zo geweldig vindt, dat God ons zo kostbaar vindt, dat God ons als een parel in Zijn hand houdt, terwijl de zondaar het object is van Gods woede – de Schrift zegt dat God een zondaar in de Gehenna kan werpen als Zijn toorn niet over die persoon wordt weggenomen – Hij kan het niet alleen, Hij doet het ook! Daarom is de boodschap van het evangelie: ‘Dank U, Heer, dat U nieuw leven schenkt waardoor ik oprecht en getrouw achter U aan mag en kan gaan – met het kruis op mijn schouder laat ik niets van mijzelf over, maar zal ik vrucht dragen voor U.’ Geen psychologische akkefietjes, geen woordenbrij van ophemeling, maar Jezus volgen. Nergens (behoudens de feelgood psycho boeken) staat geschreven dat Gods kinderen te herkennen zijn aan het teken van 'het positief beleven van hun identiteit in Christus', wel dat zij de stem van de Goede Herder horen en die gehoorzamen. Zo kan het zijn. Zo mag het zijn. Zo moet het zijn. Christus is mijn leven – Christus en niets of iemand anders: iets of iemand buiten Christus die alles voor mij betekent, is een afgod. Het heeft mij getroffen, wat Marcel Rebiai in het boek Im Bilde Gottes – Leben in der Nachfolge Jesu Christi kernachtig weet te benoemen: Wann man das Leben und Wirken Jesu betrachtet, fällt auf, dass Jesus sehr viele Anhänger hatte, aber nur wenige Jünger. Als er für seine Zuhörer Brot und Fisch vermehrte, waren fünftausend Männer bei ihm, Frauen und Kinder nicht mitgezählt. Aber als er seine Jünger zu zweit aussandte, waren es bloss 72. Oftewel: Jezus had vele aanhangers (mensen die graag bij Hem kwamen als er iets te beleven viel), maar weinigen volgden Hem na. Denk hier maar eens over na: ben ik iemand die komt als Jezus brood en vis uitdeelt, als Hij geneest of als Hij ervoor weet te zorgen dat een feest nog even doorgevierd kan worden door water in wijn te veranderen? Of ben ik werkelijk iemand die zegt: ‘Heer, hier ben ik, niet om enkel gretig alle goede gaven te innen, maar om in Uw voetsporen te treden. Wat het ook kost, ik zal het kruis dat U mij gegeven hebt gewillig dragen en de wil die U mij geopenbaard hebt gewillig doen.’

Protestantse gedachten in een Rooms-Katholiek klooster, Gerleve, 26 juni 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief