SalvationInGod

dinsdag 6 september 2016

Kunnen christelijk geloof en psychologie samengaan?

Sommige christenen stellen dat alle niet op de Bijbel gebaseerde vormen van hulpverlening verworpen moet worden. Een christen dient dus geen psycholoog of psychiater te bezoeken wanneer hij in geestelijke duisternis verkeert of psychisch leed ervaart. Want, zo stellen zij, een christen weet dat alleen de Heere Jezus ons kan helpen.

Ik kan mij ook zomaar voorstellen dat een oppervlakkige lezing van Kolossenzen 2:16-23 (zie Read & Apply #15) ervoor zorgt dat deze gedachte nog eens bevestigd wordt. Psychologie is immers een door mensen ontworpen wetenschap en kent zo haar eigen leringen en vooronderstellingen. Maar kun je met Kolossenzen 2:20-21 bewijzen dat een christen niet naar een psycholoog zou mogen gaan?

Waar ligt de scheidslijn? Kolossenzen 2:16-23 nader bekeken
Veelal wordt gesteld dat psychologie menselijke wijsheid is. God krijgt geen plek. Het gaat allemaal om vervulling van menselijke behoeften, niet over zelfverloochening. Er wordt te goed van de mens gedacht. Conclusie: psychologische wetenschap is waardeloos en deugt van geen kant; psychologie is echt een typisch voorbeeld van “grondbeginselen van de wereld.” Maar is dit zo?

Hoewel ik niet alle fundamentele principes van de psychologie onderschrijf – bijvoorbeeld de gedachte dat de mens in zichzelf goed is – lijkt het mij toch veel te gemakkelijk om daarmee de hele psychologische wetenschap overboord te kieperen. Maar hoe bepaal je nu wanneer de hulpverlening nog Bijbels verantwoord is? Kun je vanuit Kolossenzen 2:16-23 stellen dat een christen niet naar een psycholoog mag? Hiervoor moeten we vanuit het gedeelte één belangrijke vraag beantwoorden.

Beweert de psychologie dé weg naar God te zijn en zet zij bewust Christus buitenspel om een andere manier van verlossing te bewerken?
Het belangrijkste principe uit Kolossenzen 2:16-23 ligt in lijn met wat Paulus schrijft: als iemand aantoonbaar kan bewijzen dat een wetenschap als de psychologie beweert dé weg tot God of verlossing te zijn, dan is het inderdaad oppassen geblazen en er afscheid van nemen. Maar de psychologie pretendeert helemaal niet dat het de weg tot God is. Sterker nog, aan mensen die psychisch leed ervaren wordt ruimte geboden voor geloofsbeleving en zelfs geopperd om er met andere kerkleden over te praten. Hieruit blijkt dat de psychologie zichzelf niet als concurrent ziet binnen een “religieus spectrum”, maar juist ook wegen naar andere bronnen zoekt. Dat het een seculiere wetenschap is en God niet erkent in het wereldbeeld, is inderdaad een groot gebrek, maar op het moment dat zij niet beweert dé weg naar verlossing te zijn en dat er zekere, harde feiten op tafel worden gelegd over het functioneren van mensen, zie ik er niet direct een aanleiding in om er definitief afscheid van te nemen.
Ook hebben we hebben gezien dat Paulus in Kolossenzen 2:16-23 schrijft in het kader van menselijke religie die Christus buitenspel zet en mensen ertoe aanmoedigt door allerlei buitensporige en bovennatuurlijke ervaringen dichterbij God te komen. Het gaat hier over valse religie, een valse voorstelling van een zogenaamde weg naar God. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om een wetenschap die zich specifiek richt op een bepaald aspect van het leven. En inderdaad, in de seculiere wetenschap worden er heel wat fouten gemaakt en leven bepaalde verkeerde vooronderstellingen. Maar dit is nog wat anders dan dat die zekere wetenschap helemaal waardeloos is. Voorzichtigheid is en blijft geboden, maar we moeten wel serieus rekening houden met betrouwbare gegevens die uit onderzoek naar voren komen.

Mensen die psychologie in zijn geheel verwerpen, claimen dat alle hulp kan – en moet – worden geboden vanuit de Bijbel. Maar hiermee beperken zij onbedoeld Gods openbaring in de schepping. Het feit dat mensen voortdurend bezig zijn met bijvoorbeeld het onderzoeken van menselijk gedrag, levert ook interessante kennis op. Van die kennis kan misbruik worden gemaakt, dat is waar. Maar de kennis díe wordt verzameld, kan ook ten goede worden gebruikt. Hier mag best wat meer oog voor zijn. Je ziet in Kolossenzen 2:16-23 ook duidelijk dat Paulus het gebruik van voedsel, drank of het vieren van feesten niet verwerpt, maar alleen waarschuwt dat deze zaken geen verlossingsweg naar God moeten worden. Wij mogen geheel vrij gebruik maken van de kennis die God in Zijn schepping heeft gelegd!
En als God alleen maar gebruikmaakt van heiligen en gelovigen – en dus niet van seculiere psychologen – hebben we een probleem met de manier waarop God Zelf in de tijd van de Bijbel heeft gewerkt. Lang niet alle mensen in de Bijbel waren lieverdjes en ook niet allemaal zijn ze tot geloof gekomen. Toch heeft God, zonder dat zij het zelf wisten, door hen heen gewerkt om tot Zijn doel te komen. Wat te denken van de hogepriester Kajafas? Geen gelovige in Jezus – niet bepaald! – en toch staat er van hem in Johannes 11:49-52 geschreven:

“Maar een van hen, Kajafas, die de hogepriester van dat jaar was, zei tegen hen: U weet niets, en u overweegt niet dat het nuttig voor ons volk is dat één mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat. Dit zei hij echter niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de kinderen van God, overal verspreid, bijeen te brengen.”

Het is dus absoluut niet waar dat God alleen maar door Zijn heiligen en gelovigen heen werkt. Er zijn ook losse flodders in de seculiere wetenschap die heus wel hout snijden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief