De rijkdom van de Bijbelse verlossingsleer
Het kruiswerk van Christus wordt ook wel het verzoeningswerk van Christus genoemd. Nadat we eerder hebben gekeken naar het belang van Christus’ gehoorzaamheid, het offer en genoegdoening, zullen we ontdekken wat de Bijbelse openbaring ons leert over het aspect van de verzoening.
Wat betekent verzoening?
Zoals eerder is opgemerkt, behandelt Robert Reymond in zijn systematische theologie de aspecten van Christus’ kruiswerk aan de hand van vooronderstellingen. Het offer veronderstelt menselijke zonde en schuld en genoegdoening veronderstelt Gods toorn over de zonde. Het verzoenende aspect van Christus’ kruiswerk veronderstelt vervreemding van God. Er is sprake van een verstoorde verhouding, vijandschap tussen twee partijen. Wanneer Reymond het verzoenende karakter van Christus’ kruiswerk behandelt, werkt hij een belangrijke vraag uit.
Hij duidelijk dat het niet de vraag is of het kruiswerk van Christus een verzoenend karakter kent, maar dat het de vraag is wiens vervreemding en vijandschap door het kruiswerk van Christus is weggenomen. Het feit dat Christus’ sterven een verzoenend karakter heeft, staat niet ter discussie. Daar is de Bijbel duidelijk in. De vraag is echter of de vijandschap vanuit de mens is weggenomen, of vanuit God. De vier Bijbelgedeelten die Reymond analyseert om deze vraag te beantwoorden (Romeinen 5:10-11; 2 Korinthe 5:17-21; Efeze 2:14-17; Kolossenzen 1:19-22) laten zien dat het kruiswerk van Christus de vijandschap en vervreemding vanuit God weg heeft genomen. Hij stelt dat “zowel de geschiedenis als de christelijke ervaring bevestigen dat mensen niet hun onheilige vijandschap ten opzichte van God hebben opgegeven” (pagina 644-645). Zijn redenering hier is als volgt: als het zo zou zijn, dat Christus door Zijn verzoenend lijden en sterven de vijandschap vanuit de mens weggenomen zou hebben, zou dit zichtbaar moeten worden door bekering en geloof op mondiale schaal. Mensen zouden massaal verzoening zoeken en verlangen naar herstel van de relatie met God. We zien echter dat dit lang niet altijd gebeurt. Eenvoudig verwoord: het verzoeningswerk van Christus heeft geen automatische verandering gebracht in de houding van de mens ten opzichte van God. Bovendien merkt Reymond op dat de hierboven genoemde Bijbelteksten in het Nieuwe Testament de verzoening omschrijven als een eenmalige gebeurtenis die in het verleden heeft plaatsgevonden en niet herhaald zal worden. Met andere woorden: het is een voltooid feit!
En wat betekent dit voltooide feit? Het betekent dat “op het moment dat Hij [God] alle reden had om een heilig ongenoegen te ervaren over ons en een heilige vijandschap ten opzichte van ons, Hij ons heeft gered vanuit liefde” (pagina 646). Het is de drastische wending die we vinden in Efeze 2:4, nadat Paulus heeft beschreven wat onze staat buiten Christus is – dood in zonden en overtredingen, beheerst door boze machten – wanneer hij zegt: “Maar God...” Dit contrast zegt alles. Als we dit contrast zien – het contrast tussen Efeze 2:1-3 enerzijds en Efeze 2:4 anderzijds – zien we de kern van verzoening. En niet alleen dat: we zien daarin ook de kern van Gods verlossende genade en liefde.
Het God-gerichte karakter van de verzoening
Net als bij het aspect van genoegdoening heeft ook de verzoening een sterk God-gericht karakter. Het is God Die “in Christus Zichzelf met de wereld verzoende” (2 Korinthe 5:19). Laten wij nooit de suggestie wekken dat de mens, in zijn geestelijke doodsstaat, een probleem heeft met God, en dat God op Zijn beurt totaal geen probleem heeft met de mens. Dit is een valse voorstelling van zaken, die direct raakt aan de kern van de verzoening en de Bijbelse verlossingsleer. God heeft een heilig ongenoegen over de zonde en dit is een probleem dat hoe dan ook opgelost moet worden; Zijn gerechtigheid eist een rechtvaardig oordeel. In genade en liefde heeft Hij er niet voor gekozen om iedereen voor eeuwig verloren te laten gaan, maar om Zichzelf in Jezus Christus te verzoenen met de wereld. Het initiatief komt vanuit God. Hij heeft verzoening gebracht. Hij heeft verlossing tot stand gebracht. Hij heeft Zijn Zoon gegeven als perfect en smetteloos offer. Hij heeft de wereld een vredesakkoord aangeboden.
De uitnodiging vanuit verzoening
Paulus schrijft in 2 Korinthe 5:20: “laat u met God verzoenen.” Dit ligt geheel in lijn met het vredesakkoord dat God aanbiedt. Ja, er is vervreemding tussen God en mens. Ja, er is sprake van vijandschap tussen God en mens. Maar God heeft van Zijn kant deze vervreemding en vijandschap weggenomen door het offer van Jezus Christus. Wanneer Paulus in 2 Korinthe 5:20 een oproep doet aan mensen om zich met God te laten verzoenen, bedoelt hij hiermee: ga akkoord met de voorwaarden van vrede en verzoening die God in Christus aanbiedt.
Het feit dat vanuit God de vrede is getekend op Golgotha, met het bloed Zijn Zoon, betekent dat het kruiswerk van Christus de kern van Gods verlossend handelen is. Als wij met God willen leven, kunnen wij niet om het kruis van Golgotha heen. Hoezeer iemand ook beweert God te ervaren of Hem te voelen en claimt dat God hem of haar leidt, als dit alles gebeurt zonder dat het kruiswerk van Christus een centrale rol speelt in het leven, kan er nooit sprake zijn van geestelijk leven zoals de Bijbel dit omschrijft. Er is geen andere manier om vrede met God te ervaren en om in een goede verhouding met God te komen dan het aanvaarden van het kruiswerk van Jezus Christus. Golgotha is Gods vredesboodschap naar de mens toe en het is het appel dat God doet aan ons om alles wat Christus dáár heeft gedaan te aanvaarden.
zaterdag 10 juni 2023
Het kruiswerk van Christus (5) Verzoening
woensdag 7 juni 2023
Het kruiswerk van Christus (4) Genoegdoening
De rijkdom van de Bijbelse verlossingsleer
De betekenis van het offer is duidelijk: Christus heeft aan het kruis de plaats van de zondaar ingenomen en de straf op de zonde op Zich genomen. Door het offer aan het kruis op Golgotha heeft Hij alle zonden weggedaan van degenen voor wie Hij is gestorven en degenen die op Hem vertrouwen. De volgende vraag waar we over na moeten denken, heeft te maken met de manier waarop de Bijbel spreekt over Gods toorn.
Ons Godsbeeld en genoegdoening
Wanneer we het hebben over genoegdoening, waar hebben we het dan eigenlijk over? Robert Reymond omschrijft in zijn systematische theologie genoegdoening als “het wegnemen van Gods toorn en zonde” (pagina 636). Hij merkt hierbij op dat het aspect van genoegdoening nogal eens sterk in twijfel wordt getrokken of zelfs ontkend. Sommigen stellen – op grond van woorden in het Hebreeuws en Grieks en ook vanuit heidense Griekse literatuur – dat het hier niet gaat om het wegnemen van de toorn van God, maar om het wegnemen van de zonde. Reymond betoogt echter dat in het Oude Testament veelvuldig wordt gesproken over de toorn van God (585 keer). In het Nieuwe Testament is dit niet anders; ook daar wordt over Gods toorn gesproken. Reymond wijst op teksten als Romeinen 3:25, Hebreeën 2:17 en 1 Johannes 2:2. Hij stelt dat Paulus in het Bijbelboek Romeinen beargumenteert dat ieder mens in Adam is gevallen en een zondige natuur heeft en daarbij verwijst naar Gods toorn in Romeinen 1:18. Over 1 Johannes 2:1 schrijft hij dat de verwijzing naar de Heere Jezus als onze Pleitbezorger voor de Vader wanneer we hebben gezondigd, impliceert dat Degene bij Wie Hij voor ons pleit, een heilig ongenoegen ervaart ten opzichte van ons. Reymond bestrijdt de gedachte dat God geen heilig ongenoegen, geen toorn ervaart over de zonde. Hij stelt de vraag: “Stel dat deze woordgroep enkel wegnemen of verzoenen betekent [...] wat zou het resultaat dan zijn voor mensen als er geen sprake is van wegnemen of verzoenen? Wanneer zij sterven in hun zonde, zouden zij dan geen goddelijk ongenoegen ervaren? Zeker wel!” Wat wij moeten leren zien, is dat zonde niet ons enige probleem is. Waar sprake is van zonde, is sprake van Gods toorn. Daarom bestaat ons probleem niet alleen uit zonde, maar ook uit het feit dat God toorn en ongenoegen ervaart over de zonde. Het kan niet bestaan dat iemand meent wel een probleem te hebben met zonde, maar niet met God Zelf.
Het God-gerichte karakter van genoegdoening
Als wij uit het oog verliezen dat niet enkel en alleen de zonde een levensgroot probleem is, maar dat wij ook rekening dienen te houden met Gods toorn over de zonde, heeft dat gevolgen voor de manier waarop wij het Evangelie begrijpen. Wanneer wij Gods heilige ongenoegen over de zonde niet of nauwelijks serieus nemen, bestaat het risico dat wij meer gaan benadrukken dat God liefde is. De bekende slogan “God haat de zonde, maar heeft de zondaar lief” is een vrucht van deze houding. De Bijbel maakt duidelijk dat God niet alleen ongenoegen ervaart over de zonde, maar ook over de zondaar.
Daarbij maakt de Bijbel ook duidelijk dat, als de zondaar wil ontsnappen aan het daadwerkelijke oordeel over de zonde, Gods heilige boosheid over de zonde moet worden gestild. Daarom concludeert Reymond: “Wanneer wij kijken naar Golgotha en de Verlosser zien sterven voor ons, dienen wij in Zijn dood niet allereerst onze verlossing te zien, maar het (weg)dragen van onze verdoemenis!” (pagina 639).
Wat is Gods toorn? Het is Gods vijandschap met betrekking tot het kwaad in al zijn verschijningsvormen. Zonde is opstand tegen de heiligheid van God. Het roept Gods oordeel op; zonde moet worden gestraft. Er moet genoegdoening plaatsvinden. Er moet worden voldaan aan Gods rechtvaardige eis om zonde te straffen. Daarom is het kruiswerk van Christus noodzakelijk.
Hoe kan Christus’ dood genoegdoening zijn?
Als zondaren zelf de straf op de zonde moeten dragen, betekent dit dat zij deze straf voor eeuwig dienen te dragen. Daarom leert de Bijbel ook dat de hel – de plek waar Gods toorn en oordeel over de zonde wordt ervaren – eeuwig is. Omdat mensen tegen een oneindige God hebben gezondigd, is er een eeuwige en oneindige straf op het in opstand komen tegen Hem. De mens is dus nooit in staat genoeg straf te dragen waardoor deze op een bepaald moment helemaal betaald is. Als wij dit beseffen, gaan we zien hoe bijzonder, uniek en genadig het is dat God, in de Persoon van Jezus Christus, Zelf naar deze wereld is gekomen om de volledige straf op de zonde te betalen. Dit bepaalt ons wederom bij het cruciale belang van Zijn gehoorzaamheid. Hij is de eeuwige, volmaakte, zondeloze Zoon van God en alleen Hij heeft genoeg kunnen doen om de straf op de zonde helemaal te betalen, door Zijn sterven aan het kruis.
Wat zegt genoegdoening over Gods genade en liefde?
Nu we hebben gezien dat genoegdoening direct verband houdt met Gods toorn, kan de vraag opkomen hoe Gods genade en liefde zich hiertoe verhouden. Ook daar gaat Reymond op in. Hij haalt meerdere theologen aan om te onderstrepen dat Christus’ kruiswerk niet voorziet in genade, maar dat het kruiswerk van Christus voortkomt uit genade. Met andere woorden: God is door het kruiswerk van de Heere Jezus niet op andere gedachten gebracht. God heeft niet gezegd: “Nou, Zoon, nu Jij dit hebt gedaan, strijk Ik met de hand over Mijn hart; Ik zal genadig zijn en vergeving schenken aan iedereen die zijn of haar vertrouwen stelt op Jou.” Nee! Gods gezindheid of gedachten zijn niet veranderd door het kruis; zij zijn juist tot uitdrukking gekomen in het kruis! Als wij denken dat God eerst onwillig was om genade te bewijzen en toen werd overgehaald door het werk van Christus om dit toch te doen, hebben wij een totaal verkeerd beeld van Wie God is en begrijpen wij de betekenis van het kruis niet. Dit geldt trouwens ook wanneer wij denken dat Christus onwillig was of met tegenzin de straf op de zonde heeft betaald. Genade en liefde hebben de Vader bewogen de Zoon te geven; genade en liefde hebben de Zoon bewogen Zichzelf in gehoorzaamheid aan de Vader te geven – en dus ook om de volledige straf op de zonde te betalen.
Drie belangrijke eigenschappen voor de rijkdom van het Evangelie
We leven in een tijd waarin het ontzettend belangrijk is om bij deze drie eigenschappen bepaald te worden. We leven in een tijd waarin binnen bepaalde christelijke geloofsgemeenschappen geen ruimte meer lijkt te zijn om te kunnen en mogen spreken over Gods toorn. Het Evangelie bestaat in die context voornamelijk uit de genade en liefde van God. Maar wat blijft er in essentie over van deze genade en liefde als de mond die Gods toorn benoemt het zwijgen wordt opgelegd? Het Evangelie dreigt in onze tijd uit balans te raken. Er wordt te veel over genade en liefde gesproken, en te weinig over toorn en heilig ongenoegen. En begrijp mij niet verkeerd: het gaat er niet om dat we ooit teveel zouden kunnen praten over Gods genade en liefde. Laten we daar nooit over zwijgen! Maar laten wij bij deze bijzonder kostbare woorden nooit vergeten dat de ware en diepste essentie ervan nooit begrepen kan worden als wij geen besef hebben van Zijn toorn. Als wij ons realiseren dat wij van nature veroordeeld zijn om een straf te betalen die wij nooit kunnen betalen, en daarom eeuwig is, pas dán gloort er hoop, blijdschap, ontroering en ontzag wanneer we het Evangelie horen: “Vrees niet! Er is Iemand Die jouw plaats heeft ingenomen, Die deze straf wél kan betalen. En Hij heeft het betaald! Met Zijn bloed. Smetteloos. Als volmaakt gehoorzame Zoon van God. Jij gaat vrijuit.” Hoe dieper wij beseffen wat Gods toorn betekent, hoe kostbaarder Gods genade en liefde voor ons zullen worden en hoe heerlijker zij zullen smaken.
zondag 4 juni 2023
Het kruiswerk van Christus (3) Offer
De rijkdom van de Bijbelse verlossingsleer
De vorige keer hebben we gezien dat de gehoorzaamheid van de Heere Jezus gedurende Zijn hele leven en bediening van essentieel belang is voor de verlossing van degenen die Hij redt. Zijn gehoorzaamheid is van cruciaal belang voor het offer dat Christus bracht aan het kruis op Golgotha. Het is daarom niet verwonderlijk dat Robert Reymond, in zijn behandeling van het karakter van Christus’ kruiswerk en na stilgestaan te hebben bij de gehoorzaamheid van Christus, ingaat op het offer van Christus.
Wat Christus’ offer veronderstelt
Bij elk aspect dat Reymond behandelt met betrekking tot het kruiswerk van Christus, noemt hij ook de reden die eraan ten grondslag ligt. Met andere woorden: ieder aspect kent een bepaalde vooronderstelling. Er is een noodzaak waardoor dat aspect een indringende en onmisbare betekenis heeft. Wanneer we spreken over het kruiswerk van Christus als offer, raakt dit direct aan menselijke zonde en schuld. In het hele Nieuwe Testament wordt het kruiswerk van Christus omschreven als offer. Daarbij zijn er Bijbelteksten die Christus als Hogepriester beschrijven, Die Zichzelf heeft geofferd aan God en als het “Lam van God” (zie Johannes 1:29, 36). De termen “Hogepriester”, “Lam van God” en “Offer” hebben allemaal een direct verband met het offer.
De betekenis van Christus’ offer
Wanneer Reymond de betekenis van Christus’ sterven als offer beschrijft, merkt hij als eerste op dat dit begrip bekend klinkt voor evangelicale oren (mensen met zowel een Reformatorische als evangelische achtergrond, die de orthodoxe leer van de Bijbel aanvaarden en belijden). Juist daarin schuilt het gevaar dat wij het belang van dit offer niet meer goed in beeld hebben. Daarom noemt hij vier belangrijke kenmerken van het offer, zoals we dit kennen vanuit het offersysteem in het Oude Testament. Dit offersysteem vormt immers de achtergrond van Christus’ kruiswerk als offer.
Als eerste veronderstelt het offer de zondeloze volmaaktheid van de Heere Jezus. Ieder offer dat aan God gebracht werd, diende onberispelijk te zijn. Dit betekent dat het in geen enkel opzicht een gebrek mocht hebben. Het moest perfect zijn. Smetteloos. Zuiver. Dit punt benadrukt eens temeer hoe essentieel het is dat de Heere Jezus gedurende Zijn aardse leven en bediening nooit heeft gezondigd en dat Hij in alles de wil van Zijn Vader heeft gehoorzaamd.
Ten tweede veronderstelt het offer dat de zonde van de zondaar op Christus zijn gelegd en Hem zijn toegerekend zoals dit in de Levitische wetgeving is te lezen (zie hiervoor bijvoorbeeld Leviticus 16:21-22).
Als derde leidt het feit dat de zonde van de zondaar op Christus is gelegd tot het innemen van de plaats van de zondaar door Christus. Als Lam van God is Hij Degene op Wie de zonde van de zondaar wordt gelegd. De zonde van de zondaar worden Christus toegerekend.
Ten vierde is er de noodzaak van het wegnemen of uitwissen van de zonde van de zondaar. De Hebreeënschrijver zegt dat “zonder bloedvergieten geen vergeving plaatsvindt” (Hebreeën 9:22).
De aspecten – deze vier theologische principes – zo stelt Reymond, rechtvaardigen de conclusie dat het sterven van Christus in juridische zin “de zonden van al degenen voor wie Hij stierf heeft weggedaan.”
De liberale afwijzing van de Bijbelse betekenis van het offer
Reymond besluit de bespreking van het offer met een belangrijke opmerking. In liberale, vrijzinnige kerken wordt de betekenis van Christus’ sterven als offer – zoals hierboven is beschreven – bestreden vanuit de gedachte dat de gehele Bijbel zich zou verzetten tegen ieder menselijk offer. Reymond stelt, ondersteund met een citaat van Geerhardus Vos, dat de Bijbelgetrouwe christen zich goed moet realiseren dat het offersysteem van het Oude Testament waarde en betekenis heeft, juist omdat het vooruit wijst naar het offer dat een Mens zou brengen – de volmaakte, zondeloze Jezus Christus. Reymond voegt eraan toe dat, als de priestercultus met bijbehorende offers een weerspiegeling is van het cultische denken in het toenmalige Midden-Oosten (ongeveer 2000 jaar vóór Christus), Mozes een van de meest barbaarse mensen is geweest die ooit heeft geleefd. Hij heeft als middelaar immers deze Levitische wetgeving aan het volk bekendgemaakt. God verzet Zich in principe niet tegen álle menselijke offers. Paulus schrijft in Romeinen 8:32 dat “Hij [God] zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft.” God verzet Zich in principe niet tegen ieder menselijk offer, maar wel tegen een zondig menselijk offer, omdat een dergelijk offer voor Hem niet kan bestaan en geen stand kan houden. En hier komt de unieke schittering van het Evangelie naar voren: geen enkel mens is in staat om met zijn of haar leven het offer te brengen dat verzoening kan brengen met God. Geen enkel mens in staat een offer te brengen dat de zonde van zondaren kan wegnemen. Er is één uitzondering: de Mens Jezus Christus. Juist omdat Hij volmaakt is, zonder zonde, heeft Hij een onberispelijk offer kunnen brengen. Smetteloos. Zuiver. Zijn offer houdt stand voor God; het is helemaal goed. Perfect. Volmaakt.
De perfectie van Christus en de zonde van alle mensen
Wanneer we nadenken over het kruiswerk van de Heere Jezus als offer, komen twee werelden bij elkaar: Zijn perfectie, Zijn volmaaktheid en onze zonde. Onze schuld. De vooronderstelling die Reymond voor de noodzaak van het offer formuleert, namelijk menselijke zonde en schuld, is volkomen terecht en raakt de kern van het Bijbelse offer – en uiteindelijk het ultieme offer dat Christus heeft gebracht. Als wij lezen over het offer dat Hij aan het kruis heeft gebracht, zien we allereerst ons grootste probleem: onze zonde. Het is hierbij van belang dat we niet in algemene termen blijven spreken. Christus heeft Zijn offer gebracht omdat jij en ik – ik maak het nu bewust persoonlijk – gezondigd hebben en schuldig staan tegenover God. Als wij dit niet zien en erkennen als de noodzaak voor het offer van Christus, zal Zijn kruiswerk weinig tot geen betekenis voor ons hebben. Maar als wij erbij worden bepaald dat wij allemaal – niemand uitgezonderd – schuldig staan tegenover God vanwege onze zonde, gaan we de heerlijkheid zien van de vier genoemde aspecten van Christus’ offer: Christus heeft, als volmaakte, zondeloze Zoon van God, de plaats van zondaren ingenomen; de zonde van de zondaar zijn op Hem gelegd en door Zijn bloed heeft Hij de zonde van de zondaar weggedaan. Voor wie zijn zonde ziet, zijn schuld erkent en beseft dat hij of zij niet in staat is om zelf een perfect offer voor God te brengen, is dit het beste nieuws in de wereld: Jezus Christus heeft in mijn plaats het perfecte, volmaakte offer gebracht met Zijn bloed. Mijn zonden zijn weggedaan!
zaterdag 3 juni 2023
Het kruiswerk van Christus (2) Gehoorzaamheid
De rijkdom van de Bijbelse verlossingsleer
Voordat we het kruiswerk van de Heere Jezus Christus gedetailleerd gaan bestuderen, is het noodzakelijk om stil te staan bij het belang van Zijn gehoorzaamheid gedurende Zijn hele leven als Mens op aarde. Nadat Reymond wat uitgebreider heeft gekeken naar teksten in het Nieuwe Testament die spreken over het “lichaam”, “bloed”, “kruis” en de “dood” van Christus, onderstreept hij het belang van het alomvattende en onderliggende aspect van Zijn gehele leven en bediening, namelijk de gehoorzaamheid van Christus (Romeinen 5:18). Zonder deze gehoorzaamheid kan Bijbels gezien niets met waardigheid worden gesteld dan wat de Schrift zelf getuigt. Kortom: de gehoorzaamheid van Christus gedurende Zijn hele leven en bediening is essentieel voor de betekenis van Zijn kruiswerk.
De aard van Christus’ gehoorzaamheid
Reymond merkt op dat het Nieuwe Testament slechts driemaal expliciet spreekt over de gehoorzaamheid van Christus (Romeinen 5:19; Filippenzen 2:8; Hebreeën 5:8). Het concept van deze gehoorzaamheid is echter ook in andere teksten terug te vinden, bijvoorbeeld in gedeelten waar Christus “dienstknecht” wordt genoemd en waarin wordt verklaard dat het doel van Zijn komst het doen van de wil van Zijn Vader is. Reymond wil hiermee onderstrepen dat Christus als gehoorzame Zoon Zijn werk aan het kruis heeft volbracht en dat Hij Zichzelf voor eens en voor altijd als gehoorzame Zoon heeft geofferd om ons met God te verzoenen.
Vervolgens noemt Reymond vier kenmerken van Christus’ gehoorzaamheid, die hij heeft overgenomen uit het boek Redemption – Accomplished and Applied van de in Schotland geboren theoloog John Murray (1898-1975).
Als eerste is de gehoorzaamheid van Christus een oprechte gehoorzaamheid, waarmee Hij Zichzelf van harte gewillig en met vreugde onderwierp aan de wil en Wet van Zijn Vader. Nooit was Zijn gehoorzaamheid oppervlakkig of slechts een zaak van de buitenkant. Zijn gehele leven op aarde was er één van het zich verheugen in het doen van Zijn Vaders wil.
Ten tweede stelt Reymond, aan de hand van het werk van Murray, dat de Schrift impliceert dat er een progressieve lijn of ontwikkeling in de gehoorzaamheid van Christus aanwezig is geweest (zie teksten als Lucas 2:52, Hebreeën 2:10, en Hebreeën 5:8-9). Dit kan voor ons nogal verwarrend overkomen. Het getuigenis van de Schrift met betrekking tot dit specifieke punt is niet dat Christus een ontwikkeling doormaakte van een staat van ongehoorzaamheid naar gehoorzaamheid. Dat zou betekenen dat de Heere Jezus ooit gezondigd zou hebben en deze gedachte wordt in de Schrift uitdrukkelijk verworpen. Wanneer we denken aan een progressieve lijn of ontwikkeling in de gehoorzaamheid van Christus, moeten we in gedachten houden dat Hij gedurende Zijn leven en bediening meerdere malen te maken heeft gekregen met verzoekingen, beproevingen en tegenstand of verzet. Iedere keer dat Hij hiermee werd geconfronteerd, werd Hij steeds meer resoluut in doen van Zijn Vaders wil. Het beeld van traplopen zou ons hierbij kunnen helpen. Iedere trede is een stap in gehoorzaamheid, te midden van verzet, verzoeking en vijandschap. Hoe meer treden Christus in Zijn gehoorzaamheid beklom, hoe hardnekkiger de vijandschap en het verzet werden, en tegelijkertijd werd Zijn gehoorzaamheid meer vastberaden. Dit proces, deze progressieve ontwikkeling in het gehoorzamen van de wil van Zijn Vader, was noodzakelijk om Hem voor te bereiden op de laatste trede: het kruis van Golgotha.
Als derde stelt Reymond dat de gehoorzaamheid van Christus een climax kent. Hij vermeldt hierbij dat Murray recht wil doen aan het getuigenis van de Bijbel over Christus’ strijd in Gethsemané en uiteindelijk het kruiswerk zelf.
Tot slot, en als vierde, noemt Reymond de dynamiek van Christus’ gehoorzaamheid. Hiermee wordt bedoeld dat de door God bepaalde manier waarop Zijn Zoon gehoorzaamheid zou leren en Zijn Messiaanse taak zou volbrengen, het lijden is. Het is door Zijn lijden dat Hij “veel kinderen tot heerlijkheid zou brengen” (Hebreeën 2:10).
Het doel van Christus’ gehoorzaamheid
Reymond stelt dat Reformatorische theologen zich altijd hebben verdiept in het doel van Christus’ gehoorzaamheid, omdat zij zich ervan bewust zijn dat de verlossing van degenen die Hij redt afhangt van Zijn persoonlijke en doorlopende of altijddurende gehoorzaamheid aan Gods Wet. Reformatorische theologen maken eveneens onderscheid tussen de actieve en passieve gehoorzaamheid van Christus. Reymond zelf vindt deze termen ongelukkig. Immers, zo stelt hij, niets van wat Christus heeft gedaan, heeft Hij passief of niet van harte of niet-gewillig gedaan. In plaats daarvan geeft hij de voorkeur aan de termen voorschrijvende en strafdragende gehoorzaamheid. Het eerste verwijst naar Christus’ gehoorzaamheid aan de voorschriften van de Wet, het laatste heeft betrekking Zijn gewillige gehoorzaamheid in het dragen van de gehele straf vanwege de ongerechtigheid van Zijn volk die door diezelfde Wet bepaald is. Door Zijn voorschrijvende gehoorzaamheid bezit Hij een volmaakte gerechtigheid die wordt toegerekend aan iedereen die op Hem vertrouwt. Door Zijn strafdragende gehoorzaamheid droeg Hij Zelf, door wettelijke toerekening, de straf voor Zijn volk vanwege de zonde. Het is in het bijzonder deze laatste vorm van gehoorzaamheid die tot uitdrukking komt in Zijn kruiswerk. Dit is de grond van Gods rechtvaardiging van zondaren, waardoor zij worden vrijgesproken en vergeven (omdat Christus in hun plaats de straf op de zonde heeft gedragen) én waardoor zij door God worden aanvaard als rechtvaardig (omdat Christus’ voorschrijvende gehoorzaamheid of volmaakte gerechtigheid hen is toegerekend door geloof).
Christus’ gehoorzaamheid: in leven en sterven
Reymond sluit de behandeling van Christus’ gehoorzaamheid af met de conclusie dat de christen met dankbare lofprijzing de Verlosser aanbidt vanwege Zijn gehoorzaamheid aan de wil en Wet van Zijn Vader. Zonder deze gehoorzaamheid zou er geen verlossing zijn!
Het is een proclamatie vanuit aanbidding die voortdurend onderstreept dient te worden. Zijn wij ons als christenen werkelijk bewust van het feit dat niet alleen de uren van Christus’ strafdragende gehoorzaamheid, maar ook de drieëndertig jaar van voorschrijvende gehoorzaamheid essentieel zijn voor onze verlossing? Vaak wordt de suggestie gewekt dat het lijden en sterven van Christus dé bepalende, cruciale factor en grond is voor onze verlossing. Maar dit is slechts de helft van het verhaal. En we beseffen het wellicht niet, maar als dit halve verhaal voor ons het totale verhaal is, hebben wij géén Evangelie. Een zondaar heeft namelijk niet alleen vergeving en vrijspraak nodig, maar ook volmaakte gerechtigheid. Daarom is de gehoorzaamheid van Jezus Christus gedurende Zijn hele aardse leven en bediening essentieel! De waarde van Christus’ sterven wordt gedragen en ondersteund door Zijn leven in volmaakte gehoorzaamheid.
Dit is een buitengewoon bemoedigend en vertroostend getuigenis van de Schrift. Dit is het goede nieuws van Gods Woord: niet alleen heeft Christus in mijn plaats de straf op de zonde gedragen, maar Hij heeft ook in mijn plaats volmaakt de Wet van God gehoorzaamd en vervuld. Op de oordeelsdag ben ik veilig en beschermd, omdat ik bekleed ben met het kleed van Christus’ volmaakte gerechtigheid en omdat Hij in mijn plaats Gods oordeel over de zonde gedragen heeft. Christus heeft voorzien in wat ik moest hebben maar niet heb, en Hij heeft de straf gedragen die ik had moeten ondergaan. Zouden wij dan niet in dankbaarheid Deze gehoorzame Zoon van God aanbidden?
Het kruiswerk van Christus (1) Inleiding
De rijkdom van de Bijbelse verlossingsleer
De kern van het christelijk geloof draait om de Persoon en het werk van Jezus Christus - Gods Zoon. Geopenbaard in het vlees. Afstraling van Gods heerlijkheid. De lijdende Knecht van de Heere. De Messias. De Verlosser. De Heere.
Voor Bijbelgetrouwe christenen geen onbekende taal of termen. En juist door de bekendheid kan het gebeuren dat de kern van de boodschap en de ware essentie ervan niet meer in al zijn rijkdom wordt beseft en beleefd.
Hernieuwd besef
In de lijdensweek – de week van Goede Vrijdag en Pasen – ben ik begonnen met het lezen van hoofdstuk 17 in A New Systematic Theology of the Christian Faith van Robert Reymond (1932-2013). Dit hoofdstuk behandelt het karakter van het kruiswerk van de Heere Jezus Christus. De centrale vraag in dat hoofdstuk gaat over de kern van de Bijbelse verlossingsleer: wat heeft Christus tot stand gebracht door Zijn sterven en opstanding, hoe kan het dat Hij, en Hij alléén Degene is Die dit heeft kunnen doen en welke gevolgen heeft dit voor de Kerk (allen die door het geloof met deze Christus zijn verbonden)? Het doordenken van het materiaal in dit hoofdstuk heeft niet alleen een dieper, rijker en heerlijker zicht gegeven op Christus en Zijn werk, maar heeft mij ook inzicht gegeven in de radicaliteit van dit verlossingswerk. Er is werkelijk geen enkel aspect in de verlossing van de christen die buiten het werk van Christus om tot stand wordt gebracht!
De drie ambten van Christus
In de inleiding van het hoofdstuk staat Reymond stil bij de drie ambten van Christus: Profeet, Priester en Koning. Elk van deze ambten heeft een directe betekenis voor het verlossingswerk dat Christus voor zondaren heeft volbracht (en om specifiek in de termen van Reymond te spreken: voor Gods uitverkorenen).
Als Profeet heeft Hij de boodschap van God de Vader verkondigd aan de mensen. Bovendien heeft Hij toekomstige gebeurtenissen voorspeld. Ook vandaag spreekt Christus als Profeet tot Zijn Kerk en tot de wereld, door Zijn Woord en Geest. Hij openbaart Gods wil voor onze verlossing en tot opbouw van Zijn Gemeente.
Als Priester heeft Hij Zichzelf gegeven als offer om verzoening te brengen en om te voortdurend pleiten voor iedereen die door Hem tot God gaat.
Als Koning roept Christus alle uitverkorenen uit de wereld – het geestelijk dode wereldsysteem door de zonden en overtredingen – om een volk te zijn voor Hemzelf. Vanuit Zijn Koninklijke heerschappij geeft Hij de Kerk opzieners, wetten en tuchtprocedures waardoor Hij zichtbaar over Zijn Gemeente regeert. Hij bewaart en ondersteunt Zijn kinderen in alle verzoekingen en lijden, houdt de vijandige machten van de Kerk in bedwang en overwint hen. Hij werk alles met kracht voor Zijn eer en voor het welzijn van Zijn Kerk en zal uiteindelijk al Zijn vijanden straffen die God niet kennen en het Evangelie niet gehoorzamen.
Reymond stelt dat Christus in deze drie ambten voorziet in de nood van de mens. In de kern heeft de mens drie problemen: hij is onwetend (en moet worden onderwezen aangaande God en Zijn werk – de Profeet), schuldig (en heeft gerechtigheid nodig – de Priester) en zwak en afhankelijk (en heeft kracht en bescherming nodig – de Koning). Wanneer we het karakter van Christus’ kruiswerk bestuderen, staan we hoofdzakelijk stil bij het tweede aspect, namelijk het Priesterlijk ambt van Christus.
Kern van de apostolische prediking
Het kruiswerk van Christus, zo stelt Reymond, staat centraal in het christelijk geloof én de verkondiging ervan. Dit alles vanwege Wie Degene is Die stierf aan het kruis en wat Hij daar heeft gedaan. De Kerk van Jezus Christus heeft altijd geroemd in het kruis – en in niets anders! Zij heeft niets anders willen weten dan “Jezus Christus en Die gekruisigd” (1 Korinthe 2:2). Het feit dat Paulus het kruis van Christus omschrijft als “de kracht van God en de wijsheid van God” (1 Korinthe 1:24) wijst erop dat God door het kruiswerk van Christus werkelijk “zo'n grote zaligheid” tot stand heeft gebracht (Hebreeën 2:3). Het is dus niet overdreven wanneer we stellen dat de kernboodschap van de Bijbel als volgt kan worden verwoord: het verlossend handelen van God door genade in Jezus Christus, omwille van Zijn eer en het welzijn van zondaren. Waar de belijdende kerk van Christus deze boodschap loslaat en uit het oog verliest, zal zij zeker aan kracht verliezen en zal het geestelijk leven uit haar wegvloeien. Het welzijn van Christus’ Kerk staat of valt met de waardering van Christus’ verlossingswerk en de concrete toepassing daarvan door de kracht van de Heilige Geest.
Het gevaar van een gepolitiseerd “evangelie”
De grote verzoeking voor de belijdende kerk in onze tijd is gelegen in het feit dat zij aan wil haken bij de politieke actualiteit en in ruil daarvoor de kern van het Evangelie verwaarloost of verloochent. Er schuilt een groot risico en gevaar voor de belijdende kerk wanneer zij in haar behoefte relevant te willen zijn aansluiting zoekt bij het gebruiken van haar stem met betrekking tot maatschappelijke problematiek en grote vraagstukken. Ik ben er niet op tegen dat de belijdende kerk haar stem gebruikt om Gods geopenbaarde waarheid met betrekking tot een vraagstuk te verkondigen. Natuurlijk moet de Kerk zichzelf niet isoleren van de wereld. Zij moet echter niet pretenderen dat háár stem en arbeid met betrekking tot de omgang met een specifiek vraagstuk de kern van het Evangelie is. De Kerk moet haar agenda niet laten bepalen door de wereld. De wereld ziet overal problemen en crises. Heilzame (ant)woorden en daden met betrekking tot maatschappelijke problemen en vraagstukken zijn niet de kern van het Evangelie. Wanneer de belijdende kerk zich in haar spreken en doen wél op deze manier opstelt, laat zij zien dat zij zich haar agenda heeft laten ontnemen door de wereld. Er is geen droeviger staat waarin de belijdende kerk kan verkeren dan een staat waarin zij zich laat leiden door het formuleren van antwoorden en oplossingen van huidige maatschappelijke en mondiale problemen en daarbij volkomen voorbij gaat aan het kruiswerk van Jezus Christus. Door zo te handelen heeft zij de kern van haar verkondiging verloren en heeft ze de kern van het Evangelie verward met de vrucht van het Evangelie. Ze heeft zich laten verleiden en misleiden door mee te praten en mee te doen met het aanpakken van maatschappelijke problemen (vrucht) zonder de kern van het probleem te benoemen en zonder de kern van Gods Goede Nieuws, het Evangelie, te proclameren.
Wat de kern van het probleem én de kern van het Evangelie is, zullen we in het vervolg ontdekken.