SalvationInGod

zondag 6 januari 2019

Aanbidding – overgave aan de God Die Zichzelf geeft (3)

Woordverkondiging Psalm 66:8-12, uitgesproken op 6 januari 2019 in Bruchem

Broeders en zusters, het is een voorrecht en een grote vreugde om deze morgen weer in jullie midden te zijn. Ik vervolg deze morgen de prekenserie over Psalm 66. En omdat ik niet de illusie heb dat jullie nog precies weten wat ik de vorige keren heb verteld, geef ik een korte terugblik:

Preek 1 – Aanbidding met God als Centrum: twee sporen – God-gecentreerde aanbidding en onze emoties. Aanbidding gaat niet buiten onze emoties en gevoelens om, maar worden er ten volle bij betrokken
Preek 2 – Aanbidding door het zien van Gods machtige daden: de aanbidding van God (Hem loven en prijzen) door het zien van Zijn werken. In het vorige gedeelte was de lofzang op Gods verlossing duidelijk triomfantelijk. Geen woord over de daden van een vijand. Geen woord over de zonden van Gods verbondsvolk. Geen woord over strijd, conflicten en ongeloof. Het lijkt wel alsof het volk Israël flink in de watten is gelegd en op-en-top werd verzorgd!

Maar dan komen we deze morgen bij…
Preek 3Aanbidding in Gods leerschool van de beproeving. Laten we eerst het gedeelte, Psalm 66:8-12, met elkaar lezen:

“Loof, volken, onze God;
laat het geluid van Zijn roem horen,
Die onze ziel weer het leven geeft,
en niet toelaat dat onze voet wankelt.
Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.”
(Psalm 66:8-12, HSV)

Broeders en zusters, ook hier lezen we over een triomf. Ook hier horen we de klanken van een verlossingslied. Ook hier horen we Gods volk met blijdschap Zijn grote werken bezingen.
Maar geheel triomfantelijk klinkt het dit keer niet. Er klinkt een duidelijke ondertoon van lijden. Er klinken echo’s van diepe vernedering en pijn en krachtloosheid. Dit gedeelte, broeders en zusters, is een diepdoorleefd “Halleluja!” Dit gejuich is door strijd tot stand gebracht. Beide aspecten, zowel het lijden als de lofzang, worden hier bij elkaar gevoegd. Dit lijkt met elkaar te conflicteren. Wij kunnen dit maar moeilijk bij elkaar brengen. En juist omdat deze twee zaken volgens sommige mensen niet bij elkaar gehouden kunnen worden, leidt dit tot allerlei innerlijke conflicten. Iemand begint te twijfelen aan God, en een ander verliest zijn geloof. Voor anderen is het de reden niet eens aan geloof te beginnen. Het onderwerp van deze morgen ligt dus in bepaalde zin “zwaar op de maag.” Maar het is een geestelijke les die ons leert dat ons geloof sterker wordt als we juist veel en diep willen doordringen in de onderwerpen waar veel gewicht aan hangt.
Toepassing: Onderwerpen als beproevingen – denk erover na! Wat zegt de Bijbel over beproevingen? Wat is Gods doel ermee? Wat is de verantwoordelijkheid van de gelovige tijdens beproevingen? En wat is de rol van ons geloof tijdens beproevingen?
Het is goed om met dit soort vragen naar de Schrift te gaan en om deze vragen door diezelfde Schrift te laten beantwoorden. Bouw aan een degelijke, solide theologische basis, broeders en zusters. Als kerkelijke gemeente én als individuele gelovige. Dit is van belang, omdat ieder van ons op een dag wordt geconfronteerd met de pijnlijke aspecten van dit leven. En dan kom je erachter dat je een stevig fundament moet hebben. Het betekent niet dat je alle antwoorden moet hebben op de vragen die je hebt, maar dat je genoeg antwoorden hebt die voeding blijven aan het geloof in de Heere Jezus – genoeg antwoorden die dat geloof gezond houden.
En dit gedeelte, broeders en zusters, roept voor mij één grote en belangrijke vraag op:

“Zijn wij bereid om als gelovigen in de gekruisigde en opgestane Heere Jezus goed te blijven spreken over God wanneer Hij van ons vraagt het verlies van al Zijn goede gaven te verdragen?”


Deze vraag staat centraal in de prediking deze morgen. Gemeente, als er iets is wat ik deze morgen mee wil geven, dan is dat het belang van God-gecentreerde aanbidding. Het gedeelte dat wij deze morgen met elkaar hopen te behandelen, bewijst waarom een christen en de christelijke Kerk niet zonder God-gecentreerde aanbidding kán.
Ik wil deze morgen opnieuw kijken naar de aanbidding van God vanuit de twee sporen, door de lens die we beproeving noemen. Uiteindelijk hoop ik dat u ziet waarom een christen God-gecentreerd dient te zijn.
De boodschap van deze morgen bestaat uit twee delen, of punten. Het eerste deel zal ik stilstaan bij Gods rol in de beproeving van Zijn volk. In het tweede deel zal ik ingaan op de reactie en de houding van Gods volk na beproeving. Dus:

1. Wat God in de beproeving geeft aan Zijn volk (vers 10-12a)
2. Wat Gods volk na de beproeving teruggeeft aan God (vers 8-9)


1. Wat God in de beproeving geeft aan Zijn volk (vers 10-12a)
Wanneer we Psalm 66:8-12 lezen, dan vraagt u zich wellicht af hoe de titel van deze prekenserie (“Aanbidding – overgave aan de God Die Zichzelf geeft”) zich verhoudt tot beproevingen en de uitspraken die de psalmist hier doet. Want in dit gedeelte lijkt God niets te geven. Hij lijkt alleen maar te nemen – en dat woord nemen is niet verkeerd gekozen, want in Job 1:21b lezen we dat Job zelf na het verlies van zijn vee en kinderen zegt:

“De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”

En onmiddellijk vervolgt de schrijver in vers 22 met de woorden:

“In dit alles zondigde Job niet en schreef hij God niets ongerijmds toe.”

In Psalm 66:8-12 zien we iets dergelijks gebeuren. En dan gaat het met name over vers 10-12a:

Vers 10a: “Want Ú hebt ons beproefd, o God…”
Vers 10b: “Ú hebt ons gelouterd…”
Vers 11a: “Ú had ons in het net gebracht…”
Vers 11b: “Ú had een knellende band om ons middel gelegd…”
Vers 12a: “Ú had de sterveling over ons hoofd doen rijden…”

God beproeft Zijn volk. God test Zijn volk. We zien hier vier beelden die allemaal wijzen op beproeving. In vers 10 zien we het beeld van loutering, of zuivering. Zilver wordt gelouterd in het vuur om echt alleen het zilver over te houden; alles wat niet zilver is, wordt daardoor verwijderd. Dit proces wordt in de volgende vier beelden beschreven:

• In vers 11a zien we het beeld van gevangenschap en omsingeling. Gods volk wordt in het nauw gedreven
• In vers 11b zien we het beeld van verzwakking, een krachtmeting, een test hoeveel iets of iemand kan dragen of verdragen; de knellende band om het middel – of, zoals andere vertalingen zeggen: de zware last op de rug – wijst op een test van de draagkracht die de mens bezit
• In vers 11c zien we het beeld van vernedering en tirannie; het hoofd is het meest eerbare of nobele lichaamsdeel van een mens en hier ongenadig overheen rijden staat symbool voor de grootste vorm van vernedering
• In vers 12a zien we het beeld van een overweldigende stortvloed (water) of de hitte van het vuur. Dit beeld vinden we ook in 1 Petrus 4:12, waar het gaat over de hitte van de verdrukking (vuur). Hier is sprake van extreem gevaar

Wat is God hier aan het doen? Waarom handelt God op deze manier met Zijn volk? Hier treden we het mysterie van Gods voorzienigheid binnen:
God geeft redenen aan Zijn heiligen om meer aan Hem vast te klampen.
God geeft redenen om meer op Hem te hopen.
God geeft redenen om Hem meer aan te roepen voor herstel en verlossing.
Nou, dát klinkt in onze oren bepaald niet logisch. Het klinkt onlogisch. Ongeloofwaardig zelfs!
Want waarom zou je méér op Iemand moeten hopen die Zijn aangezicht voor jou verbergt? Waarom zou je Iemand méér moeten aanroepen, terwijl Diegene jou als het ware in gevangenschap leidt en ervoor zorgt dat vernedering jouw deel wordt?
Is het niet veel redelijker en veel logischer te vertrouwen op een god die zijn volk altijd en overal beschermt tegen het lijden? Is het niet veel gemakkelijker te geloven in een god die zijn volk niet in gevangenschap leidt, hen niet blootstelt aan vernedering en hen niet door een zware beproeving laat gaan, zodat zij niet zó krachteloos wordt, dat ze bijna geen adem meer kan halen?
Waarom gaat God zó tegendraads te werk?
Stephen Charnock, een Puriteins theoloog uit de zeventiende eeuw, schrijft in zijn werk over het bestaan en de eigenschappen van God dat we onderscheid moeten maken tussen de voorbereiding op en uitvoering van Gods verlossend handelen:

“Maak onderscheid tussen voorbereidingen op het werk [ik vat dit op als “verlossingswerk” – letterlijk: hoofdwerk, main work] en de perfectie of uitvoering van het werk; maak onderscheid tussen Gods ogen en de ontdekking van Zijn macht. Zijn ogen gaan voor Zijn macht uit [dat is: God ziet wat Hij gaat doen en weet hoe de uitkomst zal Zijn voordat Hij het doet, RB]. Door dit onderscheid te verwaarlozen hebben de Israëlieten op liefdeloze wijze de goedheid van God ter discussie gesteld; toen God hen naar de Rode Zee bracht, interpreteerden zij dit als een voorbereiding op hun ondergang, terwijl het slechts de voorbereiding was op de gehele verlossing – tot eer van God en tot vertroosting en opbouw van henzelf.”
(Eigen vertaling)

Toepassing: Broeders en zusters, God heeft een hoog streven voor ons, een groots doel, een hoge roeping: goed van Hem spreken en Zijn verlossingsdaden verkondigen en in tijden van lijden, verdrukking en beproeving niet vertrouwen op geld of goed, maar het uitschreeuwen naar Hem, omdat Hij Zich in het verleden heeft bewezen als de God van alle genade! Leef uit dit geloof gemeente, leef hieruit! Leef met het vertrouwen dat wanneer God iets uit uw leven wegneemt, Hij ook zal voorzien in verlossing. Hij legt als het ware het heilige vuur aan uw schenen, om al het vertrouwen op uzelf eruit te branden. Hij brengt u in een situatie van vernedering, zodat u alleen nog maar Zijn heilige Naam kunt verhogen. Hij overweldigt u in de stortvloed, zodat u erkent dat God en God alleen rust en vrede kan brengen en het gevaar van u kan wegnemen. En het bewijs dat God Zijn trouw in uw leven heeft bewezen, is deze morgen zichtbaar. Als God Zijn trouw niet zou hebben bewezen, had u hier vanmorgen niet gezeten.
Toepassing: Dus bedenk, dat als u iemand bent die veel lijden heeft moet doorstaan, en als u hier aanwezig bent als gelovige, dat Gods genade in rijke mate in uw leven is binnengekomen. Ook al voelt u zich misschien zwak of klein. U hebt veel lijden moeten doorstaan en bent door vele beproevingen gegaan en u bent een gelovige! Besef wat voor een geweldig wonder dit is!

Welnu – hier moet ik een pastorale voetnoot plaatsen.
Want al deze beelden – de vier beelden van beproeving – hebben namelijk iets gemeenschappelijks: het lijden wordt op beeldende wijze als zwaar omschreven. Het lijden is zwaar. De beproeving is zwaar. Dit zijn de diepe dalen waar Gods volk doorheen gaat. En ze gaat er niet zomaar doorheen; ze moet erdoorheen. En ik wil dat zware lijden op geen enkele manier bagatelliseren. Ik wil niet doen alsof het niks voorstelt. Daarom wil ik hier een pastorale voetnoot plaatsen.
Toepassing: Want wat doen wij, als wij er getuigen van zijn dat God bepaalde zaken uit het leven van broeders en zusters wegneemt? Op dat moment wordt u als gemeente blootgesteld aan een test, een beproeving, die heel zwaar kan zijn. Laten we hier niet lichtvaardig mee omgaan, broeders en zusters. Laten we niet alleen met onze mond belijden dat wij als christenen collectief lijden, laten we het ook zo invullen. Omring degenen die op de proef worden gesteld door het verlies van iets wat zó dierbaar voor hen was. En laten we niet alleen maar met onze mond belijden dat het lijden zwaar is, maar laten we ook in onze houding zien dat we de last van het lijden samen dragen.
Als hier iemand in lijden verkeert, dan lijdt iedereen mee (1 Korinthe 12:26). De gemeente lijdt collectief. Laat dit heel concreet zien. Dit vraagt moed van twee kanten.
Toepassing: Het vraagt moed van degene die lijdt: probeer woorden te geven aan wat u ervaart, dat doet de psalmist hier ook. Als u zich gevangen voelt, zeg het. Als u voelt dat een bepaalde last te zwaar voor u is en u hebt het gevoel dat het u overweldigt en dat u dit niet kunt dragen, zeg het. Als u zich vernederd voelt, zeg het. Dat is een hele uitdaging. U moet dit maar durven!
Toepassing: En voor degenen die luisteren naar de woorden van persoon die lijdt, is er een andere opdracht: Beschouw uzelf in gevangenschap met uw broeder of zuster. Beschouw de last van uw broeder of zuster als ondraaglijk voor uzelf. Beschouw uzelf als vernederd. Dit is niet gemakkelijk, zeker niet als uzelf in omstandigheden verkeert die haaks staan op deze bijzonder pijnlijke beschrijvingen. Probeer u te vereenzelvigen met het lijden van de ander. Probeer uzelf in te leven in dat wat die ander over zich heen krijgt en hoe dat wordt beleefd.
Toepassing: Ter afsluiting van deze pastorale voetnoot wil ik u dit principe meegeven: blijf tijdens een beproeving weg van een diagnosticerende benadering. De diagnosticerende benadering ziet niet allereerst op wat God doet, maar waarom Hij iets doet. Het kijkt niet allereerst naar wat God aan het doen is, maar wat de persoon in kwestie heeft gedaan (of: zou hebben gedaan), zodat dit lijden, deze beproeving, deel van zijn leven is geworden. Doe dit niet, broeders en zusters. Wees geen “speculatieve lastenverzwaarders”, die niet willen rusten vóórdat de reden van het lijden duidelijk is geworden. Ga niet met een afvinklijstje bij iemands ziekbed staan, om te controleren of hij of zij iets heeft gestolen, heeft gevloekt, overspel heeft gepleegd, heeft gelogen of wat dan ook.
Begrijp mij niet verkeerd: het kan zijn dat iemand uit zichzelf een zonde belijdt die heel lang verborgen is gehouden, omdat hij op dit moment wordt beproefd. Maar wanneer u hier altijd vanuit gaat, zult u op een hoop onbegrip stuiten bij mensen die oprecht leven en die naar eer en geweten kunnen stellen dat ze in het licht hebben gewandeld en dat ze geen zonde verborgen hebben gehouden. En kijk altijd per situatie wat verstandig is om te doen.
Leer van het boek Job! Weet u wanneer de vrienden van Job de beste pastorale zorg verleenden? Toen zij zwegen. Toen ze hun mond open deden, ging het fout. Toen kwamen de theologische discussies en de verwijten. Laat dat niet gebeuren, gemeente!
Weet u dat er ook een zekere spanning zit tussen teksten die gaan over het lijden van de Heere Jezus? Vergelijk Hebreeën 12:1b-2 eens met Mattheüs 26:39:

“En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.”
(Hebreeën 12:1b-2)

“En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
(Mattheüs 26:39)

Als je de tekst uit Hebreeën leest, kom je bijna in de verleiding te denken dat Christus Zijn lijden gemakkelijk heeft verdragen. “Omwille van de vreugde die in het vooruitzicht was gesteld heeft Hij het kruis verdragen en alle schande veracht.”
Totdat je Mattheüs’ verslag erbij pakt, dat gaat lezen en dan tot de conclusie komt dat het lijden ook voor Christus een intensieve strijd is geweest. “Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
Beide teksten zijn waar, en daarmee beide ervaringen ook. Het lijden heeft iets bitters én iets zoets in zich. Het bittere deel betekent de pijn en de schande verdragen en het zoete deel weet: “Er komt iets beters! Er komt iets mooiers!”

Dus samenvattend: vanuit theologisch oogpunt kunnen we zeggen dat God Zijn volk beproeft, zodat het volk meer op Hem vertrouwt, meer op Hem hoopt en Hem meer zal aanroepen. Vanuit pastoraal perspectief kunnen we stellen dat God door beproevingen heen Zijn volk één maakt in dat lijden. In het lijden van één christen wordt niet alleen de kracht van zijn geloof, maar ook de pastorale gevoeligheid en de geestelijke veerkracht van de Gemeente als geheel zichtbaar Of, nauwkeuriger gezegd: Gods kracht in gelovigen wordt zichtbaar. En beide aspecten – het theologische en het pastorale – zien we terug in het lijden van Christus.

En hiermee komen we bij een diepere laag in deze Psalm, broeders en zusters. Het is de Messiaanse laag. We zien in dit gedeelte niet alleen het lijden en de beproeving waar Gods volk doorheen gegaan is, maar we zien hier ook het lijden dat Jezus Christus vrijwillig onderging. Laten we nogmaals vers 10-12a lezen:

“Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen…”

Hoort u hier ook de beschrijving van een gebeurtenis die honderden jaren later zou plaatsvinden? Hoort u hier ook de profetische klanken die wijzen op de Man van Smarten?
Broeders en zusters, Jezus Christus is óók in het net gebracht.
Jezus Christus heeft óók een zware last op Zijn rug gekregen.
Jezus Christus is óók vernederd.

We lezen in Jesaja 53:4-6:

“Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,
onze smarten heeft Hij gedragen.
Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,
door God geslagen en verdrukt.
Maar Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.”

Broeders en zusters, God de Vader heeft Zijn Zoon in het net gebracht.
God de Vader heeft een zware last op de rug van Zijn Zoon gelegd.
God de Vader heeft Zijn Zoon verbrijzeld.

Wat leert dit ons, gemeente? Het leert ons allereerst dat we in dit gedeelte niet alleen de vraag moeten stellen wat God geeft in beproeving, maar ook Wie. Hij geeft niet alleen redenen om meer op Hem te vertrouwen, meer op Hem te hopen en meer tot Hem te roepen in het gebed. Hij heeft Iemand gegeven die volgens Hebreeën 4:15 “medelijden kan hebben met onze zwakheden; Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.” En dan die bekende aansporing in vers 16: “Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.”

Toepassing: Gemeente, als u wordt beproeft, onthoud dan dat God – in menselijke termen gesproken – met twee handen naar u toekomt: met de ene hand leidt Hij u in beproeving, met de ene hand neemt Hij iets weg, en met de andere hand schenkt Hij Christus. Hij schenkt de Christus aan u, Die Zelf in dat net gedreven is, Die Zelf de zware last op Zijn rug heeft gedragen en die Zelf vernederd is. Geloof het, gemeente. Geloof het. God is in Christus dichtbij gekomen. Hij komt heel persoonlijk naar u toe. Wat mij tijdens de voorbereiding trof, is dat er in het voorgaande gedeelte (vers 5-7) naar God wordt verwezen met de woorden “Hij”, “Hem” en “Zijn”. Maar hier, in het gedeelte over lijden, verdrukking en beproeving – als het gaat om gevangenschap, krachteloosheid en vernedering – wordt God direct aangesproken: “U.” God is een God van nabij, gemeente. Ook in alle beproevingen en al het lijden dat u in dit leven ontmoet. Misschien moeten we hier wel zeggen: juist in alle beproevingen en lijden is God nabij.
En Jezus Christus is Degene Die door Zijn lijden, sterven en opstanding de poorten naar deze God wijd geopend heeft.

2. Wat Gods volk na de beproeving teruggeeft aan God (vers 8-9, 12b)
Dit brengt ons bij het tweede punt van deze preek.
Want Deze Christus, Deze Man van Smarten, is Zelf binnengegaan in Zijn heerlijkheid. Hij heeft het hemelse land van overvloed verworven met Zijn eigen bloed. Hij is Degene Die ons uiteindelijk brengt op de plek waar dit gedeelte mee afsluit:

“…maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.”

En hoe begint dit gedeelte?

“Loof, volken, onze God;
laat het geluid van Zijn roem horen,
Die onze ziel weer het leven geeft,
en niet toelaat dat onze voet wankelt.”

God heeft Zijn volk in beproeving geleid en uitgeleid naar de overvloed. Daarom wordt Hij hier geprezen als de God die onze ziel het leven geeft. Hij is de God Die nooit zal toestaan dat Zijn kinderen wegglijden en voor eeuwig ten val komen. Hoe uitzichtloos de gevangenschap misschien ook is, hoe krachteloos een volk zich ook voelt en hoe vernederend een situatie ook is: God zal Zijn macht in al die omstandigheden bewijzen – hetzij in dit leven, hetzij op de Dag van het oordeel. Luister eens naar de bemoedigende woorden van Thomas Boston, wanneer hij in zijn bekende werk De Viervoudige Staat over het Laatste Oordeel schrijft:

“Hier is een overvloed van vertroosting voor allen die onder de genade zijn. Welke aanvechtingen jij in de wereld ook hebt, deze dag [de dag van het oordeel, RB] zal ieder verlies vergoeden [of: aanvullen, RB]. “De koningen van de legermachten vluchtten weg, zij vluchtten weg; maar zij die thuis bleef, deelde de buit uit” (Psalm 68:13).
Hoewel de wereld jou smaadt, oordeelt en veroordeelt, zal de Rechter jou op die Dag vrijspreken en jouw gerechtigheid aan het licht brengen. De dwazen van de wereld [daarmee bedoelt hij de christenen, RB] zullen dan openbaar worden als enige verstandigen die hebben geleefd. Hoewel het kruis zwaar kan zijn, kun je het dragen in de verwachting van de kroon des levens, die de rechtvaardige Rechter aan jou zal geven. Als de wereld jou veracht, schenk er dan geen aandacht aan; de Dag zal komen dat jij met Christus in Zijn troon zult zitten. Wees niet ontmoedigd vanwege vele verzoekingen – maar weersta de duivel met het vertrouwen op een volledige en volmaakte overwinning; want jij zult de verzoeker uiteindelijk oordelen. Hoewel je nu hevig worstelt met het lichaam van de zonde en dood, toch zal jij alle vijanden onder jouw voeten vertrappen en onberispelijk gesteld worden in Zijn heerlijkheid. Wanneer je aan die Dag [de oordeelsdag, RB] denkt, laat je dan niet ontmoedigen door angst of vrees. Laat degenen die de Rechter hebben geminacht, degenen die vijanden van Hem en de weg van heiliging blijven, bevreesd worden en hun hoofden buigen wanneer zij denken aan Zijn komst.
Maar hef jouw hoofd omhoog met vreugde, want de laatste Dag zal jouw beste zijn. De Rechter is jouw Hoofd en Echtgenoot, jouw Verlosser en jouw Advocaat. Je moet verschijnen voor de rechterstoel [van Christus, RB] maar je “zult niet in het oordeel komen” (Johannes 5:24). Zijn komst zal niet tégen, maar vóór jou zijn. Hij kwam in het vlees om door Zijn dood de wettige blokkades voor het geestelijk huwelijk weg te nemen. Hij kwam in het Evangelie naar jou, om jou met Hemzelf te verbinden; tenslotte zal Hij komen om het huwelijk te voltrekken en om de bruid thuis te brengen in het huis van Zijn Vader.”
(Eigen vertaling)

Toepassing: Wat een Dag zal dát zijn, gemeente! Wat een vooruitzicht! Verlangt u ernaar om Hem in de ogen te kunnen kijken, die al uw verliezen zal aanvullen? Wilt u Hem ontmoeten, die ieder verlies zal vergoeden? Wij zouden onbevreesde mensen moeten zijn, broeders en zusters. Als u mij een beetje kent, dan weet u dat ik zo’n held niet ben. Maar ik zou het veel meer moeten, mogen en kunnen zijn. Want wát ik ook verlies in deze wereld, Christus zal het voor de eeuwigheid vergoeden en aanvullen.
En weet u – een christenleven zónder vernedering bestaat niet. U kunt de bergtoppen van Gods verlossing niet waarderen en bewonderen als u niet ook door de valleien van duisternis wordt geleid. Een christen wordt afgebroken. Waarom? Om zijn eigen zwakheid te ervaren en om te erkennen dat God, en God alleen kan verlossen. En de uitnodiging van God in tijden van beproevingen luidt: “Roep het maar uit naar Mij! Hoop maar op Mij! Vertrouw maar op Mij!”
En als God redding heeft geschonken, dan blijft er een juichend danklied over voor de Gemeente van Christus.
Het kan een heel gevecht zijn, broeders en zusters. De strijd kan hevig zijn. We zouden zo graag willen dat er tijdens dit leven gerechtigheid geschied. Maar om voor ons onbekende redenen gebeurt dat niet altijd. God begrijpt deze redenen wel, want – om de woorden van Charnock nog een keer aan te halen – “Zijn ogen gaan uit voor Zijn macht.”
Toepassing: Gemeente, laten wij Gods wijsheid en Gods macht loven. Hij bewijst beide eigenschappen voortdurend aan ons – of wij dit nu duidelijk kunnen zien en ervaren of niet. Beproevingen zijn het mysterie waarbij Gods wijsheid en Gods macht volmaakt bij elkaar komen in het leven Zijn volk. Narekenen kunnen we het niet, bewonderen wel. En dat is het mysterie van het lijden van Gods kinderen in deze wereld.
Steeds weer worden wij bepaald bij de bewondering voor God – het ontzag voor Hem, het roemen in Hem, het juichen om Zijn grote verlossingsdaden. Wat er ook met Gods volk gebeurt of gebeurd is – steeds is daar weer de wijze, machtige, trouwe en genadige God Die Zijn volk uitleid naar de overvloed. Er zal een Dag komen, gemeente, waarop u en ik dit land van overvloed werkelijk zullen betreden. Op deze manier verzamelt God lof en eer voor Hemzelf. Niemand kan beweren dat God niet goed is. Niemand kan op de Dag van het oordeel voor Christus verschijnen en brutaal stellen dat de Koning van het heelal dingen beter had kunnen doen. De Dag van het oordeel is niet alleen een publiekelijke rechtvaardiging van Gods volk, maar ook van God Zelf. En u bent rechtvaardig, in Christus. Niet alleen omdat u in Hem geborgen bent, omdat Christus u heeft verlost van de schuld en de macht van de zonde, maar ook omdat u God rechtvaardigt in uw harten. Dat betekent: u spreekt goed van Hem en u blijft goed van Hem spreken. Want u weet dat God “alle dingen meewerkt ten goede voor hen die Hem liefhebben, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn” (Romeinen 8:28).
Want [vers 29] “hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.”
Deze woorden, broeders en zusters, staan in de context van lijden – al het lijden werkt mee ten goede voor degenen die door God geroepen zijn. Al het lijden werkt uiteindelijk mee ten goede voor uw verlossing, dat betekent: uw gelijkvormigheid aan het beeld van Jezus Christus:

Hij is Degene Die in uw plaats geleden heeft,
Hij is Degene Die in uw beproeving als Hogepriester alle genade schenkt die u nodig hebt,
Hij is Degene Die op de Dag van het oordeel alles zal herstellen en u zal verheerlijken.

Toepassing: Prijs Hem! Loof Hem! Zing van Hem!
Ik wil afsluiten met een lied van William Cowper. William Cowper heeft samen met John Newton prachtige geestelijke liederen geschreven. Zijn levensverhaal is het bestuderen waard. Hij ging gebukt onder depressies en heeft meerdere malen geprobeerd zichzelf van het leven te beroven. Cowper had een bijzondere vriendschap met Newton. Samen hebben ze liederen geschreven die bekendstaan als “Olney Hymns”. Ook het lied Amazing Grace behoort tot deze liederen.
Cowper heeft een prachtig lied geschreven over beproeving. Dit lied heet Welcome Cross:

’Tis my happiness below
Not to live without the cross,
But the Saviour's power to know,
Sanctifying every loss;
Trials must and will befall;
But with humble faith to see
Love inscribed upon them all,
This is happiness to me.

God in Israel sows the seeds
Of affliction, pain, and toil;
These spring up and choke the weeds
Which would else o’erspread the soil:
Trials make the promise sweet,
Trials give new life to prayer;
Trials bring me to His feet,
Lay me low, and keep me there.

Did I meet no trials here,
No chastisement by the way,
Might I not with reason fear
I should prove a castaway?
Bastards may escape the rod,
Sunk in earthly vain delight;
But the true-born child of God
Must not – would not, if he might.

Amen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief