SalvationInGod

zondag 22 juli 2018

Aanbidding – overgave aan de God Die Zichzelf geeft (2)

Outline Woordverkondiging Psalm 66:5-7, uitgesproken op 22 juli 2018 in Bruchem

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, de vorige keer heb ik gesproken over Aanbidding – overgave aan de God Die Zichzelf geeft. Vanmorgen hoop ik een vervolg te geven aan deze boodschap.
Ik heb de vorige keer gezegd dat ik Psalm 66 vanuit twee sporen wil behandelen:
A: Het ene spoor is dat van de radicale Godgerichtheid. God is het Centrum van het geloofsleven. Het draait allemaal om Hem, en wij zijn door Hem gemaakt om – door Hem als Centrum van ons leven te hebben – Hem te aanbidden. De vorige keer heb ik aanbidding omschreven als het teruggeven aan God wat Hij ons heeft gegeven.
B: Het tweede spoor is onze houding of ervaring in de aanbidding van God. We hebben naar aanleiding van vers 1-4 gezien dat gevoelens en emoties een legitieme plek hebben in ons geloofsleven. Wel moeten we oppassen dat, zoals bij spoor één is en wordt benadrukt, God werkelijk het Centrum van ons leven is, en niet onze gevoelens.
We gaan verder met het bekijken van Psalm 66 – om precies te zijn zal ik vanmorgen stilstaan bij de verzen 5-7:

Kom en zie Gods daden;
ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge;
zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd.
Hij heerst eeuwig met Zijn macht,
Zijn ogen houden de wacht over de heidenvolken.
Laten de opstandigen zich niet verheffen. Sela

Vanmorgen wil ik met u kijken naar vier pijlers van aanbidding, vier kenmerken die de psalmist hier noemt en uitwerkt. Het zijn de volgende:

1. Zien (vers 5a)
2. Herinneren (vers 5b-6a)
3. Verblijden (vers 6b-7a)
4. Vernederen (vers 7b)


Zoals gezegd wil ik het bekijken van deze vier kenmerken doen volgens de twee net genoemde sporen.

1. Zien (vers 5a)
Allereerst lezen we in vers 5a een nieuwe oproep van de psalmist:

“Kom en zie Gods daden…”

De vorige keer heb ik gezegd dat Psalm 66 qua structuur is geschreven in een trechtervorm. Een breed begin en een nauw einde. De psalmist begint bij de schepping en eindigt via het verbondsvolk Israël bij zichzelf.
Vers 5 markeert het moment dat hij zich richt tot het verbondsvolk van God: Israël. Hij roept dit volk op om twee dingen te doen:
A: Komen
B: Zien

Het is een oproep die de psalmist op dat moment doet. En met dat wij dit gedeelte lezen, roept God Zelf ons ook op om dit te doen. Broeders en zusters, wij zijn deze morgen bij elkaar om minstens twee dingen te doen: wij zijn gekomen om te zien wat God heeft gedaan.
Toepassing: Dit is de meest fundamentele oproep die in de Kerk van Jezus Christus kan klinken: “Kom! Kom! En zie wat God heeft gedaan!”
Dit is de uitnodiging tot het geloof in Christus, broeders en zusters. Hebt u er wel eens bij stilgestaan dat de oproep tot geloof in Christus ten diepste een oproep tot aanbidding is? Het geloof in de Bijbel wordt op tal van plaatsen omschreven als zien. Wij zien met geestelijke ogen. Wij kunnen dankzij het geloof in de Heere Jezus – dat God heeft gewerkt door Zijn Heilige Geest – Gods werken aanwijzen in schepping en verlossing. Wij kunnen Gods werken duiden dankzij het werk van de Heilige Geest in ons geloof. Duiden is een vorm van zien.
Als u mij mee zou nemen naar een bekend museum, en u zou allerlei kunstvoorwerpen op tafel leggen, dan is mijn reactie: “Het zal wel.” Mij kan kunst echt totaal niets interesseren. Als ik naar een schilderij moet kijken, dan probeer ik de eerste vijf seconden op mij in te laten werken wat de schilder heeft geschilderd. En daarna denk ik: “Nou, leuk. Op naar de volgende dan maar.”
Zet je echter een kunstkenner voor dat schilderij, dan zal die beste man of vrouw niet alleen vol enthousiasme uitleggen wat de schilder heeft geschilderd, maar ook hoe. De kunstkenner herkent de hand van de kunstenaar. En zo, gemeente, herkent de christen de hand van God in het kunstwerk van zijn of haar leven. Veel mensen kijken wel naar hun leven, maar slechts weinigen kunnen het duiden. En dat komt omdat ze Gods werken niet zien.
Toepassing: Ik stel deze morgen een hele fundamentele vraag: Bent u, ben jij in staat om Gods werk in jouw leven te zien en te duiden? Hebt u, heb jij de genade van God ontvangen, om door Zijn Heilige Geest te kunnen zeggen: “Kom eens kijken! Kom en zie wat God in mijn leven heeft gedaan!” En om het breder te trekken – en ik richt mij specifiek tot de oudsten in deze gemeente, degenen die leidinggeven: Hebben jullie de genade van God ontvangen om te kunnen zien en duiden wat God heeft gedaan in deze gemeente?
De mensen die niets met geloof hebben, die niets met God hebben, die niets met Jezus Christus hebben, zullen datgene wat hier vanmorgen op deze plek gebeurt, omschrijven als religieus fanatisme van een stelletje hobbyisten. Maar dat is niet wat wij van dit samenzijn zullen zeggen. Wij zeggen: “God is hier! En wij getuigen van Zijn werken!”
Toepassing: Gemeente, ik wil u van harte aanmoedigen om iedere dag gehoor te geven aan deze oproep van de psalmist. Ik vrees dat er nogal wat christenen zijn, die niet meer voortdurend hongeren naar dit zicht. Ze verlangen er niet meer zo sterk naar om Gods daden te zien. En weet u waarom? Ze hebben het zogenaamd al gezien, en daarom hebben ze het wel zo’n beetje gezien. Ze hebben gezien dat het Lam van God is geslacht aan het kruis op Golgotha, dat dáár het Offerlam geslacht is als verzoening voor de zonde en met dat zicht nemen zij genoegen. Broeders en zusters, hongert u deze morgen naar meer zicht op Gods machtige daden? Hongert u? Ik vraag u niet of u ooit een keer in uw leven hebt gezien dat Christus uw oordeel heeft gedragen; ik vraag u of u ernaar hongert méér te zien van wat God daar in Christus voor u en voor Zijn Kerk heeft gedaan. Ik vraag u of ernaar hongert om meer diepte, meer genade, meer barmhartigheid, meer gerechtigheid, meer liefde, meer haat over de zonde te zien in het verlossingswerk dat God in Christus volbracht heeft. Iemand die gelooft in Christus, is vol verwondering geboeid door Christus!
Toepassing: Misschien zijn hier mensen die verflauwd zijn in het geestelijk leven –
ja, u gelooft in Christus…
ja, u gelooft dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is…
ja, u gelooft dat uw zonden zijn vergeven en dat u volledig bent schoongewassen door het bloed van het Lam…
ja, u gelooft dat er een hemelse toekomst op u wacht…
maar ondanks dat u dit alles gelooft, loopt uw geestelijk leven niet. En hier wil ik twee dingen over zeggen:
A: Allereerst wil ik pleiten voor meer transparantie en oprechtheid op dit vlak. Als uw geestelijk leven op dit moment niet loopt, als het aan alle kanten hapert, wees hier dan alstublieft eerlijk over naar elkaar toe. Denkt u dat mijn geestelijk leven altijd een groot feest vol hoogtepunten is? Meent u dat ik mijzelf altijd fijn, geschikt en waardig voel om God te loven en prijzen? Was het maar waar! De realiteit is echter anders. Maar wij mensen zijn heel sterk geneigd dit te verzwijgen. En weet u wat u dan gaat doen, om tóch iets te zeggen? U gaat steeds hetzelfde zeggen. U gaat de typische christelijke clichés uitspreken. U valt in herhaling. Er zijn mensen die roepen dat herhaling de kracht van reclame is, maar als u met betrekking tot uw geestelijk leven in herhaling valt, dan is dit geen goed teken. Kennelijk hebt u niets meer om te prijzen of aan te bevelen. Kennelijk is de brandstof op die voeding moet geven aan aanbidding. Als u zo iemand bent, deze morgen, die moet zeggen: “Ja, mijn geestelijk leven loopt op dit moment niet zoals het moet”, dan wil ik u uitnodigen om met iemand in de gemeente hierover door te praten – of, nog beter: bespreek het met God. De uitnodiging voor de psalmist deze morgen is ook voor u, die worstelt met uw geestelijk leven: “Kom maar dichterbij en zie Gods daden!” En u zult merken dat de brandstoftank van aanbidding snel bijgevuld wordt. Dit willen we toch, broeders en zusters? Hier zijn we gemeente voor!
B: Het tweede wat ik hierover wil zeggen, is dit – en ik kan het niet genoeg benadrukken: wij moeten radicaal breken met een zogenaamd geloof dat kan bestaan zonder aanbidding. De oproep van deze psalmist is ten diepste een oproep om in geloof dichterbij te komen. De oproep tot geloof is ten diepste altijd een oproep tot aanbidding. Vertel anderen hoe uw geloofsleven eruit ziet, en zij kunnen u vertellen hoeveel indruk God op u maakt. Is dit niet veelal het grootste probleem waar Westerse christenen tegenaan lopen? Ik durf te stellen dat een belangrijk onderdeel van dit probleem voortkomt uit het feit dat wij in het Westen geloof in God en ontzag voor God vakkundig van elkaar gescheiden hebben – onterecht. Dit is gevaarlijk, gemeente. En we lopen het risico dat we elkaars geloofsleven ermee belemmeren en dat we elkaar remmen in onze geestelijke ontwikkeling. Laat mij hier voor een ogenblik op ingaan.
U kent ongetwijfeld de discussie over het geloof. Is geloven in Christus een gemakkelijke of moeilijke zaak? Vroeg of laat komt u in zo’n discussie terecht en dan moet u zich wellicht verantwoorden. Zal ik u eerlijk vertellen wat deze opdracht van de psalmist hier communiceert? De vraag is niet of het geloof gemakkelijk of moeilijk is. De vraag is of het geloof tot zijn doel komt. Geloof is geen einddoel. Geloof is volgens 1 Petrus 1:9 de weg naar de zaligheid. U bent op weg naar “de verlossing van uw zielen.” En wat is dit anders dan om voor Christus te verschijnen in volmaakte zuiverheid, reinheid, heiligheid? Als u voor Hem verschijnt, zullen uw zuivere lippen Zijn Naam loven en prijzen voor de Persoon Die Hij is en voor het verlossingswerk dat Hij volbracht heeft. Verlang hier altijd naar, gemeente! Jaag hiernaar! Verlang ernaar met Paulus te kunnen zeggen: “Ik wil Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding! Ik vergeet alle eigen gerechtigheid, ik vergeet al mijn eigen zwoegen en inspanningen om een geweldig leven op te bouwen, ik vergeet alles wat ik heb geprobeerd om mijzelf aan te bevelen bij God. Ik pak mijn geestelijke afvalcontainer en ik gooi dit er allemaal in. Dit is niet meer wat ik hebben wil, omdat ik weet dat God het niet in ontvangst wil nemen. Christus is Degene Die ik hebben wil!

2. Herinneren (vers 5b-6a)
Vervolgens is het de vraag hoe we dit nu praktisch kunnen maken. Hoe kunnen we elkaar aanmoedigen om te letten op Gods machtige daden? Stel dat u zich inderdaad in een periode van geestelijke droogte bevindt, hoe kunnen we elkaar dan als gemeente helpen en aanvuren? Ook hier krijgen we het voorbeeld van de psalmist. Lees maar mee in vers 5b-6a:

“…ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge…”

In deze verzen zien we hoe de psalmist zelf concreet zijn opdracht toepast. En twee zaken vallen hier op:
A: Ten eerste zien we dat hij verhaalt van een gebeurtenis in het verleden. We horen hier juichkreten over Gods machtige ingrijpen voor Zijn volk, dat in Egypte gebukt ging onder slavernij en dat onder leiding van Mozes aan een indrukwekkende uittocht begon, waarbij men uiteindelijk onder leiding van Jozua het beloofde land binnenging. Dit zijn de twee indrukwekkende gebeurtenissen die de psalmist hier beschrijft als Gods daden. Het verleden neemt een belangrijke plek in ons geloofsleven in.
Toepassing: Ik wil hier iets belangrijks noemen, gemeente. Iets wat voor sommigen een bemoedigende ontdekking kan zijn. We lezen hier hoe de psalmist verhaalt van Gods machtige daden, toen Hij Zijn volk uit Egypte leidde, naar het beloofde land. Terugkijken kan geweldige voeding voor aanbidding zijn. Als u, jij tot de conclusie bent gekomen dat het geestelijke leven niet lekker loopt, dat het hapert, dan ligt er een geweldig geheim opgesloten in het terugkijken. Laat de teleurstelling over hoe het geestelijk leven op dit moment is voor een ogenblik los en denk terug aan de momenten dat God met Zijn licht straalde. Terugdenken aan de zegen van wedergeboorte, bekering en geloof – terugdenken aan het moment dat u geestelijk tot leven kwam door Christus Jezus te ontvangen als Gods gerechtigheid – kan zó hoopgevend en zó krachtig zijn! Hoe zullen de apostelen, die allemaal toch zo hun zwakheden hebben gehad, zich staande hebben gehouden? Is het niet dat ze terugdachten aan de meest bijzondere momenten die zij met de Heere Jezus Zelf hebben meegemaakt? Is het niet dat zij zich voortdurend hebben herinnerd wat Hij tot hen heeft gesproken en wat Hij in hun bijzijn heeft gedaan? Zo mag ook u terugkijken en de prachtige momenten koesteren dat Hij in uw leven heeft gewerkt en dat Hij geweldige dingen vanuit Zijn Woord tot u heeft gesproken.
B: Het tweede is dat de psalmist Gods daden concreet maakt. En dit is voor sommigen van ons een gebied in het geloofsleven dat erg moeilijk is. En daarmee bedoel ik het volgende: het wil wel eens gebeuren dat mensen met de beste bedoelingen proberen om u moed in te praten en u aan te moedigen om op God te vertrouwen. Maar dat lukt dan niet. En dat komt, omdat ze een belangrijk aspect van de aanmoediging over het hoofd zien: ze vergeten Gods machtige daden te verkondigen.
Toepassing: Broeders en zusters, een aansporing zonder verkondiging heeft zelden succes. Is het u weleens opgevallen dat Paulus het eerste deel van zijn meeste brieven – er zijn uitzonderingen – besteed aan het verkondigen van Christus en de verlossing die Hij tot stand heeft gebracht? En daarna gaat hij opdrachten geven. Dit is niet zonder reden. Zowel de psalmist als Paulus wil dat de ontvangers van de boodschap gemotiveerd worden om de opdracht te kunnen vervullen. En hoe gebeurt dit op een Bijbelse manier? Door te beginnen met wat God vóór Zijn volk gedaan heeft!
Ik geloof dat een kerkelijke gemeente is geroepen om dit doel uit te leven. Om hier gestalte aan te geven. Om God te gehoorzamen op grond van de verkondiging van het Evangelie. Ik weet van jullie dat jullie wel eens gemeentedagen organiseren. Ik moedig jullie aan om tijdens deze dagen tijd apart te zetten en stil te staat bij dat wat God voor jullie als gemeente heeft gedaan. En dan moet u allereerst denken aan het verlossingswerk van Jezus Christus voor Zijn Gemeente, maar vervolgens ook aan de werken van Christus in uw midden. Verlossing kent twee kanten, gemeente. En u mag hier altijd vrijmoedig over spreken. Verlossing betekent dat Christus voor u gekomen is, maar het betekent ook dat Christus in u en in uw midden gekomen is. Denk terug aan de tijd dat u zelf geestelijk gevangen zat in Egypte, dat u voor de Rode Zee kwam te staan, opgejaagd werd door de belager en geen kant op kon. En toen greep God in. Hij baande een weg door het water. Hij bracht u onder Zijn heerschappij. Hij heeft u verlost van de onderdrukkende macht van de zonde. U bent op weg naar het hemelse Beloofde Land, broeders en zusters!
John Bunyan schrijft hoe de persoon hopende op deze manier tot hulp is voor christen. We lezen aan het einde van zijn bekende boek De christenreis naar de eeuwigheid hoe christen begint te wanhopen en begint te denken dat hij nooit bij de Koning zal aankomen. Ze moeten een rivier oversteken, maar ze kunnen er niet met een brug overheen. Nee, zij moeten er te voet doorheen. En christen vraagt aan een aantal mannen of het water overal even diep is. En het antwoord luidt: “Nee, want u zult het dieper of ondieper vinden, naarmate u gelooft in de Koning van de plaats.” Christen raakt in paniek en hopende begint hem moed in te spreken. En dan schrijft Bunyan dit:

Hopende trachtte hem te intussen te troosten en zei: ‘Mijn broeder, daar zie ik de poort al, en ik zie er ook staan, die wachten om ons te ontvangen!’ Maar christen antwoordde: ‘Ach, zij wachten op u, u bent hopende geweest, zo lang als ik u gekend heb.’
‘En u ook’, zei hopende tot christen. Doch deze antwoordde: ‘Ach, broeder, zo ik oprecht voor Hem was, Hij zou nu zeker opstaan tot mijn hulp; maar Hij heeft mij om mijn zonden in de strik gelegd en mij daar gelaten.’
‘Mijn broeder’, zei hopende, ‘u bent de tekst vergeten, die van de goddelozen sprekende, zegt: ‘Daar zijn geen banden tot hun dood, hun kracht is fris, zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere lieden niet geplaagd’ (Ps. 73:4, 5). Deze angsten en benauwdheden zijn geen tekenen, dat God u verlaat, maar worden u alleen toegezonden om u te beproeven, of u nu ook gedenkt aan wat u weleer en tot dusver van Zijn goedheid genoot en ook op Hem vertrouwt in uw benauwdheden.’
Ik merkte ook, dat christen enige tijd als in gepeins stond en dat hopende tot hem zei: ‘Zijt goedsmoeds, Jezus Christus maakt u gezond.’
Kort daarop brak christen uit en riep met een luide stem: ‘Ach, ik zie Hem weer en Hij zegt mij: ‘Als gij door het water gaat, zal Ik bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen’ (Jes. 43:2). Toen grepen beiden moed, ook was de vijand daarna zo stom als een steen, tot zij over waren. Christen vond nu ook terstond grond om te staan en dat voelde hij doorlopend, zodat de rivier verder meer ondiep was.


Toepassing: Broeders en zusters, het is mijn gebed dat wij allemaal zoals hopende mogen zijn. Dat we degenen die wanhopen, achterop dreigen te raken, af dreigen te haken er doorheen zullen slepen – met de hoop op het eeuwige leven in onze harten. Vraag het elkaar maar eens: “Weet je nog? Herinner jij je nog dat…?” Deze vragen zijn belangrijker dan we beseffen. Ze herinneren ons aan Gods machtige daden in het verleden en het kan ons opnieuw de hoop geven die we nodig hebben om vol goede moed verder te gaan!

3. Verblijden (vers 6b-7a)
En als we worden herinnerd aan Gods werken, dan kan het niet anders, of wij hebben dezelfde ervaring als het volk Israël – we zullen in God verblijd zijn (vers 6b-7a):

“…zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd.
Hij heerst eeuwig met Zijn macht,
Zijn ogen houden de wacht over de heidenvolken.”

Het opvallende is hier dat de psalmist schrijft over de generatie die onder leiding van Jozua het beloofde land inging en de Jordaan overstak, en dat hij hierover schrijft dat “wij ons daar in Hem hebben verblijd.”
Maar beste psalmist, jij was er toch niet bij? Jouw generatie Israëlieten was er toch helemaal niet bij toen de Israëlieten Kanaän binnentrokken? Waarom heb je het hier dan over “wij”?
Dat woord “wij” drukt de verbondenheid uit van het volk Israël. Een volk is niet alleen maar de groep mensen die nu leeft, maar het zijn de mensen van dezelfde groep mensen uit alle generaties. Daarom kan de psalmist zeggen dat hij en zijn generatiegenoten verblijd zijn over Gods daden voor Israël. Hij hoort bij dit volk.
Denkt u maar eens aan sport: als het nationale voetbalteam een prijs heeft gewonnen – ik geef toe, het is een zeer extreem voorbeeld – of als een sporter een medaille heeft gewonnen op de Olympische Spelen, dan moet u maar eens goed luisteren naar verslaggevers en commentatoren op radio en televisie. Die zeggen allemaal: “Wij hebben er weer een medaille bij.” En: “Wij hebben die beker.” Hebben u en ik er enig aandeel in gehad dat die prijs naar Nederland zou gaan? Nee! Maar dit drukt verbondenheid uit. We zijn op dat moment één. Eén volk, één gedeelde vreugde. En zo is het ook voor de psalmist. De verlossing die God heeft gewerkt, vele generaties voor hem – het is voor hem werkelijk zo dat God dit óók aan hem en zijn generatiegenoten heeft gedaan.
Toepassing: Weet u, gemeente, het is krachtig om naar elkaars getuigenissen te luisteren. Getuigenissen uit een ver verleden, maar ook getuigenissen van nu. Wij doen dit te weinig. Dit heeft met twee factoren te maken heeft:
A: De individualisering van onze – en helaas ook kerkelijke – gemeenschap. Het gaat om mijn geloof, mijn beleving, ik moet God ervaren. Wat dit betreft mogen we als gelovigen in de kerk véél nieuwsgieriger zijn naar elkaars verhaal. Hoe heeft God bij jou gewerkt? Wanneer heeft Hij jou die blijdschap in Christus gegeven?
Sommigen horen dit en beginnen te protesteren: “Jij verdrijft Christus uit het centrum en zet jezelf daar nu neer; Christus moet centraal staan!”
Mijn antwoord hierop luidt: op dit punt komen de twee sporen weer samen. God staat centraal, en Zijn werken hebben invloed op mijn beleving en emoties. Haal één van de twee elementen weg, en je vliegt uit de bocht. Haal God weg als de Bron en het Fundament van jouw aanbidding en je komt terecht in een mystiek gevoelsleven dat met de dag verandert. Haal je de gevoelens en beleving weg, dan krijg je een professor theologie die geen idee heeft waar hij over praat – én, nog belangrijker: die niet de indruk geeft dat God hem iets doet.
Ik kan jarenlang de meest prachtige, mooie en ware dingen zeggen, maar als u nooit aan mijn gezicht en houding kunt zien dat God werkelijk iets met mij doet, dan mag u zich afvragen wat ik hier al die tijd heb staan doen.
B: Een andere factor is ook de kerkelijke verdeeldheid. Er wordt in deze tijd veel nagedacht over de vraag hoe je kerk kunt zijn, hoe je de gemeente en samenkomsten zó kunt inrichten dat het ook uitnodigend is voor ongelovige mensen in de buurt. Sommigen gaan echter wel heel ver, en die schrijven twintig eeuwen kerkgeschiedenis compleet af. Om even een vergelijking te trekken: dit zou erop neerkomen dat de psalmist hier een duidelijke grens trekt en zou zeggen: “God heeft de toenmalige generatie uit Egypte verlost. Mooi, maar in het merendeel van de mensen had God geen behagen, dus die generatie heeft jammerlijk gefaald. Daarom begint Hij weer bij ons!”
En over het jammerlijk falen van een deel van het volk, wil ik nog iets zeggen. Er valt namelijk iets op aan deze Psalm. De psalmist beschrijft heel kernachtig enkel het geweldige en positieve aspect van de verlossing die God Zijn volk schonk.
Wij weten echter vanuit het Bijbelse verslag, dat dit lang niet alles is. Deze verlossingsgeschiedenis heeft als het ware een donkere achtergrond. Het heeft de achtergrond van ongeloof. Paulus schrijft in 1 Korinthe 10:1-5:

“En ik wil niet broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben, en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus. Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad, want zij zijn neergeveld in de woestijn.”

Als je bedenkt hoe halsstarrig het volk is geweest, als je bedenkt hoe snel zij Gods machtige daden in Egypte hebben vergeten en door het ongeloof ten val zijn gekomen – zoals ook in Hebreeën 3:16-19 te lezen is – dan ben ik snel geneigd te denken dat de psalmist hier niet helemaal eerlijk met de historische feiten omgaat. Hier is het belangrijk om het doel van de Psalm goed voor ogen te hebben. Wat is het doel van de Psalm? Het doel van de Psalm is dat mensen zich bij de psalmist voegen om God te aanbidden – door te wijzen op Gods werken.

Wat zou er zijn gebeurd als de psalmist de zwarte achtergrond van de exodus ook beschreven zou hebben in de Psalm? Hij zou een obstakel hebben neergelegd voor het doel dat hij wilde bereiken.
Toepassing: Gemeente, er ligt een belangrijke les in dit gedeelte van de Psalm. Deze psalmist is niet oneerlijk, hij voedt aanbidding.
Broeders en zusters, mag ik u eens vragen wat er met uw geloofsleven gebeurt als u terugdenkt aan het moment dat u Jezus Christus hebt ontvangen als uw ware Gerechtigheid? Wat gebeurt er als u terugdenkt aan uw bekering en aan de blijdschap die u ontving op het moment dat u tot geloof kwam? Gaat dan uw hart niet branden? Dierbare herinneringen komen boven. “Wat was dat mooi! Wat heb ik toen een geweldige tijd gehad. Het was prachtig om de Heere Jezus te leren kennen.”
Maar wat gebeurt er vervolgens met uw geloofsleven als ik u vraag terug te denken aan de zonden die u hebt gedaan ná uw bekering, nadat u tot geloof gekomen bent? Uw vreugde neemt af. Uw hart wordt bevangen door schrik. “Ja, dat is waar ook… God heeft mijn ogen geopend voor de heerlijkheid van Christus, maar ik ben daarna zó afschuwelijk in de fout gegaan. En ik ben nu zo lauw geworden. Het vuur van liefde en passie voor de eer van God is bijna gedoofd.”
Weet u wat ik zojuist heb gedaan? Ik heb u min of meer in rouw gedompeld. Ik heb u laten twijfelen aan uw geloof, ik heb u wellicht laten twijfelen aan de realiteit van Gods werk in uw leven.
Dit Gemeente, is de reden dat de psalmist de zwarte achtergrond van de Exodus niet noemt. Hij wil het vuur van de aanbidding niet doven met het water van de herinnering aan de zonde. Mag u dan niet zeggen dat u zwak bent? Mag u dan niet in alle realisme zeggen dat u hebt gezondigd? Mag u dan niet eerlijk belijden dat u ook na uw bekering de fout in bent gegaan? Jazeker, dat mag – dat is zelfs heel gezond! De kracht van een gelovige is niet dat hij kijkt naar zichzelf, zelfs niet naar de kracht van zijn geloof. De kracht van een gelovige is dat hij opziet naar de macht van God, Die sterk genoeg is om te verlossen – zelfs wanneer Egypte ons met geweld opnieuw wil opeisen.
Toepassing: Egypte zit ook achter ons aan, gemeente. Ook wij merken dat we wellicht terugverlangen naar de tijd dat we zonder Christus leefden. Ook wij ervaren verzoekingen tot zonden waarvan we meenden dat deze overwonnen waren.
Daarom is het zo belangrijk om te zien dat Gods verlossingswerk niet ophoudt wanneer farao uit het oog is, maar wanneer we werkelijk in het Beloofde Land zijn, het Nieuwe Jeruzalem – daar waar we de farao van onze zondige en zinloze levenswandel nooit meer zullen terugzien. Dit moment zál komen, broeders en zusters!

4. Vernederen (vers 7b)
De Dag van Christus Jezus zal komen. En ons gedeelte van vanmorgen eindigt ook met een oproep die als het ware vooruitziet op deze Dag. En hier komen we iets interessants tegen. We lezen in vers 7b:

“Laten de opstandigen zich niet verheffen.”

Wanneer je deze oproep naast de oproep van vers 5a legt – “Kom en zie Gods daden…” – krijg je de indruk dat in vers 5 de gelovigen worden aangesproken en in vers 7 de ongelovigen. Je zou dan vervolgens de conclusie kunnen trekken dat de oproep van de psalmist voor beide groepen verschillend is. De gelovigen moeten Gods werken zien en Hem aanbidden, en de ongelovigen, de opstandigen, moeten zich niet verheffen. Maar als je nauwkeuriger leest, zie je dat dit niet klopt. De oproep van de psalmist is voor beide groepen hetzelfde, alleen is zijn vertrekpunt anders. Gelovigen moeten komen om hernieuwde verwondering te ervaren over dat wat God heeft gedaan, terwijl ongelovigen moeten ontdekken dat God écht ontzagwekkend groot is en dat Hij de Almachtige is.
Toepassing: Wat betekent dit voor het karakter van de eredienst? Ik heb in een eerdere preek gesteld dat prediking voor mij betekent dat de Petrussen worden opgebouwd en versterkt en dat de Judassen worden ontmaskerd. Wat moet u doen als u zowel Petrussen als Judassen onder uw gehoor of in uw midden hebt? Hier is het antwoord: Wijs hen op Gods machtige daden.
Weet u wat verlossing ten diepste is? Verlossing is een schitterend drama. Gods verlossingswerk is als een tweesnijdend scherp zwaard; de ene kant snijdt tot genezing, de andere kant snijdt tot oordeel en ondergang. Dit impliceert de oproep in vers 7b.
De Petrussen worden genezen door Gods verlossingswerk, de Judassen komen ten val. De verlossing van de één is de dood van de ander. Kijk maar naar de uittocht: Israël wordt behouden, de farao en zijn leger gaan ten onder.
En kijk vooral goed naar het kruis, broeders en zusters. Kijk naar het kruis: wij, die vernederd en met berouw over onze zonde bij dit kruis komen gaan vrijuit. Waarom? Omdat er Eén is geweest, Die aan dat kruis de dood heeft gesmaakt. Zijn dood is onze verlossing, Zijn opstanding onze verheerlijking.
Toepassing: Als Christus komt, aan welke kant staat u, sta jij dan? Paulus schrijft in 2 Tessalonicenzen 1:6-7:

“Het is immers rechtvaardig van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht…”

Ziet u dat? Vergelding en verlichting op hetzelfde moment. De verdrukking houdt op, wanneer Christus verlichting zal schenken. En de verlichting zal komen, als Christus de verdrukker zal vergelden. Tot die tijd, broeders en zusters, blijft er één oproep gelden: “Kom! Kom – en zie de machtige daden van de HEERE.”
Toepassing: En laten we dit vol vertrouwen doen, want let maar eens op de eigenschappen van God die de psalmist in vers 7 naar voren brengt. God is almachtig, alwetend en eeuwig.
Houd vast aan Deze God, gemeente! Houd vast aan Hem! Kijk naar wat Hij heeft gedaan en verkondig dat! En laat de uitwerking van deze verkondiging aan Zijn Heilige Geest over. Alleen op deze manier zijn mensen – gelovigen én huidige ongelovigen – in staat te zien en te duiden wat God heeft gedaan, zullen zij zich herinneren wat Hij in het verleden voor hen heeft gedaan, zijn zij in staat zich te verblijden in Zijn werken en kunnen zij oprecht ontzag voor Hem hebben en klein worden voor Gods aangezicht. Bid dat God het zal geven dat deze plaats tot dit doel mag dienen en dat Zijn Naam, Zijn lof, Zijn eer verkondigd en herdacht zal worden – voor de glorie van Zijn heerlijke Naam.

Amen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief