SalvationInGod

zondag 18 februari 2018

Christus’ kracht in onze zwakheid

Outline Woordverkondiging Lucas 22:31-34, uitgesproken op 18 februari 2018 in Bruchem

Inleiding: Gemeente van onze Heere Jezus Christus, ter inleiding wil ik met u de eerste vijf verzen lezen uit het Hogepriesterlijk gebed uit Johannes 17:

“Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op aarde. Ik heb het werk volbracht, dat U Mij gegeven hebt om te doen. En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid, die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.”

Waar ik met u een moment naar wil kijken, is het opmerkelijke eerste verzoek van Christus: “Vader, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook de Zoon U verheerlijkt…” Wij lezen dit, en denken: “Wow! Wat is dít?! De Zoon van God durft als eerste te vragen om Zijn verheerlijking! Hoe zit dat?” Ik wil u wijzen op vers 2. Let goed op, er ligt een schitterend, diep mysterie onder dat alleen gevonden kan worden door degenen die blijven zoeken en graven. Kijk eens naar vers 2: “…zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt.”
We krijgen hier als het ware een blik achter de schermen van de volmaakte samenwerking en relatie tussen God de Vader en God de Zoon. Christus, de Zoon, heeft van Zijn Vader gezag gekregen, macht, autoriteit over een groep mensen. Waarom? Om hen het eeuwige leven te geven. En het eeuwige leven betekent een eeuwige, onverbrekelijke en heerlijke omgang met God; een eeuwigdurend leven in Zijn heerlijke nabijheid.
Maar wat is nu Christus’ grond voor Zijn verzoek om Zelf verheerlijkt te worden? De grond vinden we in vers 4: “Ik heb U verheerlijkt op aarde. Ik heb het werk volbracht, dat U Mij gegeven hebt om te doen.”
Over welk werk heeft Hij het hier? Kort samengevat heeft Hij het hier over het openbaren van de Vader én het daadwerkelijk schenken van eeuwig leven door Zijn Vader te openbaren aan degenen die door Zijn Vader aan Hem gegeven zijn. Met andere woorden: Christus’ volmaakte vervulling van de opdracht waarmee Hij in deze wereld gekomen is, ligt als grond onder Zijn gebed. En als u door het geloof in Hem kinderen van God mag zijn, en als U het voorrecht mag hebben om deze Hogepriester als Hemelse Verdediger en Advocaat te hebben, dan weet u ook dat u niet zonder dit gebed kán. Wat kunnen wij, gelovigen, zwak zijn! En wat kunnen wij toch lelijke uitglijders maken! Wat moeten wij tot onze schaamte vaststellen dat er nog zoveel zwakheid in ons overblijft, óók nadat wij tot geloof zijn gekomen! Het is belangrijk om dit te begrijpen en om dit goed tot ons door te laten dringen, want ik wil met u vanmorgen kijken naar een gedeelte waar ons eveneens een blik achter de schermen wordt verleend. Het is een confronterende blik, maar een blik die mag schitteren, juist door de Heere Jezus Christus te zien als Degene Die voor ons bidt. Ik wil vanmorgen met u stilstaan bij Lucas 22:31-34:

“Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om u te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt. En hij zei tegen Hem: Heere, met U ben ik bereid om zelfs de gevangenis en de dood in te gaan. Maar Hij zei: Ik zeg u, Petrus, de haan zal vandaag beslist niet kraaien, voordat u driemaal geloochend zult hebben dat u Mij kent.”

Laten we bidden om Gods hulp, leiding en licht.

Context: Wij bevinden ons aan het einde van Lucas’ verslag over het aardse leven en de aardse bediening van de Heere Jezus. Net als wij hier vanmorgen, bevindt Christus Zich met Zijn discipelen in een bovenzaal. Zij vieren de Pesachmaaltijd – voor de laatste keer. Alles lijkt normaal te verlopen. We lezen zelfs dat Judas nog gewoon aanwezig is, hoewel hij volgens Lucas hiervoor al naar de overpriesters en bevelhebbers van de tempelwacht is gegaan om af te spreken hoe hij Jezus aan hen zou overleveren. En het is juist de schokkende verklaring van Jezus Zelf, dat nota bene één van Zijn eigen discipelen Hem zal verraden (in vers 21), die voor onrust en onenigheid zorgt bij de discipelen. Ongeloof verandert in haantjesgedrag. “Wie moet de Meester nu opvolgen?!” En daarbij lijkt de één na de ander zich boven de rest te verheffen. Dit kunnen we lezen in de verzen 24-30. Het is hoogst opmerkelijk dat dit niet de eerste keer is dat dit gebeurt. We lezen in de synoptische Evangeliën dat de Heere Jezus driemaal Zijn eigen lijden, sterven en opstanding voorzegt. En moet u eens lezen wat er staat in Marcus 10:31-34:

“En zij vertrokken vandaar en reisden door Galilea; en Hij wilde niet dat iemand het zou weten. Want Hij gaf onderwijs aan Zijn discipelen en zei tegen hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van mensen en zij zullen Hem doden, en nadat Hij gedood is, zal Hij op de derde dag opstaan. Maar zij begrepen dat woord niet en zij waren bevreesd Hem ernaar te vragen. En Hij kwam te Kapernaüm en toen Hij thuisgekomen was, vroeg Hij hun: Waarover had u het met elkaar onderweg? Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling met elkaar gehad over wie de belangrijkste was.”

Eigenlijk hebben we hier te maken met eenzelfde soort gebeurtenis. Het verschil met ons gedeelte in Lucas is echter dat de lijdensweg van Christus op dit moment bijna aangebroken is. Bij de tweede aankondiging van het lijden, zoals we dit lezen in Marcus, konden de discipelen zich nog geestelijk voorbereiden en hadden zij wellicht ook aan Christus kunnen vragen hoe dit zat. Maar net als in Lucas 22, besluiten zij volgens Marcus 10:34 ruzie te maken over wie de belangrijkste is. Dat betekent voor mij maar één dingen: ze waren bezig met de opvolging van Christus.
En in die context, in die woordenwisseling, in die onenigheid vinden wij een waarschuwing van de Heere Jezus aan het adres van Petrus. Ik wil met hier met u naar kijken stilstaan bij de volgende vier punten:

1. Petrus gewaarschuwd (vers 31)
2. Petrus bemoedigd (vers 32)
3. Petrus’ zelfgenoegzaamheid (vers 33)
4. Petrus’ val voorzegd (vers 34)

1. Petrus gewaarschuwd (vers 31)
We lezen in vers 31 dat de Heere Jezus Petrus waarschuwt:

“Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om u te ziften als de tarwe.”

De apostel krijgt hier een blik achter de schermen. En het is niet zomaar een blik – het is een blik achter de schermen van zijn eigen leven. En de blik voorspeld weinig goeds: satan heeft het vizier op hem gericht. En niet alleen op Petrus, maar ook op de andere, overige discipelen. Judas hoort hier niet meer bij; we lezen in Lucas 22:3 dat de satan in hem gevoerd is.
Toepassing: Hoe tragisch, gemeente! Drie jaar lang optrekken met Gods eigen Zoon, de Messias, Degene Die God de Vader openbaart en dan uiteindelijk verloren gaan onder de macht van satan! Wat is dit ernstig! Judas is nooit tot geloof gekomen, heeft zich nooit met God verzoend door de Heere Jezus. Alle tijd dat Christus op aarde Zijn bediening had – de wonderen die Hij deed, het onderwijs dat Hij gaf, de hoop die Hij in het vooruitzicht stelde – leefde Judas in de kring van discipelen onder de macht van satan. Dit maakt het belang van gezegende prediking ook zo groot. Weet u wat ten diepste het doel van de prediking is? Het is het ontmaskeren van de Judassen en het versterken van de Petrussen. U en ik vallen in één van deze twee categorieën. Laten wij elkaar niet aanmoedigen, broeders en zusters, om met een gerust hart als een Judas naar onze samenkomsten te komen. Laten we elkaar aanmoedigen om de tijd, die wij nog met elkaar hopen te hebben, nuttig te besteden en zoek naar wegen om elkaar als Petrussen op te bouwen.
Want Petrus wordt hier gewaarschuwd: satan loert op hem, en op de andere tien discipelen. En waarom? Satan wil hen, zoals Christus dat hier zegt, ziften. Wat is ziften?
Wanneer een boer het tarwe wil scheiden van andere dingen, zoals steentjes, gebruikt hij een zeef; die zeef schudt hij goed, zodat alles behalve de tarwe eruit valt. Dit schudden past de Heere Jezus nu toe op Zijn discipelen – de satan wil alle discipelen, inclusief Petrus ziften. Hij wil hen hevig schudden en hen aan het wankelen brengen. Twee zaken wil ik hier uitlichten:
A: Het woord “eisen” geeft het dwingende karakter weer. Satan vraagt niet; hij eist: “Ik wil hem! Geef hem!”
“Geef hem!” Hij eiste Job tot twee keer toe – eerst zijn bezit, toen zijn gezondheid (Job 1:11-12; 2:1-6).
Toepassing: “Geef hem!” O, wat schudde mijn leven toen ik tien was! Wat een duisternis kwam er over mij heen! Ik stel mij zomaar voor dat satan, die mijn interesse in Bijbelse verhalen met argwaan moet hebben gevolgd, mij heeft opgeëist: “Ik wil hem! Geef mij Robert!”
En zo verwacht ik, gemeente, dat ook met betrekking tot uw leven en wellicht over deze gemeente een satanische eis kan klinken:
“Ik wil Henk!”
“Geef mij Henri!”
“Is het zonder reden, dat Kees God dient?”
“Strek uw hand uit naar Anne, en laten we eens zien of hij nog goed spreekt over U, God!”
Wat is satans doel hiermee? Wat wil hij hiermee bereiken? Lees het boek Job. Als er wordt geschud aan de levens van gelovigen, dan weten we één ding: ons leven is de inzet van een weddenschap. Het is de weddenschap van satan, die graag ziet dat volgelingen van Jezus Christus van het geloof vallen en grote huichelaars blijken te zijn. O, wat is hij erop uit om de Naam van Christus en de Kerk van Christus te besmeuren door zijn pijlen juist te richten op de belijdende christen en kerkganger!
Broeders en zusters, satan loert niet op belijdende christenen die lauw zijn. Hij jaagt niet op belijdende christenen die ronduit onverschillig zijn. Hij houdt degenen in de gaten die ernstig God zoeken, degenen die willen leren uit Gods Woord en degenen die bidden om de vervulling van dat Woord in hun leven. Want het is demonische wijsheid die zegt: wie een groot christen ten val kan brengen, kan een groot gat slaan in het gezag van de Kerk en wie daar een groot gat in kan slaan, treft Christus Zelf. Dit is precies de kern van het ziften. Nogmaals, lees het boek Job, en je zult zien dat dit satans manier van werken is. Hier is hij op uit.
Maar dan het tweede:
B: Merk op dat satan gebonden is aan de almacht van God. Hij heeft de discipelen niet in zijn handen. Hij moet eerst de ruimte van God ontvangen om daadwerkelijk te doen wat hij met de discipelen wil doen. Wanneer ons leven inzet is van een weddenschap tussen God en satan, mogen we beseffen dat de strijd ongelijk is. Satan is gebonden. Hij kan niet zomaar van alles doen in het leven van gelovigen, omdat God Zelf uiteindelijk beslist of satans eis ingewilligd wordt. En daarbij weten we dat als God satans eis inwilligt, Hij ook nog eens de grenzen bepaalt waarbinnen die eis wordt uitgevoerd.
Toepassing: Heb moed, gemeente! U hebt een Koning, een God, een Heere, Die niet wegkijkt wanneer uw leven de inzet is van satans wedden. U hebt een Koning, een God, een Heere, Die zegt: “Tot hier en niet verder! Ik bepaal de grenzen.”
Toepassing: En als u vraagt: “Waarom geeft God satan die ruimte om aan de levens van gelovigen te schudden?” dan is mijn antwoord: “Volg de richting die Johannes 17:1-5 ons wijst.” Denk aan de verheerlijking van Gods Naam in jouw leven, denk aan het onverwoestbare werk dat Christus in jou is begonnen. Denk aan Zijn trouw in jouw verlossing. Het gaat om Zijn eer, het gaat om Zijn heerlijkheid! Zou Hij jou dan laten vallen, zou hij jou dan volledig in handen geven van satan? Zou Hij dan toestaan dat je kapot gemaakt wordt door de vorst der duisternis? Zou Christus toestaan dat Hij iemand verliest, over wie Hij van de Vader macht gekregen heeft om het eeuwige leven te geven?
Het antwoord is: “Absoluut niet!”

2. Petrus bemoedigd (vers 32)
Kijk maar in vers 32:

“Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.”

Broeders en zusters, wat is het belangrijkste gebed dat maar voor u gebeden kan worden? Het is dit: “Vader, laat het geloof niet ophouden! Laat het geloof geen schipbreuk lijden! Geef hen geloof! Voed hen met geloof, iedere dag weer!” Christus bemoedigt Petrus hier door te vertellen dat Hij, de Zoon van God, dit heeft gebeden – omdat Hij weet dat het ziften van satan het geloof van Petrus hevig zal doen wankelen.
Toepassing: O, waar zou ik zijn zonder dit gebed van Christus? Waar is Robert Bezemer als Jezus Christus dit niet voor hem bidt? Hij is verloren! Gemeente, kent u die uitroep, die wij vinden in Psalm 119:8? Daar staat:

“Ik zal Uw verordeningen in acht nemen, verlaat mij niet geheel en al.”

Verlaat mij niet geheel en al – vertrek niet uit mijn leven, o God! Want als U dát doet, dan vertrek ik bij U; en dat wil ik niet! Houd mij vast!”
U en ik stellen helemaal niets voor wanneer God ons geheel en al verlaat. Als God ons helemaal aan onszelf overlaat en ons niet langer Zijn dagelijkse, verlossende genade schenkt, dan is het over en uit. U en ik vallen volkomen weg; ons geloof stort in, zegen maakt plaats voor de vloek, leven wijkt voor de dood, geloof wijkt voor ongeloof en opstandigheid.
Toepassing: Dit zou ons zo ontzettend nederig moeten maken, broeders en zusters. Wij hebben ons geloof niet in eigen hand. Wij worden opgeroepen om ons geloof te voeden met de middelen die God heeft aangereikt; maar de beslissende factor in dit hele verhaal is God Zelf, Die ons geloof bewaart. Hoe? Door dit gebed van Jezus Christus te verhoren: “Vader, geef hen geloof. Voed hen. Red hen. Bewaar hen. Ik heb hen gekocht met Mijn eigen bloed. Ik heb hen geopenbaard Wie U bent. U hebt hen aan Mij gegeven en Ik zet Mijn leven voor hen in. Geef hen geloof, Vader. Houd hen vast. Breng ze veilig in Uw heerlijkheid!”
Toepassing: Waar ik u op wil wijzen, broeders en zusters, is dat God in Zijn wijsheid besloten heeft, dat gelovigen gezift kunnen worden. Let op dat Christus niet tegen Petrus zegt: “Maar Ik heb gebeden, dat de satan verhinderd zou worden.” Nee, Hij zegt: “Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt.” De vraag is niet of de satan ons zal ziften, de vraag is of wij ons geloof behouden. Dát is ten diepste de vraag. En Petrus krijgt een heerlijk, bevestigend antwoord op deze vraag. Ja, zijn geloof zál standhouden – maar het is een diepe weg die hij moet gaan.
En wanneer wij dit gedeelte bestuderen, zullen we de vraag moeten stellen over welk geloof Christus hier spreekt. Wat is het geloof van Petrus in dit gedeelte?
Deze vraag is belangrijk, omdat we te maken hebben met een specifieke context – een context waarin de apostelen nog niet konden getuigen van het lijden, sterven en de opstanding van Christus. Toch lezen we dat er al wél sprake is van geloof. We zullen dus een definitie moeten vormen van dit woord die recht doet aan het verband van de tekst. Hier is mijn poging. Blader met mij mee naar twee gedeelten in het Nieuwe Testament, die cruciaal zijn voor een nauwkeurige definitie van het verlossende geloof en die bovendien belangrijke momenten in het leven van Petrus beschrijven:

Mattheüs 16:13-18: “Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.”
Johannes 6:67-68: “Jezus dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan? Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven.”

Ziet u dat in allebei de gedeelten Petrus het antwoord geeft? En ik geloof dat de Heere Jezus onder andere deze momenten in gedachten heeft wanneer Hij spreekt over het geloof van zijn discipel.
Het is Petrus, die vol overtuiging zegt: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God!”
En Petrus, die resoluut aan Christus vraagt: “Waar zouden wij heen moeten gaan voor de woorden van eeuwig leven? Alleen U hebt die!”

Wat zeggen deze momenten uit het leven van Petrus nu over het verlossende geloof in de Bijbel? Twee dingen:
A. Het leert ons allereerst dat geloven in Christus ten diepste gaat om het vertrouwen van Zijn Persoon
B. Het leert ons dat geloven in Christus ten diepste draait om het ontvangen van Zijn woorden van eeuwig leven en dat wij deze woorden in relatie met Hem ons eigen te maken én om erdoor verzadigd te worden
Als ik lees dat Christus zegt: “Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt”, dan geloof ik dat Hij bedoelt: “Ik heb voor u gebeden, dat U mij blijft belijden als Christus, de Zoon van de levende God én dat U bij mij blijft om steeds opnieuw verzadigd te worden met de woorden van eeuwig leven.”
Toepassing: Er zit een confronterende scherpte aan deze definitie van verlossend geloof – en dat komt hierdoor: voor sommige christenen is Christus niets meer dan Iemand van Wie je kunt profiteren. Mensen ontvangen graag Zijn zegeningen. Maar let op wanneer hun leven heftig bewogen wordt en stevig aan de fundamenten wordt geschud. Ze laten Christus los. De hemel hebben ze, maar Christus Zelf hebben ze verlaten. Broeders en zusters, een hemel binnengaan waar Christus niet is – dat is geen hemel. Christus’ tegenwoordigheid en heerlijkheid is de hemel.
Petrus’ geloof wankelde, maar was niet kapot te krijgen. Waarom niet? Omdat Petrus’ geloof geen profiteergeloof was. Christus was hem dierbaar. Christus was alles voor Hem. Christus was zijn leven!
En dit wordt uiteindelijk bewezen in zijn bekering. In Johannes 21 lezen we hoe Petrus door Christus Persoonlijk wordt hersteld; de Meester schenkt Zijn apostel genade. En Hij geeft ook daar de opdracht mee, die Hij hier geeft: “Versterk uw broeders; hoed Mijn schapen.”
Toepassing: Gemeente, weet u wat genade is? Genade is dat degene die het diepst gevallen is, ook degene is die God wil gebruiken om andere christenen te versterken. Waarom? Om Zijn genade in Jezus Christus te verheerlijken. Lees bijvoorbeeld 1 Timotheüs 1:14-16:

“De genade van de Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben. Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven.”

Paulus en Petrus, allebei bewijzen van Gods geduld en Gods genade in Christus. Zij hebben de broeders versterkt. Meer nog: zij hebben onderwijs nagelaten waar wij tweeduizend jaar later nog steeds van mogen leren. Mede door de geschriften van deze twee trouwe apostelen van Christus hebben wij het voorrecht om God te zien in het aangezicht van Zijn Zoon. Christus heeft deze opdracht aan Petrus ruimschoots en Zelf vervuld! Het was Petrus die het deed, en het was de Geest van Christus, de Heilige Geest – en het gebed van Christus, die hem de ijver gaven om trouw te blijven aan Zijn Meester.

3. Petrus’ zelfgenoegzaamheid (vers 33)
Ik zei net al, dat voor Petrus het leven Christus was. Vers 33 lijkt in dit licht ook zo verstaan te kunnen worden:

“En hij zei tegen Hem: Heere, met U ben ik bereid om zelfs de gevangenis en de dood in te gaan.”

Ziet u? Petrus heeft alles voor Christus over; zelfs zijn leven! Ik geloof dat hij meent wat hij hier zegt, maar vanuit dit gedeelte weten wij dat hij hier een grote zelfoverschattende fout maakt. Hij is bezig met de verkeerde prioriteiten. En let hier goed op de context. Laten we voor een ogenblik een stap achteruit doen en kijken wat hier aan de hand is. Waarom reageert Petrus zo?
Als we kijken naar het gedeelte hiervoor, dan hebben we gezien hoe Christus Zijn discipelen vertelt dat één van hen Hem zal verraden. Dit zorgt voor een verhitte discussie onder de discipelen zelf, die menen dat Christus’ plek ingenomen moet worden door één van hen. Ze vragen zich immers af wie van hen de grootste is. De Heere Jezus legt vervolgens duidelijk uit dat het niet gaat om een machtspositie, maar om dienstbaarheid. Hij die dient, is de grootste – en niet degene met de meeste macht. “In de wereld gaat het wél om de meeste macht,” zegt Christus, “maar dit mag bij jullie niet zo zijn.”
En let dan goed op wat er gebeurt. Christus wendt Zich tot Petrus en waarschuwt hem: “de satan heeft u allen opgeëist om u te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.”
En Petrus, op zijn beurt, nog volop bezig met de discussie wie de grootste is, zegt fel: “Dit kan niet! Met U ben Ik bereid om zelfs de gevangenis en de dood in te gaan!” Met andere woorden: Petrus wil hier bewijzen, dat hij de grootste is. Maar de grootste is niet degene met de meeste macht en de grootste is ook niet degene met het hoogste woord. Petrus wil geen gezichtsverlies lijden; hij wil de concurrentie met zijn mede-apostelen aangaan en bewijzen dat hij de grootste is.
Toepassing: Maar Petrus, luister eens goed! Hoor je wat de Meester zegt? Hij heeft jouw grote mond niet nodig, jij hebt Zijn gebed nodig! Je hoort het niet, Petrus. Je hoort niet hoe de Meester vol ontferming voor jou zorgt. Je concurrentiestrijd maakt je doof voor de ernst van de waarschuwing en het bevrijdende karakter van de bemoediging. Luister, Petrus! Stop voor een ogenblik met praten en laat tot je doordringen wat Christus zojuist tegen jou heeft gezegd.
Toepassing: Gemeente, luister goed naar Christus. Hoe vaak merken wij nog bij onszelf dat wij een concurrentiestrijd te voeren hebben? Hoe vaak moeten wij niet tot de ontdekking komen dat wij meer met onszelf bezig zijn, dan met Christus? Om hoeveel zaken maken wij ons druk – zaken die misschien wel belangrijk zijn, maar die ons doof maken voor het Woord van Christus? Ja, wij zijn allemaal van tijd tot tijd Petrussen.
En wat is nu het tragische?

4. Petrus’ val voorzegd (vers 34)
Het tragische lezen we in vers 34:

“Maar Hij zei: Ik zeg u, Petrus, de haan zal vandaag beslist niet kraaien, voordat u driemaal geloochend zult hebben dat u Mij kent.”

Petrus zal diep vallen. Hij kan zijn weerwoord in vers 33 niet waarmaken. Hij zal Christus driemaal verloochenen. Het schudden aan Petrus’ geloofsleven door satan zal goed merkbaar zijn.
Toepassing: Gemeente, toen ik dit gedeelte aan het bestuderen was, kwam ik tot de ontdekking hoe het ziften door satan in zijn werk gaat. Je zult vanuit elk Bijbelgedeelte vragen moeten beantwoorden, die de tekst zelf op tafel legt. Bijvoorbeeld:
- Waarom zift satan?
- Hoe zift satan?
- Wanneer zift satan?
We hebben gezien waarom satan zift, maar weet u ook hoe en wanneer hij zift? Dit staat niet duidelijk in dit gedeelte. Dan moet je op zoek naar antwoorden, net zoals ik een definitie van geloof heb gegeven.
En toen ik de antwoorden op deze vragen heb gevonden, ontdekte ik een concept dat ons kan helpen in de pastorale praktijk. En daar wil ik als laatste met u bij stilstaan.
Weet u hoe en wanneer satan Petrus en de andere discipelen heeft gezift? Dat was bij de gevangenneming van Christus. Lees Lucas 22:52-53 maar eens:

“En Jezus zei tegen de overpriesters, de bevelhebbers van de tempelwacht en de oudsten die op Hem afgekomen waren: Bent u eropuit gegaan met zwaarden en stokken als tegen een misdadiger? Toen Ik dagelijks bij u was in de tempel, hebt u de handen niet naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis.”

De macht van de duisternis. Hier is het ziften. De discipelen zijn overrompeld en in paniek doen zij dingen die je niet van hen zou verwachten. Ze vluchten. En Petrus verloochent de Heere Jezus. En ook dit is precies voorzegd door de Heere Jezus zelf. We lezen in Marcus 14:27 – een parallelgedeelte van Lucas 22:31-34 – dat Hij zegt:

“U zult in deze nacht allen aanstoot aan Mij nemen, want er staat geschreven: Ik zal de Herder slaan en de schapen zullen uiteengedreven worden.”

Toepassing: Christen, besef goed dat jij in een dergelijke situatie terecht kunt komen. Wij als gelovigen kunnen in zwakte ook diep vallen. Denk niet dat Petrus een uitzondering was. Dat was hij niet. Het laat zien dat een sterk geloof vol vertrouwen de meest geweldige belijdenissen kan afleggen én het laat zien dat een zwak mens in paniek diep kan vallen. Leer van Petrus, broeders en zusters. Leer van hem. Zijn voorbeeld is meer realiteit in ons eigen leven dan wij wellicht beseffen.
Toepassing: En om van Petrus te leren, wil ik u laten zien vanuit dit gedeelte hoe satan zift. Er zit een concept achter. En dat concept noem ik B.E.P.T.:
- Behoefte: satan speelt in op de behoefte. Merk op dat de behoefte van Petrus niet zijn diepste behoefte was. Hij was bezig met zijn positie als apostel, maar Christus zag het cruciale belang van zijn geloof.
- Eerzucht: Petrus was bezig met eigen eer. Hij wilde zichzelf bewijzen en laten zien dat hij “de grootste” was. Hij was hierdoor doof voor de eer van Christus, en nam daarom de waarschuwing en bemoediging van Zijn Heere niet serieus.
- Persoonlijkheid: Petrus staat bekend als een impulsieve man en dat beeld wordt bevestigd door de reactie die we in vers 33 hebben kunnen lezen. Maar aan de andere kant zien we ook dat Petrus een soort mensenvrees lijkt te hebben. Dit zien we wanneer hij Christus verloochent en we lezen er ook van in Galaten 2:11-14, en dat nog wel ná zijn bekering!
- Tijdstip: Als de Meester gevangen wordt genomen, als Zijn lijdensweg aanbreekt, dán grijpt satan zijn kans. In paniek vluchten de discipelen – fysiek of mondeling.
Toepassing: En zo, gemeente, werkt hij ook vandaag de dag. Let op deze vier elementen. Let op de behoeften, let op eerzucht, let op uw persoonlijkheid en let op het tijdstip. Ken uzelf. Weet wat uw zwakheden zijn. Satan gebruikt uw zwakheden om uw geloof kapot te maken – gebruikt u dan uw reflecterend vermogen om uw zwakheden onder ogen te zien, ga ermee naar Christus en laat uw geloof door Hem versterken.
Toepassing: Help elkaar, broeders en zusters. Deel uw zwakheden. Delen is beschermen. Bemoedig elkaar. Wij zijn broeders en zusters, niemand staat boven een ander – ik ook niet. Ook ik heb hulp nodig van medegelovigen, gemeente. Jullie zijn mij tot hulp.
Laat u niet misleiden door de gedachte dat mensen die hier op deze plek staan, verheven zijn boven alle zonde en alle verzoekingen. Dat is niet waar.
Dit gedeelte heeft mij ook met mijzelf geconfronteerd. Ik ben een argwanend ingesteld persoon, die – als ik het zo mag noemen – door ziftend werk van satan in de tienerjaren van zijn leven weinig vertrouwen heeft in andere mensen en die sterk het gevoel heeft dat anderen hem overslaan. Grote veranderingen in mijn leven – verandering van baan bijvoorbeeld – roepen bij mij allerlei spanningen en bezorgdheden op. Ik ben iemand die leeft volgens een verdienmodel: als ik ergens voor werk of voor heb gewerkt, dan wil ik direct beloning zien. Maar u weet net zo goed als ik dat het in het leven lang niet altijd zo werkt.
Dit zijn mijn zwakheden. En ik heb gemerkt dat er één is om deze zwakheden te misbruiken, om mij en mijn geloof kapot te maken.
Maar ik heb eveneens mogen ervaren, dat er een Sterkere is, Die ervoor zorgt dat mijn zwakheden niet mijn ondergang worden. Er is er Eén, Die ervoor zorgt dat mijn geloof niet ophoudt, hoe diep ik ook kan vallen. Hij gebruikt mijn zwakheden om Zijn kracht en Zijn genade te bewijzen.
Toepassing: En weet u wat ik nou zo schitterend vind, gemeente? De manier waarop Christus Petrus in vers 34 aanspreekt. Is het u opgevallen dat Petrus in vers 31 Simon wordt genoemd? Dit is zijn naam vóór hij zijn geloof in Christus beleed. En wat ik zo schitterend vind aan de manier waarop de Heere Jezus met Zijn apostel omgaat, is dat Hij uitgerekend zijn nieuwe naam, zijn naam als gelovige, gebruikt in de voorzegging van Petrus’ val. Want het moet bij Petrus bijzondere herinneringen hebben opgeroepen – herinneringen aan dat moment waarvan we vanmorgen hebben gehoord; het moment dat hij Christus als Gods Zoon beleed. En Christus versterkt op deze manier zijn discipel, door de boodschap over te brengen: “Je hoort bij Mij.”

Terug naar Johannes 17:1-5. Wij hebben een Hogepriester, Die Zijn bediening op aarde volmaakt heeft volbracht. Zijn taak is perfect uitgevoerd. Hij heeft ons de Vader bekendgemaakt. Hij schenkt het eeuwige leven aan allen die door de Vader aan Hem gegeven zijn. En nu, op dit moment, is Hij in de hemel – in de heerlijkheid bij Zijn Vader, die Hij voor de schepping van deze wereld ook bezat. Op dit moment zet Hij Zich in om uw en mijn verlossing van moment tot moment tot het einde toe te verzekeren. Zijn volbrachte werk op aarde is onze garantie dat Zijn gebeden in de hemel voor ons, en in de tegenwoordigheid van Zijn Vader, een eeuwigdurend effect zullen hebben. Laten wij Hém prijzen en in onze zwakheden verzekerd zijn van Zijn kracht!

Amen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief